Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2009:BK8627

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
22-09-2009
Datum publicatie
21-01-2010
Zaaknummer
200.008.382/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Werkgever heeft functieniveaumatrix niet verkeerd toegepast, noch in redelijkheid niet tot indeling in een bepaalde functiegroep kunnen komen. Niet gehandeld in strijd met goed werkgeverschap of het gelijkheidsbeginsel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2010-0062
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

ZESDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

ARREST

in de zaak van:

[Appellant],

wonende te [plaats],

APPELLANT,

advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam,

t e g e n

de publiekrechtelijke rechtspersoon

HET UITVOERINGSINSTITUUT WERKNEMERSVERZEKERINGEN (UWV),

gevestigd te Amsterdam,

GEÏNTIMEERDE,

advocaat: mr. M.B. Kerkhof te ‘s-Gravenhage.

1. Het geding in hoger beroep

De partijen worden hierna [appellant] en UWV genoemd.

Bij dagvaarding van 28 april 2008 is [appellant] in hoger beroep gekomen van het vonnis van 31 januari 2008 van de rechtbank Amsterdam, sector kanton, locatie Amsterdam, in deze zaak onder nummer 848246 CV EXPL 07-5228 gewezen tussen [appellant] als eiser en UWV als gedaagde.

[Appellant] heeft bij memorie drie grieven aangevoerd, zijn eis gewijzigd, bewijs aangeboden en geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, UWV uitvoerbaar bij voorraad zal veroordelen om:

1. te verklaren voor recht dat UWV niet als goed werkgever heeft gehandeld door de functie van medewerker bezwaar en beroep stap 4 in te delen in functiegroep 8 in plaats van in functiegroep 9;

2. UWV te veroordelen tot nabetaling van het verschil in loon vanaf 1 juli 2003;

met veroordeling van UWV in de kosten van beide instanties.

Bij memorie van antwoord heeft UWV de grieven bestreden, bewijs aangeboden en geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal bekrachtigen, kosten rechtens.

Ten slotte hebben partijen aan het hof verzocht arrest te wijzen op de stukken van beide instanties.

2. Grieven

Voor de inhoud van de grieven wordt verwezen naar de memorie van grieven.

3. Feiten

De rechtbank heeft in het bestreden vonnis in rubriek 1 De feiten, onder a tot en met i, een aantal feiten vermeld. De juistheid hiervan is tussen partijen niet in geschil, zodat ook het hof deze feiten tot uitgangspunt zal nemen.

4. Beoordeling

4.1. [Appellant], geboren op [datum], is op 11 november 1974 in dienst getreden bij het (voormalige) Gemeenschappelijke Administratie Kantoor, welke instelling met ingang van 1 januari 1996 is opgegaan in GAK Nederland B.V. en vervolgens met ingang van 1 januari 2002 in UWV. [Appellant] is met ingang van 1 april 2002 benoemd tot Beambte bezwaar en beroep, ingedeeld in functiegroep 8, met als standplaats Dordrecht. UWV heeft in de collectieve arbeidsovereenkomst (UWV-CAO) met ingang van 2002 een nieuw functiewaarderingssysteem ingevoerd op basis van een voor UWV geldende Functieniveaumatrix (hierna: “UWV-FNM”). [Appellant] is met ingang van 1 juli 2003 geplaatst in de functie Medewerker Bezwaar en Beroep stap 4 in het Directoraat Bezwaar en Beroep, welke functie voorlopig was ingedeeld in functiegroep 8. Bij deze (voorlopige) indeling is de UWV-FNM toegepast. In de Overwegingen functiewaardering Bezwaar & Beroep van april 2002 zijn de niveau bepalende indicatoren (stap 2, 3 en 4) van de functie als volgt omschreven en is de (voorlopige) indeling in functiegroep 8 als volgt gemotiveerd:

Indicaties UWV matrix

Werkzaamheden op een specialistisch vakgebied met hoofdzakelijk beleidsuitvoerende en in beperkte mate beleidsvoorbereidende taken binnen kaders. Kennis van het specialistische vakgebied is vereist alsmede inzicht in de samenhang met andere vakgebieden. Contacten zijn diepgaand en worden regelmatig gekenmerkt door andere belangen.

