Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2009:BI6713

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
04-06-2009
Datum publicatie
05-06-2009
Zaaknummer
200.023.530 OK
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Uitspraak Ondernemingskamer 4 juni 2009; Kessel Rental B.V c.s../International Kessel B.V.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ARO 2009, 85
JRV 2009, 481
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

BESCHIKKING van 4 juni 2009 in de zaak met rekestnummer 200.023.530 OK van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KESSEL RENTAL B.V.,

gevestigd te Breda,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

A.M. HOUWERS HOLDING B.V.,

gevestigd te Reuver,

VERZOEKERS,

advocaat: MR. J.A. BLOO,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

INTERNATIONAL KESSEL B.V.,

gevestigd te Kessel,

VERWEERSTER,

niet verschenen,

e n t e g e n

1. CORNELIS HENRICUS JOHANNES VAN ERP,

wonende te Kessel,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PREVAN HOLDING B.V.,

gevestigd te Kessel,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

E.V. BEHEER B.V.,

gevestigd te Kessel,

BELANGHEBBENDEN,

advocaat: MR. M.A. VLES.

1. Het verloop van het geding

1.1 Verzoekers (hierna Kessel Rental onderscheidenlijk Houwers Holding en tezamen Kessel Rental c.s. te noemen) hebben bij op 29 januari 2009 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verzoekschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht - zakelijk weergegeven -

1) een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van International Kessel BV (hierna International Kessel te noemen) over de periode van 1 januari 1996 tot 1 januari 2007;

2) bij wijze van onmiddellijke voorziening voor de duur van het geding C.H.J. van Erp (hierna Van Erp te noemen) te schorsen als bestuurder van International Kessel, zonder behoud van salaris of bezoldiging, althans de onmiddellijke voorzieningen te treffen die de Ondernemingskamer geraden voorkomen;

3) International Kessel te veroordelen in de kosten van het geding.

1.2 Van Erp, Prevan Holding B.V. (hierna Prevan te noemen) en E.V. Beheer B.V. (hierna E.V. te noemen), deze drie tezamen hierna Van Erp c.s. te noemen, hebben bij op 26 februari 2009 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, Kessel Rental c.s. niet ontvankelijk te verklaren in het verzoek, met hoofdelijke veroordeling van Kessel Rental c.s. in de kosten van het geding.

1.3 Bij het in 1.2 genoemde verweerschrift heeft Van Erp voorts de Ondernemingskamer verzocht - zakelijk weergegeven en naar de Ondernemingskamer begrijpt - het verzoek af te wijzen, althans een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van International Kessel over de periode van 13 juli 2004, althans 22 december 1995, tot de dag van indiening van het verweerschrift, althans over een periode die de Ondernemingskamer wenselijk acht, met hoofdelijke veroordeling - bij in zoverre uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking - van Kessel Rental c.s. in de kosten van het geding.

1.4 Bij het in 1.2 genoemde verweerschrift heeft Prevan voorts de Ondernemingskamer verzocht het verzoek af te wijzen, met hoofdelijke veroordeling - bij in zoverre uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking - van Kessel Rental c.s. in de kosten van het geding

1.5 Bij het in 1.2 genoemde verweerschrift heeft E.V. Beheer voorts de Ondernemingskamer verzocht - zakelijk weergegeven en naar de Ondernemingskamer begrijpt -

1) een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van International Kessel over de periode van 13 juli 2004 tot de daag van indiening van het verweerschrift, althans over een periode die de Ondernemingskamer wenselijk acht;

2) bij wijze van onmiddellijke voorziening voor de duur van het geding C.L. van Duuren (hierna Van Duuren te noemen) te schorsen als bestuurder van International Kessel, althans de onmiddellijke voorzieningen te treffen die de Ondernemingskamer geraden voorkomen;

3) International Kessel te veroordelen in de kosten van het geding.

1.3 De verzoeken zijn behandeld ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 12 maart 2009, alwaar de advocaten de standpunten van partijen nader hebben toegelicht, beiden aan de hand van aan de Ondernemingskamer overgelegde pleitaantekeningen en wat mr. Bloo betreft onder overlegging van nadere producties, tegen welke overlegging mr. Vles bezwaar heeft gemaakt.

