Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2009:BK1534

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
21-07-2009
Datum publicatie
29-10-2009
Zaaknummer
200.010.859/01 GDW
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Tweede betekening van het dwangbevel ten onrechte aan het privé-adres van klager. Gebruik van een 0900-nummer wel geoorloofd indien daar geen extra kosten mee zijn gemoeid. Vernietiging van de beslissing van de kamer van toezicht. Oplegging maatregel van berisping.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

Bij vervroeging.

Beslissing van 21 juli 2009 in de zaak met zaaknummer 200.010.859/01 GDW van:

MR. [gerechtsdeurwaarder],

gerechtsdeurwaarder te [plaats],

APPELLANT,

t e g e n

MR. [klager],

wonend te ‘s-Gravenhage,

GEÏNTIMEERDE.

1. Het geding in hoger beroep

1.1. Door appellant, verder te noemen de gerechtsdeurwaarder, is bij een op 31 juli 2008 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift - met bijlagen -tijdig hoger beroep ingesteld tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders te Amsterdam, verder te noemen de kamer, van 24 juni 2008, waarbij de klacht van geïntimeerde, verder te noemen klager, gedeeltelijk gegrond is verklaard onder oplegging aan de gerechtsdeurwaarder van de maatregel van schorsing voor de duur van twee weken. Voor het overige is de klacht ongegrond verklaard.

1.2. Van de zijde van klager is op 25 augustus 2008 een verweerschrift met één bijlage ingekomen.

1.3. De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 25 juni 2009. De gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder is verschenen en heeft het woord gevoerd aan de hand van een pleitnotitie. Klager en de gerechtsdeurwaarder hebben laten weten niet te zullen verschijnen.

2. De stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3. De feiten

Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling van de feiten door de kamer geen bezwaar gemaakt, zodat het hof ook van die feiten uitgaat.

4. Het standpunt van klager

Klager verwijt de gerechtsdeurwaarder – kort en zakelijk weergegeven – dat:

- deze hem ten onrechte aanmerkt als feitelijk bestuurder van de Stichting [naam], hierna: de stichting;

- deze een dwangbevel bestemd voor de stichting heeft betekend op het privé adres van klager;

- deze in het exploot van betekening ten onrechte heeft verklaard dat hij niemand heeft aangetroffen op het woonadres van klager;

- deze exorbitante kosten in rekening heeft gebracht;

- diens kantoor slechts bereikbaar is via een 0900 telefoonnummer waar bovendien de telefoon regelmatig niet wordt beantwoord;

- het niet mogelijk is om via internet geld naar de bankrekening van de gerechtsdeurwaarder over te maken.

5. Het standpunt van de gerechtsdeurwaarder

5.1. De gerechtsdeurwaarder betwist de stellingen van klager en verweert zich als volgt.

5.2. De gerechtsdeurwaarder stelt dat klager aan verscheidene vennootschappen, stichtingen en verenigingen is gelieerd en dat klager in het Handelsregister òf zijn woonadres òf zijn zaakadres als vestigingsadres opgeeft. Als kantooradres van de stichting wordt [straat] [nummer] te [plaats] genoemd. De gerechtsdeurwaarder heeft getracht het dwangbevel aan dit adres te betekenen, doch klager weigerde het exploot in ontvangst te nemen. De kosten van dit vergeefs uitgebrachte exploot en de kosten van uittreksels uit het Handelsregister heeft de gerechtsdeurwaarder opgenomen op zijn exploot van 25 oktober 2008.

Na recherche van het Handelsregister heeft de gerechtsdeurwaarder geconstateerd dat klager kennelijk zijn moeder als bestuurder van de stichting heeft opgegeven, terwijl zijn moeder, gelet op haar leeftijd en de omstandigheid dat de stichting betrekking heeft op het bedrijventerrein van klager en daar ook feitelijk gevestigd is, niets met de stichting van doen heeft. Op grond hiervan heeft de gerechtsdeurwaarder aangenomen dat klager feitelijk bestuurder is en besloten om het exploot nogmaals te betekenen aan het woonadres van klager. Direct na betekening is betaald.

5.3. Wat betreft de wijze van betekening stelt de gerechtsdeurwaarder dat hij op alle bellen die zich naast de voordeur bevonden heeft gedrukt, doch dat er niet werd gereageerd. Hij meent rechtsgeldig tot de betekening te zijn overgegaan.

5.4. Wat betreft het gebruik dat zijn kantoor van een 0900 nummer maakt stelt de gerechtdeurwaarder dat het gebruik van dit nummer niet duurder is dan het gebruik van zijn gewone telefoonnummer, namelijk 2,5 cent per minuut. De telefonische bereikbaarheid van zijn kantoor is met de ingebruikname van het 0900 nummer juist toegenomen.