Overwegingen voorstel

De functie breidt zich steeds meer uit in het SV specialisme, zitting Rechtbank. De contacten worden diepgaander en er spelen andere belangen. Het afbreukrisico voor de organisatie manifesteert zich met name op de zittingen. De taken moeten structureel onderdeel zijn van de functievervulling. De taak “zitting rechtbank” kent dezelfde taken als “zitting Centrale Raad van Beroep”. Deze taak bij CRvB is niet zwaarder dan bij de Rechtbank. Het werk voor CRvB beslaat maar een klein onderdeel (enkele malen per jaar) van de totale taak. Bijzondere gevalsbehandeling ligt dan bij de “Senior-functie”. Daar waar nodig kan tevens specialistische hulp vanuit PPS worden ingeroepen. De functie past niet binnen het niveau van fgr 9 omdat er geen sprake is van beleidsvoorbereidende of adviserende taken. Deze zijn in de Senior functie belegd.

Bij besluit van 11 oktober 2005 heeft UWV het functieprofiel Medewerker Bezwaar en Beroep voor zover hier van belang als volgt vastgesteld:

Doel van de functie

Het behandelen van (complexe) bezwaarschriften en (hoger) beroepszaken in het kader van de sociale verzekeringswetten en de algemene wet bestuursrecht, zodanig dat het bijdraagt aan een rechtmatige oplossing van het geschil.

(…)

Generieke taken:

- Vormt zich een oordeel over de aangeboden zaak (toetst aan formele eisen), toetst beslissingen, wint oordeel van deskundigen in (…) en bepaalt in de gegeven situatie de aanpak.

- Treedt in bezwaarzaken op als voorzitter van hoorzittingen, stelt beslissingen op bezwaar op.

- Stelt inhoudelijke standpunten van UWV vast, schrijft verweerschriften.

- Beantwoordt schriftelijke vragen van de Rechtbank.

- Communiceert met actoren in de zaak.

- Onderkent zaken die relevantie hebben voor de uitvoering van het primair proces, initieert vervolg.

- Adviseert uitvoeringsafdelingen over juridische aangelegenheden.

Specifieke taken:

- Stelt in (hoger)beroepszaken verweerschrift en beroepschrift op en selecteert de in te zenden stukken naar de Rechtbank.

- Vertegenwoordigt UWV tijdens de zitting of comparitie bij de Rechtbank en Centrale Raad van Beroep.

- Beoordeelt uitspraken en beslist over instellen van hoger beroep of berusten.

- Behandelt aansprakelijkheidsstelling na bezwaar- en beroepszaken binnen gestelde kaders.

(…)

Generieke vakinhoudelijke competenties

- Functioneert op minimaal academisch niveau;

- Kent wet- en regelgeving SV en AWB.

- Kent en gebruikt de voor zijn vakgebied relevante procedures, processen en systemen.

UWV heeft de aldus omschreven functie (stap 2, 3 en 4) bij besluit van eveneens 11 oktober 2005 ingedeeld in functiegroep 8 (stap 1 van de functie is ingedeeld in functiegroep 7). In het motiveringsformulier van 25 juni 2006 wordt deze indeling voor zover hier van belang als volgt gemotiveerd:

Gekozen functiefamilie:

Uitkering AG/ WW (03)

Gebruikte referentiefuncties:

Juridisch Medewerker (148)

Medewerker Bezwaar (132)

Niveau bepalende indicatoren:

1. Specialistisch vakgebied met hoofdzakelijk beleidsuitvoerende en in beperkte mate beleidsvoorbereidingen taken, binnen kaders. Dit blijkt uit de volgende werkzaamheden:

- Stelt inhoudelijke standpunten van UWV vast en schrijft verweerschriften.

- Beantwoordt schriftelijke vragen van de Rechtbank.

- Selecteert de in te zenden stukken naar de Rechtbank.

