Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ7309

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
08-09-2009
Datum publicatie
09-09-2009
Zaaknummer
23-005643-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Overval in woning. Bewijs medeplegen; uitvoeringshandelingen verricht door mededaders. Straftoemeting ter zake.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

arrestnummer:

parketnummer: 23-005643-08

datum uitspraak: 8 september 2009 (promis)

TEGENSPRAAK

ARREST VAN HET GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 30 oktober 2008 in de strafzaak onder parketnummer 13-523055-08 van het openbaar ministerie

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1986],

adres: [adres], 1102 DE Amsterdam Zuidoost,

thans verblijvende in PI Noord Holland Noord, Het Keern ZBB te Hoorn.

Omvang van het hoger beroep

De verdachte is door rechtbank Amsterdam vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 2 is ten laste gelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404 van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg van 25 juli 2008 en 16 oktober 2008 en op de terechtzittingen in hoger beroep van 9 april 2009, 26 juni 2009 en 25 augustus 2009.

Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding, overeenkomstig de op de terechtzitting in eerste aanleg van 16 oktober 2008 op vordering van de officier van justitie toegestane wijziging tenlastelegging.

De tenlastelegging houdt in, dat:

1 primair:

hij op of omstreeks 4 februari 2008 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen uit een woning (perceel [adres]) een (schouder)tas met inhoud (750 euro, althans enig geldbedrag, een rijbewijs en/of een identiteitskaart), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan[slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die[slachtoffer] en/of[slachtoffer/getuige], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat hij verdachte en/of zijn mededader(s) een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer] en/of die [slachtoffer/getuige] heeft/hebben gericht en/of die [slachtoffer] meermalen (met kracht) (met dat vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp) op het hoofd en/of tegen het lichaam heeft/hebben geslagen en/of (meermalen) heeft/hebben geroepen "schiet hem" en/of heeft/hebben gezegd "geef me je tas, geef me je spullen, spullen!", althans woorden van die aard en/of strekking en/of de (schouder)tas van die [slachtoffer] uit de handen van die [slachtoffer] heeft/hebben gerukt en/of gepakt en/of de jas van die [slachtoffer] heeft/hebben gepakt,

welk geweld een gebroken neus, in elk geval zwaar lichamelijk letsel bij die [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad;

1 subsidiair:

(Een) onbekend gebleven pers(o)n(en) op of omstreeks 4 februari 2008 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft/hebben weggenomen uit een woning (perceel [adres]) een (schouder)tas met inhoud (750 euro, althans enig geldbedrag, een rijbewijs en/of een identiteitskaart), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan deze onbekend gebleven perso(o)n(en) en/of zijn/hun mededader(s) en/of verdachte,

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] en/of [slachtoffer/getuige], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat deze onbekend gebleven pers(o)n(en) en/of zijn/hun mededader(s) een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer] en/of die [slachtoffer/getuige] heeft/hebben gericht en/of die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, (met kracht) (met dat vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp) op het hoofd en/of tegen het lichaam heeft/hebben geslagen en/of (meermalen) heeft/hebben geroepen "Schiet hem" en/of heeft/hebben gezegd "geef me je tas, geef me je spullen, spullen!", althans woorden van die aard en/of strekking en/of de (schouder)tas van die [slachtoffer] uit de handen van die [slachtoffer] heeft/hebben gerukt en/of gepakt en/of de jas van die [slachtoffer] heeft/hebben gepakt, welk geweld een gebroken neus, in elk geval zwaar lichamelijk letsel bij die [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 4 februari 2008 te Amsterdam en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichting heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door de genoemde onbekend(e) gebleven perso(o)n(en) en/of zijn/hun mededader(s) een routebeschrijving te geven richting een woning (aan de [adres], Amsterdam) alwaar die [slachtoffer] zich (op dat moment) bevond en/of de verblijfplaats van die [slachtoffer] door te geven;

2

hij op of omstreeks 4 februari 2008 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer/getuige] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft (hebben) hij, verdachte, en/of (een of meer) van zijn mededader(s) die [slachtoffer/getuige] (toen zij de plek van de overval wilde ontvluchten) de trap (weer) op geduwd en/of die [slachtoffer/getuige] tegengehouden;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, leest het hof deze verbeterd. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof zich daarmee niet geheel verenigt.

