Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2009:BI4572

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
14-05-2009
Datum publicatie
20-05-2009
Zaaknummer
07/0902 DK en 09/0703 DK
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBHAA:2007:BB6989, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Niet kan worden vastgesteld welk materiaal het wezenlijk karakter van de onderhavige producten bepaalt, omdat noch de voor de samenstelling gebezigde stoffen noch de bestemming daarvoor een indicatie opleveren; het onderstel en blad(en) vullen elkaar aan en zijn gelijkwaardige componenten. Daarom moeten de meubelen met toepassing van indelingsregel 3c, te weten naar de post die in volgorde van nummering het laatst in het tarief is geplaatst, worden ingedeeld.

Aan de in andere landen afgegeven BTI’s komt geen betekenis toe.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Kenmerk P 07/902 DK en 07/903 DK

14 mei 2009

uitspraak van de Douanekamer

op het hoger beroep van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid E B.V. te R, belanghebbende,

en op het hoger beroep van

de inspecteur van de Belastingdienst,

de inspecteur,

tegen de uitspraak in de zaak nr. AWB 06/8245 van de rechtbank Haarlem (verder: de rechtbank) van 4 oktober 2007 in het geding tussen

belanghebbende

en

de inspecteur.

1. Uitnodiging tot betaling, bezwaar en geding voor de rechtbank

1.1. De inspecteur heeft met dagtekening 5 oktober 2005 aan belanghebbende een uitnodiging tot betaling (hierna: UTB) uitgereikt, kenmerk 0053.04.891/01.7.0349 ter zake van “douanerechten op industriële producten”, ten bedrage van € 5.643,40.

1.2. Belanghebbende heeft tegen deze UTB tijdig bezwaar gemaakt. Op 21 juni 2006 heeft de inspecteur het bezwaar ongegrond verklaard. Belanghebbende is tegen dit besluit op 17 juli 2006 in beroep gekomen bij de rechtbank.

1.3. De rechtbank heeft in haar uitspraak van 4 oktober 2007, verzonden op 5 oktober 2007, het beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de inspecteur vernietigd, de UTB verminderd tot een bedrag van € 4.984,56, de inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 805 waarbij de Staat der Nederlanden dit bedrag dient te voldoen en de Staat der Nederlanden veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht van € 281.

De rechtbank heeft bij het gegrond verklaren van het beroep als volgt geoordeeld:

“5.2. Verweerder (De Douanekamer: in het vervolg de inspecteur) heeft, met hetgeen hij daartoe heeft aangevoerd met betrekking tot een aantal ingevoerde artikelen voldoende aannemelijk gemaakt dat het glas, met name gezien de hoeveelheid daarvan in verhouding tot de andere materialen die deel uitmaken van het meubel, het wezenlijke karakter aan de meubels verleent. Met behulp van indelingsregeI 3b dienen deze meubelen te worden ingedeeld in post 9403 8000 90. Het betreft de meubels uit de handelscatalogus met de nummers: KL 4000 en KL 4019. (…)

5.3. Verweerder heeft eveneens met betrekking tot een aantal ingevoerde artikelen voldoende aannemelijk gemaakt dat desbetreffende meubels geen kenmerkend materiaal- noch van glas noch van staal- bezitten, dat het wezenlijke karakter aan het meubel verleent. Om die reden is de rechtbank van oordeel dat desbetreffende producten op grond van indelingsregeI 3c ingedeeld dienen te worden in post 9403 8000 90, aangezien deze post in nummering het laatste is geplaatst. Het betreft de meubels uit de handelscatalogus met de nummers:

. KL 4003,.KL 4015, KL 4016, KL 4017, KL 4018, KL 4022, KL 4030, KL 4031, KL4032.

(…)

5.4. Verweerder heeft, tegenover de betwisting door eiseres (De Douanekamer: in het vervolg belanghebbende), met betrekking tot een aantal ingevoerde artikelen onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het metaal, niet het wezenlijke karakter aan de meubels zou verlenen. Met name gezien de hoeveelheid metaal daarvan in verhouding tot de andere materialen die deel uitmaken van het meubel en de wezenlijke functie ervan, heeft eiseres deze meubels terecht ingedeeld in post 9403 2099 00, zodat de boeking achteraf in zoverre niet in stand kan blijven. Het betreft de meubels uit de handelscatalogus met de nummers: KL 4012, KL 4013 en KL 4075.”

2. De procedure voor de Douanekamer van het Gerechtshof te Amsterdam

2.1. Tegen de sub 1.3. vermelde uitspraak van de rechtbank heeft belanghebbende hoger beroep ingesteld bij beroepschrift van 12 november 2007, ingekomen bij de Douanekamer van het Gerechtshof te Amsterdam (hierna: Douanekamer) op 13 november 2007.