- De medewerker bezwaar en beroep beoordeelt uitspraken en beslist over het instellen van hoger beroep of berusten.

2. Kennis van specialistisch vakgebied vereist en inzicht in samenhang met andere vakgebieden.

- Adviseert uitvoeringsafdelingen over juridische aangelegenheden.

- Binnen gestelde kaders behandelt de medewerker bezwaar en beroep aansprakelijkheid.

3. Contacten zijn diepgaand en worden regelmatig gekenmerkt door andere belangen.

- De medewerker bezwaar en beroep communiceert met de diverse actoren in de zaak.

- Vertegenwoordigt UWV tijdens de zitting of comparitie bij de Rechtbank of Centrale Raad.

Geen niveau hoger vanwege:

De functie van Medewerker Bezwaar en Beroep bevat hoofdzakelijk uitvoerende taken en in beperkte mate beleidsvoorbereidende taken binnen gestelde kaders (…). De op specialistisch vakgebied beleidsvoorbereidende en adviserende taken en de complexe gevalsbehandeling (het behandelen van de moeilijke en zware gevallen) zijn belegd bij de senior medewerker Bezwaar & Beroep. Dit blijkt uit de volgende werkzaamheden:

- Specialistisch vakgebied beleidsvoorbereidende taken(…)

- Verdiepte kennis van specialistisch vakgebied vereist en inzicht in de samenhang met andere specialistische vakgebieden (…)

- Specialistisch vakgebied beleidsadviserende taken (…)

- Contacten zijn diepgaand en worden regelmatig gekenmerkt door andere belangen (…)

- Complexe gevalsbehandeling (…)

Op dit niveau vanwege:

(…) Het betreft een specialistische juridische functie met hoofdzakelijk beleidsuitvoerende taken. Specifieke taken zijn:

- Stelt in (hoger)beroepszaken verweerschrift en beroepschrift op en selecteert de in te zenden stukken naar de Rechtbank.

- Vertegenwoordigt UWV tijdens de zitting of comparitie bij de Rechtbank en Centrale Raad van Beroep.

- Beoordeelt uitspraken en beslist over instellen van hoger beroep of berusten.

- Behandelt aansprakelijkheidsstelling na bezwaar- en beroepszaken binnen gestelde kaders.

Geen niveau lager vanwege:

De medewerker Bezwaar verricht alleen uitvoerende werkzaamheden binnen een specialistisch vakgebied en niet de specifieke taken die de medewerker Bezwaar & Beroep doet.

(…)

4.2. [Appellant] heeft bij brief van 28 oktober 2005 bezwaar gemaakt bij de Geschillencommissie Functiewaardering (“Geschillencommissie Fuwa”) als bedoeld in artikel 13:3 lid 1 UWV-CAO tegen de indeling van de functie Medewerker Bezwaar en Beroep stap 4 in functiegroep 8. Hij heeft verzocht de functie in te delen in functiegroep 9, evenals bij de vroegere functie Beambte beroepszaken het geval was, en bij de huidige functie Bezwaar Arbeidsdeskundige ook is gebeurd. Berenschot B.V. en vakbond De Unie hebben op verzoek van UWV en [appellant] op 10 september 2007 het in artikel 13:3 lid 4 UWV-CAO bedoelde technische advies uitgebracht, dat voor zover hier van belang luidt:

3.2 TECHNISCH INDELINGSADVIES

Voor het geven van het technische indelingsadvies, kijken we enerzijds naar het functieprofiel, vastgesteld op 11 oktober 2005, en anderzijds naar de niveau-indicatoren en omliggende referentiefuncties uit de UWV-FNM. Op het eerste oog lijkt er weinig ruimte voor een andere indeling dan in functiegroep 8:

- Het organiek vastgestelde functieprofiel komt qua taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden nagenoeg overeen met de in functiegroep 8 ingedeelde IFB-referentie functie ‘Medewerker Beroepszaken’;

- Ook de niveauindicator van functiegroep 8 lijkt goed aan te sluiten:

“Werkzaamheden op een specialistisch vakgebied met hoofdzakelijk beleidsuitvoerende en in beperkte mate beleidsvoorbereidende taken binnen kaders. Kennis van het specialistisch vakgebied is vereist alsmede inzicht in de samenhang met andere vakgebieden. Contacten zijn diepgaand en worden regelmatig gekenmerkt door andere belangen.”

