Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2009:BK1071

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
07-07-2009
Datum publicatie
23-10-2009
Zaaknummer
200.031.053-01 en 200.031.056-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Schuldsanering. Tussentijdse beëindiging zonder schone lei. Termijnoverschrijding. Advocaat van appellanten heeft verzuimd tijdig hoger beroep in te stellen. Niet ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

ARREST van 7 juli 2009 in de zaak met zaaknummers 200.031.053/01 en 200.031.056/01 van:

1. X,

2. Y,

echtelieden,

beiden wonende te Amsterdam,

APPELLANTEN,

advocaat: mr. A.L.M. Vreeswijk te Amsterdam.

1. Het geding in hoger beroep

1.1 Appellanten – hierna als zodanig aangeduid tenzij anders aangegeven – zijn bij per fax op 17 april 2009 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift in hoger beroep gekomen van het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 8 april 2009 met insolventienummers 07/624-R en 07/625-R, waarbij ten aanzien van appellanten de toepassing van de schuldsaneringsregeling tussentijds is beëindigd op de wijze zoals in het dictum van die beslissing is vermeld.

1.2 De advocaat van appellanten heeft het hof bij het verzoekschrift een brief doen toekomen en voorts heeft hij op 17 juni 2009 producties aan het hof overgelegd. De bewindvoerder heeft een verslag gedateerd 15 juni 2009 overgelegd.

1.3 Het hoger beroep is behandeld ter terechtzitting van 23 juni 2009. Bij die behandeling zijn appellanten, bijgestaan door hun advocaat, verschenen.

2. De ontvankelijkheid van het hoger beroep

2.1 In eerste plaats dient de vraag te worden beantwoord of appellanten in hun hoger beroep kunnen worden ontvangen.

2.2 Artikel 351, eerste lid, van de Faillissementswet (Fw) bepaalt dat de schuldenaar van een vonnis als het vonnis waarvan beroep gedurende acht dagen na de dag van de uitspraak in hoger beroep kan komen.

2.3 Appellanten hebben, als hiervoor onder 1.1 weergegeven, hoger beroep ingesteld op 17 april 2009, derhalve een dag na het verstrijken van de appeltermijn. Dit leidt in beginsel tot niet-ontvankelijkheid. Een uitzondering op deze regel is gerechtvaardigd indien appellanten ten gevolge van een door de griffie van de rechtbank begane fout of verzuim niet tijdig wisten en redelijkerwijs ook niet konden weten dat de rechtbank vonnis had gewezen en het vonnis hun als gevolg van een niet aan hen toe te rekenen fout of verzuim pas na afloop van de termijn voor het instellen van het hoger beroep is toegezonden of verstrekt, dan wel zodanig laat is toegezonden of verstrekt dat daartegen redelijkerwijs niet meer binnen de termijn een beroepschrift kon worden ingediend.

2.4 Appellanten voeren aan dat zij tijdig de hulp hebben ingeschakeld van een advocaat, maar dat deze door persoonlijke omstandigheden bij hem thuis vergeten is tijdig hoger beroep in te stellen. Appellanten hebben gesteld dat er sprake is van overmacht en dat, nu hen niets te verwijten valt, zij ontvankelijk verklaard dienen te worden in hun verzoek.

2.5 Van een grond voor het maken van een uitzondering als hiervoor bedoeld is in het onderhavige geval niet gebleken. Gesteld noch gebleken is dat zich een situatie als hiervoor onder 2.3 omschreven heeft voorgedaan. Dat de advocaat van appellanten door persoonlijke omstandigheden niet tijdig hoger beroep heeft ingesteld, levert geen grond op om appellanten ondanks de overschrijding van de wettelijke appeltermijn niettemin ontvankelijk te achten in hun hoger beroep. De rechtszekerheid brengt met zich mee dat strikt de hand moet worden gehouden aan de beroepstermijn.

Het vorengaande leidt er toe dat appellanten in hun hoger beroep niet kunnen worden ontvangen.

3. De beslissing

Het hof:

- verklaart appellanten niet-ontvankelijk in het door hen ingestelde hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door mrs. A. Bockwinkel, S. Clement en P.J. Duinkerken en uitgesproken ter openbare terechtzitting van het hof van 7 juli 2009 in tegenwoordigheid van de griffier.

Van dit arrest kan gedurende acht dagen na die van de uitspraak beroep in cassatie worden ingesteld door middel van een verzoekschrift in te dienen ter griffie van de Hoge Raad.