Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ2737

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
21-04-2009
Datum publicatie
16-07-2009
Zaaknummer
200.006.761
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Arbeidscontract; mag de wergever de bijdrage voor de ziektekosten eenzijdig wijzigen met een beroep op een wijzigingsbeding in de personeelsgids?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2009-0549
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Nevenzittingsplaats Arnhem

Sector civiel recht

zaaknummer 200.006.761

arrest van de vijfde civiele kamer van 21 april 2009

inzake

1. De vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

CNV Dienstenbond,

gevestigd te Hoofddorp,

2. [appellant sub 2],

wonende te [woonplaats],

[en 30 andere appellanten]

appellanten,

advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer,

tegen:

1. De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Logica Nederland B.V.,

gevestigd te Amstelveen,

en

2. De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Acision Nederland B.V.,

gevestigd te Amstelveen,

geïntimeerden,

advocaat: mr. W.H. van Baren.

1. Het geding in eerste aanleg

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van het vonnis van

16 januari 2008 dat de kantonrechter (rechtbank Utrecht, sector kanton, locatie Utrecht) tussen appellanten (de appellanten zullen hierna allen tezamen worden aangeduid als: appellanten; de appellanten genoemd onder nummers 1, 2, 5 tot en met 9, 11 tot en met 19, 21, 22, 25 tot en met 30 en 32 zullen hierna worden aangeduid als CNV) als eisers in conventie, tevens verweerders in voorwaardelijke reconventie en geïntimeerden (tezamen hierna ook te noemen: Logica) als gedaagden in reconventie, tevens eiseressen in voorwaardelijke reconventie heeft gewezen; van dat vonnis is een fotokopie aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in hoger beroep

2.1 Appellanten hebben bij exploot van 11 april 2009 aan Logica aangezegd van het

onder 1 genoemde vonnis in hoger beroep te komen, met dagvaarding van Logica voor dit hof. Zij hebben gevorderd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en, opnieuw recht doende, voor zoveel mogelijk bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard arrest, Logica alsnog zullen veroordelen tot:

A. onverkorte toepassing van de oude ziektekostenvergoedingsregeling van artikel 3.8 van de Personeelsgids van Logica, zoals die luidde vóór 1 januari 2006, op alle werknemers, althans voor de werknemers die in deze dagvaarding als rekwiranten worden genoemd, aldus dat de volledige premies voor de werknemers en hun gezin door Logica worden gedragen, vanaf 1 januari 2006 tot op het moment dat de ziektekostenvergoedingsregeling van artikel 3.8 van de Personeelsgids rechtsgeldig is gewijzigd;

B. betaling van een dwangsom ad € 50,-- per werknemer voor iedere dag of gedeelte van een dag dat gerekwireerden in gebreke blijven aan het arrest te voldoen;

C. betaling aan appellanten van € 904,-- buitengerechtelijke kosten;

D. betaling van de wettelijke rente over de achterstallige vergoedingen en de buitengerechtelijke kosten vanaf de dag der inleidende dagvaarding in eerste instantie tot aan de dag der algehele voldoening;

E. betaling van kosten, salaris van gemachtigde en procureur daarbij inbegrepen van zowel de procedure in eerste aanleg als de huidige procedure.

2.2 Bij memorie van grieven hebben de appellanten [appellant sub 3], [appellant sub 4],

[appellant sub 10], [appellant sub 20], [appellant sub 23] , [appellant sub 24] en [appellant sub 31] aangegeven dat zij afstand wensen te doen van instantie ex artikel 249 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (verder: Rv). Zij hebben daartoe strekkende bijzondere volmachten overgelegd. Bij diezelfde memorie van grieven hebben CNV twee grieven tegen het bestreden vonnis aangevoerd en toegelicht, hebben zij bewijs aangeboden en vier nieuwe producties in het geding gebracht. Zij hebben geconcludeerd als vervat in het exploot van dagvaarding in hoger beroep.

2.3 Bij memorie van antwoord hebben Logica de grieven bestreden, en hebben zij bewijs aangeboden en drie producties in het geding gebracht. Zij hebben geconcludeerd dat het hof voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, het bestreden vonnis zal bekrachtigen en appellanten zal veroordelen om binnen zeven dagen na het wijzen van dit (bedoeld zal zijn:) arrest aan Logica te betalen (bedoeld zal zijn:) de kosten van het hoger beroep, onder bepaling dat indien de gedingkosten niet binnen genoemde termijn zijn voldaan, hierover vanaf de achtste dag wettelijke rente verschuldigd is.