2.2. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

2.3. Tegen de sub 1.3. vermelde uitspraak van de rechtbank heeft ook de inspecteur hoger beroep ingesteld bij beroepschrift van 12 november 2007, ingekomen bij de Douanekamer op 14 november 2007. De inspecteur heeft de beroepschrift aangevuld bij brief van 12 december 2007.

2.4. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.

2.5. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden ter zitting van 17 maart 2009. De zaken zijn, op verzoek van partijen behandeld tezamen met die met kenmerken P 07/901 DK en 07/904 DK . Namens belanghebbende is verschenen en gehoord mr. T, en namens de inspecteur drs. H. De inspecteur heeft een pleitnota voorgelezen en overgelegd.

Van hetgeen partijen over en weer hebben verklaard is proces-verbaal opgemaakt, welke aan deze uitspraak is gehecht. Na de zitting heeft belanghebbende, met instemming van de inspecteur, een nader stuk ingediend welk stuk zij tevens aan de inspecteur heeft gezonden.

3. De feiten

Met inachtneming van de uitspraak van de rechtbank, de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting stelt de Douanekamer de volgende feiten vast.

3.1. Belanghebbende heeft in opdracht van de vennootschap onder firma K te U (hierna K) de in het hierna opgenomen schema vermelde aangiften (hierna: de aangiften A tot en met D) voor het vrije verkeer gedaan:

Datum Aangifte ten invoer nr Aantal cartons Aangegeven tariefpost Douanewaarde

A 16-07-2004 IM4 0000 3694801 04 0004 1741 387 9403 20 99 € 7.975

B 13-08-2004 IM4 0000 3694801 04 0004 2096 1030 9403 20 99 € 26.848

C 20-08-2004 IM4 0000 3694801 04 0004 2161 1114 9403 20 99 € 36.204

D 12-10-2004 IM4 0000 3694801 04 0004 2642 1676 9403 20 99 € 29.748

De goederen komen van oorsprong uit China.

Belanghebbende heeft de goederen aangegeven onder tariefpost 9403 20 99. Voor deze post gold een tarief van 0% aan douanerechten.

3.2. De verificatie van de aangiften is aan de hand van bescheiden uitgevoerd.

3.3. Naar aanleiding van een in 2005 ingestelde controle, heeft de inspecteur zich op het standpunt gesteld dat de goederen moeten worden ingedeeld onder tariefpost 9403 80 00 van het Gemeenschappelijk douanetarief (hierna: GDT). Voor goederen van deze post gold een tarief van douanerechten van 5,6%. Dit heeft geleid tot een uitnodiging tot betaling, gedagtekend 5 oktober 2005, van € 5.643,40 die als volgt is samengesteld:

Aangifte Datum Douanewaarde UTB

A 16-07-2004 € 7.975 € 446,60

B 13-08-2004 € 26.848 € 1.503,49

C 20-08-2004 € 36.204 € 2.027,42

D 12-10-2004 € 29.748 € 1.665,89

UTB 5-10-2005 Totaal € 5.643,40

3.4. Tot de stukken van het geding behoren afschriften uit een handelscatalogus van K waarin van de ingevoerde producten een omschrijving en een foto is opgenomen. De goederen betreffen diversen typen tafels die gemeen hebben dat het onderstel van metaal is en het blad c.q. de bladen van glas.

Voorts behoort tot de stukken een brief van 27 maart 2007 van de inspecteur waarin is opgenomen welke typen tafels zijn ingevoerd, gespecificeerd per aangifte. Voor zover van typen tafels geen informatie in de productcatalogus aanwezig is heeft de inspecteur in deze brief aangegeven met welke typen tafels, die wél in de catalogus voorkomen, deze tafels overeenkomen. Hierna is opgenomen een overzicht:

