Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ2231

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
09-07-2009
Datum publicatie
15-07-2009
Zaaknummer
07/00458
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Complex met wooneenheden. Objectafbakening. Waardering schattenderwijs nu heffingsambtenaar noch belanghebbende de door hen bepleite waarden aannemelijk hebben gemaakt.

Wetsverwijzingen
Wet waardering onroerende zaken 16, geldigheid: 2009-07-09
Wet waardering onroerende zaken 17, geldigheid: 2009-07-09
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2009, 1670
FutD 2009-1519

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Kenmerk P07/00458

9 juli 2009

uitspraak van de eerste meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

X B.V.,

gevestigd te Z,

belanghebbende,

en op het incidenteel hoger beroep van

de heffingsambtenaar van de gemeente Zandvoort,

de heffingsambtenaar,

tegen de uitspraak in de zaak met nummer AWB 06/5682 van de rechtbank Haarlem van 5 juli 2007 in het geding tussen

belanghebbende

en

de heffingsambtenaar.

1. Ontstaan en loop van het geding

1.1. Bij beschikkingen als bedoeld in artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) van 28 februari 2005 heeft de heffingsambtenaar de waarde van de onroerende zaken voor het tijdvak 1 januari 2005 tot en met 31 december 2006, plaatselijk bekend als

- …straat 42, omvattende een parkeerterrein en een deel van het souterrain (hierna: object …straat 42);

- …straat 42/001, 101, 201 en 301, omvattende 4 wooneenheden (hierna: wooneenheden A);

- ...straat 42/102, 202 en 302, omvattende 3 wooneenheden (hierna: wooneenheden B); en

- ...straat 42/002 tot en met 008, 103 tot en met 108, 203 tot en met 208 en 303 tot en met 308, omvattende 25 wooneenheden (hierna: wooneenheden C),

naar de waardepeildatum 1 januari 2003 vastgesteld op:

- € 1.304.000 voor het object ...straat 42;

- € 123.000 voor elk van de wooneenheden A;

- € 104.000 voor elk van de wooneenheden B; en

- € 117.000 voor elk van de wooneenheden C.

De beschikkingen gelden voor het tijdvak van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2006. Gelijktijdig zijn aan belanghebbende ter zake van elk van de 33 objecten aanslagen in de onroerende-zaakbelastingen voor het jaar 2005 opgelegd.

1.2. De heffingsambtenaar heeft bij in één geschrift gedane uitspraken op bezwaar van 14 april 2006 de beschikking van het object ...straat 42 aldus gewijzigd dat de waarde is verlaagd tot € 290.000 en de desbetreffende aanslag dienovereenkomstig verminderd. De beschikkingen en de aanslagen voor de wooneenheden A, B en C heeft de heffingsambtenaar gehandhaafd.

1.3. Belanghebbende heeft tegen deze uitspraken beroep bij de rechtbank ingesteld. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard.

1.4. Belanghebbende is van de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep gekomen bij het Hof. In verband daarmee is door de griffier een griffierecht geheven van € 428. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend en heeft daarbij incidenteel hoger beroep ingesteld.

1.5. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van het Hof van 9 januari 2009. Aldaar zijn beide partijen verschenen. Van het verhandelde ter zitting is door de griffier een proces-verbaal opgesteld, dat met deze uitspraak wordt meegezonden.

2. Feiten

Het Hof heeft de volgende feiten vastgesteld:

2.1. Het object ...straat 42 en de wooneenheden A, B en C vormen samen het complex ...straat 42 (hierna: het (gehele) complex). Belanghebbende is genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van het complex. Het is een voormalig bejaardenoord, dat dateert uit 1975.

2.2. Het object ...straat 42 omvat een parkeerterrein van 730 m2 en souterrain, bestaande uit drie afsluitbare ruimten zonder voorzieningen - op de bouwtekening te zien als de voormalige recreatiezaal en koffiekamer - met een bruto-oppervlakte van ca. 113 m2 en daarnaast diverse afsluitbare ruimtes - op de bouwtekening te zien als de voormalige ruimte voor bezigheidstherapie, verjaardagskamer, kantoor hoofd, spreekkamer, keuken c.a., toiletten en douches. Het andere deel van het souterrain omvat ruimtes ten dienste van de wooneenheden: hoogspanningsruimte, noodstroomruimte, luchtverversingsruimte, wasruimte. De totale kavel met daarop het complex bedraagt 1.374 m2, verdeeld over drie kadastrale nummers.

