Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2009:BK4620

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
16-11-2009
Datum publicatie
26-11-2009
Zaaknummer
23-005290-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bezwaarschrift tegen de dagvaarding en terugwijzing in hoger beroep.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

arrestnummer:

parketnummer: 23-005290-08

datum uitspraak: 16 november 2009

TEGENSPRAAK

ARREST VAN HET GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Alkmaar van 3 oktober 2008 in de strafzaak onder parketnummer 14-702571-08 van het openbaar ministerie

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats en –datum],

adres: [adres]l.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 16 november 2009.

Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding. Van die dagvaarding is een kopie in dit arrest gevoegd. De daarin vermelde tenlastelegging wordt hier overgenomen.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, leest het hof deze verbeterd. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Uit de stukken van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep is het hof van de volgende gang van zaken gebleken.

De op 5 augustus 2008 gedagtekende inleidende dagvaarding is aan de verdachte betekend door middel van de uitreiking daarvan op 12 augustus 2008, aan hem in persoon.

Van de stukken maakt deel uit een op 12 augustus 2008 gedateerde brief van de verdachte. Als onderwerp is op die brief vermeld: “bezwaarschrift dagvaarding, uitgebracht d.d. 09.08.08 aan (…), binnen 8 dagen na dagtekening”. In deze brief wordt gemotiveerd opgekomen tegen de beslissing van de officier van justitie tot het instellen van strafvervolging door middel van dagvaarding. Op deze brief is een stempel geplaatst waaruit moet worden afgeleid dat de brief op 18 augustus 2008 ten parkette van de officier van justitie is ingekomen.

Op 3 oktober 2008 is de strafzaak tegen de verdachte door de politierechter in de rechtbank te Alkmaar behandeld en is de verdachte bij verstek veroordeeld.

De eerste vraag die ter beantwoording voorligt is, of de door de verdachte verzonden brief als bezwaarschrift als bedoeld in artikel 262 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) dient te worden aangemerkt. Zowel naar de aanduiding van het onderwerp als naar de inhoud bezien dient die vraag bevestigend te worden beantwoord.

Nu het bezwaarschrift door de verdachte weliswaar tijdig doch niet op de voet van artikel 449 Sv bij de rechtbank is ingediend, maar door hem is volstaan met de aan de officier van justitie verzonden brief, staat daarmee vast dat de verdachte niet de hand heeft gehouden aan de wettelijke regeling. In dit verband verdient opmerking dat op de achterzijde van de inleidende dagvaarding onder 5. bij wijze van toelichting is vermeld –voor zover hier van belang-: “Uw bezwaarschrift moet u zelf inleveren bij de griffie van de rechtbank”.Overeenkomstig de huidige opvatting over het op onjuiste wijze indienen van bezwaarschriften heeft de officier van justitie het bezwaarschrift met het oog op de kennisneming daarvan door de rechter aan de stukken in het strafdossier toegevoegd.

Aldus is komen vast te staan dat er ter behandeling en beslissing een bezwaarschrift tegen de dagvaarding voor heeft gelegen. Daaraan kan niet afdoen hetgeen in begrijpelijke taal op de achterzijde van die dagvaarding ter toelichting is vermeld.

Niet is gebleken dat de politierechter op het bezwaarschrift een beschikking heeft gegeven, terwijl enig aanknopingspunt voor het bestaan hebben van een behandeling van het bezwaarschrift ontbreekt. Het hof neemt aan dat de politierechter bij vergissing het bezwaarschrift over het hoofd heeft gezien.

Nu aldus is komen vast te staan dat de politierechter –zonder door de verdachte gegeven toestemming- het onderzoek ter terechtzitting heeft aangevangen, terwijl niet op het bezwaarschrift was beslist, is het hof van oordeel dat de politierechter ten onrechte aan de behandeling van de onderhavige zaak is toegekomen.

Gezien hetgeen hiervoor is overwogen en nu de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep te kennen heeft gegeven dat hij volhardt in zijn bezwaar, zal het hof het vonnis waarvan beroep vernietigen en de zaak naar de rechtbank te Alkmaar verwijzen.

Beslissing

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep, en doet in zoverre opnieuw recht.

Verwijst de zaak naar de rechtbank te Alkmaar, met inachtneming van deze uitspraak.

Dit arrest is gewezen door de enkelvoudige strafkamer van het gerechtshof te Amsterdam, waarin zitting had mr. R. Veldhuisen, in tegenwoordigheid van A.M.M. van Gorp, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 16 november 2009.