Het bewijs

Inleiding

De in de voetnoten als processen-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en) en voldoen aan de daaraan bij de wet gestelde eisen. Verwezen wordt naar de desbetreffende pagina's in het dossier.

Standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal is van mening dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan het plegen van diefstal met geweld en verenigt zich met de bewezenverklaring van de rechtbank en de motivering daarvan.

Standpunt van de verdachte en zijn raadsvrouw

De raadsvrouw van de verdachte heeft bepleit dat de verdachte behoort te worden vrijgesproken van het primair en subsidiair tenlastegelegde. Zij heeft daartoe - zoals vervat in de ter terechtzitting overgelegde pleitnota - in de kern het volgende aangevoerd.

De inhoud van de verklaring van de verdachte met betrekking tot zijn handelen voorafgaand aan, tijdens en na afloop van - kort gezegd - de overval op 4 februari 2008 te Amsterdam, zoals hiervoor weergegeven, laat de mogelijkheid open dat de verdachte het tenlastegelegde feit niet heeft begaan. De verdachte was een getuige van het gebeurde, niet meer dan dat. Met verwijzing naar de verklaringen van het slachtoffer [slachtoffer], het feit dat [slachtoffer] behalve een rugtas ook een buideltas bij zich had, en de weigering van die [slachtoffer] inzicht te verschaffen in zijn bankadministratie, heeft de rechtbank ten onrechte de door de verdachte afgelegde verklaring als ongeloofwaardig terzijde geschoven, aldus de raadsvrouw.

Medepleger

De raadsvrouw heeft subsidiair bepleit dat de rechtbank in het vonnis waarvan beroep de verdachte ten onrechte als medepleger van de tenlastegelegde diefstal met geweld heeft aangemerkt. De verdachte mag dan wel informatie aan die anderen hebben verstrekt over de verblijfplaats van [slachtoffer], over de door hem gedragen kleding en tas, zulks is onvoldoende om hem als medepleger te kwalificeren. Te minder nu niet kan worden vastgesteld dat de verdachte enige uitvoeringshandeling heeft verricht. Van de voor het aannemen van medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking houdt het dossier geen materiaal in. Indien al tot een bewezenverklaring gekomen zou kunnen worden, dan ligt het aannemen van de rol van medeplichtige meer voor de hand.

Voorwaardelijk opzet

De raadsvrouw heeft voorts aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de verdachte voorwaardelijk opzet had op het bij de diefstal gebruikte geweld. Daarvan is geen sprake nu de verdachte geen opzet had op de diefstal, laat staan op geweld en zeker niet op het feitelijk toegepaste geweld.

Vaststaande feiten

Op 4 februari 2008 omstreeks 11.00 uur bevond Eibert [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer]) zich in de woning van Melanie B. [slachtoffer/getuige] (hierna: [slachtoffer/getuige]) op het adres [adres] te [woonplaats]. Na ongeveer één uur is de verdachte in de woning gekomen2. De verdachte heeft in die woning regelmatig naar een man, (bij)genaamd Sweet Torie gebeld3. Vervolgens heeft hij de woning gedurende korte tijd verlaten4. Ook buiten de woning heeft de verdachte regelmatig naar Sweet Torie gebeld én heeft hij hem sms-berichten gestuurd. De verdachte heeft gebeld en gesms't naar telefoonnummers die in zijn telefoon zijn gekoppeld aan de namen Sweet Torie5 en Sweet Torie 26. Deze nummers waren toen en daar bij één en dezelfde persoon in gebruik7.

