Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2009:BL6109

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
29-12-2009
Datum publicatie
02-03-2010
Zaaknummer
200.022.225/01 GDW
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Anders dan de kamer heeft overwogen, heeft de gerechtsdeurwaarder wel de wettelijke rente mee geëxecuteerd ten behoeve van klager. Het onderzoek in hoger beroep heeft voor het overige niet geleid tot de vaststelling van andere beschouwingen en gevolgtrekkingen dan die vervat in de beslissing van de kamer van toezicht, waarmee het hof zich verenigt. Het hof verwerpt het beroep.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

Beslissing van 29 december 2009 in de zaak met zaaknummer 200.022.225/01 GDW van:

[klager],

wonend te [plaatsnaam],

APPELLANT,

t e g e n

[de gerechtsdeurwaarder],

gerechtsdeurwaarder te [plaatsnaam],

GEÏNTIMEERDE,

gemachtigde: mr. B.G.M. Alsemgeest.

1. Het geding in hoger beroep

1.1 Door appellant, verder te noemen klager, is bij een op 9 januari 2009 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift met bijlagen tijdig hoger beroep ingesteld tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders te Amsterdam, verder te noemen de kamer, van 16 december 2008, waarbij de klacht tegen geïntimeerde, verder te noemen de gerechtsdeurwaarder, gegrond is verklaard en het opleggen van een maatregel achterwege is gelaten.

1.2 Op 11 februari 2009 is van de zijde van de gerechtsdeurwaarder een verweerschrift ingekomen.

1.3 Op 16 april 2009 zijn van de zijde van klager aanvullende stukken ontvangen.

1.4 De zaak was geagendeerd voor behandeling ter openbare terechtzitting van het hof van 16 september 2009. De gerechtsdeurwaarder was ter zitting verschenen, maar klager kon daar door omstandigheden niet aanwezig zijn, waarop de zaak is aangehouden, met goedvinden van de gerechtsdeurwaarder.

1.5 De zaak is vervolgens behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 2 december 2009, alwaar klager en de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder zijn verschenen.

2. De stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3. De feiten

Het hof verwijst voor de feiten naar wat de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld, met dien verstande dat, gelet op het door partijen gestelde, daar waar onder d) staat “16 april 2008” dient te worden gelezen “8 april 2008”. Tegen de vaststelling van de overige feiten door de kamer hebben partijen geen bezwaar gemaakt, zodat het hof ook van die feiten uitgaat.

4. De standpunten van partijen

Voor de weergave van de wederzijdse standpunten verwijst het hof naar de bestreden beslissing.

5. De beoordeling

5.1 Anders dan de kamer heeft overwogen, heeft de gerechtsdeurwaarder wel de wettelijke rente mee geëxecuteerd ten behoeve van klager. Dat blijkt uit het exploot van derdenbeslag d.d. 17 september 2007, dat door klager in deze procedure in het geding is gebracht. Het onderzoek in hoger beroep heeft voor het overige niet geleid tot de vaststelling van andere beschouwingen en gevolgtrekkingen dan die vervat in de beslissing van de kamer, waarmee het hof zich verenigt.

5.2 Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht, kan als in het voorgaande reeds behandeld dan wel als thans niet ter zake dienend buiten beschouwing blijven.

5.3 Het hiervoor overwogene leidt mitsdien tot de volgende beslissing.

6. De beslissing

Het hof:

- verwerpt het beroep.

Deze beslissing is gegeven door mrs. A.D.R.M. Boumans, L.J. Saarloos en C.P. Boodt uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 december 2009 door de rolraadsheer.

Kamer voor Gerechtsdeurwaarders te Amsterdam

Beslissing van 16 december 2008 als bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet in de zaak met nummer 226.2008 van:

[klager],

wonende te [plaatsnaam],

klager,

tegen:

[de gerechtsdeurwaarder],

gerechtsdeurwaarder te [plaatsnaam],

beklaagde.