Het specialistisch vakgebied staat niet ter discussie. De beleidsvoorbereidende taken mogen gelet op het profiel en naast hogere seniorfunctie worden geacht beperkt te blijven tot signaleren en vakmatige inbreng vanuit eigen expertise.

Op grond van nadere bestudering van het beschikbaar gestelde materiaal (…) willen wij uw commissie het volgende meegeven ter overweging:

- Ook uw commissie constateert (…) dat er een discrepantie lijkt te bestaan tussen praktijk en beschrijvingen;

- In de praktijk worden speciale gevallen niet toebedeeld aan de senior. Hooguit fungeert deze als klankbord voor de Medewerker Bezwaar en Beroep stap 4, die alle voorkomende zaken tot en met zitting CRvB zelfstandig afhandelt;

- Bovendien lijkt de Medewerker Bezwaar en Beroep in voorkomende gevallen (…) vrij nadrukkelijk bij bespreking van ontwikkelingen op het vakgebied betrokken te zijn;

- Er in taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden weliswaar een zeer grote overlap is met genoemde referentiefunctie;

- Maar dat deze graderingstechnisch een duidelijk grensgeval is;

- Deze referentiefunctie als uitvoerende en adviserende wetstechnische functie is gekarakteriseerd en gegradeerd;

- Sinds de vaststelling van die gradering in 1992 tranchegewijs de algemene wet bestuursrecht is ingevoerd, welke volgens onze informatie een verdergaande juridisering van de sociale verzekeringswetgeving met zich heeft mee gebracht;

- Bij een aantal voormalige UVI’s zittingen CRvB in de afgelopen jaren hoofdzakelijk aan senioren met een juridisch academische achtergrond werden toebedeeld.

Indien naar het oordeel van uw commissie bij de uitvoering van de organiek vastgestelde functie Medewerker Bezwaar en Beroep - bij het verdedigen van UWV voor rechtbank en/of CRvB - nog steeds een wetstechnische insteek volstaat, dan kan naar onze mening niveautypering 8 in redelijkheid van toepassing worden verklaard.

Als naar uw oordeel een adequate verdediging van UWV in stap 4 een verdergaande juridische professionalisering van de Medewerker Bezwaar en Beroep vereist en/of het feitelijk opgedragen werk verdergaande beleidsvoorbereidende taken omvat, is naar onze mening in redelijkheid - graderingstechnisch - een indeling in functiegroep 9 te beargumenteren: Op dat moment is te onderbouwen dat een brede kennis van het specialistisch vakgebied niet meer volstaat, maar dat tenminste een verdiepte kennis noodzakelijk is.

Volledigheidshalve merken wij op dat een niveautypering idealiter geheel opgaat voor een in te delen functie, maar dat de matrix ook functies bevat die op andere gronden in bepaalde groepen zijn ingedeeld. Zo kent de in het bezwaar naar voren komende functie Arbeidskundige ook slechts beperkte beleidsvoorbereidende taken en is die op andere gronden in functiegroep 9 ingedeeld.

3.3 CONCLUSIE

Omringende functies als de organieke Senior Medewerker Bezwaar en Beroep en de referentiefunctie van algemene Jurist zijn ingedeeld in functiegroep 9. In relatie tot deze functies en in vergelijking met de referentiefunctie Juridisch Medewerker lijkt het lastig de functie van Medewerker Bezwaar en Beroep stap 4 anders in te delen dan functiegroep 8.

Op grond van ontwikkelingen binnen het vakgebied, in de context van de functie en in het feitelijk opgedragen werk ligt mogelijk indeling in functiegroep 9 in rede.

De Geschillencommissie Fuwa heeft op 19 september 2007 (unaniem) geadviseerd de indeling van de functie Medewerker Bezwaar en Beroep stap 4 in functiegroep 8 te handhaven. Bij besluit van 11 oktober 2007 heeft UWV de bezwaren van [appellant] ongegrond verklaard en de functie definitief ingedeeld in functiegroep 8.