Deze sms-berichten bevatten onder meer een routebeschrijving (tweede afslag van naar rechts dan met de bocht mee naar rechts lange dan het einde rechts dan weer rechtsdoor dan waar je we og naar links gingen dan rechts), het huisnummer van de woning van [slachtoffer/getuige] (nr. 95) en een signalement van [slachtoffer] (a wer wang oranje vest a het is die rugtas, waarbij "a wer wang oranje vest" betekent: hij draagt een oranje vest) 8. [slachtoffer] droeg die dag een oranje fluoriserende jas9 en was in het bezit van een tas10. Na ongeveer twintig minuten is de verdachte in de woning teruggekeerd11.

Op enig moment - in de woning bevonden zich toen [slachtoffer/getuige], [slachtoffer] en de verdachte - kwamen er twee mannen, onder wie Sweet Torie12, de woning binnen; één van die mannen had een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in zijn hand13. Er is meermalen tegen [slachtoffer] gezegd en geroepen: "Schiet hem en geef me je tas, geef me je spullen, spullen!". Die mannen hebben [slachtoffer] vastgepakt en naar de gang gesleept. Daar is hij meermalen, onder meer met het op een vuurwapen gelijkend voorwerp tegen het hoofd en zijn lichaam geslagen14. Toen [slachtoffer/getuige] probeerde [slachtoffer] te helpen, werd het op een vuurwapen gelijkende voorwerp op haar gericht15. Uiteindelijk is het hen gelukt om een tas uit de handen van [slachtoffer] los te rukken en zijn de mannen het huis uit gevlucht. In die tas zat onder meer een rijbewijs, een identiteitskaart en geld16.

[slachtoffer], gevolgd door de verdachte, is achter de mannen aan naar buiten gelopen17. De verdachte is vervolgens, onder achterlating van zijn zwarte tas met daarin twee telefoons18, in een auto gestapt en is vervolgens daarin weggereden19.

Uit de medische rapportage blijkt dat [slachtoffer] letsel aan het hoofd (trauma capitis) en een neusfractuur heeft opgelopen20. Het letsel bestaat uit diverse open wonden en zwellingen in zijn gezicht21.

Overwegingen en oordeel van het hof

De verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat hij slechts als getuige van een woningoverval kan worden aangemerkt. Volgens zijn verklaring heeft hij van het gepleegde misdrijf geen (voor)wetenschap gehad, noch heeft hij op enig moment de gedragingen van de twee overvallers ondersteund. De door hem, de verdachte, aan Sweet Torie verzonden sms-berichten en de met hem gevoerde telefoongesprekken zijn er slechts op gericht geweest het mogelijk te maken dat in de woning van [slachtoffer/getuige] (meer) cocaïne van Sweet Torie kon worden gekocht.

Het hof is van oordeel dat aan de verklaring van de verdachte geen geloof moet worden gehecht en deze mitsdien terzijde moet worden geschoven.

Het hof betrekt bij dat oordeel het aantal telefonische contacten dat de verdachte gedurende de korte aan de diefstal met geweld voorafgegane periode heeft gehad met Sweet Torie en de inhoud van de door de verdachte aan hem verzonden sms-berichten.

De verdachte heeft binnen een tijdsbestek van minder dan twee uur in totaal zeven keer uitgebeld naar Sweet Torie en heeft hem zeven sms-berichten gestuurd.

De door de verdachte verzonden sms-berichten hebben voor zover van belang als inhoud22:

- tweede afslag van naar rechts dan met de bocht mee naar rechts lange dan het einde rechts dan weer rechtsdoor dan waar je we og naar links gingen dan rechts

- rechtdoor en aan je rechterhand zie je de apotheek dan een zijstraat daarna rechts

- a wer wang oranje vest a het is die rugtas

- a wer wang oranje vest a het is die rugtas

- nr 95.