Verloop van de procedure

Bij brief met bijlagen ingekomen op 26 mei 2008 heeft klagers een klacht ingediend tegen beklaagde, hierna de gerechtsdeurwaarder.

Bij brief van 20 juni 2008, ingekomen op 24 juni 2008, heeft de gerechtsdeurwaarder een verweerschrift ingediend.

Bij brief van 20 oktober 2008 heeft klager gereageerd op het verweerschrift van de gerechtsdeurwaarder.

De klacht is behandeld ter zitting van 4 november 2008 alwaar klager en de gerechtsdeurwaarder zijn verschenen.

Van de behandeling ter zitting is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.

De uitspraak is bepaald op 16 december 2008.

1. De feiten

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden.

a) De gerechtsdeurwaarder is in opdracht van een advocaat te [plaatsnaam] en een advocaat te [plaatsnaam] belast met de executie van twee ten gunste van [klager] gewezen vonnissen. In beide vonnissen is de debiteur van klager veroordeeld tot betaling van een geldsom vermeerderd met de wettelijke rente. Het betreft twee afzonderlijke opdrachten waarvoor bij de gerechtsdeurwaarder twee dossiers zijn aangelegd.

b) Op 20 maart 2008 heeft de gerechtsdeurwaarder in beide zaken integrale betaling ontvangen.

c) Op 4 april 2008 heeft de gerechtsdeurwaarder klager een email verzonden met de vraag of hij een vordering op klager die de gerechtsdeurwaarder in behandeling had mocht voldoen uit het voor klager ontvangen bedrag. Diezelfde dag heeft klager aan de gerechtsdeurwaarder medegedeeld dat hij daarmee niet akkoord ging.

d) Bij brief van 16 april 2008 heeft de advocaat van klager te [plaatsnaam] de gerechtsdeurwaarder verzocht een bedrag ad € 49,00 op zijn bankrekening over te maken en het restant onder aftrek van eventuele kosten van de gerechtsdeurwaarder te betalen aan klager.

e) Bij brief van 16 april 2008 heeft de gerechtsdeurwaarder de advocaat te [plaatsnaam] medegedeeld dat het restant ad € 1541,00 op de rekening van klager zou worden overgemaakt. Dit bedrag is door klager op 24 april 2008 ontvangen.

f) In het andere dossier is een bedrag ad € 5.170,00 op 28 april 2008 overgemaakt aan de advocaat van klager te [plaatsnaam].

g) Hierna is gecorrespondeerd over de door de rechter toegewezen wettelijke rente in beide dossiers waarna de gerechtsdeurwaarder op 21 mei 2008 het tegoed aan rente aan de advocaat te [plaatsnaam] heeft overgemaakt en op 24 september 2008 is het tegoed aan rente overgemaakt aan de advocaat te [plaatsnaam].

2. De klacht

Klager verwijt de gerechtsdeurwaarder, kort samengevat dat deze de geïncasseerde gelden te lang heeft vastgehouden, ruim vier weken, ondanks toezeggingen eerder te betalen. Dat is in strijd met het bepaalde in de Administratieverordening omdat de gerechtsdeurwaarder door hem ontvangen gelden zo spoedig mogelijk moet uitbetalen aan de rechthebbende. Ook is er door de gerechtsdeurwaarder te weinig afgedragen, omdat er (te veel) afwikkelingskosten zijn berekend. Als laatste verwijt klager de gerechtsdeurwaarder dat hij is vergeten de wettelijke rente over te maken.

3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder

3.1 De gerechtsdeurwaarder heeft eerst aangevoerd dat klager in zijn klacht niet ontvankelijk dient te worden verklaard, omdat de gerechtsdeurwaarder uitsluitend te maken heeft met de twee advocaten in wiens opdracht is gehandeld.

