Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2009:BH9192

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
26-03-2009
Datum publicatie
01-04-2009
Zaaknummer
23-004753-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Poging om met valse reisdocumenten Nederland te verlaten. Gelet op de medische toestand van verdachte en de kans dat hij als vreemdeling ongewenst zal worden verklaard

indien wederom de door de politierechter opgelegde straf zou worden uitgesproken, wordt een belangrijk deel van de straf voorwaardelijk opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

arrestnummer:

parketnummer: 23-004753-08

datum uitspraak: 26 maart 2009 (PROMIS)

TEGENSPRAAK

ARREST VAN HET GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Haarlem van 9 september 2008 in de strafzaak onder parketnummer 15-801474-08 van het openbaar ministerie

tegen

(Verdachte),

geboren te (geboorteplaats) op (geboortedatum),

thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans uit anderen hoofde verblijvende in P.I. Midden Holland, HvB Haarlem te Haarlem.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg van 9 september 2008 en op de terechtzitting in hoger beroep van 17 maart 2009.

Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding. Van die dagvaarding is een kopie in dit arrest gevoegd. De daarin vermelde tenlastelegging wordt hier overgenomen.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, leest het hof deze verbeterd. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof tot een andere strafoplegging komt.

De vaststaande feiten

Verdachte heeft op 26 augustus 2008 op Schiphol een vervalst paspoort aangeboden toen hij wilde uitreizen naar Toronto. Het was een nationaal paspoort van Litouwen met nummer 20724828 op naam van [valse naam], geboren op 20 februari 1985. Op het paspoort zat een pasfoto van verdachte. Die bleek later te zijn aangebracht en ook waren de variabele gegevens in het paspoort gewijzigd.

Voorts bleek verdachte in het bezit te zijn van een valse nationale identiteitskaart van Litouwen, voorzien van nummer 11054637, eveneens op naam gesteld van [valse naam], geboren op 20 februari 1985. Dit document was ook voorzien van een pasfoto van verdachte.

Verder was verdachte in het bezit van een vals nationaal rijbewijs van Litouwen met nummer 51107066, eveneens voorzien van een pasfoto van verdachte en op naam gesteld van [valse naam], geboren op 20 februari 1985.

Verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij afkomstig is uit Palestina en bij aankomst in Nederland zijn eigen paspoort heeft verscheurd. Zijn asielaanvraag is afgewezen. Hij wilde Nederland verlaten en heeft daarom van een man in een coffeeshop in Nijmegen de genoemde documenten gekocht voor 3.450 euro. Hij heeft zijn pasfoto’s aan de man gegeven om de documenten te laten maken.

Bewezenverklaarde

Het hof acht de feiten 1 en 2 wettig en overtuigend bewezen op grond van de bekennende verklaring van verdachte en van de hiervoor onder de feiten genoemde documenten: een paspoort, een identiteitskaart en een rijbewijs .

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

- ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde -

hij op 26 augustus 2008 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, in het bezit was van meerdere reisdocumenten, te weten een nationaal paspoort van Litouwen (voorzien van het nummer 20724828, op naam gesteld van [valse naam], geboren op 20 februari 1985) waarvan hij wist dat het vervalst was en een nationale identiteitskaart van Litouwen (voorzien van het nummer 11054637, op naam gesteld van [valse naam], geboren op 20 februari 1985), waarvan hij wist dat het vals was;

- ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde -

hij op 26 augustus 2008 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk heeft voorhanden gehad een vals nationaal rijbewijs van Litouwen (voorzien van het nummer 51107066, op naam gesteld van [valse naam], geboren op 20 februari 1985) - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -, terwijl hij wist dat dit geschrift bestemd was voor gebruik als ware het echt en onvervalst, immers is dit document totaal vals.

Hetgeen onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert op:

- ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde -

In het bezit hebben van een reisdocument waarvan hij weet dat het vervalst is en in het bezit hebben van een reisdocument waarvan hij weet dat het vals is.

- ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde -

Opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf en maatregel

De politierechter in de rechtbank Haarlem heeft de verdachte voor het onder 1 en 2 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden, met aftrek van voorarrest, en onttrekking aan het verkeer en verbeurdverklaring van inbeslaggenomen goederen.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen, met dien verstande dat de inbeslaggenomen treinkaart en strippenkaart kunnen worden teruggegeven aan verdachte.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft ter terechtzitting in hoger beroep betoogd dat in de onderhavige zaak bijzondere omstandigheden aanwezig zijn waardoor haar cliënt zou moeten worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van ten hoogste 28 dagen. Zij heeft daartoe aangevoerd, zakelijk weergegeven, dat verdachte lijdt aan een posttraumatische stress stoornis (PTSS) en een depressieve stoornis. Een gevangenisstraf van meer dan één maand heeft verstrekkende gevolgen voor zijn huidige vreemdelingrechtelijke situatie omdat de IND kan overgaan tot ongewenstverklaring wanneer er tenminste één maand onvoorwaardelijke gevangenisstraf is opgelegd. Een voorstel daartoe is al opgemaakt. Op dit moment wordt in het kader van een procedure in het kader van artikel 64 Vreemdelingenwet 2000 (Vw) door het Bureau Medische Advisering van de IND onderzocht of er medische beletselen bestaan om tot uitzetting over te gaan. Oplegging van meer dan één maand onvoorwaardelijke gevangenisstraf betekent dat het voorstel tot ongewenstverklaring zeker zal worden omgezet in een definitieve beschikking. Dat betekent dat verdachte geen beroep meer zal kunnen doen op artikel 64 Vw. Dit zal tot gevolg hebben dat verdachte niet behandeld zal worden, met alle gevolgen van dien. Tevens zullen dan alle mogelijkheden voor hem afgesloten zijn om te verzoeken in Nederland te mogen blijven om medische redenen.

