Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2009:BK1538

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
25-08-2009
Datum publicatie
29-10-2009
Zaaknummer
200.022.540/01 NOT
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Zakelijk optreden van de notaris. Klager is in hoedanigheid van faillissementscurator een professionele tegenpartij. Notaris niet onwelvoeglijk of beledigend jegens klager. Vernietiging beslissing kamer van toezicht. Klacht ongegrond verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

Beslissing van 25 augustus 2009 in de zaak onder nummer 200.022.540/01 NOT van:

Mr. [notaris],

notaris te [plaats],

APPELLANT,

gemachtigde: mr. W.F. Hendriksen,

tegen

Mr. [curator 2],

In zijn hoedanigheid van

opvolgend curator in het faillissement van Kuijkse Heide B.V.,

kantoorhoudend te [plaats],

GEÏNTIMEERDE.

1. Het geding in hoger beroep

1.1. Appellant, verder te noemen de notaris, heeft bij op 14 januari 2009 ter griffie ingekomen verzoekschrift tijdig hoger beroep ingesteld tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer van toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen te Rotterdam, verder te noemen de kamer, van 18 december 2008. Hierbij is de door mr. [curator 1], de voorganger van geïntimeerde als curator in het faillissement van Kuijkse Heide B.V., ingediende klacht gegrond verklaard onder oplegging van de maatregel van berisping aan de notaris. Mrs. [curator 1] en [curator 2] zullen hierna ieder worden aangeduid als “klager”.

1.2. Op 23 februari 2009 is een aanvullend rekest van de zijde van de notaris ter griffie van het hof ingekomen.

1.3. Van de zijde van klager is op 28 maart 2009 een brief ter griffie van het hof ingekomen, waarin wordt verwezen naar het standpunt in eerste aanleg en waarin mr. [curator2] verklaart in zijn hoedanigheid van opvolgend faillissementscurator de positie van mr. [curator 1] als klager over te nemen. Tevens wordt bij brief van 25 mei 2009 medegedeeld dat klager – bij gebreke van boedelbelang – niet ter terechtzitting zal verschijnen.

1.4. Het hoger beroep is behandeld ter openbare terechtzitting van 28 mei 2009, alwaar de notaris en zijn gemachtigde zijn verschenen. Zij hebben het woord gevoerd.

2. De stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3. De feiten

3.1. Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling van de feiten geen bezwaar gemaakt zodat het hof zal uitgaan van de door de kamer vastgestelde feiten, behoudens het navolgende.

3.2. In hoger beroep heeft de notaris aangevoerd dat de Kamer in r.o. 2 van de uitspraak ten onrechte geen feiten heeft vastgesteld ten aanzien van het overleg dat de notaris vanaf 11 december 2007 met de curator heeft gevoerd c.q. getracht heeft te voeren. Het hof zal daaraan, voor zover van belang onder 6 (De beoordeling) aandacht besteden..

4. Het standpunt van klager

4.1. Klager beklaagt zich over het optreden van de notaris, de notaris zou zich niet gedragen overeenkomstig de zorgvuldigheid en onpartijdigheid die een notaris betaamt. De notaris heeft namelijk klager verzocht een hypotheek te royeren zonder hem te informeren over de waarde van de onderliggende zaken, de verkoopopbrengst en de omvang en de specificatie van de hoger gerangschikte hypotheken.

4.2. Voorts acht klager het ongepast dat de notaris bestrijdt – zonder daartoe met klager in overleg te treden - dat klager, althans de door hem vertegenwoordigde vennootschap, een vordering op de verkopende vennootschap/hypotheekgever zou hebben.

5. Het standpunt van de notaris

5.1. De notaris heeft de stellingen van klager betwist en verweert zich als volgt

5.2. De notaris heeft naar voren gebracht dat hij in verband met zijn ruime ervaring met distressed onroerend goed is aangezocht om de levering van grond door Ooits Landsbelang B.V. te verzorgen. Zijn taak was om de koopsom uit te betalen aan die schuldeisers die daartoe het meest gerechtigd waren en de grond snel en vrij van hypotheek te leveren in volle eigendom aan de gemeente Heusden vrij van huur, pacht en/of jachtrecht en vrij van aanspraken van derden. De schulden van Ooits Landsbelang overstegen de baten uit de levering van de grond ruimschoots. De notaris handhaaft de stelling dat klager geen vordering op Ooits Landsbelang had.

5.3. Voorts heeft de notaris betoogd dat er haast was geboden bij de levering van de grond, daar er een boete van 10% van de koopsom dreigde indien de levering aan de gemeente Heusden niet tijdig plaats zou vinden. Daarnaast was er haast geboden teneinde de maandelijks oplopende renteschuld aan de eerste hypotheekhouder te beperken. Klager lag echter dwars en weigerde een royementsvolmacht te tekenen. Zodoende werd Ooits Landsbelang gedwongen klager een bepaald bedrag aan te bieden ten einde royement van de hypotheek van klager te krijgen.

