Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2009:BK0771

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
22-09-2009
Datum publicatie
21-10-2009
Zaaknummer
200.027.715-01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

bewind vs curatele

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RFR 2010, 4
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

MEERVOUDIGE FAMILIEKAMER

BESCHIKKING van 22 september 2009 in de zaak met landelijk zaaknummer 200.027.715/01 van:

[…],

wonende te […],

APPELLANT,

advocaat: mr. E.A.M. Hertoghs te Alkmaar,

tegen

HET OPENBAAR MINISTERIE,

vertegenwoordigd door de advocaat-generaal in het ressort Amsterdam.

1. Het geding in hoger beroep

1.1. Appellant wordt hierna [X] genoemd.

1.2. [X] is op 11 maart 2009 in hoger beroep gekomen van de beschikking van 16 december 2008 van de kantonrechter in de rechtbank te Alkmaar, met kenmerk 275435 EJ VERZ 08-950 HMS.

1.3. Mevrouw M.V. van de Ven-Dijkman (hierna: Van de Ven) heeft op 12 mei 2009 een verweerschrift ingediend.

1.4. De zaak is op 16 juli 2009 ter zitting behandeld.

1.5. Ter zitting zijn verschenen:

- [X], bijgestaan door zijn advocaat;

- mr. R.C. Tdlohreg, advocaat-generaal bij dit gerechtshof;

- mevrouw M.J. Selnick-Marzullo, behandelend psychiater van [X];

- de heer P. Schellekens, curator (hierna: Schellekens).

2. De feiten

2.1. [X] is geboren [in] 1962 en hij verblijft sinds juni 2006 op de [naam instelling]. Mevrouw Selnick-Marzullo is de huidig behandelend psychiater van [X]. Zij heeft de behandeling van [X] overgenomen van Van de Ven.

2.2. Bij de stukken bevinden zich:

- het verzoek van Van de Ven van 16 juni 2008 aan het Openbaar Ministerie strekkende tot ondercuratelestelling van [X];

- een bereidverklaring van Schellekens van 30 juli 2008;

- een medische verklaring van Van de Ven van 4 november 2008, waaruit blijkt dat [X] lijdt aan een ernstige vorm van schizofrenie met een chronisch verloop;

- een toelichting van Van de Ven van 4 mei 2009 op het verweerschrift dat mr. T.A.M. van den Ende namens haar heeft ingediend.

3. Het geschil in hoger beroep

3.1. Bij de bestreden beschikking is [X], op verzoek van de Officier van Justitie in het arrondissement Alkmaar, wegens een geestelijke stoornis onder curatele gesteld en is Schellekens tot curator benoemd.

3.2. [X] verzoekt, met vernietiging van de bestreden beschikking, primair het inleidend verzoek alsnog af te wijzen en subsidiair de ondercuratelestelling te vervangen door bewindvoering.

3.3. De advocaat-generaal verzoekt – naar het hof begrijpt – de bestreden beschikking te vernietigen en de goederen van [X] onder bewind te stellen.

3.4. Van de Ven verzoekt de bestreden beschikking te bekrachtigen.

4. Beoordeling van het hoger beroep

4.1. Voor zover de tweede grief van [X] is gericht tegen de gang van zaken in de procedure in eerste aanleg, behoeft die geen bespreking, aangezien het hoger beroep mede kan worden benut om eventuele fouten en omissies in eerste aanleg te herstellen.

4.2. In het onderhavige geschil dient het hof te beoordelen of de gronden voor ondercuratelestelling van [X] aanwezig zijn. Ingevolge artikel 1:378 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan een meerderjarige door de kantonrechter onder curatele worden gesteld wegens een geestelijke stoornis, waardoor de gestoorde, al dan niet met tussenpozen, niet in staat is of bemoeilijkt wordt zijn belangen behoorlijk waar te nemen.

4.3. De eerste en de derde grief van [X] lenen zich voor gezamenlijke behandeling. [X] stelt zich op het standpunt dat de ondercuratelestelling ten onrechte is uitgesproken. Hij ontkent dat hij zijn belangen niet goed kan waarnemen en dat hij lijdt aan een geestelijke stoornis, althans aan een stoornis die zodanig is dat ondercuratelestelling noodzakelijk is. Subsidiair stelt [X] dat onvoldoende is onderzocht of met minder verstrekkende maatregelen volstaan had kunnen worden.

