Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ4768

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
17-06-2009
Datum publicatie
07-08-2009
Zaaknummer
R 388-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

overweging onschuldpresumptie

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
O&A 2009, 100
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

Rekestnummer: R 388-08 (89 Sv)

Parketnummer: 15/035138-03

BESCHIKKING

op het hoger beroep tegen de beschikking van de raadkamer van de rechtbank te Haarlem van 22 november 2007 op het verzoekschrift krachtens artikel 89 van het Wetboek van Strafvordering van:

Verzoeker,

geboren te plaatsnaam en geboortedatum,

in deze zaak domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat.

1. Inhoud van het verzoek

Het verzoekschrift strekt tot toekenning aan verzoeker van een vergoeding ten laste van de Staat, tot een bedrag van (in totaal) € 5.750,-- terzake van schade die verzoeker stelt te hebben geleden als gevolg van de ondergane inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis in voormelde strafzaak, een en ander zoals gespecificeerd in het verzoekschrift.

2. Procesverloop

Bij beschikking van 22 november 2007 heeft de rechtbank het verzoek afgewezen.

Het hoger beroep is op 22 november 2007 namens appellant ingesteld.

Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak onder voormeld parketnummer en heeft op 20 mei 2009 de advocaat-generaal en de advocaat van appellant ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord.

Verzoeker is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bevestiging van de beschikking waarvan beroep.

3. Beoordeling van het hoger beroep

Het hoger beroep is tijdig ingesteld.

Bij vonnis van de rechtbank Haarlem van 13 november 2006 is de officier van justitie niet ontvankelijk verklaard in de strafvervolging wegens overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het EVRM. Derhalve is de zaak geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel.

Volgens vaste jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens dient in een procedure voor schadevergoeding wegens ondergane voorlopige hechtenis de onschuld van de betrokkene in beginsel, behoudens zeer beperkte uitzonderingen, als uitgangspunt te worden genomen. Naar het oordeel van het hof is in het onderhavige verzoek van een dergelijke uitzonderingssituatie niet gebleken.

Dit betekent dat de verdenking, welke tegen verzoeker heeft bestaan of wellicht nog bestaat, hem niet mag worden tegengeworpen bij de beoordeling van zijn verzoek.

De eerste rechter heeft aan deze omstandigheid, naar het oordeel van het hof ten onrechte, wel betekenis toegekend. Het hoger beroep is derhalve gegrond.

Alle omstandigheden in aanmerking genomen acht het hof gronden van billijkheid aanwezig tot toekenning van de gevraagde vergoeding met dien verstande dat het hof een bedrag van € 95,-- per dag dat appellant in beperkingen heeft verbleven (31 dagen) zal toekennen in plaats van de gevraagde € 105,-- nu het gaat om een detentie vóór 1 september 2008. Het hof zal derhalve een bedrag van in totaal € 5.440,-- toekennen.

4. Beslissing

Het hof:

Vernietigt de beschikking waarvan beroep.

Kent appellant ten laste van de staat een bedrag toe van € 5. 440,-- (vijfduizendvierhonderdveertig euro) als vergoeding van de schade geleden tengevolge van de ondergane inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis. Dit bedrag dient te worden overgemaakt op rekeningnummer ten name van Stichting Beheer Derdengelden onder vermelding: verzoeker/schade ex art. 89 Sv).

Wijst het verzoek voor het overige af.

Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan appellant.

Deze beschikking is gegeven door de eerste meervoudige strafkamer van het gerechtshof te Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. R.M. Steinhaus, W.M.C. Tilleman en B.W.M. van der Lugt, in tegenwoordigheid van mr. J.J. van Teylingen als griffier en is uitgesproken in de openbare raadkamer van dit hof van 17 juni 2009 te 13.30 uur.

De voorzitter beveelt:

de tenuitvoerlegging van deze beschikking voor een bedrag van € 5.440,-- (vijfduizendvierhonderdveertig euro), over te maken op rekeningnummer ten name van Stichting Beheer Derdengelden onder vermelding: verzoeker/schade ex art. 89 Sv).

Amsterdam, 17 juni 2009

Mr. R.M. Steinhaus, voorzitter.