Tafeltype

Omschrijving

Kenmerken volgens foto Komt voor in aangifte

4000

4003

4012

4013

4022

4023

4025

4030

4031

4034

4037

4049

4050

4051

1050

339V

4331

4332

4334

78#

T1004-1

J1004-1

J1004-2

100

5032

TL2121

corner profile Salontafel

Eetkamer/schuiftafel

Computermeubel

Computermeubel

TV-Audiomeubel

Bijzettafel

Hoektafel

Komt overeen met 4031

Eetkamertafel

Eetkamertafel

Salontafel

Komt overeen met 4022

Komt overeen met 4022

Komt overeen met 4022

Eetkamertafel

Eetkamertafel

Sidetable

Salontafel

Salontafel

Komt overeen met 4003

Komt overeen met 4034

Komt overeen met 4000

Komt overeen met 4332

Komt overeen met 1050

Komt overeen met 339V

Komt overeen met 339V

Komt overeen met 4000+4025 Tafel met twee bladen

Tafel met uitschuifbaar blad

Meubel met drie bladen, wielen en een plankje

Meubel met drie bladen en plankje

Meubel met vier bladen

Ronde bijzettafel

Tafel met twee bladen

Tafel met één blad

Tafel met één blad

Lage tafel met één blad

Smalle tafel met één blad

Lage tafel met één blad

Lage tafel met één blad

A B C DA C D E F

A B D

A B D

B

B C

C D

-

D

B C D

C

C

D

D

D

-

-

C

C

C

A

A

A

A

B

B

B

B

3.5. Tot de stukken behoren in Frankrijk en Duitsland aan derden afgegeven bindende tariefinlichtingen (hierna: BTI’s). Deze BTI’s betreffen tafels met een onderstel van metaal en een glazen blad en deze tafels worden ingedeeld in post 9403 20 80. Tot de stukken behoren voorts twee BTI’s in België afgegeven aan K (de importeur van de goederen) gedagtekend 8 februari 2006. Deze BTI’s luiden voor zover hier van belang als volgt:

“BE D.T. 245.958

6. Indeling van het goed in de douanenomenclatuur

9403208090

7. Omschrijving van het goed

Eetkamertafel met een glazen blad en een onderstel van metaal.

Het artikel bestaat in diverse kleuren en maakt deel uit van een reeks. De afmetingen (lengte/breedte/hoogte) bedragen 180cm x 90cm x 75 cm. Het artikel is per stuk verpakt voor verkoop in het klein. ”

(…)

9. Motivering voor de indeling van het goed

De bewoordingen van de codes 9403, 940320 en 94032080

De algemene regel 1 en 6 voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur .

Toelichtingen op het Geharmoniseerd Systeem, hoofdstuk 94, Algemene Opmerkingen”

“BE D.T. 245.959

6. Indeling van het goed in de douanenomenclatuur

9403208090

7. Omschrijving van het goed

Salontafel met een onderstel van metaal en een bovenblad van glas.

Het artikel bestaat in diverse kleuren en maakt deel uit van een reeks. De afmetingen (lengte/breedte/hoogte) bedragen 130cm x 60cm x 41 cm. Het artikel is per stuk verpakt voor verkoop in het klein. ”

(…)

9. Motivering voor de indeling van het goed

De bewoordingen van de codes 9403, 940320 en 94032080

De algemene regel 1 en 6 voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur .

Toelichtingen op het Geharmoniseerd Systeem, hoofdstuk 94, Algemene Opmerkingen”

4. Het geschil en de relevante wetsbepalingen

4.1. In hoger beroep is nog in geschil of de goederen vermeld in het overzicht onder 3.4. moeten worden ingedeeld onder tariefpost 9403 80 00 van het GDT, zoals de inspecteur voorstaat, dan wel onder tariefpost 9403 20 99 hetgeen belanghebbende bepleit. Ingeval het gelijk met betrekking tot dit punt aan de inspecteur is, is in geschil of de BTI’s vermeld onder 3.5. tot een andere indeling nopen.

De proceskostenvergoeding voor de bezwaarfase vormt geen afzonderlijk geschilpunt meer, dat wil zeggen dat deze, ingeval de uitspraak op bezwaar wordt vernietigd, tot het juiste bedrag is toegekend door de rechtbank.

4.2. Voorvermelde posten luiden als volgt:

Post 9403 20 99

“9403 Andere meubelen en delen daarvan:

(…)

9403 20 - andere meubelen van metaal:

(…)

- - andere:

(…)

9403 20 99 - - - andere”.

Post 9403 80 00

“9403 Andere meubelen en delen daarvan:

(…)

9403 80 00 - meubelen van andere stoffen, teen, rotting, en bamboe

daaronder begrepen”.

4.3. De relevante Aantekeningen en Toelichting luiden als volgt:

Aantekening 2 op Hoofdstuk 94

“De artikelen (andere dan delen) bedoeld bij de posten 9401 tot en met 9403 worden slechts onder deze posten ingedeeld indien zij gemaakt zijn om op de grond te worden geplaatst.

Onder vorenbedoelde posten blijven evenwel ingedeeld, ook al zijn zij gemaakt om te worden opgehangen, aan de wand te worden bevestigd of op elkaar te worden gezet:

a) kasten, boekenkasten, rekken en elementenmeubelen;

b) zitmeubelen en bedden.”