2.3. In afwijking van hetgeen is vermeld in de beschikkingen zijn er twee wooneenheden A, met een inhoud van 105 m3, 27 wooneenheden B, met een inhoud van 75 m3 en drie wooneenheden C, met een inhoud van 93 m3. In totaal zijn er 32 wooneenheden.

2.4. Elk van de wooneenheden is individueel afsluitbaar, beschikt over een entreehalletje, een pantry met kookgelegenheid met de mogelijkheid om één elektrisch kookplaatje in werking te hebben en sanitaire voorzieningen zoals toilet en douche. Het gebouw is niet kadastraal gesplitst in zelfstandige appartementen. Er zijn geen appartementsrechten gevestigd. Splitsing in zelfstandige woningen was in de periode 2005-2006 niet mogelijk, omdat de wooneenheden niet voldeden aan het bouwbesluit en de gemeente daarom geen vergunning wilde verstrekken. De capaciteit van de elektrische installatie laat meer of grotere kookplaten niet toe. De wooneenheden doen in de maanden juli en augustus dienst als motel en dienden gedurende de overige maanden van de periode 2005-2006 als huisvesting voor studenten aan (voorheen) de Hogeschool […], thans Hogeschool […]. De wooneenheden hebben geen eigen huisnummer, brievenbus, energie- en wateraansluiting of centrale verwarming. De wooneenheden hebben wel een eigen bel. De wooneenheden zijn afzonderlijk verhuurbaar en worden ook afzonderlijk verhuurd. Zelfstandig gebruik van elk van de wooneenheden is mogelijk zonder dat gebruik gemaakt hoeft te worden van een essentiële voorziening van een gebruiker van een andere wooneenheid.

2.5. De taxatierapporten voor de onderdelen van het complex, opgemaakt door R. van der Linden, taxateur, werkzaam voor de gemeente Zandvoort (hierna: de taxatierapporten), bevatten onder meer de volgende gegevens van vergelijkingsobjecten:

Inhoud Verkoopprijs Verkoopdatum Bouwjaar Overig

m3 €

...straat 62/08 -- 142.500 9-12-2002

…straat 62/08 80 99.832 4-1-2002 1984 berging

…straat 62/05 80 107.500 2-9-2002 1984 berging

… 11 (recreatieappartement) 100 117.000 31-3-2003 1968 tuin

… 20 (recreatieappartement) 100 117.500 3-9-2002 1968 tuin

… 39 (recreatieappartement) 100 115.000 29-4-2003 1968 tuin

2.6. De waarde van het object ...straat 42 is door de heffingsambtenaar als volgt berekend door kapitalisatie van de brutohuur:

m2 € Kapitalisatiefactor €

Slaapkamers 113 x 80 huur/m2 x 10 = 90.400

Overige ruimten 151 x 60 huur/m2 x 10 = 90.600

Parkeerterrein, 28 plaatsen 730 x 150 p/m2 = 109.500

Totaal 290.500

Aan het souterrain is een huurwaarde toegekend van € 18.100 per jaar.

De m²-prijs is niet ontleend aan kengetallen van de horecabranche; de kapitalisatiefactor is dat wel.

2.7. Ten behoeve van de waardevaststelling op de waardepeildatum 1 januari 1999 was het complex aangemerkt als één object.

3. De procedure voor de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar gehouden is een belastingobject af te bakenen naar de kleinst mogelijke zelfstandige eenheid. Relevant voor de afbakening in dit geval zijn kenmerken als eigen opgang, afsluitbaarheid, eigen kookgelegenheid en sanitaire voorzieningen. De rechtbank acht aannemelijk dat de wooneenheden A, B, en C aan deze criteria voldoen. De bewijslast inzake de juistheid van de toegekende waarde ligt bij de heffingsambtenaar. Met het taxatierapport acht de rechtbank niet aannemelijk gemaakt dat de wooneenheden op de waardepeildatum een waarde in het economische verkeer hadden van respectievelijk € 123.000, € 104.000 en € 117.000. Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de in het taxatierapport van de heffingsambtenaar opgenomen objecten niet als vergelijkingsobjecten kunnen dienen. Niet duidelijk is wat de inhoud is van het referentieobject ...straat 62/08. Voorts zijn de referentieobjecten …straat 67/03 en 05 niet goed vergelijkbaar wat betreft ligging (Zandvoort-Oost) en uitstraling. De referentieobjecten …11, 20 en 39 beschikken, naast het feit dat ook deze wat betreft ligging slecht vergelijkbaar zijn, tevens over een tuin.