2.4 Ter zitting van 30 januari 2009 hebben partijen de zaak doen bepleiten, CNV door

mr. A.T. Chinnoe, advocaat te Utrecht en Logica door mr. F.B.J Grapperhaus, advocaat te Amsterdam; beiden hebben daarbij pleitnotities in het geding gebracht.

2.5 Vervolgens heeft het hof arrest bepaald.

3. De feiten

De rechtbank heeft in haar vonnis van 16 januari 2008 onder 1 feiten vastgesteld. Aangezien daartegen geen grieven zijn aangevoerd of bezwaren zijn geuit, zal het hof in hoger beroep ook van die feiten uitgaan.

4. De motivering van de beslissing in hoger beroep

4.1 Het hof stelt vast dat CNV in hoger beroep bij inleidende dagvaarding haar eis heeft gewijzigd. Nu tegen die wijziging geen - anders dan inhoudelijke - bezwaren zijn aangevoerd, ligt in hoger beroep die gewijzigde eis voor.

4.2 Het hof stelt vast dat de appellanten [appellant sub 3], [appellant sub 4], [appellant sub 10], [appellant sub 20], [appellant sub 23] , [appellant sub 24] en [appellant sub 31] tijdig, onder overlegging van de vereiste volmachten, afstand hebben gedaan van instantie ex artikel 249 Rv. Het hof zal daarvan akte verlenen en bepalen dat de instantie ten aanzien van hen is beëindigd.

4.3 Het gaat in deze zaak - kort gezegd - om het volgende. Met ingang van 1 januari 2006 is de ‘Wet van 16 juni 2005, houdende regeling van een sociale verzekering voor geneeskundige zorg ten behoeve van de gehele bevolking (Zorgverzekeringswet)’, verder te noemen: Zorgverzekeringswet, in werking getreden. Tot de invoering van de Zorgverzekeringswet, vergoedde Logica aan haar werknemers, partners en kinderen de volledige premie voor de ziektekosten. Met ingang van 1 januari 2006 wijzigde Logica deze regeling eenzijdig, met een beroep op een wijzigingsbeding uit de personeelgids. Deze wijziging leidde er in hoofdlijnen toe dat vanaf 1 januari 2006 de nominale premies van de basisverzekering van de partners en/of thuiswonende meerderjarige kinderen niet meer vergoed werden. In de nieuwe regeling werd bovendien niet langer de daadwerkelijke stijging van de ziektekosten gevolgd, doch werd de hoogte van de te vergoeden ziektekosten geïndexeerd. CNV hebben in eerste aanleg onverkorte toepassing van de regeling zoals die luidde vóór 1 januari 2006 gevorderd voor alle werknemers, vanaf 1 januari 2006 zolang die niet geldig is gewijzigd. De kantonrechter heeft die vordering van CNV afgewezen wegens gebrek aan belang.

4.4 Tegen dit oordeel van de kantonrechter richten zich de twee grieven. Deze komen er beide op neer dat de kantonrechter een onjuiste uitleg heeft gegeven aan artikel 2.5.8 van de ‘Wet van 6 oktober 2005, houdende invoering van de Zorgverzekeringswet en aanpassing van overige wetten aan die wet’, verder te noemen de Invoerings- en aanpassingwet Zorgverzekeringswet.

4.5 Artikel 2.5.8 van de Invoerings- en aanpassingwet Zorgverzekeringswet

(verder ook te noemen: de Salderingsregeling) luidt als volgt:

“Artikel 2.5.8

1. De vergoeding van de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 46, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet, mag worden verminderd met vergoedingen die op grond van een op 31 december 2005 bestaande arbeidsovereenkomst, collectieve arbeidsovereenkomst, of andere overeenkomst door de inhoudingsplichtige aan de verzekeringsplichtige worden verstrekt ter zake van de premie voor een ziektekostenverzekering of een andere verzekering die prestaties als bedoeld bij of krachtens artikel 11 van die wet dekt, tot ten hoogste het met die dekking evenredige deel.

2. Indien het deel van de premie voor een ziektekostenverzekering of een andere verzekering dat prestaties als bedoeld bij of krachtens artikel 11 van de Zorgverzekeringswet dekt voor de toepassing van het eerste lid niet kan worden vastgesteld, bedraagt dat deel het bedrag van de standaardpremie, bedoeld in de Wet op de zorgtoeslag, vastgesteld op het in artikel 4, eerste lid, van die wet bedoelde tijdstip.

