Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ5372

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
21-07-2009
Datum publicatie
17-08-2009
Zaaknummer
200.022.030-01 en 200.022.050-01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

bewind en mentorschap, benoeming, uitdrukkelijke voorkeur

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

MEERVOUDIGE FAMILIEKAMER

BESCHIKKING van 21 juli 2009 in de zaken met landelijke zaaknummers 200.022.030/01 en 200.022.050/01 van:

[…],

wonende te […],

APPELLANT,

advocaat: mr. D. van de Lockant-Geschiere te Utrecht.

1. Het geding in hoger beroep

1.1. Appellant is de jongste zoon van de heer [A] te Amsterdam.

1.2. Belanghebbenden zijn de heer [A], voormeld, diens voormalige echtgenote, mevrouw […] (hierna: de ex-echtgenote) en diens overige zonen, de heer […], geboren op […] 1952, de heer […], geboren op […] 1958, en de heer […], geboren op […] 1960 (hierna: de overige zonen van de heer [A]).

1.3. Appellant is op 5 januari 2009 in hoger beroep gekomen van een gedeelte van de beschikking van 8 oktober 2008 van de rechtbank te Amsterdam, sector kanton, met kenmerken 938435 EB VERZ 08-1682 en 938436 EB VERZ 08-1683.

1.4. Mr. D.M. de Boer, advocaat te Amsterdam, (hierna tevens: de advocaat van de ex-echtgenote) heeft op 19 februari 2009 namens de ex-echtgenote een verweerschrift ingediend.

1.5. Appellant heeft op 20 mei 2009 nadere stukken ingediend.

1.6. Mr. D.M. de Boer heeft bij faxbericht van 3 juni 2009 een brief van de overige zonen van de heer [A] overgelegd, blijkens welke zij schriftelijk is gemachtigd ook namens hen in hoger beroep op te treden.

1.7. De zaken zijn op 4 juni 2009 tegelijkertijd ter terechtzitting behandeld.

1.8. Ter terechtzitting zijn verschenen:

- appellant, bijgestaan door zijn advocaat,

- de heer [A],

- de heer [Z], bewindvoerder (hierna: de heer [Z]),

- de advocaat van de ex-echtgenote,

- mevrouw […] en mevrouw […], schoon- respectievelijk kleindochter van de heer [A].

2. De feiten in beide zaken

2.1. De heer [A] is geboren op […] 1928. Het op […] 1952 tussen hem en de ex-echtgenote gesloten huwelijk is op […] 2009 ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking van 25 februari 2009 in de registers van de burgerlijke stand.

2.2. Met ingang van […] 2007 verblijft de heer [A] bij AMSTA, zorgorganisatie te Amsterdam.

2.3. De heer [Z] heeft zich op 3 oktober 2008 schriftelijk bereid verklaard te worden benoemd tot bewindvoerder en mentor ten behoeve van de heer [A].

3. Het geschil in hoger beroep in beide zaken

3.1. Bij de bestreden beschikking zijn de goederen, die (zullen) toebehoren aan [A], onder bewind gesteld en is een mentorschap ten behoeve van hem ingesteld. Tevens is [Z] benoemd tot bewindvoerder en mentor. In deze zaak is alleen in geschil de persoon van de bewindvoerder c.q. mentor. Het gaat om twee zaken die gezamenlijk worden behandeld.

De bestreden beschikking is gegeven op het verzoek van appellant hem te benoemen tot bewindvoerder en mentor.

3.2. Appellant verzoekt, met vernietiging van de bestreden beschikking in zoverre, primair hem alsnog tot bewindvoerder en mentor te benoemen, en - na aanvulling ter zitting - subsidiair hem als mentor te benoemen.

3.3. De ex-echtgenote verzoekt de bestreden beschikking te bekrachtigen.

4. Beoordeling van het hoger beroep in beide zaken

4.1. Aan het hof ligt de vraag voor wie in aanmerking komt als bewindvoerder over de goederen die (zullen) toebehoren aan de heer [A], geboren op […] 1928, en mentor te zijnen behoeve. Ingevolge artikelen 1:435 lid 3 en 1:452 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek dient bij een benoeming tot bewindvoerder c.q. mentor de uitdrukkelijke voorkeur van de rechthebbende c.q. betrokkene te worden gevolgd, tenzij gegronde redenen zich tegen een zodanige benoeming verzetten.

4.2. Ter zitting heeft de heer [A] uitdrukkelijk zijn voorkeur uitgesproken voor benoeming van appellant tot zijn bewindvoerder en mentor. De advocaat van de ex-echtgenote heeft ter zitting laten weten dat voorafgaande aan de zitting het echtscheidingsconvenant door de heer [A] is ondertekend, zodat het belang van de ex-echtgenote in de onderhavige zaak is komen te vervallen. De overige zonen van de heer [A] hebben in eerste aanleg schriftelijk hun bezwaren geuit tegen benoeming van appellant tot bewindvoerder en mentor. Zoals onder 1.6. is vermeld, hebben zij in hoger beroep de advocaat van de ex-echtgenote schriftelijk gemachtigd hun bezwaren tegen benoeming van appellant toe te lichten. De advocaat van de ex-echtgenote heeft ter zitting echter laten weten geen contact met hen te onderhouden. Appellant heeft ter zitting laten weten de heer [A], zijn vader, dagelijks te bezoeken en hem regelmatig te vergezellen naar het ziekenhuis. Hij heeft voorts laten weten geen contact te hebben met de overige familieleden.

Uit de beantwoording door de heer [A] van de door het hof ter zitting gestelde vragen is het hof niet gebleken dat hij niet in staat is zijn wil te bepalen. Hij heeft appellant genoemd als degene die zijn belangen, zowel in financiële zin als voor wat betreft zijn verzorging, voor hem moet behartigen, omdat deze dat in de praktijk al tot zijn tevredenheid doet, zo nodig in overleg met de heer [Z]. De heer [Z] heeft ter zitting laten weten, dat het overleg met appellant voorspoedig verloopt en geen bezwaar te zien tegen benoeming van appellant tot bewindvoerder c.q. mentor, mede omdat de financiële belangen gering zijn. Van enige indicatie tegen de benoeming van appellant tot bewindvoerder en mentor is het hof niet gebleken. Het hof zal dan ook de beschikking waarvan beroep - voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen - vernietigen, en het inleidend verzoek van appellant alsnog toewijzen.

4.3. Dit leidt tot de volgende beslissing.

5. Beslissing in beide zaken

Het hof:

vernietigt de beschikking waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en, in zoverre opnieuw rechtdoende:

benoemt [appellant], geboren op […] 1960, tot bewindvoerder over de goederen die (zullen) toebehoren aan de heer [A], geboren op […] 1928, en tot mentor te zijnen behoeve;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mrs. M. Wigleven, M.M.A. Gerritzen-Gunst en F.A.A. Duynstee in tegenwoordigheid van

mr. C.M. van Harten als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2009.