Aantekening 3 op Hoofdstuk 94

“a) Als delen van artikelen bedoeld bij de posten 9401 tot en met 9403 worden niet aangemerkt, afzonderlijk aangeboden platen (ook indien in bepaalde vorm gebracht, maar niet samengevoegd met andere delen) van glas (spiegels daaronder begrepen), van marmer, van andere steen of van andere materialen bedoeld bij hoofdstuk 68 of 69.

b) Afzonderlijk aangeboden artikelen bedoeld bij de post 9404 blijven ingedeeld onder die post, ook indien zij delen zijn van meubelen bedoeld bij de posten 9401 tot en met 9403.”

GS-Toelichting op Hoofdstuk 94

“Met meubelen in de zin van hoofdstuk 94 worden bedoeld:

A. allerlei verplaatsbare voorwerpen die niet zijn begrepen onder andere posten met een meer specifieke omschrijving en die zijn gemaakt om op de grond te worden geplaatst (ook al zijn zij in sommige gevallen

- bijvoorbeeld meubelen en zetels aan boord van schepen - ingericht om aan de vloer bevestigd of vastgezet te worden) en dienen tot het meubileren, in hoofdzaak tot utilitaire doeleinden, van woonruimten, (…).

Soortgelijke voorwerpen (banken, stoelen, enzovoort), die geplaatst worden in tuinen, op pleinen of in parken, vallen eveneens onder dit hoofdstuk;”

Mededeling van de Commissie van 18 juli 2007, wijziging Toelichting op post 9403

“9403 Andere meubelen en delen daarvan

Tafels die van verschillende materialen zijn gemaakt, worden ingedeeld overeenkomstig het materiaal waarvan het onderstel (poten en frame) is gemaakt, tenzij, met toepassing van algemene regel 3, onder b), voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur, het materiaal waarvan het blad gemaakt is, de tafel zijn wezenlijke karakter geeft, bijvoorbeeld doordat dit een hogere waarde heeft dan het onderstel (dit is bijvoorbeeld het geval indien het blad van edelmetaal, glas, marmer of zeldzaam hout is gemaakt). ”

5. Het standpunt van belanghebbende

5.1. De goederen zijn bij de aangifte terecht aangegeven als andere meubelen van metaal van tariefpost 9403 20 00 van het GDT. De uitstraling van het meubel wordt bepaald door het metalen onderstel. Het bovendeel van het meubel is van ondergeschikt belang. Het wezenlijk karakter van de goederen wordt mitsdien bepaald door het frame/onderstel.

5.2. De heffing in alle lidstaten dient gelijk te zijn. In andere lidstaten worden deze tafels ingedeeld onder post 9403 20 99. Dat blijkt uit de overgelegde BTI’s uit Frankrijk en Duitsland. Deze BTI’s staan niet op naam van belanghebbende. De importeur K heeft in februari 2006 met name vanwege deze procedure besloten om voortaan de goederen via België in te voeren. Daar zijn BTI’s aangevraagd en verkregen voor indeling in post 9403 20 99. Bij de aanvraag van deze BTI’s is bewust gekozen voor tafels met relatief de grootste glazen bladen. Ook bij deze tafels is het onderstel bepalend, aldus blijkt uit deze BTI’s.

6. Het standpunt van de inspecteur

6.1. De goederen moeten worden ingedeeld onder tariefpost 9403 80 00 van het GDT. Voor de indeling van de goederen zijn in casu indelingsregels 2b en 3b van belang. Het wezenlijk karakter van de goederen wordt bepaald door het glazen tafelblad. De omvang van het glazen deel is groter dan de omvang van het metalen deel. Verder is ten opzichte van het gebruik het glazen deel belangrijker dan het metalen deel. Een onderstel zonder blad heeft geen gebruiksnut.

6.2. Ook indien het wezenlijk karakter van de goederen niet kan worden bepaald, moet indeling onder tariefpost 9403 80 00 van het GDT plaatsvinden. Dat volgt uit indelingsregel 3c, waarin is bepaald dat in de gevallen waarin de indeling aan de hand van het bepaalde onder 3a en 3b niet mogelijk is, van de verschillende posten die in aanmerking komen, de post wordt toegepast die in volgorde van nummering het laatst is geplaatst.

7. Overwegingen omtrent het geschil

Indeling van de goederen in het GDT

7.1. Al de in te delen goederen bestaan uit een onderstel van metaal en een blad dan wel verscheidene bladen van glas. Voor alle goederen geldt dat uit de combinatie van het onderstel met blad(en) een meubel wordt verkregen. Dat kan betreffen een (eet)tafel, salontafel, bijzettafel, “side-table”, televisiemeubel of een computermeubel. Al deze meubelen zijn gelet op hun uiterlijke verschijningsvorm bedoeld om in huis te worden gebruikt, en niet in een kantoor.