Ter zitting in hoger beroep heeft de advocaat-generaal betoogd dat hij zich kan vinden in het subsidiaire verzoek van [X]. [X] heeft een deel van zijn schulden afgelost, ervaart minder stress en is in een beter evenwicht gekomen. Gelet hierop kan met de maatregel van beschermingsbewind worden volstaan.

4.4. Ter zitting in hoger beroep heeft Schellekens verklaard dat de samenwerking met [X] goed verloopt en dat hij bereid is om ten behoeve van [X] op te treden als bewindvoerder.

4.5. Het hof overweegt als volgt. Uit de medische verklaring van Van de Ven van 4 november 2009 komt naar voren dat [X] regelmatig verkeersboetes krijgt en dat hij schulden heeft bij het Centraal Justitieel Incassobureau. Zijn post bestaat voornamelijk uit aanmaningen en dwangbevelen. Dit vormt voor hem een grote stressfactor, hetgeen waarschijnlijk bijdraagt aan een toename van psychotische belevingen, aldus Van de Ven. Ter zitting in hoger beroep is gebleken dat [X] gebaat is bij een maatregel. Sinds de curatele is opgelegd zijn de schulden van [X] voor een deel afgelost, ervaart hij minder stress en is hij in een beter evenwicht gekomen. Schellekens is bezig om een regeling te treffen met de verzekeringsmaatschappij in verband met een schuld van [X] van € 7.000,- ontstaan als gevolg van een ongeval. Het hof acht het in het belang van [X] dat deze schuld en de resterende overige schulden op juiste wijze worden afgewikkeld. Hiertoe is [X] zelf, gelet op de betalingsachterstand die ontstaan is bij de AWBZ-instelling en het feit dat hij geld opzij heeft gezet in plaats van zijn schulden af te lossen, niet in staat. Een beschermingsmaatregel is derhalve noodzakelijk, doch bezien dient te worden of ondercuratelestelling van [X] aangewezen is.

4.6. Uit de parlementaire geschiedenis vloeit voort dat in die gevallen waarin betrokkene als gevolg van zijn geestelijke toestand tot behoorlijke waarneming van zijn vermogensrechtelijke belangen buiten staat is, voor de keuze tussen de in aanmerking komende beschermingsregimes niet bepalend is de mate waarin hij als gevolg van die toestand in de waarneming van bedoelde belangen is belemmerd, maar het antwoord op de vraag of, gezien de omstandigheden van het geval, met instelling van een bewind over een of meer goederen van de betrokkene kan worden volstaan, dan wel aan het meer ingrijpende middel van ondercuratelestelling behoefte bestaat. Dat blijkt uit de parlementaire geschiedenis.

4.7. Op grond van artikel 1:431 BW kan, indien een meerderjarige als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat is ten volle zelf zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen, een bewind ingesteld worden over één of meer van de goederen, die hem als rechthebbende toebehoren of zullen toebehoren. Het bewind heeft alleen betrekking op de goederen van de rechthebbende. De curatele op grond van een geestelijke stoornis strekt zich ook uit over de persoon van de betrokkene. In de regel pleegt curatele slechts te worden verzocht indien de onder curatele te stellen persoon enig vermogen heeft dat hij of zij zelf niet in staat is te beheren en de onder curatele te stellen persoon ook andere dan vermogensrechtelijke belangen niet zelf kan behartigen.

Nu gebleken is dat [X] voornamelijk schulden en nauwelijks vermogen heeft, de samenwerking tussen hem en Schellekens goed verloopt en zijn overige persoonlijke belangen (behandeling en verzorging) behartigd worden door de AWBZ-instelling waar hij verblijft, is het hof van oordeel dat met onderbewindstelling van [X] kan worden volstaan. Het hof zal de bestreden beschikking dan ook vernietigen.

4.8. Dit leidt tot de volgende beslissing.

5. Beslissing

Het hof:

vernietigt de beschikking waarvan beroep en, opnieuw rechtdoende;

stelt de goederen, die toebehoren of zullen toebehoren aan [X] voornoemd onder bewind;

benoemt tot bewindvoerder P. Schellekens, h.o.d.n. Schellekens Budget Beheer, correspondentieadres: postbus 9163, 1800 GD Alkmaar;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het in hoger beroep meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. C.G. Kleene-Eijk, M.M.A. Gerritzen-Gunst en L.H.M. Zonnenberg in tegenwoordigheid van mr. R.M. van Diepen als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 22 september 2009 .