De heffingsambtenaar heeft, aldus de rechtbank, deze verschillen onvoldoende in zijn waardebeschikkingen tot uitdrukking gebracht. Daarom kan niet worden gezegd dat de vastgestelde waarde van de wooneenheden in een juiste verhouding staat tot de behaalde verkoopprijzen van de vergelijkingsobjecten.

Belanghebbende heeft, aldus de rechtbank, met hetgeen zij heeft aangevoerd evenmin aannemelijk gemaakt dat de waarde van het complex dan wel de onderdelen daarvan tezamen op de waardepeildatum € 1.350.000 bedraagt. Belanghebbende heeft deze waarde weliswaar onderbouwd met een door […] & […] Makelaars afgegeven deskundigenverklaring, maar hierin wordt voorbijgegaan aan de omstandigheid dat het gehele complex voor toepassing van de Wet WOZ als meerdere afzonderlijke objecten moet worden beschouwd. Bovendien is deze opbrengstverwachting niet gemotiveerd of onderbouwd met marktgegevens. De prijs waarvoor belanghebbende het complex als geheel in 2007 heeft verkocht (€ 1.950.000) is, aldus de rechtbank, niet maatgevend nu deze transactie daarvoor te ver van de peildatum is verwijderd.

De rechtbank heeft de waarden van de 32 wooneenheden A, B en C, naar de waardepeildatum 1 januari 2003 vastgesteld op respectievelijk € 95.000, € 69.000 en € 84.250 per object en de waarde van het object ...straat 42 gehandhaafd op € 290.000.

4. Het geschil in hoger beroep

4.1. In hoger beroep is in geschil of voor de toepassing van de Wet WOZ sprake is van één object, zoals belanghebbende voorstaat, dan wel van meerdere objecten die moeten worden gewaardeerd alsof ze afzonderlijk in eigendom overdraagbaar zijn, welk standpunt de heffingsambtenaar inneemt. Voorts is in geschil de waarde van het gehele complex dan wel het object ...straat 42 en de wooneenheden A, B, en C op de waardepeildatum.

4.2. Belanghebbende neemt het standpunt in dat het complex als een niet woning ob¬ject moet worden beoordeeld aangezien het gebouw niet is gesplitst in zelfstandige apparte¬menten en er geen appartementsrechten zijn gevestigd. Splitsing in zelf¬standige woningen is ook niet mogelijk aangezien de gemeente daarvoor geen vergun¬ning zal verstrekken vanwege het feit dat de wooneenheden voldoen aan het oude noch het nieu¬we bouwbesluit. Het is niet mogelijk het complex in gesplitste vorm op de woningmarkt aan te bieden zonder eerst aanzienlijke investeringen te doen. […] & […] Makelaars heeft om die reden het gebouw derhalve ook niet gesplitst kunnen taxeren of te koop kunnen aanbieden.

4.3. Belanghebbende stelt voorts dat de rechtbank een hogere waarde heeft vastgesteld dan het complex ooit bij verkoop in het vrije economische verkeer zou kunnen opbrengen en uiteindelijk ook heeft opgebracht. Belanghebbende concludeert tot een waarde op de waardepeildatum van € 1.350.000 en wijst naar een advies van […] & […] Makelaars van 18 mei 2006, waarin de te verwachten opbrengst van het complex op € 1.350.000 is gesteld. In verband met het aflopen van het huurcontract met de Hogeschool […] heeft belanghebbende de verkoop van het gebouw ter hand genomen. Ter zitting heeft zij verklaard, dat het gehele complex in 2007 is verkocht voor € 1.950.000.