4.3. [Appellant] heeft UWV op 16 februari 2007 gedagvaard. Hij heeft gesteld dat UWV bij de indeling van de functie Medewerker Bezwaar en Beroep stap 4 in functiegroep 8 heeft gehandeld in strijd met het gelijkheidsbeginsel, nu de vergelijkbare functie Bezwaar Arbeidsdeskundige wel in functiegroep 9 is ingedeeld en UWV aldus niet als goed werkgever heeft gehandeld. Voorts zou UWV de UWV-FNM niet goed hebben toegepast. Voor zover in hoger beroep nog van belang heeft [appellant] gevorderd als weergegeven in rubriek 1 “Het geding in hoger beroep”. De rechtbank heeft de vorderingen van [appellant] afgewezen, met veroordeling van [appellant] in de proceskosten. Hiertegen komt [appellant] in hoger beroep op.

4.4. Met zijn grieven bestrijdt [appellant] het besluit van UWV zijn functie Medewerker Bezwaar en Beroep stap 4 definitief in functiegroep 8 in te delen. De grieven lenen zich voor gezamenlijke behandeling.

4.5. Voor de beoordeling van de grieven zal het hof tot uitgangspunt nemen dat UWV als werkgever die de functie-indeling verricht, binnen de grenzen van de UWV-FNM een zekere beoordelingsvrijheid heeft. Het hof heeft slechts te beoordelen of UWV binnen deze grenzen in redelijkheid tot zijn besluit heeft kunnen komen. De voorvraag óf UWV binnen de grenzen van de UWV-FNM is gebleven, heeft het hof evenwel ten volle te beoordelen.

4.6. [Appellant] stelt dat UWV de UWV-FNM niet juist heeft toegepast bij de indeling van zijn functie Medewerker Bezwaar en Beroep stap 4, althans in redelijkheid niet tot deze indeling heeft kunnen komen. Hij maakt er bezwaar tegen dat als vergelijkingsfunctie de functie Juridisch Medewerker is gekozen en niet de functie Jurist. Verder komt zijn functie (deels) overeen met de (voormalige) functie Beambte Beroepszaken welke in het van 1992 tot 2002 gehanteerde functiewaarderingssysteem IFB in functiegroep 9 was ingedeeld. Voorts is zijn functie op de terreinen specialistische gevalsbehandeling en verdiepte kennis van het vakgebied volledig uitwisselbaar met de functie Senior Medewerker Bezwaar en Beroep. Ten slotte komt de indeling van functiegroep 8 in strijd met het gelijkheidsbeginsel, aangezien de Bezwaar Arbeidsdeskundige voor vergelijkbare taken wel in functiegroep 9 is ingedeeld. Het hof oordeelt hieromtrent als volgt.

4.7. UWV heeft de functie Medewerker Bezwaar en Beroep ingedeeld aan de hand van de niveau-indicator:

“Werkzaamheden op een specialistisch vakgebied met hoofdzakelijk beleidsuitvoerende en in beperkte mate beleidsvoorbereidende taken binnen kaders. Kennis van het specialistische vakgebied is vereist alsmede inzicht in de samenhang met andere vakgebieden. Contacten zijn diepgaand en worden regelmatig gekenmerkt door andere belangen.”

Vervolgens heeft UWV in de functieniveaumatrix binnen de functiefamilie AG/WW de vergelijkingsfunctie juridisch medewerker gekozen, waarvoor dezelfde niveau-indicator geldt. Ten slotte heeft UWV de indeling in functiegroep 8 (en niet een niveau hoger of een niveau lager) gemotiveerd in het motiveringsformulier van 25 juni 2006. Niet kan worden gezegd dat UWV hierbij de UWV-FNM verkeerd heeft toegepast dan wel in redelijkheid niet tot indeling in functiegroep 8 heeft kunnen komen. Bij dit oordeel worden de volgende omstandigheden in aanmerking genomen.