2. De vaststaande feiten

2.1 De onderneming, die sinds de oprichting van International Kessel op 22 december 1995 door haar in stand wordt gehouden, is in 1977 aangevangen door Van Erp en werd voorheen door Prevan gedreven. Bij de onderneming, die zich bezighoudt met het verhuren van tijdelijke (groot) keukens en (horeca)inrichtingen voor evenementen, zijn, afhankelijk van het seizoen, 18 tot 25 werknemers betrokken.

2.2 Sinds de oprichting van International Kessel zijn Van Erp en A.M. Houwers, een neef van Van Erp (hierna Houwers te noemen), bestuurder van International Kessel.

2.3 Van Erp is de enige aandeelhouder en bestuurder van zowel Prevan als E.V. Beheer.

2.4 Houwers Holding is de persoonlijke houdstervennootschap van Houwers.

2.5 De persoonlijke houdstervennootschap van Van Duuren is CD Holding B.V., die op haar beurt alle aandelen houdt in Kessel Rental, welke vennootschap tot 13 juli 2006 Kairos Trading Rotterdam B.V. was genaamd (hierna eveneens Kessel Rental te noemen).

2.6 Vanaf 1996 hield Van Erp, door middel van Prevan, 70% en Houwers, door middel van Houwers Holding, 15% van het aandelenkapitaal van International Kessel. H.G. Freitag (hierna Freitag te noemen) hield indertijd de resterende 15% daarvan.

2.7 International Kessel en Prevan hebben een huurkoopovereenkomst met betrekking tot de roerende zaken van Prevan gesloten. De koopprijs werd afhankelijk gesteld van - kort gezegd - de gerealiseerde omzet van International Kessel en werd gefactureerd in gedurende vijf jaar maandelijks opgemaakte facturen. De (factuur)bedragen werden geboekt in een rekening-courant verhouding tussen Prevan en International Kessel (hierna de rekening-courant verhouding te noemen).

2.8 International Kessel heeft bedrijfsruimte van Prevan gehuurd. De verschuldigde huurpenningen werden voldaan door boekingen in de rekening-courant verhouding. Voorts heeft International Kessel bedragen bij Prevan in rekening gebracht voor door Houwers ten behoeve van Prevan verrichte werkzaamheden. Ook deze verplichtingen werden in de rekening-courant verhouding geboekt.

2.9 In 1996 heeft International Kessel aandelen gekocht van de Duitse vennootschap Kessel Veranstaltungsservice GmbH. Houwers heeft op 17 juli 1996 bij een Duitse notaris een instemmingverklaring ondertekend ter zake van deze transactie. Ook in verband met deze transactie - omdat (een deel van) de koopsom werd schuldig gebleven - heeft een boeking in de rekening-courant verhouding plaatsgevonden.

2.10 In 1998 is ten laste van International Kessel een bedrag van fl. 840.000 in de rekening-courant verhouding geboekt ter zake van een "super"-dividend. Dit bedrag is in 1999 in overleg met de Belastingdienst met fl. 420.000 naar beneden bijgesteld.

2.11 Een onderhandse akte, gedateerd 25 september 2001, houdt in - kort gezegd - dat Prevan en International Kessel in januari 1996 zijn overeengekomen dat Prevan aan International Kessel een lening ten belope van maximaal fl. 2.000.000 in rekening-courant en tegen een rente van 6% ter beschikking stelt tot 31 september 2003. De akte is namens beide partijen ondertekend door Van Erp en voor kennisname ondertekend door Houwers en Freitag.

2.12 Een tweede onderhandse akte, gedateerd 25 september 2001, houdt in - kort gezegd - dat International Kessel als schuldenaar aan Prevan als schuldeiser tot meerdere zekerheid voor de voldoening van een vordering ten belope van fl. 2.000.000 in januari 1996 een pandrecht heeft verleend op haar bedrijfsinventaris (inclusief machines en installaties). Ook deze akte is namens beide partijen ondertekend door Van Erp en voor kennisname ondertekend door Houwers en Freitag.