Politieambtenaren hebben de in evenbedoelde sms-berichten opgegeven route gevolgd en deze route heeft hen vanaf de oprit S116 naar het adres [adres] te [woonplaats] geleid.

De verdachte heeft voorts verklaard dat hij een signalement van [slachtoffer] aan Sweet Torie heeft gesms't. Dat was, volgens de verdachte, nodig omdat de verdachte korte tijd uit de woning weg was en Sweet Torie aan de hand van het signalement alvast cocaïne aan die [slachtoffer] kon afleveren, in het geval de verdachte bij aankomst van Seet Torie nog niet in de woning zou zijn.

Ook deze verklaring van de verdachte acht het hof ongeloofwaardig, reeds omdat niet valt in te zien dat op grond van de gegeven feiten en omstandigheden Sweet Torie niet zelf en zonder deze, door de verdachte gegeven persoonsomschrijving, in contact met die [slachtoffer] zou kunnen treden.

Het hof leidt - met de rechtbank - uit de tekst “a wer wang oranje vest a het is die rugtas” (hetgeen “hij draagt een oranje vest, het is die rugtas” betekent) af, dat de verdachte niet alleen het signalement van [slachtoffer] aan zijn mededaders heeft doorgegeven, maar ook specifiek heeft aangegeven welke tas van [slachtoffer] was. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij de tekst "het is die rugtas" per abuis heeft ingetoetst. Voor zover hij hiermee heeft bedoeld dat hij de gehele toevoeging per abuis heeft ingetoetst, wordt dit verweer verworpen. Voor zover hij hiermee heeft bedoeld, zoals door hem ter terechtzitting in eerste aanleg verklaard, dat hij had willen intoetsten "het is die met die rugtas" wordt ook dat verweer verworpen. In dit verband springt in het bijzonder in het oog dat is gebleken dat het de overvallers bij uitstek te doen is geweest om een tas van [slachtoffer]. Dat zij hem niet zijn rugtas maar zijn buideltas hebben ontnomen doet daaraan niet af. Mede in dit licht bezien gaat het hof voorbij aan de stelling van de verdachte dat het sms-bericht door de politie verkeerd moet zijn uitgelezen. Het is aldus de verdachte geweest die de overvallers willens en wetens naar [slachtoffer] (en diens tas) heeft geleid, welke [slachtoffer] zich in de woning en kamer bevond waarin ook de verdachte zich ophield.

Het hof waardeert de voor het bewijs gebezigde verklaring van [slachtoffer] - ook bezien in het licht van hetgeen daarover namens de verdachte naar voren is gebracht - als betrouwbaar. Dat [slachtoffer] geen inzicht heeft willen geven in zijn bankadministratie maakt dat oordeel niet anders.

Naar het oordeel van het hof is de verdachte, gelet op het voorgaande, strafbaar betrokken bij de tenlastegelegde diefstal met geweld.

Voor wat betreft de aard en intensiteit van die betrokkenheid en de strafrechtelijke duiding daarvan is van belang achtereenvolgens de inhoud van de door de verdachte verschafte informatie, de bedoeling die hij met het verschaffen ervan moet hebben gehad en de gedragingen die hij voorafgaand aan, tijdens en na afloop van de feitelijke diefstal met geweld heeft verricht en heeft nagelaten te verrichten.

Het hof overweegt in dat verband nader als volgt.

Vaststaat dat de verdachte geen van de in de tenlastelegging genoemde uitvoeringshandelingen heeft verricht. Daarmee is evenwel nog niet gegeven dat de verdachte met zijn aanwezigheid in de woning van [slachtoffer/getuige] ten tijde van de diefstal met geweld geen rechtens relevante rol heeft gehad.