7.2. Naar het oordeel van de Douanekamer kan niet vastgesteld worden welk materiaal het wezenlijk karakter van de onderhavige producten bepaalt, omdat noch de voor de samenstelling gebezigde stoffen noch de bestemming daarvoor een indicatie opleveren; het onderstel en blad(en) vullen elkaar aan en zijn gelijkwaardige componenten. Volledigheidshalve zij nog opgemerkt dat de inspecteur ter zitting zijn stelling dat het blad c.q. de bladen een hogere waarde hebben dan het onderstel heeft ingetrokken en dat hij erkent dat deze gelet op overgelegde facturen een vergelijkbare waarde hebben. Ook wat hun waarde betreft zijn onderstel en blad(en) van vergelijkbare betekenis voor het wezenlijke karakter van het product.

Overwogen zij nog dat aan de aanwezigheid van wieltjes en bij twee typen tafels van een plankje waarop een computer kan worden geplaatst, voor de toepassing van de indelingsregels geen doorslaggevend gewicht toekomt.

De Douanekamer is gelet op het vorenoverwogene van oordeel dat de indeling van de onderhavige meubelen dient te geschieden met toepassing van indelingsregel 3c, te weten naar de post die in volgorde van nummering het laatst in het tarief is geplaatst.

Als gevolg hiervan dient het goed, gelet op de in aanmerking komende posten, onder post 9403 80 00 van het GDT te worden gerangschikt.

De in andere lidstaten afgegeven BTI’s

7.3. Met betrekking tot de verwijzing van belanghebbende naar de in andere lidstaten afgegeven BTI’s, waarin soortgelijke goederen worden ingedeeld in tariefpost 9403 20 99 van het GDT geldt het volgende. Belanghebbende heeft ter zitting aangegeven dat zij, gelet op de jurisprudentie, geen beroep doet op het vertrouwensbeginsel, noch voor wat betreft de BTI’s afgegeven aan andere rechthebbenden in Duitsland en Frankrijk noch voor wat betreft de BTI’s afgegeven aan K in België, welke BTI’s van later datum zijn dan het tijdvak waar de onderhavige UTB betrekking op heeft. Belanghebbende meent echter dat uit deze BTI’s blijkt dat in verschillende lidstaten een andere uitvoeringspraktijk bestaat inzake de indeling van de onderhavige goederen dan de inspecteur voorstaat en dat dit een ongewenste situatie is. De Douanekamer overweegt in dit verband dat de mogelijk bestaande praktijk in andere lidstaten en de in deze lidstaten afgegeven BTI’s geen voorwerp van geschil vormen in de onderhavige procedure. Indien en voor zover belanghebbende meent dat genoemde omstandigheid meebrengt dat prejudiciële vragen moeten worden gesteld geldt dat een uiteenlopende praktijk in verschillende lidstaten weliswaar ongewenst is doch dat er verschillende andere mechanismen, dan het stellen van prejudiciële vragen, bestaan om dergelijke tegenstrijdigheden te voorkomen (vgl. HvJ EG, 15 september 2005, zaak nr. C-495/03, Intermodal Transports, BNB 2006/20 c*). De Douanekamer ziet ook overigens geen aanleiding in deze zaak prejudiciële vragen te stellen.

Slotsom

7.4. Gelet op hetgeen sub 7.1. tot en met 7.3. is overwogen dienen de goederen te worden ingedeeld in tariefpost 9403 80 00. Het hoger beroep van belanghebbende is ongegrond en het hoger beroep van de inspecteur is gegrond. De UTB is op juiste gronden en tot het juiste bedrag uitgereikt. De uitspraak van de rechtbank dient te worden vernietigd en het beroep dient ongegrond te worden verklaard.

8. De proceskosten

De Douanekamer acht geen termen aanwezig voor een veroordeling van een der partijen in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

9. De beslissing

De Douanekamer:

- vernietigt de uitspraak van de rechtbank en

- verklaart het beroep ongegrond.

- gelast de Staat het griffierecht van € 428 aan belanghebbende te vergoeden.

De uitspraak is gedaan door mrs. E.M. Vrouwenvelder, voorzitter, en A. Bijlsma en K. Kooijman leden, in tegenwoordigheid van de griffier. De beslissing is op 14 mei 2009 in het openbaar uitgesproken.

De Douanekamer heeft geen bezwaar tegen afgifte door de griffier van een afschrift van de uitspraak in geanonimiseerde vorm.

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.