6. De beoordeling

6.1. Ten aanzien van de betekening van het dwangbevel oordeelt het hof als volgt. De gerechtsdeurwaarder heeft terecht getracht het dwangbevel te betekenen aan het adres [straat] [nummer] te [plaats]. Dit adres werd in het Handelsregister immers als kantooradres van de stichting genoemd. Daar deze betekening tevergeefs was (klager wenste het exploot niet in ontvangst te nemen en deelde mee dat de inschrijving in het Handelsregister niet meer juist was) zijn de kosten hiervan terecht in rekening gebracht bij de tweede betekening. De hoogte van kosten komt overeen met het desbetreffende tarief, zoals vermeld in het Besluit Tarieven Ambtshandelingen Gerechtsdeurwaarders.

Het hof is echter van oordeel dat de tweede betekening ten onrechte aan het privé-adres van klager is gedaan. Het hof laat hierbij buiten beschouwing of de gerechtsdeurwaarder al dan niet op alle bellen heeft gedrukt. Immers, klager stond niet als bestuurder van de Stichting genoemd in het Handelsregister. De gerechtsdeurwaarder had er niet vanuit mogen gaan dat, nu klagers moeder als bestuurder stond vermeld, het dwangbevel aan het privé-adres van klager mocht worden betekend, omdat hij feitelijk bestuurder zou zijn. Er was ook geen aanleiding voor de gerechtsdeurwaarder om hiervan uit te gaan nu dit de eerste keer was dat de gerechtsdeurwaarder met deze stichting van doen had. In zoverre is dit klachtonderdeel gegrond.

6.2. Ten aanzien van het klachtonderdeel dat ziet op het gebruik van een 0900 nummer oordeelt het hof als volgt. In zijn beslissing van 20 oktober 2005 (LJN AU5084) heeft het hof bepaald dat kosten voor telefonische informatie aan debiteuren en derden reeds in de tarieven verdisconteerd zijn en dat het een gerechtsdeurwaarder niet past kosten ingevolge een 0900-servicenummer ten laste van de justitiabele te laten komen. In het onderhavige geval betreft het echter een 0900-nummer waar geen extra kosten mee zijn gemoeid. De gerechtsdeurwaarder heeft onbestreden betoogd dat de op het briefpapier – onder het nummer – vermelde kosten (2,5 ct/min) niet hoger zijn dan de kosten van bellen met een regulier nummer. Het hof is van oordeel dat in een dergelijk geval, waarin voor belanghebbenden uitdrukkelijk kenbaar is dat geen hogere kosten in rekening worden gebracht, het gebruik van een 0900-nummer wel geoorloofd is. Dit klachtonderdeel zal dan ook ongegrond worden verklaard. Dit geldt ook voor het onderdeel, waarin klager stelt dat het kantoor van de gerechtsdeurwaarder telefonisch slecht bereikbaar is. Klager heeft onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd waaruit dit blijkt.

6.3. Wat betreft het onderdeel van de klacht dat het niet mogelijk is om via internet geld naar de bankrekening van de gerechtsdeurwaarder over te maken oordeelt het hof dat hiervoor onvoldoende feiten en omstandigheden zijn aangevoerd door klager. Dit onderdeel van de klacht is dan ook ongegrond.

6.4. Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht, kan als in het voorgaande reeds behandeld dan wel als thans niet ter zake dienend buiten beschouwing blijven.

6.5. Het voorgaande leidt ertoe dat de beslissing van de kamer zal worden vernietigd, met uitzondering van de vaststelling van de feiten. Het hof acht termen aanwezig om de gerechtsdeurwaarder de maatregel van berisping op te leggen.

6.6. Het hiervoor overwogene leidt mitsdien tot de volgende beslissing.

7. De beslissing

Het hof:

- vernietigt de beslissing van de kamer van 24 juni 2008, met uitzondering van de vaststelling van de feiten, en opnieuw rechtdoende:

- verklaart, onder verwijzing naar onderdeel 6 van deze beslissing, de klacht gegrond en gedeeltelijk ongegrond;

- legt de gerechtsdeurwaarder de maatregel van berisping op.

Deze beslissing is gegeven door mrs. A.D.R.M. Boumans, W.H.F.M. Cortenraad en L.J. Saarloos en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 21 juli 2009 door de rolraadsheer.

Kamer voor Gerechtsdeurwaarders te Amsterdam

Beschikking van 24 juni 2008 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met het nummer 547.2008 ingesteld door:

[ ],

wonende te [ ],

klager,

tegen:

[ ],

gerechtsdeurwaarder te [ ],

beklaagde.

Verloop van de procedure

Bij brief met bijlagen ingekomen op 26 oktober 2007 heeft klager een klacht ingediend tegen beklaagde, hierna de gerechtsdeurwaarder.

Bij brieven van 27 oktober 2007 en 8 januari 2008 heeft de secretaris van de Kamer de gerechtsdeurwaarder verzocht om op de klacht te reageren.

De gerechtsdeurwaarder heeft niet gereageerd.

De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 13 mei 2008 alwaar klager is verschenen.

De gerechtsdeurwaarder is, hoewel deugdelijk opgeroepen, niet verschenen.

Van de behandeling is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.

De uitspraak is bepaald op 24 juni 2008.