3.2 De gerechtsdeurwaarder acht de klacht voorts ongegrond. In beide dossiers is op 20 maart 2008 algehele betaling ontvangen. Omdat de gerechtsdeurwaarder tegen klager nog een incassozaak in behandeling had, is aan klager op 4 april 2008 per e-mail verzocht of hij ermee kon instemmen dat het ontvangen bedrag zou worden verrekend met zijn schuld. Klager heeft nog dezelfde dag meegedeeld dat hij daarmee niet akkoord ging. Op 16 april 2008 is in beide zaken aan de opdrachtgevers het geïncasseerde overgemaakt, onder aftrek van de afwikkelingskosten. De hoogte van deze kosten is met de advocaten overeengekomen.

4. Beoordeling van de klacht

4.1 Naar het oordeel van de Kamer hebben klagers een eigen rechtens te respecteren belang bij het indienen van de klacht tegen de gerechtsdeurwaarder. De Kamer heeft daarbij rekening gehouden met hetgeen in een uitspraak van het Gerechtshof van 13 maart 2008 staat vermeld (LJN: BC7801).

4.2 Alvorens tot beoordeling van de klacht over te gaan, wordt overwogen dat op grond van het bepaalde in artikel 34, eerste lid van de Gerechtsdeurwaarderswet slechts gerechts-deurwaarders (waarnemend gerechtsdeurwaarders en kandidaat-gerechtsdeurwaarders inbegrepen) aan tuchtrechtspraak zijn onderworpen. Het gerechtsdeurwaarderskantoor [naam gerechtsdeurwaarderskantoor] kan daarom niet worden aangemerkt als beklaagde. In het verweerschrift heeft de gerechtsdeurwaarder zich opgeworpen als beklaagde zodat de klacht wordt geacht tegen hem te zijn gericht. Hiermee is in de aanhef van deze beschikking al rekening gehouden.

4.3 Bij de beoordeling van de klacht geldt als uitgangspunt dat op grond van het bepaalde in artikel 7 van de Administratieverordening de gerechtsdeurwaarder ontvangen gelden tijdig dient uit te betalen aan de rechthebbende, waarbij -behoudens indien anders met de opdrachtgever overeengekomen- onder tijdig een termijn van één of twee weken wordt verstaan gehanteerd.

4.4 Naar het oordeel van de Kamer kan op grond van de stukken worden vastgesteld dat de afwikkeling van beide dossiers onvoldoende voortvarend is geschied. Het heeft te lang geduurd voordat de gelden aan (de advocaten van) klager zijn overgemaakt. In die zin is niet tijdig betaald. Andersluidende afspraken met betrekking tot het uitbetalen van de ontvangen gelden zijn gesteld noch gebleken. Dat de advocaten de opdrachtgever van de gerechtsdeurwaarder waren, doet hieraan niet af. Immers één van de advocaten had opdracht gegeven de gelden rechtsreeks aan klager over te maken. Bovendien is de wettelijke rente niet door de gerechtsdeurwaarder mee geëxecuteerd en is door oplettendheid van klager en na herhaaldelijk aandringen de rente uiteindelijk voldaan. De klacht is daarom terecht voorgesteld.

4.5 Het in rekening brengen van afwikkelingskosten berust op de algemene voorwaarden van de gerechtsdeurwaarder die hij in zijn verhouding tussen hem en zijn opdrachtgevers (de twee advocaten) hanteert. De hoogte van de in rekening gebrachte kosten is niet in strijd met de tuchtrechtelijke norm.

5. Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt. Naar het oordeel van de Kamer is er geen aanleiding tot het opleggen van een maatregel over te gaan. De Kamer heeft meegewogen dat de termijn van afdragen niet dermate lang is dat daarvoor een maatregel zou moeten worden opgelegd.

BESLISSING

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

?- verklaart de klacht gegrond;

- laat het opleggen van een maatregel achterwege

- verklaart de klacht voor het overige ongegrond.

Aldus gegeven door mr. M.M. Beins, plaatsvervangend-voorzitter, mr. H.C. Hoogeveen en N.J.M. Tijhuis leden, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 december

2008 in tegenwoordigheid van de secretaris.

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.