2.13 Een onderhandse akte, ondertekend op 7 mei 2003 door Van Erp voor zowel International Kessel als Prevan, houdt in - kort gezegd - dat International Kessel en Prevan wensen over te gaan tot novatie van de hiervoor vermelde (tweede) akte van 25 september 2001, dat het totaal van de rekening-courantschuld van International Kessel per 31 december 2002 en het - bij ING Bank N.V. (hierna ING Bank te noemen) achtergestelde - restant van een door haar in 1996 van Prevan ontvangen lening per 31 december 2002 € 1.762.598 bedraagt, dat op de bedrijfsinventaris van International Kessel "thans een beperkt recht rust (eerste pandrecht) ten behoeve van de bankier (…) en dat het bij deze overeenkomst te vestigen pandrecht tweede in rang zal zijn".

2.14 In de eerste helft van oktober 2003 hebben Van Erp en Houwers opdracht verstrekt aan KCO Fusies en Overnames B.V. (hierna KCO te noemen) om - kort gezegd - te bemiddelen en te adviseren bij de verkoop van het gehele of gedeeltelijke belang van Prevan in International Kessel. Dit een en ander heeft er onder meer in geresulteerd dat KCO op 6 november 2003 cijfers en prognoses betreffende International Kessel over de periode van 1999 tot en met 2007 en op 14 februari 2004 volledig uitgewerkte cijfers over de periode van 1999 tot 2004, voorzien van een toelichting, ter beschikking heeft gesteld aan Van Duuren. Het begeleidende bericht van 14 februari 2004 van KCO houdt onder meer vermeldingen van de (omvang van de) rekening-courant verhouding in, te weten dat de rekening-courant voor € 500.000 zal worden afgelost en voor € 500.000 zal worden "omgezet in algemene reserve", dat het alsdan resterende bedrag van circa € 375.00 aan de (in 2.13 hiervóór bedoelde) achtergestelde lening ten bedrage van circa € 454.000 zal worden toegevoegd en dat aldus een schuld uit hoofde van lening aan Prevan resulteert van circa € 829.000.

2.15 Op 5 maart 2004 hebben onder andere(n) Van Erp, Prevan, Houwers, Houwers Holding, Van Duuren en Kessel Rental een intentieovereenkomst aandelenoverdracht (hierna de intentieovereenkomst te noemen) ondertekend, die betrekking heeft op - kort gezegd - de verkoop van een belang van 51% in International Kessel aan Kessel Rental. De intentieovereenkomst houdt onder meer in:

2.1 Tussen [International Kessel] en [Prevan] bestaat een rekening-courant verhouding uit hoofde waarvan [International Kessel] per ultimo 2003 naar schatting circa € 1.375.000 verschuldigd is. Deze rekening-courant verhouding zal voor een bedrag van € 750.000 worden toegevoegd aan het eigen vermogen.

2.2 Prevan (…) verkrijgt indien mogelijk het eerste, doch anderszins het tweede pandrecht op alle roerende zaken en handelsvorderingen van [International Kessel] ter meerdere zekerheid voor al haar vorderingen op [International Kessel].

2.16 In april 2004 heeft een aan Van Duuren gelieerde vennootschap onderzoek gedaan naar en een rapport opgesteld over (de financiële toestand van) International Kessel. Dit rapport houdt vermeldingen van de rekening-courant verhouding in.

2.17 Een van ABN AMRO Bank N.V. (hierna ABN AMRO Bank te noemen) afkomstig e-mail bericht aan Van Duuren, verzonden op 28 april 2004, betreffende de herfinanciering van International Kessel bevat onder meer een "balans na deze herfinanciering" waarop voorkomt zowel een schuld aan Prevan uit hoofde van lening (€ 454.000) en een schuld aan Prevan in rekening-courant (€ 149.000), als een aan het eigen vermogen toegevoegde vrijval van de lening van Prevan (€ 750.000). Daarnaast vermeldt de balans een schuld aan Kessel Rental van € 50.000 en een schuld aan de bank van € 700.000.

2.18 Een door Van Erp ondertekende verklaring, gedateerd 10 juli 2004 en geadresseerd aan International Kessel t.a.v. de aandeelhouders, houdt onder meer in:

Hiermede stemt ondergetekende ermee in, dat er op de vordering op [International Kessel], via de rekening courant verhouding, een bedrag ad € 750.000,-- afgeboekt mag worden.