6. De beoordeling

6.1. Anders dan de kamer is het hof van oordeel dat de klacht van klager faalt. De notaris is weliswaar krachtig opgetreden, hij had daar ook alle reden toe gelet op de belangen die speelden ondermeer in verband met de renteschuld aan de eerste hypotheekhouder en de dreigende verbeurte van een boete. Uit hetgeen de notaris heeft aangevoerd over de zakelijke contacten die er waren tussen hem en de curator in de periode tussen 11 december 2007 en 11 februari 2008 – door de curator in hoger beroep niet gemotiveerd weersproken- alsmede uit de bescheiden waarnaar de notaris ter adstructie heeft verwezen is aannemelijk geworden dat de notaris klager voldoende ruimte heeft geboden om zijn afwijkende standpunt van argumenten en een deugdelijke onderbouwing te voorzien. Ook is aannemelijk geworden dat die onderbouwing achterwege is gebleven en het hof acht het niet onbegrijpelijk dat de notaris, gelet op hetgeen hiervoor onder 5.2 en 5.3 werd overwogen, het tot zijn taak rekende om in de gegeven omstandigheden met de nodige daadkracht op te treden.Het optreden van de notaris is zakelijk en geenszins intimiderend geweest. Het hof heeft daarbij ook in overweging genomen dat klager een professionele tegenpartij is die in zijn hoedanigheid van faillissementscurator, anders dan een leek, wel enige (verbale) spanning zou moeten kunnen verdragen. Niet is gebleken dat de notaris zich onwelvoeglijk of beledigend jegens klager heeft uitgelaten. De klacht is dan ook ongegrond.

6.2. Aangezien het hof tot een ander oordeel is gekomen dan de kamer, kan de beslissing van de kamer niet in stand blijven.

6.3. Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht kan als in het voorgaande reeds behandeld dan wel als thans niet ter zake dienend buiten beschouwing blijven.

6.4. Dit leidt tot de volgende beslissing.

7. De beslissing

Het hof:

- vernietigt de bestreden beslissing;

- verklaart de klacht ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mrs. A.D.R.M. Boumans, L. Verheij en .P. Blokland en op dinsdag 25 augustus 2009 in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer.

Kamer van Toezicht over de Notarissen en Kandidaat-notarissen te Rotterdam

Reg.nr. 04/08

Beslissing op een klacht als bedoeld in artikel 99 van de Wet op het notarisambt van:

mr. [naam],

advocaat te [plaats],

klager,

- tegen -

mr. [naam],

notaris te [plaats],

hierna te noemen de notaris.

1. Het verloop van de procedure

1.1

De Kamer heeft kennis genomen van de volgende stukken:

- klaagschrift d.d. 11 februari 2008;

- brief van de notaris d.d. 10 april 2008;

- verweerschrift d.d. 24 juni 2008;

- aanvullende producties van klager d.d. 24 september 2008;

- pleitnota van klager overgelegd ter zitting.

1.2

De mondelinge behandeling van de klacht heeft plaatsgevonden tijdens de vergadering van de Kamer op 23 oktober 2008. Daarbij zijn zowel klager, als de notaris, verschenen. Partijen hebben hun standpunten tijdens de mondelinge behandeling nader toegelicht.

2. De feiten

De Kamer gaat uit van de navolgende feiten:

2.1

Bij vonnis van de rechtbank te ’s-Hertogenbosch d.d. 24 mei 2006 is Kuijkse Heide B.V. te Drunen (hierna: Kuijkse Heide) in staat van faillissement verklaard met benoeming van klager als curator. Kuijkse Heide was de voorlaatste exploitant van attractiepark “het Land van Ooit”

2.2

Op 25 augustus 2006 liet klager een hypotheek vestigen (de derde in rang) op het onroerend goed van B.V. Ooits Landsbelang (hierna: Ooits Landsbelang), waarop “het Land van Ooit” is gelegen (hierna: de grond) voor een verhaal van maximaal € 495.000,--. De hypotheek is gevestigd in verband met de vordering van klager op basis van het bepaalde in artikel 14 van de koopovereenkomst tussen klager en DuCate B.V. (hierna: DuCate) d.d. 23 juni 2006, waarbij de attracties van “het Land van Ooit” werden verkocht. Artikel 14 van voornoemde koopovereenkomst luidt als volgt:

1. “Bij de Verkoper zijn vragen gerezen omtrent de mogelijke vordering van de Kuijkse Heide B.V. op B.V. Ooits Landsbelang. Dit zal nog onderwerp zijn van nader onderzoek. Indien mocht blijken dat de Kuijkse Heide B.V. een vordering op B.V. Ooits Landsbelang heeft in plaats van een schuld zal de Verkoper over gaan tot incasso van die vordering en, indien nodig, de daarbij behorende rechtsmaatregelen treffen.

