Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2009:BK1104

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
28-07-2009
Datum publicatie
23-10-2009
Zaaknummer
200.029.825-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Schuldsanering. Afwijzing toelating. Advocaat heeft zich onttrokken. Goede trouw niet aannemelijk gemaakt. Verbeurde dwangsommen. Schulden aan de gemeente, vanwege het zonder vergunning bouwen van een hek, hadden kunnen worden voorkomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

ARREST van 28 juli 2009 in de zaak met zaaknummer 200.029.825/01 van:

Appellant,

thans: zonder bekende woon- en/of verblijfplaats,

advocaat: mr. B.J. Mekkelholt te Den Helder, die zich bij fax van 8 juli 2009 als advocaat aan de zaak heeft onttrokken.

1. Het geding in hoger beroep

1.1. Appellant is bij op 3 april 2009 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift samen met X in hoger beroep gekomen van de beslissingen van de rechtbank Alkmaar van 26 maart 2009 met rekestnummers 108336/FT-EA 09.67 respectievelijk 108338/FT-EA 09.68, bij welke beslissingen het verzoek van appellant en X tot van toepassing verklaring van de wettelijke schuldsaneringsregeling is afgewezen.

Op het verzoek in hoger beroep van X zal bij separaat arrest worden beslist.

1.2. Het hoger beroep is behandeld ter terechtzittingen van 9 juni 2009 en 14 juli 2009. Bij die behandelingen is alleen appellant verschenen.

2. De gronden van de beslissing

2.1. De rechtbank heeft in de beslissing waarvan beroep het verzoek van appellant om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling afgewezen, daar niet aannemelijk is geworden dat appellant onder meer ten aanzien van de schulden aan de gemeente Anna Paulowna ad € 5.070,-- en € 3.820,-- betreffende opgelegde dwangsommen te goeder trouw is geweest, terwijl de rechtbank ernstige twijfels heeft of twee schulden aan reisbureaus en een schuld aan een fitness center te goeder trouw zijn ontstaan. Van enige omstandigheid die tot een ander oordeel zou moeten leiden is volgens de rechtbank niet gebleken.

2.2. In hoger beroep is het volgende gebleken.

2.2.1. Appellant en X zijn op 6 juni 2008 in algehele gemeenschap van goederen gehuwd. Zij hebben geen kinderen. Appellant heeft twee kinderen uit een vorig huwelijk. Appellant en X leven inmiddels gescheiden en hebben echtscheiding aangevraagd. X was enig bestuurder en aandeelhouder van een bouwbedrijf, de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Y B.V. Deze vennootschap is op 6 januari 2009 in staat van faillissement verklaard. Appellant was bij de vennootschap in loondienst. Hij is thans werkzoekende. De echtelijke woning is onlangs openbaar verkocht. Appellant verblijft bij vrienden.

2.2.2. De totale schuldenlast van appellant (en X) bedroeg blijkens de verklaring ex artikel 285 Faillissementswet (Fw.) op 13 februari 2009 € 163.358,11.

2.2.3. Appellant heeft ter zitting in hoger beroep verklaard dat hij heeft getracht een andere advocaat te vinden teneinde te worden bijgestaan. Dat is hem niet gelukt, daar hij niet in staat is het door de advocaat verlangde voorschot te betalen. Hij komt niet in aanmerking voor een toevoeging. Hij heeft verzocht de behandeling zonder bijstand van een advocaat voort te zetten en hem alsnog tot de schuldsaneringsregeling toe te laten.

2.3. De beoordeling

2.3.1. Bij de beoordeling van het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling stelt het hof voorop dat de schuldenaar aannemelijk dient te maken dat hij/zij ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van zijn/haar schulden in de vijf jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend, te goeder trouw is geweest. Naar het oordeel van het hof heeft appellant een en ander niet aannemelijk gemaakt. Uit het proces-verbaal van de zitting in eerste aanleg is gebleken dat de schulden aan de gemeente Anna Paulowna op grond van verbeurde dwangsommen onder meer zijn ontstaan vanwege het zonder vergunning bouwen van een hek rond het erf van appellant en X. Zij hadden deze schulden kunnen voorkomen door aan de eisen van de gemeente te voldoen en worden dan ook geacht ten aanzien van het ontstaan daarvan niet te goeder trouw te zijn geweest. Reeds deze schulden aan de gemeente Anna Paulowna staan aan toelating van appellant tot de schuldsaneringsregeling in de weg.

2.3.2. De beslissing waarvan beroep zal worden bekrachtigd. Er zijn geen omstandigheden gesteld of gebleken die een andere conclusie rechtvaardigen.

3. De beslissing

Het hof:

- bekrachtigt de beslissing waarvan beroep.

Dit arrest is gewezen door mrs. A.D.R.M. Boumans, A. Bockwinkel en C.Ch. Mout en uitgesproken ter openbare terechtzitting van het hof van 28 juli 2009 in tegenwoordigheid van de griffier.

Van dit arrest kan gedurende acht dagen na die van de uitspraak beroep in cassatie worden ingesteld door middel van een verzoekschrift in te dienen ter griffie van de Hoge Raad.