Een en ander conform de bepaling van het artikel 2.1 van [de intentieovereenkomst] (…).

2.19 Een op 11 juli 2004 door Van Erp als vertegenwoordiger van International Kessel ondertekende pandakte, waarmee International Kessel een pandrecht op voorraden, inventaris en vorderingen ten behoeve van ABN AMRO Bank heeft verleend, houdt onder meer in:

De Pandgever verklaart en staat er voor in dat hij tot de verpanding bevoegd is, dat het pandrecht van de Bank eerste in rang is en dat op de Goederen geen ander beperkt recht (zoals een ander pandrecht dan het onderhavige of een recht van vruchtgebruik) (…) rust of zal rusten

(…).

2.20 Op 13 juli 2004 heeft Van Duuren (door middel van CD Holding B.V. en Kessel Rental) een belang in International Kessel genomen en heeft Freitag (het restant van) haar gehele belang verkocht. De aandelen in International Kessel zijn sindsdien aldus verdeeld dat Kessel Rental 51% daarvan houdt, Houwers Holding 8% en (aanvankelijk Prevan en thans) E.V. Beheer 41%.

2.21 Een onderhandse akte, gedateerd 23 juli 2004, houdt in dat International Kessel aan Prevan tot meer zekerheid voor de aflossing van een geldlening ten belope van € 453.780 een pandrecht verleent op haar vorderingen op haar debiteuren. Opgenomen is dat op de verpande zaken "thans een beperkt recht (eerste recht van pand) rust ten behoeve van de bankier. Het bij deze overeenkomst te vestigen pandrecht zal alsdan tweede in rang zijn". Ook bij het ondertekenen van deze akte trad Van Erp op voor zowel International Kessel als voor Prevan.

2.22 Sedert 2 augustus 2004 is Van Duuren, naast Van Erp en Houwers, bestuurder van International Kessel.

2.23 Een brief gedateerd 25 oktober 2004 van Killaars Steeghs Groep Belastingadviseurs (hierna Killaars te noemen) aan Van Duuren houdt onder meer in:

(...) International Kessel (...) heeft in rekening courant een schuld aan [Prevan]. Deze schuld bedraagt bijna € 1,4 miljoen. [Prevan] heeft deze schuld afgewaardeerd op courante waarde (zijnde ongeveer € 180.000,-) en voor ongeveer 1,2 miljoen een voorziening wegens oninbaarheid gevormd. (…)

2.24 Van Erp heeft op grond van een arbeidsovereenkomst met International Kessel werkzaamheden verricht voor International Kessel. Vanaf juli 2007 is Van Erp feitelijk niet meer actief voor International Kessel en heeft hij geen loon meer uit hoofde van de arbeidsovereenkomst ontvangen. Met ingang van 8 juni 2007 luidt, blijkens een uittreksel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel voor Limburg, de vermelding in het Handelsregister met betrekking tot de bevoegdheid van Van Erp "gezamenlijk bevoegd", en niet meer zoals voorheen "alleen/zelfstandig bevoegd".

3. De gronden van de beslissing

3.1 Van Erp c.s. hebben betoogd dat Kessel Rental c.s. niet ontvankelijk in haar verzoek dienen te worden verklaard omdat zij niet tevoren hun bezwaren tegen het beleid en de gang van zaken van International Kessel schriftelijk kenbaar hebben gemaakt, als bedoeld in artikel 2:349 lid 1 BW.

3.2 Dit betoog treft geen doel, reeds omdat het beroep op deze niet-ontvankelijkheidsgrond slechts aan de verweren de rechtspersoon toekomt.

3.3 De Ondernemingskamer stelt vast dat zowel Kessel Rental c.s. als E.V. Beheer en, subsidiair, ook Van Erp, het standpunt zijn toegedaan dat een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van International Kessel geïndiceerd is. Dit standpunt komt de Ondernemingskamer niet onjuist voor. Daarvoor is het volgende redengevend.