Het complex heeft een afgesloten centrale ingang met een deels bemande receptieruimte. De appartementen zijn niet als afzonderlijke wooneenheden te gebruiken, omdat een aantal elementaire voorzieningen daarvoor ontbreken, omdat er geen appartementsrechten zijn gevestigd, en omdat de gemeente Zandvoort voor splitsing geen vergunning zou verstrekken vanwege de gestelde vereisten bij het Bouwbesluit. De heffingsambtenaar heeft geen vergelijkbaar object kunnen noemen dat omstreeks de waardepeildatum verkocht is. Belanghebbende is voorstander van toepassing van de kapitalisatiemethode met de werkelijke huur van het gehele complex als uitgangspunt, waarbij rekening wordt gehouden met de looptijd van het huurcontract, omdat de marktwaarde daardoor wordt beïnvloed. De heffingsambtenaar heeft blijkens diens formulering “in goede staat van onderhoud” onvoldoende rekening gehouden met de matige onderhoudstoestand van de buitenzijde en de binnenzijde van het gebouw. Ten slotte bevat het souterrain geen slaapkamers, zodat de waarde van het object ...straat 42 in ieder geval te hoog is vastgesteld. Het souterrain omvat een voor diverse doeleinden te gebruiken oppervlakte van circa 280 m2.

Ten slotte heeft belanghebbende gesteld dat hij het totale complex in 2003 verhuurde voor € 130.000.

4.4. De heffingsambtenaar heeft verwezen naar de taxatierapporten. Naast gegevens van de wooneenheden, bevatten deze taxatierapporten gegevens van een aantal vergelijkingsobjecten.

4.5. Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden die zij daartoe hebben aangevoerd in de van hen afkomstige stukken.

4.6. Belanghebbende heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank, tot wijziging van de beschikkingen aldus dat de waarde van het gehele complex wordt vastgesteld op ten hoogste € 1.350.000 en tot vermindering van de aanslagen berekend naar een heffingsmaatstaf van die waarde.

4.7. De heffingsambtenaar heeft in zijn incidenteel hoger beroep geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank en vaststelling van de waarde van het object ...straat 42 op € 267.000 en van de wooneenheden A, B en C op respectievelijk € 114.000, € 100.000 en € 92.000.

5. Beoordeling door het Hof

De objectafbakening

5.1. Ingevolge artikel 16, aanhef en onderdeel c, van de Wet WOZ dient voor de toepassing van de Wet WOZ als één onroerende zaak te worden aangemerkt een gedeelte van een gebouwd eigendom dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt. Een belastingobject behoort derhalve te worden afgebakend naar de kleinst mogelijke zelfstandige eenheid (HR 26 oktober 2001, nr. 36.217, BNB 2001/424). Relevant voor de afbakening van een object zijn de afsluitbaarheid van het gedeelte en of het gedeelte beschikt over voor bewoning noodzakelijke voorzieningen, te weten een eigen kookgelegenheid, wasgelegenheid en sanitair, waaraan niet afdoet, dat sommige van die voorzieningen beperkt zijn.

5.2. Onder verwijzing naar de in 2.4 vermelde vaststaande feiten oordeelt het Hof dat ieder van de wooneenheden A, B, en C als afzonderlijke onroerende zaken dienen te worden aangemerkt. Het resterende gedeelte van het complex kan naar het oordeel van het Hof als één onroerende zaak worden aangemerkt. Het Hof ziet op grond van het standpunten van partijen dan wel ambtshalve geen aanleiding te onderzoeken of in het object ...straat 42 afzonderlijke objecten zijn te onderscheiden. Het Hof acht de door de heffingsambtenaar toegepaste objectafbakening derhalve juist. Hieraan doet niet af dat de eigendom naar burgerlijk recht niet afzonderlijk overdraagbaar is of splitsing van het complex ingevolge de daarvoor geldende voorschriften zoals het bouwbesluit niet mogelijk zou zijn dan wel aanzienlijke investeringen zou vergen. Dit geldt evenzeer voor de omstandigheid dat de heffingsambtenaar het complex in het verleden als één object heeft aangemerkt.

De waardevaststelling; algemeen

5.3. Ingevolge artikel 17, tweede lid, van de Wet WOZ dient de waarde van ieder van de objecten zoals deze door de heffingsambtenaar zijn afgebakend, te worden bepaald op de aan die zaak toe te kennen waarde, indien de volle en onbezwaarde eigendom daarvan zou kunnen worden overgedragen en de verkrijger de zaak in de staat waarin die zich bevindt, onmiddellijk en in volle eigendom in gebruik zou kunnen nemen. Daarbij heeft als waarde te gelden de waarde in het economische verkeer, ofwel de prijs die bij aanbieding ten verkoop op de voor de onroerende zaak meest geschikte wijze na de beste voorbereiding door de meest biedende gegadigde voor de onroerende zaak zou zijn betaald. Het bepaalde in artikel 17, tweede lid, van de Wet WOZ brengt mee dat bij de waardebepaling moet worden uitgegaan van de fictie dat de volle eigendom wordt overgedragen.