Zo was door zijn aanwezigheid minstgenomen sprake van een versterking van het numerieke overwicht aan de zijde van de daders. Bovendien heeft de verdachte [slachtoffer/getuige], toen de overval zich voltrok, ervan weerhouden uit de woning te vluchten24. Daarmee heeft hij in ieder geval bewerkstelligd dat [slachtoffer/getuige] geen hulp kon inroepen met het gevolg dat Sweet Torie en die ander ongehinderd door konden gaan met het plegen van geweld jegens [slachtoffer] teneinde de tas met inhoud, die [slachtoffer] in zijn handen had, weg te kunnen nemen.

Daarbij komt nog dat ook de verdachte zich aanstonds, nadat Sweet Torie en die ander - in het bezit van de buit - uit de woning waren vertrokken, uit de voeten heeft gemaakt. Niet is gebleken dat hij zich om [slachtoffer] of [slachtoffer/getuige] heeft bekommerd, terwijl hij zich evenmin nadien met de politie in verbinding heeft gesteld, niet op naam noch anoniem.

Illustratief in dit verband acht het hof het feit dat de verdachte zijn eigendommen in de woning van die [slachtoffer/getuige] heeft achtergelaten en daar zijn achtergebleven.

Gelet op al deze feiten en omstandigheden, bezien in onderling verband en samenhang, kan het hof tot geen andere conclusie komen dan dat de verdachte nauw en bewust met anderen heeft samengewerkt teneinde de onder 1 primair tenlastegelegde diefstal met geweld te realiseren.

Met de rechtbank is het hof van oordeel dat de verdachte de aanmerkelijke kans op het gebruik van geweld tijdens de diefstal willens en wetens heeft aanvaard.

Het hof overweegt in dit verband dat als regel heeft te gelden dat mensen zich hun eigendommen niet vrijwillig laten afnemen. Zij zullen derhalve daartoe moeten worden gedwongen, bijvoorbeeld door dreiging met geweld dan wel door feitelijk uitgeoefend geweld. Dat [slachtoffer] op deze regel een uitzondering vormt is niet gebleken.

Het hof betrekt hierbij nog voorts, dat de verdachte, volgens de door hem ter terechtzitting in hoger beroep afgelegde verklaring, er blijk van heeft gegeven dat hij bekend was met de, naar zijn zeggen, gewelddadige reputatie van Sweet Torie, één van zijn mededaders. Het hof stelt bovendien vast, dat de verdachte zich niet van de gewelddadige gedragingen van zijn mededaders heeft gedistantieerd, terwijl niet aannemelijk is geworden dat de mogelijkheid daartoe voor hem niet heeft opengestaan. In dit verband releveert het hof herhaald dat de verdachte de getuige [slachtoffer/getuige] zelfs ervan heeft weerhouden uit de woning te vluchten.

Hoewel het jegens [slachtoffer] gepleegde geweld, naar het oordeel van het hof, als hevig moet worden aangemerkt, heeft dat geweld geen zwaar lichamelijk letsel tot gevolg gehad, zodat de verdachte van dat onderdeel van de tenlastelegging moet worden vrijgesproken.

Het hof acht derhalve wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde heeft begaan zoals hierna vermeld.

Bewezenverklaarde

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 4 februari 2008 te Amsterdam tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen uit een woning, perceel [adres], een tas met inhoud, een geldbedrag, een rijbewijs en een identiteitskaart, toebehorende aan [slachtoffer], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] en [slachtoffer/getuige], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden, dat zijn mededaders

- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [slachtoffer/getuige] hebben gericht en

- die [slachtoffer] meermalen met kracht met dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp op het hoofd en tegen het lichaam hebben geslagen en

- meermalen hebben geroepen "schiet hem" en hebben gezegd "geef me je tas, geef me je spullen, spullen!" en

- de tas van die [slachtoffer] uit de handen van die [slachtoffer] hebben gerukt.