4.8. Voor de naast hogere functie Senior Medewerker Bezwaar en Beroep geldt de niveau-indicator:

“Belast met werkzaamheden op een specialistisch vakgebied met beleidsvoorbereidende en beleidsadviserende taken. Verdiepte kennis van het specialistische vakgebied is vereist alsmede inzicht in de samenhang met andere vakgebieden. Contacten zijn diepgaand en worden regelmatig gekenmerkt door andere belangen.”

Deze niveau-indicator behoort bij de kernfunctie Jurist uit de functieniveaumatrix, welke is ingedeeld in functiegroep 9. Niet in geschil is dat het functieprofiel van de Medewerker Bezwaar en Beroep stap 4 slechts in beperkte mate beleidsvoorbereidende taken bevat en geen beleidsadviserende taken. Deze taken zijn belegd in de functie Senior Medewerker Bezwaar en Beroep. De omstandigheid dat de taken van de Senior Medewerker Bezwaar en Beroep en van de Medewerker Bezwaar en Beroep stap 4 op het terrein van specialistische gevalsbehandeling en verdiepte kennis van het specialistische vakgebied (waaronder het behandelen van zaken voor de Centrale Raad van Beroep) gedeeltelijk overlappen betekent niet dat dit uitwisselbare functies zijn.

4.9. De omstandigheid dat de functie Medewerker Bezwaar en Beroep stap 4 door de verdergaande juridische professionalisering van het vakgebied en de toename van beleidsvoorbereidende taken zich zodanig lijkt te ontwikkelen dat - bij voortzetting van deze ontwikkeling - het functieprofiel zou moeten worden aangevuld met taken die thans (hoofdzakelijk) tot het functieprofiel van de senior Medewerker Bezwaar en Beroep behoren (zoals aangegeven in het op 10 september 2007 uitgebrachte technisch advies van Berenschot B.V. en De Unie) kan [appellant] thans niet baten. Indien deze ontwikkelingen zich doorzetten ligt het op de weg van UWV het functieprofiel van de Medewerker Bezwaar en Beroep stap 4 zodanig aan te passen dat deze taakverzwaring en taakverdieping daarin tot uitdrukking komen. Hetgeen door [appellant] is aangevoerd en hetgeen in deze zaak overigens naar voren is gekomen noopt niet tot het oordeel dat UWV op 11 oktober 2005 in redelijkheid niet heeft kunnen komen tot vaststelling van het functieprofiel zonder rekening te houden met deze ontwikkelingen dan wel in strijd handelt met de vereiste zorgvuldigheid door thans niet tot aanpassing van het functieprofiel over te gaan. Zolang aanpassing van het functieprofiel op de door [appellant] genoemde grond niet aan de orde is, is verder niet relevant met welke frequentie een Medewerker Bezwaar en Beroep stap 4 op zittingen bij de Centrale Raad van Beroep optreedt dan wel in welke mate speciale gevalsbehandeling en beleidsvoorbereidende werkzaamheden voorkomen. Zijn bewijsaanbod op dit punt wordt gepasseerd.

4.10. Ook de omstandigheid dat tot 2002 een afzonderlijke functie Beambte Beroepszaken bestond, welke wél was ingedeeld in functiegroep 9, brengt niet mee dat UWV in redelijkheid niet tot indeling van de functie Medewerker Bezwaar en Beroep stap 4 in functiegroep 8 heeft kunnen komen. Het op 11 oktober 2005 vastgestelde functieprofiel omvat zowel de taken van de (voormalige) Beambte Bezwaarzaken als van de (voormalige) Beambte Beroepszaken. De keuze van UWV de behandeling van zaken bij de rechtbank en bij de Centrale Raad van Beroep gelijk te waarderen kan in het kader van dit geschil over functiewaardering niet worden aangetast. Niet gezegd kan worden dat UWV in redelijkheid niet heeft kunnen komen dit onderscheid niet tot uiting te laten komen in het functieprofiel en in toe te passen niveau-indicatoren.