4.6 Artikel 46 lid 1 Zorgverzekeringwet luidt als volgt:

“1. Een verzekeringsplichtige die bij regeling van Onze Minister aan te wijzen loon overeenkomstig de wettelijke bepalingen van de loonbelasting geniet, heeft recht op een volledige vergoeding door de inhoudingsplichtige van de inkomensafhankelijke bijdrage over dit deel van het bijdrage-inkomen.”

4.7 Artikel 3.8 onder a van de personeelsgids luidt als volgt:

“LogicaCMG zorgt er voor dat de Medewerker met zijn gezin (ook samenwonende partners) is verzekerd voor ziektekosten (klasse 3). De premie voor zowel de particuliere ziektekostenverzekering als de ziekenfondsverzekering is geheel voor rekening van LogicaCMG. (…).”

4.8 CNV stelt zich op het standpunt dat, indien door saldering geen verplichting meer bestaat tot het vergoeden van een inkomensafhankelijke bijdrage op grond van de wet, de werkgever op grond van artikel 3.8 onder a van de personeelsgids alsnog contractueel gehouden is om de inkomensafhankelijke bijdrage te vergoeden. Volgens CNV strekt de Salderingsregeling ertoe dat de werkgever de contractueel overeengekomen inkomensafhankelijke bijdrage in mindering mag doen strekken op de wettelijk verplichte vergoeding van de inkomensafhankelijke bijdrage, zodat uitsluitend de contractuele vergoeding van de inkomensafhankelijke bijdrage resteert.

4.9 De kantonrechter heeft geoordeeld dat CNV met deze uitleg de werking en doelstelling van de Salderingsregeling miskent, die juist werkgevers de wettelijke bevoegdheid geeft te salderen ter voorkoming van dubbele lasten. Het hof verenigt zich met dit oordeel. In de wet noch de parlementaire geschiedenis is steun te vinden voor het standpunt van CNV, terwijl ook in de personeelsregeling geen steun te vinden is voor het standpunt van CNV dat een werkgever de bij wet verplicht gesteld bijdragen eveneens op grond van het contract verschuldigd zou zijn. Het feit dat CNV in het verleden zowel het werkgeversdeel als het werknemersdeel van de ziekenfondspremie heeft vergoed leidt niet tot een ander oordeel, omdat het werknemersdeel in het stelsel zoals dat gold vóór 1 januari 2006 niet een verplichting was die uit de wet voortvloeide. Op grond hiervan faalt grief 1.

4.10 Ter zake van grief 2 stelt het hof vast dat CNV - ook in hoger beroep - de berekeningen van Logica, waaruit volgt dat de werknemers er door toepassing van de oude personeelsregeling in combinatie met de Salderingsregeling financieel op achteruit gaan, niet, althans onvoldoende heeft betwist. Zij hebben die berekeningen immers uitsluitend betwist, voor zover hun uitleg van de Salderingsregeling gevolgd dient te worden. Nu het hof die uitleg niet volgt, faalt grief 2 op die grond.

4.11 De slotsom van het voorgaande is dat de grieven falen, zodat het bestreden vonnis moet worden bekrachtigd.

4.12 Als de overwegend in het ongelijk gestelde partij zal CNV in de kosten van het hoger beroep worden veroordeeld als hierna vermeld.

5. De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

verleent akte van het feit dat [appellant sub 3], [appellant sub 4], [appellant sub 10], [appellant sub 20], [appellant sub 23] , [appellant sub 24] en [appellant sub 31] afstand van instantie hebben gedaan en bepaalt dat de instantie ten aanzien van hen is geëindigd;

bekrachtigt ten aanzien van de appellanten genoemd onder nummers 1, 2, 5 tot en met 9, 11 tot en met 19, 21, 22, 25 tot en met 30 en 32 het vonnis van de kantonrechter (rechtbank Utrecht, sector kanton, locatie Utrecht) van 16 januari 2008;

veroordeelt alle appellanten in de kosten van het in hoger beroep verschuldigde griffierecht, aan de zijde van Logica begroot op € 254,--;

veroordeelt de appellanten genoemd onder nummers 1, 2, 5 tot en met 9, 11 tot en met 19, 21, 22, 25 tot en met 30 en 32 in de overige kosten van het hoger beroep tot aan deze uitspraak aan de zijde van Logica c.s. begroot op € 2.682,-- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief;

bepaalt dat indien de kostenveroordeling niet binnen zeven dagen na de datum van dit arrest is voldaan, hierover vanaf de achtste dag de wettelijke rente verschuldigd is;

verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.P. Fokker, W. Duitemeijer en A.M. Kat, is bij afwezigheid van de voorzitter ondertekend door mr. Duitemeijer en is in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 april 2009.