5.4. Ter onderbouwing van de door haar voorgestane waarde van het gehele complex van ten hoogste € 1.350.000, heeft belanghebbende een door […] & […] Makelaars opgesteld advies overgelegd. Dit advies kan naar het oordeel van het Hof niet bijdragen aan de vaststelling van de waardes van het object ...straat 42 en van de wooneenheden omdat het voorbijgaat aan het wettelijke uitgangspunt dat er bij de waardering van elk van de objecten van moet worden uitgegaan dat de eigendom daarvan afzonderlijk kan worden overgedragen. De prijs waarvoor belanghebbende het complex in 2007 heeft verkocht is derhalve evenmin van belang, voor zover dit gegeven al van belang zou kunnen zijn omdat deze transactie te ver van de waardepeildatum is verwijderd.

De waarde van de wooneenheden

5.5. Op de heffingsambtenaar rust - bij betwisting - de last aannemelijk te maken dat de waarde niet hoger is vastgesteld dan de waarde in het economische verkeer per waardepeildatum. Daartoe heeft hij de taxatierapporten overgelegd.

5.6. Naar het oordeel van het Hof heeft de heffingsambtenaar, tegenover de gemotiveerde betwisting van diens waardevaststelling door belanghebbende, niet aannemelijk gemaakt dat de waarden in het economische verkeer van de wooneenheden A, B en C per waardepeildatum 1 januari 2003 op respectievelijk € 123.000, € 104.000 en € 117.000 dan wel – zoals de heffingsambtenaar concludeert in zijn incidenteel hoger beroep – op respectievelijk € 114.000, € 100.000 en € 92.000 moeten worden vastgesteld. Het Hof is met de rechtbank van oordeel dat de door de heffingsambtenaar gehanteerde referentieobjecten niet als vergelijkingobjecten kunnen dienen, omdat de heffingsambtenaar niet heeft gesteld wat de grootte van het referentieobject ...straat 62/08 is, omdat de referentieobjecten …straat 67/03 en 67/05 wat betreft ligging (in Zandvoort-Oost) en uitstraling niet goed vergelijkbaar zijn, omdat de referentieobjecten … 11, 20 en 39, naast het feit dat deze eveneens wat ligging en uitstraling betreft slecht vergelijkbaar zijn, over tuinen beschikken, welke bij de wooneenheden A, B en C ontbreken, en omdat de wooneenheden A, B en C beschikken over beperktere voorzieningen. De heffingsambtenaar heeft genoemde verschillen onvoldoende in zijn waardebeschikkingen tot uitdrukking gebracht. Daarom kan niet worden gezegd dat de vastgestelde waarden van de wooneenheden in een juiste verhouding staan tot de behaalde verkoopprijzen van de referentieobjecten. Ook overigens heeft de heffingsambtenaar naar het oordeel van het Hof de door hem bepleite waarden niet aannemelijk gemaakt. Het Hof heeft hierbij acht geslagen op hetgeen de heffingsambtenaar in het incidentele beroep over de vergelijkbaarheid van de referentieobjecten heeft opgemerkt. De heffingsambtenaar heeft evenwel geen bewijsmiddelen overgelegd om zijn nadere standpunt te staven.

5.7. Nu noch de heffingsambtenaar noch belanghebbende de door hen bepleite waarden aannemelijk hebben gemaakt zal het Hof de waarde van de wooneenheden zelf schattenderwijs vaststellen. Rekening houdend met wat partijen in geding hebben gebracht stelt het Hof de waarden van de wooneenheden A, B en C naar de peildatum 1 januari 2003 overeenkomstig de rechtbank heeft gedaan, in goede justitie vast op respectievelijk € 95.000, € 69.000 en € 84.250 per wooneenheid.

De waarde van het object ...straat 42

5.8. Voor het berekenen van de waarde van het object ...straat 42 heeft de heffingsambtenaar de huurwaardekapitalisatiemethode toegepast. De toepassing van deze methode wordt door belanghebbende niet betwist, zodat de methode als zodanig niet in geschil is. De heffingsambtenaar heeft de door hem aanvankelijk bepleite waarde berekend als aangegeven in 2.6. In zijn incidenteel hoger beroep heeft de heffingsambtenaar aangegeven dat de gehanteerde m²-prijs voor de slaapkamers kan worden gesteld op de voor de overige ruimtes gehanteerde € 60. Dit leidt tot een waarde van € 267.000.