4.11. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt. Er doet zich hier niet het geval voor dat voor gelijke (in de zin van identieke) werkzaamheden een ongelijk loon wordt betaald. Niet in geschil is dat voor de functies Bezwaar Arbeidsdeskundige en Medewerker Bezwaar en Beroep afzonderlijke functieprofielen zijn vastgesteld en niet is onderbouwd dat hun taken en werkzaamheden niettemin (grotendeels) dezelfde zijn. [Appellant] stelt ook niet dat er sprake is van gelijke (in de zin van identieke) werkzaamheden maar dat er sprake is van uit een oogpunt van functiewaardering vergelijkbare (even zware) werkzaamheden bij de behandeling van bezwaar- en beroepschriften, zij het in verschillende vakdisciplines. Het bewijsaanbod betrekking tot de precieze inhoud van de werkzaamheden van de Medewerker Bezwaar en Beroep stap 4 en die van de Bezwaar Arbeidsdeskundige is gelet hierop verder niet relevant.

4.12. Dan resteert de vraag of deze (verschillende) functies gelijk behoren te worden gewaardeerd. Op dit punt is van belang dat in de functieniveaumatrix voor de waardering en indeling van de functie Bezwaar Arbeidsdeskundige wordt aangeknoopt bij de waardering en indeling van de functie Arbeidsdeskundige. Bij de waardering van deze vergelijkingsfunctie wordt dezelfde niveau-indicator gehanteerd die geldt voor de kernfunctie van Jurist (functiegroep 9), hoewel deze niveau-indicator niet volledig op het functieprofiel van de Arbeidsdeskundige past. In zoverre bevat de functieniveaumatrix een leemte: een passende niveau-indicator voor de functie van Arbeidsdeskundige ontbreekt. Niet is gesteld en ook niet gebleken dat de niveau-indicator voor de (lagere) functie Juridisch Medewerker hier wél passend is.

4.13. De omstandigheid dat UWV niettemin, op andere gronden, heeft besloten tot toepassing van een niveau-indicator voor functiegroep 9 voor de functie Arbeidsdeskundige (en de functie Bezwaar Arbeidsdeskundige in overeenstemming daarmee heeft ingedeeld in functiegroep 9) noopt niet tot het oordeel dat UWV bij de indeling van de functie Medewerker Bezwaar en Beroep stap 4 buiten de grenzen van het hier toepasselijke (en in de UWV CAO verankerde) UWV-FNM is getreden dan wel in redelijkheid niet tot indeling van deze functie in functiegroep 8 heeft kunnen komen.

4.14. Hierbij neemt het hof het volgende in aanmerking. De omstandigheid dat een leemte in het hier toepasselijke (en in de UWV CAO verankerde) UWV-FNM met betrekking tot de (Bezwaar) Arbeidsdeskundige heeft geleid tot het hanteren van een (niet goed passende) niveau-indicator van functiegroep 9 brengt niet mee dat UWV dezelfde niveau-indicator zou dienen te hanteren bij de indeling van de functie Medewerker Bezwaar en Beroep stap 4, waarvoor geen leemte in de functieniveaumatrix bestaat en waarvoor waardering en indeling aan de hand van een niveau-indicator voor functiegroep 8 goed mogelijk is.

4.15. Het voorgaande voert het hof tot de conclusie dat UWV niet in strijd heeft gehandeld met de eisen van goed werkgeverschap door de functie Medewerker Bezwaar en Beroep stap 4 in functiegroep 8 in te delen en deze indeling te handhaven. De grieven falen.

5. Slotsom en kosten

De slotsom luidt dat het bestreden vonnis zal worden bekrachtigd met verwijzing van [appellant] in de kosten van het hoger beroep.

6. Beslissing

Het hof

bekrachtigt het bestreden vonnis;

verwijst [appellant] in de kosten van het hoger beroep en begroot deze kosten tot aan deze uitspraak aan de zijde van UWV op € 254,- wegens verschotten en € 894,- wegens salaris.

Dit arrest is gewezen door mrs. W.J. van den Bergh, C.C.W. Lange en J.C. Toorman, en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 22 september 2009.