2. Ter securering van een eventuele vordering van de Verkoper zal B.V. Ooits Landsbelang een hypotheekrecht vestigen op de in de bijlage 6 genoemde onroerende zaken ter hoogte van € 450.000,--. Gezien de informatie welke is verstrekt door de heer [naam] (adviseur van de heer[naam]), zal dit een hypotheekrecht derde in rang zijn.”

2.3

DuCate was de laatste exploitant van “het Land van Ooit”. Inmiddels is DuCate eveneens failliet.

2.4

De grond is door Ooits Landsbelang verkocht aan de gemeente Heusden voor een bedrag ad € 9.025.000,--. De notaris is belast met het verzorgen van de levering van de grond van Ooits Landsbelang aan de gemeente Heusden.

3. De klacht

3.1

Klager stelt dat hij, overeenkomstig het gestelde in artikel 14 van de onder 2.2 genoemde koopovereenkomst, opdracht heeft gegeven tot uitvoering van een accountantsonderzoek in de administratie van Kuijkse Heide. Op basis van de resultaten van dit accountantsonderzoek heeft klager geconcludeerd dat er een aanzienlijke vordering bestaat van Kuijkse Heijde op Ooits Landsbelang.

3.2

Tussen de notaris en klager is een geschil gerezen omtrent de vordering van klager op Ooits Landsbelang. Het geschil betrof onder meer de hoogte van de vordering alsmede de vraag of deze vordering voldaan kon worden en zo ja, of klager hiertoe gerechtigd was, uit de baten van de verkoop van de grond. Klager en de notaris hebben hierover uitvoerig gecorrespondeerd waarbij de notaris volgens klager krachtig en herhaaldelijk de onjuiste, althans premature stelling heeft ingenomen dat klager geen vordering op Ooits Landsbelang zou hebben. Klager verwijt de notaris dat hij in de onderhavige zaak onvoldoende afstand van partijen heeft genomen en dat de notaris daardoor de belangen van de hypotheekhouders niet voldoende heeft bewaakt. Klager meent dat de notaris derhalve partijdigheid verweten kan worden.

4. Standpunt van de notaris

4.1

De notaris betwist dat hij klachtwaardig heeft gehandeld. De notaris stelt dat hij in verband met zijn ruime ervaring met distressed onroerend goed is aangezocht om de levering te verzorgen. Zijn taak was om de koopsom uit te betalen aan die schuldeisers die daartoe het meest gerechtigd waren en de grond snel en vrij van hypotheken te leveren in volle eigendom van de gemeente Heusden vrij van huur, pacht en/of jachtrecht en vrij van aanspraken van derden. De schulden van Ooits Landsbelang overstegen de baten uit de levering van de grond ruimschoots. De notaris blijft bij zijn stelling dat klager geen vordering had.

Voorts stelt de notaris dat er haast geboden was bij de levering van de grond, daar er een boete van 10% van de koopsom dreigde indien de levering aan de gemeente Heusden niet tijdig plaatsvond. Daarnaast was er haast geboden teneinde de maandelijks oplopende renteschuld aan de eerste hypotheekhouder te beperken. Echter klager lag dwars en weigerde een royementsvolmacht te tekenen. Derhalve werd Ooits Landsbelang gedwongen om toch een bedrag te bieden aan klager teneinde royement van de hypotheek van klager te krijgen.

5. De beoordeling

5.1

Ter beoordeling van de Kamer staat of de notaris heeft gehandeld in strijd met de tuchtnorm als geformuleerd in artikel 98 van de Wna. Een notaris is aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling of een op deze wet berustende verordening, hetzij met de zorg die hij als notaris behoort te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve hij optreedt, alsmede ter zake van enig handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris niet betaamt.

5.2

De Kamer is van oordeel dat de notaris te snel een te ferm standpunt heeft ingenomen omtrent de vordering van klager – als curator van Kuijkse Heide – op Ooits Landsbelang. In de correspondentie met klager heeft de notaris gereageerd met een volgehouden stelligheid die de notaris in dezen situatie niet past, aangezien de vorderingen nog niet vaststonden. De Kamer verklaart de klacht derhalve gegrond. Voorts is de Kamer van oordeel dat door het handelen van de notaris op zijn minst de schijn kan zijn gewekt dat hij in casu niet de onpartijdige en onbevangen houding heeft betracht die een goed notaris past. De Kamer acht dit dermate onzorgvuldig dat zij het opleggen van een maatregel van berisping passend acht.

6. De beslissing

De Kamer van Toezicht over de Notarissen en Kandidaat-notarissen te Rotterdam,

verklaart de klacht gegrond met oplegging van de maatregel van berisping.

Deze beslissing is gegeven door mrs. W. van Veen, R. Veenendaal, R. van der Galiën, J.H.J. Preller en H.M. Kolster in tegenwoordigheid van de secretaris, W. Blokland.

Uitgesproken ter openbare vergadering op 18 december 2008.

De secretaris, De voorzitter,

W. Blokland W. van Veen

Deze beslissing is verzonden op:

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na de dag van verzending hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.