Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2009:BI1805

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
03-04-2009
Datum publicatie
22-04-2009
Zaaknummer
08/01135
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Belanghebbende heeft pas in hoger beroep een origineel betaalbewijs in geding gebracht. De heffingsambtenaar neemt het standpunt in dat dit bewijsmiddel tijdens de procedure in eerste aanleg overlegd had kunnen worden en concludeert op die grond tot bevestiging van de uitspraak van de rechtbank. Hof: belanghebbende maakt gebruik van de herkansingsfunctie die het hoger beroep biedt en vernietigt de naheffingsaanslag parkeerbelasting.

Wetsverwijzingen
Gemeentewet 225
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Belastingblad 2009/838
Belastingadvies 2009/14_15.2
V-N 2009/27.12 met annotatie van Redactie
JB 2009/158
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

kenmerk 08/01135

eerste meervoudige belastingkamer

proces-verbaal

van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep van

X, te Z, belanghebbende,

tegen de uitspraak in de zaak no. AWB 08/2260 van de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) van 6 oktober 2008 in het geding tussen

belanghebbende

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam,

de heffingsambtenaar.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 maart 2009, alwaar partijen met kennisgeving niet zijn verschenen.

Beslissing

Het Hof:

- vernietigt de uitspraak van de rechtbank;

- vernietigt de uitspraak van de heffingsambtenaar;

- vernietigt de naheffingsaanslag; en

- gelast de gemeente Amsterdam aan belanghebbende het betaalde griffierecht ad € 39 (beroep bij de rechtbank) en € 107 (hoger beroep bij het Hof), in totaal € 146 te vergoeden.

Gronden

Belanghebbende heeft in hoger beroep alsnog originele betaalbewijzen overgelegd waaruit, ook volgens de heffingsambtenaar, kan worden afgeleid dat hij de verschuldigde belasting heeft voldaan. Niettemin neemt de heffingsambtenaar het standpunt in dat de betaalbewijzen buiten beschouwing moet blijven omdat belanghebbende heeft nagelaten deze bewijsmiddelen tijdens de procedure voor de rechtbank in geding te brengen. Het Hof verwerpt dit standpunt van de heffingsambtenaar omdat het strijdt met de herkansingsfunctie van het hoger beroep. Van strijd met een goede procesorde is naar het oordeel van het Hof geen sprake.

Nu niet meer in geschil is dat eiser de verschuldigde parkeerbelasting heeft voldaan dient de naheffingsaanslag te worden vernietigd. De heffingsambtenaar heeft in zijn verweerschrift aangegeven daartoe ambtshalve over te willen gaan. Desgevraagd heeft hij telefonisch verklaard dat dit nog niet was gebeurd. Het Hof zal daarom de naheffingsaanslag vernietigen.

Gesteld noch gebleken is dat belanghebbende kosten heeft gemaakt die ingevolge artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komen. Het Hof laat daarom een kostenveroordeling op de voet van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht achterwege.

De mondelinge uitspraak is gedaan op 3 april 2009 door mrs. J.P.F. Slijpen, voorzitter, W.M.G. Visser en J.P. Kruimel leden, in tegenwoordigheid van mr. M. van Blokland als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken. Hiervan is dit proces-verbaal opgemaakt, ondertekend door de voorzitter en de griffier.

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20.303, 2500 EH Den Haag. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Tenzij de Hoge Raad anders bepaalt, zal het gerechtshof deze mondelinge uitspraak vervangen door een schriftelijke. In dat geval krijgt u de gelegenheid de gronden van het beroep in cassatie alsnog aan te voeren of aan te vullen.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.