3.4 Van Erp c.s. klagen dat aan Van Erp informatie over de onderneming wordt onthouden. Uit het ter terechtzitting verhandelde volgt dat aan (de advocaat van) Van Erp c.s. desgevraagd in of omstreeks april 2008 een concept van de jaarrekening 2007 van International Kessel is gestuurd en dat International Kessel maandelijks aan Van Erp de gelegenheid geeft om ten kantore van de onderneming de managementrapportage, inclusief een balans, in te zien. Deze wijze van informatieverstrekking roept vragen op. Daar komt bij dat Kessel Rental c.s. bij monde van Van Duuren hebben meegedeeld dat International Kessel geen informatie met betrekking tot (onderhandelingen over) opdrachten, waaronder offertes, aan Van Erp wil verstrekken. Naar het oordeel van de Ondernemingskamer is daarom niet zonder meer onaannemelijk dat, zoals Van Erp c.s. hebben betoogd, de ter inzage gelegde informatie niet de informatie is die gebruikelijk aan een bestuurder ter beschikking wordt gesteld en dat die informatie onvoldoende is om een bestuurder het van hem gevergde inzicht in de toestand van de onderneming te verschaffen.

3.5 Bij het voorgaande neemt de Ondernemingskamer in aanmerking dat tussen partijen vaststaat dat Van Erp (formeel) bestuurder is. Een besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders van International Kessel dat strekt tot ontslag van Van Erp als bestuurder ontbreekt immers, zo is - ook - van de zijde van Kessel Rental c.s. verklaard.

3.6 Met betrekking tot de (materiële) positie van Van Erp en het beëindigen van de loonbetalingen aan Van Erp hebben partijen verschillende verklaringen gegeven. Kessel Rental c.s. huldigen de opvatting dat Van Erp bij het bereiken van de 60-jarige leeftijd in 2008 met pensioen is gegaan en dat hij heeft afgezien van een pensioenvoorziening of pensioenuitkeringen. Volgens Van Erp c.s. heeft Van Erp afgezien van het recht om in 2008 met pensioen te gaan en is Van Erp - weliswaar - gedeeltelijk arbeidsongeschikt maar duurt zijn arbeidsovereenkomst voort, zodat de loonbetalingen ten onrechte uitblijven, en wil Van Erp - slechts dan - met pensioen gaan als zijn pensioenaanspraken verzekerd zijn. Dit verschil van inzicht leidt naar het oordeel van de Ondernemingskamer tot een onzekere, in potentie conflictueuze toestand. Het (laten) voortduren daarvan roept eveneens vragen op.

3.7 Ook de gang van zaken met betrekking tot de verpandingen roept vragen op. Zo is onduidelijk of het pandrecht van Prevan, dat blijkens de pandakte van mei 2003 kennelijk zonder meer als tweede pandrecht, achter dat van "de bankier" had te gelden, op 11 juli 2004 althans op het tijdstip dat aan ABN AMRO Bank in 2004 een eerste pandrecht werd verleend, nog (steeds) als tweede dan wel - bijvoorbeeld vanwege het wisselen van huisbankier - als eerste pandrecht moest worden beschouwd en evenmin, wat in dit verband door de betrokken partijen is bedoeld met de in 2.21 aangehaalde passage uit de pandakte van 23 juli 2004. In ieder geval kan niet zonder meer worden geconcludeerd, zoals Kessel Rental c.s. (lijken te) doen, dat sprake is van fraude, aangezien immers Prevan - ook indien zij vóór 11 juli 2004 een eerste althans eerder pandrecht hield - ter gelegenheid van het verlenen van het pandrecht aan ABN AMRO Bank kan zijn "opgestaan", dat wil zeggen voorrang kan hebben verleend aan ABN AMRO Bank. Daar staat tegenover dat Van Erp c.s. hebben erkend dat de verklaring tegenover ABN AMRO Bank, inhoudende dat de bank een eerste pandrecht zou verkrijgen, "kwalijk" is. De door Kessel Rental c.s. gestelde - onvoldoende weersproken - sinds september 2007 ontstane twijfels bij ABN AMRO Bank over de rang van haar pandrecht, de weigering van Prevan om die twijfels uit de wereld te helpen althans om "ten aanzien van haar 1e pandrecht (…) (ABN AMRO) Bank onvoorwaardelijk tegemoet te komen", en de op die twijfels gegrondveste weigering van ABN AMRO Bank de kredietruimte structureel te vergroten, ten gevolge waarvan de bedrijfsvoering van International Kessel wordt bemoeilijkt, rechtvaardigen naar het oordeel van de Ondernemingskamer dat het te bevelen onderzoek zich tot dit punt uitstrekt.