1. De feiten

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden.

a) De gerechtsdeurwaarder is belast met een door de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor [ ] uitgevaardigd dwangbevel. Dit dwangbevel is uitgevaardigd tegen een stichting. Volgens een uittreksel d.d. 25 oktober 2007 uit het handelsregister is deze stichting niet op het adres van klager gevestigd en is de moeder van klager enig bestuurder.

b) Op 25 oktober 2007 heeft de gerechtsdeurwaarder het dwangbevel betekend aan het woonhuis van klager door achterlating in een gesloten envelop.

2. De klacht

Klager verwijt de gerechtsdeurwaarders verkort samengevat dat:

1) deze hem ten onrechte heeft aangemerkt als bestuurder;

2) deze een zakelijk dwangbevel heeft betekend op een privé adres;

3) deze in het exploot van betekening ten onrechte heeft verklaard dat hij niemand heeft aangetroffen en daarmee valsheid in geschrifte heeft gepleegd;

4) deze exorbitante kosten (€ 184,43 bij een hoofdsom van € 21,62) in rekening heeft gebracht;

5) diens kantoor slechts bereikbaar is via een 0900 telefoonnummer. Bovendien wordt regelmatig de telefoon niet beantwoord;

6) het niet mogelijk is om via het internet geld naar de bankrekeningen van de gerechtsdeurwaarder over te maken.

3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder

De gerechtsdeurwaarder heeft geen verweer gevoerd.

4. De beoordeling van de klacht

4.1 Wegens het ontbreken van een weerwoord van de gerechtsdeurwaarder moet als vaststaand worden aangenomen dat deze het dwangbevel ten onrechte aan klager heeft betekend, in het exploot van betekening in strijd met de waarheid heeft vermeld dat hij op het adres van klager niemand heeft aangetroffen en bij de betekening niet heeft aangebeld terwijl klager thuis was. De onderdelen 1 en 3 van de klacht moeten daarom gegrond verklaard worden.

4.2 Onderdeel 2 van de klacht is ongegrond. Er is geen rechtsregel die verbiedt dat een exploot voor een bestuurder van een rechtspersoon wordt uitgebracht aan diens woning en die wijze van betekening is ook anderszins niet ongeoorloofd te achten. Dat klager geen bestuurder was, blijft bij de beoordeling van dit klachtonderdeel buiten beschouwing.

4.3 In het betekeningsexploot is onder meer aanspraak gemaakt op een bedrag van € 25,95 wegens "executiekosten". Zonder nadere toelichting valt niet in te zien wat met deze post wordt bedoeld en op grond waarvan het bedrag verschuldigd zou zijn. Wegens het ontbreken van verweer en het niet verschijnen van de gerechtsdeurwaarder ter zitting is die toelichting achterwege gebleven. Onderdeel 4 van de klacht zal daarom in zoverre gegrond verklaard worden. Voor het overige berusten de in rekening gebrachte kosten op de wet. Dat het totaal van die kosten veel hoger is dan de hoofdsom leidt daarom niet tot een tuchtrechtelijk verwijt. .

4.4 Ook onderdeel 5 van de klacht is gegrond. In het onderhavige exploot is als telefoonnummer van het kantoor van de gerechtsdeurwaarder slechts een 0900-nummer vermeld. Bij beslissing van 20 oktober 2005 (LJN AU5048) heeft het Gerechtshof te Amsterdam in hoger beroep in een andere klachtzaak onder meer overwogen dat de kosten voor telefonische informatie aan debiteuren en derden op grond van het bepaalde van artikel 1 BTAG reeds in de tarieven verdisconteerd zijn en het de gerechtsdeurwaarder niet past de kosten ingevolge het 0900-servicenummer ten laste van de justitiabele te laten komen, door uitsluitend het 0900-servicenummer en niet tevens een "gewoon" telefoonnummer te vermelden.

4.5 Klager heeft onvoldoende onderbouwd dat betalingen zijn mislukt om de door hem aangevoerde reden. Onderdeel 6 van de klacht zal daarom ongegrond worden verklaard.

4.6 Voor zover de klacht gegrond is verklaard leidt deze tot ernstige verwijten aan de gerechtsdeurwaarder. Er is daarom reden de hierna te noemen maatregel op te leggen.

BESLISSING:

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

- verklaart de onderdelen 1, 3 en 5 van de klacht gegrond;

- verklaart onderdeel 4 van de klacht deels gegrond, deels ongegrond;

- verklaart onderdelen 2 en 6 van de klacht ongegrond;

- legt aan de gerechtsdeurwaarder de maatregel van schorsing op voor de duur van twee weken, welke maatregel van kracht wordt op een na onherroepelijk worden van de beslissing per aangetekende brief aan de gerechtsdeurwaarder door de Kamer mee te delen datum.

Aldus gegeven door mr. S.G. Ellerbroek, voorzitter en mr. N.C.H. Blankevoort en mr. A.C.J.J.M. Seuren (plaatsvervangend) leden, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 juni 2008 in tegenwoordigheid van de secretaris.

Coll.:

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam, postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.