Hetgeen primair meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert op:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het onder 2 tenlastegelegde vrijgesproken en voor het onder 1 primair tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek van de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 primair tenlastegelegde, zoals bewezenverklaard door de rechtbank in eerste aanleg, zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, met aftrek van de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een diefstal met geweld in de woning van M.E. [slachtoffer/getuige]. Het is de verdachte geweest die zijn mededaders een routebeschrijving met huisnummer - hen voerend naar de plek waar [slachtoffer] zich op dat moment bevond - én een signalement van [slachtoffer] heeft gesms't. Bij binnenkomst hebben de mededaders zich direct tot [slachtoffer] gewend. Zij hebben een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op hem gericht en hem naar zijn spullen gevraagd. Toen [slachtoffer] weigerde om de tas die hij in zijn handen had af te geven, hebben zij hem met kracht en meermalen onder meer met dat voorwerp tegen zijn hoofd en lichaam geslagen en de tas uit zijn handen gerukt.

Gelet op de vele verwondingen die daardoor aan [slachtoffer] zijn toegebracht, moet worden aangenomen dat het op hem uitgeoefende geweld ernstig is geweest. In het oog springt voorts de door de verdachte bij het bewezen geachte misdrijf vervulde rol, die van een zekere doortraptheid getuigt. Immers, zoals hiervoor is overwogen heeft hij zijn mededaders naar de plaats van het delict en het latere slachtoffer geloodst en heeft hij zich - in het bestek van het strafgeding - tegen beter weten in - net als [slachtoffer/getuige] verrast en geschokt door het gebeurde - als getuige gepresenteerd.

Ook voor de bewoonster [slachtoffer/getuige] moet dit een angstige ervaring zijn geweest. Niet alleen vond deze diefstal met geweld plaats in haar woning, bij uitstek een plek waar mensen zich veilig moeten kunnen voelen, ook hebben de mededaders van de verdachte het op een vuurwapen gelijkende voorwerp op haar gericht toen zij [slachtoffer] te hulp wilde schieten en heeft de verdachte haar ervan weerhouden zij de woning te ontvluchten. Door zo te handelen hebben de verdachte en zijn mededaders een ernstige inbreuk gemaakt op haar persoonlijke levenssfeer en haar gevoel van veiligheid in haar woning.

De ervaring leert dat ervaringen als deze diep ingrijpen in de levens van de slachtoffers, die daarvan mogelijk ook in de toekomst de nadelige psychische gevolgen zullen ervaren. Daarnaast veroorzaken feiten als deze maatschappelijke onrust en brengen ze bij veel mensen een gevoel van onveiligheid teweeg.

Blijkens een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 19 augustus 2009 is de verdachte eerder strafrechtelijk veroordeeld, ook en meermalen ter zake van diefstal met geweld. Hieruit blijkt dat de verdachte in het verleden in staat en bereid is gebleken tot het plegen van gewelddadigheden tegen personen.

Het hof acht, alles afwegende, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op artikel 312 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezenverklaarde.

Beslissing

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart de verdachte niet ontvankelijk in zijn hoger beroep, voorzover gericht tegen het onder 2 tenlastegelegde.

Verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde heeft begaan zoals hierboven in de rubriek bewezenverklaarde omschreven.

Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1 primair meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart dat het bewezenverklaarde het hierboven vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en ook de verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden.

Beveelt dat de tijd, die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in deze zaak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht.

Dit arrest is gewezen door de derde meervoudige strafkamer van het gerechtshof te Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R. Veldhuisen, mr. F.W.J. den Ottolander en mr. R.A. Sipkens, in tegenwoordigheid van mr. J. Mulder, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 8 september 2009.

Mr. Den Ottolander is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

1 Proces-verbaal van aangifte van M.B. [slachtoffer/getuige] met nummer 2008032992-1 van 4 februari 2008 (p. 29 e.v.) en een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] met nummer 2008032992-7 van 6 februari 2008 (p. 37 e.v.).

2 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] met nummer 2008032992-7 van 6 februari 2008 (p. 37 e.v.).

