Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2009:BH8645

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
13-03-2009
Datum publicatie
27-03-2009
Zaaknummer
23-004457-07
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2011:BT1660, Bekrachtiging/bevestiging
Conclusie in cassatie: ECLI:NL:PHR:2011:BT1660
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Appelgrens en ontvankelijkheid hoger beroep. Hof leest dictum verbeterd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer:

datum uitspraak: 13 maart 2009

TEGENSPRAAK

INTERLOCUTOIR ARREST VAN HET GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter van de Rechtbank Haarlem, sector kanton, locatie Den Helder, van 12 juni 2007 in de strafzaak onder parketnummer van het openbaar ministerie

tegen

[verdachte],

geboren te [plaats] op [datum],

adres: [adres].

De onderhavige zaak wordt gelijktijdig, doch niet gevoegd, behandeld met de strafzaak tegen de verdachte [medeverdachte].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg van 12 juni 2007 en op de terechtzitting in hoger beroep van 27 februari 2009.

Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht.

Op de terechtzitting in hoger beroep van 27 februari 2009 is het onderzoek in deze strafzaak gehouden en gesloten.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Door de kantonrechter van de rechtbank Alkmaar is een geldboete van € 50,- opgelegd, ter zake van overtreding van artikel 461 Wetboek van Strafrecht. In het dictum is voorts als overweging opgenomen dat “de kantonrechter (…) bij het bepalen van de hoogte van de geldboete nadrukkelijk de bedoeling” heeft “gehad de verdachte, gelet op diens principiële verweer, de mogelijkheid te bieden de zaak in hoger beroep aan het Gerechtshof voor te leggen”.

Ter terechtzitting in hoger beroep van 27 februari 2009 heeft de advocaat-generaal geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van de verdachte in hoger beroep, gelet op de appèlgrens van artikel 404, lid 2, onder b. van het Wetboek van Strafvordering (Sv).

Het hof overweegt ten aanzien van de ontvankelijkheid als volgt.

Uit hetgeen is bepaald in artikel 404, lid 2, onder b. Sv volgt, dat hoger beroep niet openstaat tegen vonnissen betreffende overtredingen, waarbij in eerste aanleg geen andere straf of maatregel is opgelegd dan een geldboete tot een maximum van € 50,-. Wordt derhalve een geldboete van € 50,- opgelegd, dan staat daartegen in beginsel geen hoger beroep open.

Niettemin acht het hof de inhoud van de hiervoor weergegeven overweging in (het dictum van) het vonnis waarvan beroep, welke overweging onmiskenbaar ertoe strekt dat het uitdrukkelijk de bedoeling van de kantonrechter is geweest om een vonnis te wijzen waartegen voor de verdachte het rechtsmiddel van hoger beroep open staat, bepalend voor het antwoord op de vraag of de verdachte ontvankelijk is in het ingestelde beroep. Die overweging brengt mee dat de kantonrechter geen andere bedoeling kan hebben gehad dan de oplegging van een geldboete waarvan de hoogte toereikend is voor het aanwenden van het rechtsmiddel van hoger beroep, of wel € 51,-.

Het hof merkt de hoogte van de geldboete in het vonnis waarvan beroep dan ook aan als een kennelijke verschrijving. Het hof leest het dictum verbeterd aldus, dat aan de verdachte een geldboete van € 51,- is opgelegd.

Het voorgaande voert tot de slotsom dat de verdachte kan worden ontvangen in het door hem ingestelde hoger beroep.

Nader onderzoek

[inhoudelijke bespreking nader onderzoek]

Het hof zal met het oog op het voorgaande het onderzoek heropenen, schorsen en de hervatting van het onderzoek ter terechtzitting op een nader te bepalen datum gelasten.

Beslissing

Het hof:

Verklaart de verdachte ontvankelijk in zijn hoger beroep.

Heropent het gesloten onderzoek, schorst dit in het belang ervan en beveelt de hervatting van het onderzoek op een nader te bepalen terechtzitting.

Beveelt de oproeping van verdachte, tegen het nog nader te bepalen tijdstip.

Stelt de stukken met het oog op hetgeen hiervoor is overwogen in handen van de advocaat-generaal.

Dit arrest is gewezen door de vijfde meervoudige strafkamer van het gerechtshof te Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R. Veldhuisen, mr. H.W.J. de Groot en mr. R.P.P. Hoekstra, in tegenwoordigheid van mr. M.N. Maris, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 13 maart 2009.