3.8 Kessel Rental c.s. hebben nog een groot aantal bezwaren naar voren gebracht die betrekking hebben op (het ontstaan en het verloop van) de rekening-courant verhouding tussen Kessel International en Prevan.

3.9 Echter, wat er van al die bezwaren ook zij, in deze procedure hebben Kessel Rental c.s. deze tevergeefs opgeworpen, aangezien - gelet op hetgeen in 2.9, 2.11, 2.12 en 2.14 tot en met 2.18 is vermeld - het ervoor moet worden gehouden dat zij (Houwers Holding van aanvang af en Kessel Rental vanaf 31 december 2003, toen zij overwoog in International Kessel te participeren) op de hoogte waren van het bestaan en - in grote lijnen - van het verloop en de omvang van de rekening-courant schuld en voorts niet is gesteld of gebleken dat zij eerder - tijdig - aan enige bezwaren met betrekking tot die rekening-courant verhouding uiting hebben gegeven, zodat zij in hun bezwaren op dit punt thans nauwelijks serieus genomen kunnen worden. Het door Kessel Rental c.s. gestelde ontbreken van een schriftelijke vastlegging van de (naar moet worden aangenomen in of omstreeks 1996 gesloten) huurkoop- en huurovereenkomsten en het ontbreken van taxaties ter zake van die overeenkomsten, kan naar het oordeel van de Ondernemingskamer dan ook niet bijdragen aan de redenen voor twijfel aan een juist beleid van International Kessel (zulks nog daargelaten dat die stelling deels - gelet op de door Van Erp c.s. overgelegde producties 30, 31 en 36 - feitelijke grondslag ontbeert).

3.10 De slotsom is dat een onderzoek zal worden bevolen. De feiten en omstandigheden die gegronde redenen opleveren om aan een juist beleid van International Kessel te twijfelen hebben zich voorgedaan in de periode dat alle huidige aandeelhouders bij International Kessel betrokken waren. Het onderzoek zal zich daarom dienen uit te strekken over de periode vanaf 1 januari 2004. Dat neemt niet weg dat de te benoemen onderzoeker, indien hij zulks geboden acht, daarbij aandacht kan besteden aan aangelegenheden uit de periode voorafgaand aan 1 januari 2004.

3.11 Mede lettend op het ontbreken van aanwijzingen dat binnen International Kessel onomkeerbare besluiten die ten nadele van de (onderneming van de) International Kessel dan wel een van haar (uiteindelijke) aandeelhouders strekken, zullen worden genomen en uitgevoerd, ziet de Ondernemingskamer - althans vooralsnog - geen aanleiding tot het treffen van onmiddellijke voorzieningen.

3.12 Uit het voorgaande volgt dat deze beslissing niet - mede - is gebaseerd op de door mr. Bloo aan zijn pleitnota gehechte producties, zodat het bezwaar van mr. Vles dienaangaande onbesproken kan blijven.

3.13 De Ondernemingskamer acht ten slotte termen aanwezig de kosten van het geding tussen partijen te compenseren zoals hierna te vermelden.

4. De beslissing

De Ondernemingskamer:

beveelt een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van International Kessel B.V., gevestigd te Kessel, over de periode vanaf 1 januari 2004;

benoemt een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon teneinde het onderzoek te verrichten;

stelt het bedrag dat het onderzoek ten hoogte mag kosten vast op € 15.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;

bepaalt dat de kosten van het onderzoek ten laste van International Kessel B.V. komen en dat zij ten genoege van de onderzoeker voor aanvang van diens werkzaamheden voor de betaling van deze kosten zekerheid dient te stellen;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

compenseert de kosten van het geding aldus dat iedere partij haar eigen kosten draagt;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. Willems, voorzitter, mr. Faase en mr. Faber, raadsheren, mr. Bax en prof. dr. Hoogendoorn RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. Philips, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 4 juni 2009.

coll.: