Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ0948

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
14-04-2009
Datum publicatie
30-06-2009
Zaaknummer
200.004.209/01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

omgangsregeling en lijfsdwang

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 587
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

MEERVOUDIGE FAMILIEKAMER

BESCHIKKING van 14 april 2009 in de zaak met landelijk zaaknummer […] van:

[…],

wonend op een geheim adres en domicilie kiezend ten kantore van haar advocaat,

APPELLANTE in principaal hoger beroep,

GEÏNTIMEERDE in incidenteel hoger beroep,

advocaat: mr. A.M. Blom te Amsterdam,

t e g e n

[…],

wonende te […], gemeente […],

GEÏNTIMEERDE in principaal hoger beroep,

APPELLANT in incidenteel hoger beroep,

advocaat: mr. M.G.C. van Riet te Amsterdam.

1. Het geding in hoger beroep

1.1. Appellante in principaal hoger beroep tevens geïntimeerde in incidenteel hoger beroep en geïntimeerde in principaal hoger beroep tevens appellant in incidenteel hoger beroep, worden hierna respectievelijk de moeder en de vader genoemd.

1.2. Het hof heeft in deze zaak op 7 augustus 2008 een tussenbeschikking uitgesproken.

1.3. Op 7 november 2008 is bij de griffie van dit hof een rapportage omgangsbegeleiding van Stichting Omgangshuis te Zaandam, gedateerd 7 november 2008, binnengekomen.

1.4. De vader heeft op 24 november 2008 een aanvullend verzoek in incidenteel hoger beroep ingediend.

1.5. De behandeling van de zaak is op 21 januari 2009 ter terechtzitting voortgezet.

1.6. Ter terechtzitting zijn verschenen:

- de moeder, bijgestaan door haar advocaat:

- de vader, bijgestaan door mr. E.M. Hoorenman, advocaat te Hoorn;

- mevrouw […], vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming te Amsterdam (hierna: de Raad).

2. Nadere beoordeling van het hoger beroep

2.1. Het hof verwijst naar hetgeen is overwogen en beslist in de in deze zaak gegeven tussenbeschikking. Daarin is onder meer overwogen dat

- het belang van de kinderen meebrengt dat de ouders gezamenlijk het ouderlijk gezag over hen blijven uitoefenen (rechtsoverweging 4.6.);

- er geen aanleiding bestaat een dwangsom te verbinden aan de niet nakoming door de moeder van haar informatieplicht jegens de vader (rechtsoverweging 4.7.);

- niet is gebleken van feiten of omstandigheden op grond waarvan geconcludeerd moet worden dat omgang tussen de vader en de kinderen niet in het belang is van de kinderen. (rechtsoverweging 4.9.).

2.2. Het hof heeft bij die beschikking voorts, onder aanhouding van elke verdere beslissing, een omgangsregeling vastgesteld, inhoudende - kort gezegd - dat de kinderen gedurende vier maanden omgang zullen hebben met de vader op een van de locaties van de Stichting Omgangshuis, met bepaling dat de moeder per keer dat zij in gebreke blijft die omgangsregeling na te komen een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 250,- verbeurt aan de vader.

2.3. Bij de stukken bevindt zich een eindrapportage van Stichting Omgangshuis van 7 november 2008 waaruit blijkt dat er geen omgang tussen de vader en de kinderen heeft plaatsgevonden. Vermeld is dat het omgangshuis de moeder drie maal heeft uitgenodigd voor een intakegesprek, en dat de moeder hierop niet gereageerd heeft.

2.4. De vader heeft zijn verzoek in incidenteel hoger beroep aangevuld in die zin dat hij het hof tevens verzoekt - bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad -

primair:

• te bepalen dat de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij hem en zijn huidige echtgenote zal zijn;

• te bepalen dat de moeder vier maal de dwangsom heeft verbeurd, althans vast te stellen dat de moeder de dwangsom heeft verbeurd in een door het hof in goede justitie te bepalen aantal gevallen;

subsidiair:

• te bepalen om hem verlof te geven om naast de dwangsom, reeds opgelegd door dit hof, de naleving van de omgangsregeling af te dwingen bij lijfsdwang met dien verstande dat de moeder telkens voor de duur van drie maal vierentwintig uur in gijzeling kan worden genomen, dit ter keuze van eiser, tijdens welke periode de kinderen bij de vader zullen verblijven.

2.5. Het hof blijft bij hetgeen in de tussenbeschikking is overwogen ten aanzien van het gezamenlijk ouderlijk gezag. De ontwikkelingen die zich na het uitspreken van die beschikking hebben voorgedaan en hetgeen de vader dienaangaande heeft aangevoerd, bieden voorts onvoldoende grond voor de conclusie dat wijziging van de hoofdverblijfplaats van de kinderen, die tot op heden altijd bij de moeder is geweest, in het belang van de kinderen noodzakelijk is. Het verzoek van de vader de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij hem te bepalen zal dan ook worden afgewezen.

2.6. Ook overigens blijft het hof bij hetgeen in de tussenbeschikking is overwogen. Hetgeen de moeder ter zitting van

21 januari 2009 met betrekking tot de omgang tussen de vader en de kinderen heeft aangevoerd, maakt dat niet anders. Niet gebleken is van feiten of omstandigheden die rechtvaardigen dat zij niet heeft meegewerkt aan de bij de tussenbeschikking vastgestelde omgangsregeling en dat zij, naar zij ter zitting heeft aangekondigd, zal blijven weigeren haar medewerking aan enige omgangsregeling te verlenen. Met betrekking tot het argument van de moeder dat de kinderen geen omgang met de vader willen, overweegt het hof dat het ouderlijk gezag mede de verplichting van de ouder omvat om de ontwikkeling van de band met de andere ouder te bevorderen. Het ligt derhalve op de weg van de moeder de kinderen in hun omgang met de vader te begeleiden en te ondersteunen.

2.7. Het hof zal thans een definitieve omgangsregeling vaststellen. Een geleidelijke opbouw daarvan is noodzakelijk, aangezien reeds geruime tijd geen omgang tussen de vader en de kinderen heeft plaatsgevonden. Het hof zal daarom bepalen dat de omgang tussen de vader en de kinderen gedurende de eerste zes maanden na de datum van deze beschikking één zondag per veertien dagen van 10.00 uur tot 17.00 uur plaats zal vinden en daarna zal de omgang worden uitgebreid tot één weekend per maand van zaterdag 10.00 uur tot zondag 17.00 uur. De vader dient de kinderen bij hun moeder op te halen en thuis te brengen.

Ten overvloede merkt het hof op dat partijen er, in het belang van de kinderen, in onderling overleg uiteraard nog steeds voor kunnen kiezen de omgangsregeling eerst een aantal keren in het omgangshuis te laten plaatsvinden. Het omgangshuis biedt een veilige omgeving waarin kinderen kunnen wennen aan omgang met een ouder die zij lange tijd niet hebben gezien. Daarnaast zijn de medewerkers van het omgangshuis gespecialiseerd in het begeleiden van ouders en kinderen in situaties waarin omgang op bezwaren van een van de ouders stuit en kunnen zij ouders nuttige tips geven bij de opbouw en uitvoering van de omgangsregeling.

2.8. Het hof ziet in de - tot nu toe gebleken en door haar ter zitting ook voor de toekomst aangekondigde - weigering van de moeder haar medewerking aan de omgang te verlenen aanleiding om aan de niet nakoming door haar van de na te melden omgangsregeling lijfsdwang te verbinden. Het hof acht toepassing van dat uiterste dwangmiddel in de gegeven omstandigheden waarin het opleggen van een dwangsom niet heeft geresulteerd in de totstandkoming van contact tussen de vader en de kinderen, gerechtvaardigd en is voorts van oordeel dat in het onderhavige geval het belang van de kinderen bij omgang met de vader zwaarder behoort te wegen dan het belang dat wordt gediend als het dwangmiddel buiten toepassing wordt gelaten.

2.9. De bij de tussenbeschikking opgelegde dwangsommen zijn reeds verbeurd als gevolg van de niet nakoming door de moeder van de bij die beschikking vastgestelde omgangsregeling. De vader heeft bij toewijzing van zijn verzoek ter zake dan ook geen belang meer, zodat dit zal worden afgewezen.

2.10. Dit leidt tot de volgende beslissing.

3. Beslissing

In principaal en incidenteel appel

Het hof:

vernietigt de beschikking waarvan beroep voor wat betreft de opgelegde omgangsregeling en in zoverre opnieuw rechtdoende:

bepaalt dat de vader gedurende zes maanden eenmaal per twee weken op zondagen van 10.00 tot 17.00 uur omgang met de kinderen zal hebben ingaande 26 april 2009, waarbij de vader de kinderen bij de moeder ophaalt en terug brengt;

bepaalt dat de vader met ingang van 31 oktober 2009 een weekend per twee weken omgang met de kinderen zal hebben van zaterdag 10.00 uur tot zondag 17.00, waarbij de vader de kinderen bij de moeder ophaalt en terug brengt;

staat per keer dat de moeder in gebreke blijft aan voormelde omgangsregeling te voldoen de tenuitvoerlegging bij lijfsdwang toe tijdens de uren waarin de omgangsregeling behoort plaats te vinden;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

bekrachtigt de beschikking waarvan beroep voor het overige;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. G.J. Driessen-Poortvliet, A. van Haeringen en W.K. van Duren, in tegenwoordigheid van B.J. Schutte als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 14 april 2009.