3 Verklaring van verdachte ter terechtzitting op 16 oktober 2008 en herhaald ter terechtzitting op 25 augustus 2009.

4 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] met nummer 2008032992-7 van 6 februari 2008 (p. 37 e.v.) en de verklaring van verdachte ter terechtzitting op 16 oktober 2008 en herhaald ter terechtzitting op 25 augustus 2009.

5 Proces-verbaal met nummer 200832992 betreffende historische bestanden van 27 maart 2008 (p. 228 e.v.).

6 Proces-verbaal met nummer 200832992 betreffende historische bestanden van 3 april 2008 (p. 247 e.v.).

7 Verklaring van verdachte ter terechtzitting op 16 oktober 2008 en herhaald ter terechtzitting op 25 augustus 2009.

8 Verklaring van verdachte ter terechtzitting op 16 oktober 2008 en herhaald ter terechtzitting op 25 augustus 2009 en een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2008032992-1 van 6 maart 2008 (p. 90 e.v.).

9 Proces-verbaal van bevindingen met nummer 2008032992-1 van 11 maart 2008 (p. 94).

10 Verklaring van verdachte ter terechtzitting op 16 oktober 2008 en herhaald ter terechtzitting op 25 augustus 2009 en proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] met nummer 2008032992-7 van 6 februari 2008 (p. 37 e.v.).

11 Verklaring van verdachte ter terechtzitting op 16 oktober 2008 en herhaald ter terechtzitting op 25 augustus 2009.

12 Verklaring van verdachte ter terechtzitting op 16 oktober 2008 en herhaald ter terechtzitting op 25 augustus 2009.

13 Processen-verbaal van aangifte van M.B. [slachtoffer/getuige] met nummer 2008032992-1 van 4 februari 2008 (p. 29 e.v.) en van [slachtoffer] met nummer 2008032992-7 van 6 februari 2008 (p. 37 e.v.) en de verklaring van verdachte ter terechtzitting op 16 oktober 2008 en herhaald ter terechtzitting op 25 augustus 2009.

14 Processen-verbaal van aangifte van M.B. [slachtoffer/getuige] met nummer 2008032992-1 van 4 februari 2008 (p. 29 e.v.) en van [slachtoffer] met nummer 2008032992-7 van 6 februari 2008 (p. 37 e.v.) en de verklaring van verdachte ter terechtzitting op 16 oktober 2008 en herhaald ter terechtzitting op 25 augustus 2009.

15 Proces-verbaal van aangifte van M.B. [slachtoffer/getuige] met nummer 2008032992-1 van 4 februari 2008 (p. 29 e.v.).

16 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] met nummer 2008032992-7 van 6 februari 2008 (p. 37 e.v.).

17 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] met nummer 2008032992-7 van 6 februari 2008 (p. 37 e.v.) en de verklaring van verdachte ter terechtzitting op 16 oktober 2008 en herhaald ter terechtzitting op 25 augustus 2009.

18 Verklaring van verdachte ter terechtzitting op 16 oktober 2008 en herhaald ter terechtzitting op 25 augustus 2009 en een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2008032992-1 van 4 februari 2008 (p. 24).

19 Verklaring van verdachte ter terechtzitting op 16 oktober 2008 en herhaald ter terechtzitting op 25 augustus 2009.

20 Letselverklaring van 4 februari 2008 betreffende [slachtoffer] (p. 56-57).

21 Foto's betreffende het letsel van [slachtoffer] (p. 44-49).

22 Proces-verbaal met nummer 2008032992 betreffende onderzoek mobiele telefoon en overzicht van de uitgelezen gegevens (p. 73 e.v.).

23 Proces-verbaal van bevindingen met nummer 2008032992-1 van 6 maart 2008 (p. 90 e.v.).

24 Proces-verbaal van aangifte van M.B. [slachtoffer/getuige] met nummer 2008032992-1 van 4 februari 2008 (p. 29 e.v.).