Het oordeel van het Hof

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf en maatregel bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Verdachte heeft een vervalst paspoort, een valse nationale identiteitskaart en een vals nationaal rijbewijs voorhanden gehad. Met het valse paspoort heeft verdachte daadwerkelijk geprobeerd het land uit te reizen. Door aldus te handelen heeft verdachte bewust beoogd de controle door een staat van de identiteit van degene die het grondgebied wenst te verlaten, te omzeilen. Tevens heeft hij het vertrouwen dat moet kunnen worden gesteld in van overheidswege verstrekte identiteitsbewijzen geschonden.

Op zichzelf rechtvaardigen deze strafbare handelingen de straf die door de politierechter is opgelegd. Daarom is nu de vraag aan de orde of verdachte, gelet op hetgeen de raadsvrouw heeft aangevoerd over zijn medische toestand en verblijfsrechtelijke positie, een straf moet worden opgelegd van een kortere duur. Bij de beantwoording van die vraag zijn de volgende gegevens van belang.

• Blijkens een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 6 maart 2009 is hij in Nederland niet eerder strafrechtelijk veroordeeld.

• De raadsvrouw heeft bij pleidooi een brief overgelegd van S. Frehe, psychiater van PI Midden Holland te Haarlem, opgemaakt op 4 december 2008. In deze brief beschrijft deze psychiater zijn bevindingen met betrekking tot verdachte. Hij heeft onder meer de diagnose PTSS en een depressieve stoornis gesteld.

• Op grond van artikel 67 Vw in combinatie met artikel A5/3 onder c van de Vreemdelingencirculaire is te verwachten dat verdachte bij oplegging van een onvoorwaardelijke straf van ten minste een maand ongewenst verklaard zal worden. Ingevolge de jurisprudentie van de Raad van State, afdeling Rechtspraak, komt hij vanaf dat moment niet meer in aanmerking voor legaal verblijf op basis van artikel 64 Vw of enige andere vorm van legaal verblijf. Wel zal, zolang verdachte te ziek blijft om te reizen, door de IND conform het beleid dienen te worden gehandeld naar de ratio van artikel 64 Vw.

Het voorgaande brengt mee dat verdachte met grote waarschijnlijkheid voor de thans aan de orde zijnde strafbare feiten in wezen dubbel bestraft zal worden. Gelet op de hierboven aangehaalde diagnose van de psychiater is dat in het geval van verdachte thans niet verantwoord te achten. Om die reden zal het hof aansluiten bij de door de politierechter opgelegde straf, maar bepalen dat een deel daarvan, te weten 62 dagen, voorwaardelijk niet ten uitvoer zal worden gelegd. Op die manier komt de ernst van het feit voldoende tot uitdrukking in de hoogte van de straf en is voldoende rekening gehouden met de specifieke, persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Beslissing omtrent het beslag

De hierna als zodanig te melden inbeslaggenomen voorwerpen, dienen te worden onttrokken aan het verkeer en zijn daarvoor vatbaar aangezien het bewezengeachte met betrekking tot deze voorwerpen is begaan, terwijl zij van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit ervan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36b, 36c, 57, 225 en 231 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezenverklaarde.

Beslissing

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan zoals hierboven in de rubriek bewezenverklaarde omschreven.

Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart dat het bewezenverklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en ook de verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 90 (negentig) dagen.

Bepaalt dat een gedeelte van die gevangenisstraf, groot 62 (tweeënzestig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de veroordeelde zich vóór het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Stelt de proeftijd vast op 2 (twee) jaren.

Beveelt dat de tijd, die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in deze zaak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, op het onvoorwaardelijk gedeelte van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht.

Onttrekt aan het verkeer de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

1 Identiteitskaart nationaal Litouwen

1 Rijbewijs nationaal Litouwen

1 Document zonder foto reservering D-Reizen.

1 Paspoort nationaal Litouwen

Gelast de teruggave aan verdachte van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

1 Strippenkaart

1 Treinkaart.

Dit arrest is gewezen door de eerste meervoudige strafkamer van het gerechtshof te Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.J.L. Mastboom, mr. W.M.C. Tilleman en mr. P.H.M. Kuster, in tegenwoordigheid van mr. S.G.J. Berk, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 26 maart 2009.

Mr. Kuster is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.