5.9. Belanghebbende heeft gesteld dat de aldus door de heffingsambtenaar berekende waarde van het object ...straat 42 buitensporig hoog is. Het complex is gebouwd in een duin, waardoor het souterrain zich half in dat duin bevindt. Doordat het souterrain zich voor de helft in het duin onder het maaiveld bevindt, kan het daglicht slechts aan een zijde het souterrain binnenvallen, welke zijde tevens aan het parkeerterrein grenst. Blijkens de bouwtekening blijven vijf ruimten in het souterrain verstoken van daglichtinval. Alleen de voormalige recreatieruimte heeft daglichtinval. Van het souterrain zou volgens belanghebbende met een forse investering een kantoor kunnen worden gemaakt, dat kan worden verhuurd voor € 50 per vierkante meter of zouden met een iets minder fors budget vier of vijf parkeerboxen kunnen worden gemaakt met een waarde van ieder € 20.000. Belanghebbende acht de waarde van het souterrain niet hoger dan € 100.000. De waarde van het parkeerterrein bedraagt € 112.000 (28 parkeerplaatsen à € 4.000). In totaal bedraagt de waarde van het object ...straat 42 volgens belanghebbende ten hoogste € 212.000.

5.10. De heffingsambtenaar heeft noch voor de huurwaardes per m², noch voor de kapitalisatiefactor 10 referentiemateriaal of andere bewijsmiddelen aangevoerd. Op grond daarvan acht het Hof de heffingsambtenaar niet geslaagd in de op hem rustende bewijslast. De heffingsambtenaar heeft de door belanghebbende gestelde omstandigheden niet, althans onvoldoende weersproken. Dit geldt ook voor de door hem gehanteerde cijfers. Op grond van het voorgaande volgt het Hof belanghebbendes conclusie met betrekking tot de waarde van het object ...straat 42.

Slotsom

5.11. Op grond van het vorenoverwogene, waaronder het in 2.3 vermelde feit dat eerst in de fase van het hoger beroep is komen vast te staan, is het hoger beroep gegrond en het incidenteel hoger beroep ongegrond. De uitspraak van de rechtbank dient te worden vernietigd. De uitspraken op bezwaar dienen eveneens te worden vernietigd.

5.12. De waardebeschikking met betrekking tot het object ...straat 42 dient te worden verminderd tot een waarde van € 212.000 en de betreffende aanslag dient te worden verminderd overeenkomstig deze waarde.

5.13. Wat betreft de wooneenheden heeft te gelden dat, nadat de wooneenheden in de juiste categorie zijn ingedeeld, de waarde van de woonheden A, B en C moeten worden verminderd tot respectievelijk € 95.000, € 69.000 en € 84.250 en de desbetreffende aanslagen dienovereenkomstig dienen te worden verminderd.

6. Proceskosten

Nu het hoger beroep gegrond is, heeft belanghebbende op grond van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht recht op vergoeding van proceskosten. Voor vergoeding in aanmerking komen de reiskosten van belanghebbende en zijn echtgenote naar de zitting, op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht te berekenen op 15,40, verhoogd met de kosten van acht strippen af te ronden op € 4, in totaal € 19,40. Overige voor vergoeding in aanmerking komende kosten zijn gesteld noch gebleken.

7. Beslissing

Het Hof

- vernietigt de uitspraak van de rechtbank, behoudens de beslissingen over de proceskosten en het griffierecht;

- vernietigt de uitspraken op bezwaar;

- vermindert de vastgestelde waarde van het object ...straat 42 tot € 212.000 en dienovereenkomstig de desbetreffende aanslag;

- vermindert de waarde van de wooneenheden en de desbetreffende aanslagen zoals beschreven in 5.13 van deze uitspraak;

- veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 19,40 en wijst de gemeente Zandvoort aan als de rechtspersoon die deze kosten aan belanghebbende moet vergoeden; en

- gelast dat de gemeente Zandvoort aan belanghebbende vergoedt het door deze voor de behandeling van het hoger beroep betaalde griffierecht van € 428.

Aldus vastgesteld door mrs. J.P.F. Slijpen, voorzitter, W.M.G. Visser en J.P. Kruimel, leden van de belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. S.K. Grando als griffier. De beslissing is op 9 juli 2009 in het openbaar uitgesproken.

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20.303, 2500 EH Den Haag. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.