Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2009:BH4745

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
23-02-2009
Datum publicatie
04-03-2009
Zaaknummer
R715-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Zaak geëindigd met oplegging van de maatregel onttrekking aan het verkeer. Toch recht op vergoeding op grond van artikel 89 Sv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
O&A 2009, 98
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

Rekestnummer: R 000715-08

Parketnummer: 15-501000-06

BESCHIKKING

op het hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank te Haarlem van 9 augustus 2007 op het verzoekschrift krachtens artikel 89 van het Wetboek van Strafvordering van:

[Verzoeker]

geboren te [………op…………..],

domicilie kiezende ten kantore van mr. S.S.H. Orsel,

1506 BE Zaandam, Dam 34.

Advocaat mr. K. Yigit (namens S.S.H. Orsel) te Zaandam.

1. Inhoud van het verzoek

Het verzoekschrift strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ten laste van de Staat ter zake van schade welke verzoeker stelt tengevolge van ondergane verzekering en voorlopige hechtenis te hebben geleden. Deze schade bestaat uit een bedrag in totaal € 1.465,= wegens het verblijf in het Detentiecentrum Schiphol (2 x € 95,00 = € 190,00) en in het huis van bewaring (17 x € 75,00 = € 1.275,00). Daarnaast bestaat deze schade uit een misgelopen vakantie; die schadepost kan worden gelijkgesteld aan de kosten van de vliegtickets van de verzoeker en zijn kinderen, een bedrag van in totaal € 3.2115,01. Tenslotte bestaat deze schade uit de kosten voor een hotelovernachting na zijn vrijlating, te weten € 140,75.

2. Procesverloop

Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak onder voormeld parketnummer en heeft op 26 januari 2009 de advocaat-generaal en de advocaat van de verzoeker ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord.

De verzoeker is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot vernietiging van de beschikking waarvan beroep en terugwijzing ter afdoening naar de rechtbank te Haarlem. De advocaat-generaal heeft zich desgevraagd niet verzet tegen afdoening door het hof.

3. Beoordeling van het hoger beroep

Het hoger beroep is tijdig ingesteld.

De rechtbank heeft bij beschikking waarvan beroep de verzoeker niet ontvankelijk verklaard in zijn verzoek omdat de rechtbank te Haarlem bij vonnis van 21 september 2006 in de onderhavige strafzaak de inbeslaggenomen paspoorten onttrokken heeft aan het verkeer en de zaak dus niet is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel.

Het hof gaat bij de beoordeling van het verzoek uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Verzoeker is op 19 juli 2006 aangehouden op de luchthaven Schiphol nadat hij drie paspoorten aan de wachtmeester van de Marechaussee had aangeboden, omdat er getwijfeld werd aan de echtheid van twee van die paspoorten. De paspoorten van de twee kinderen van verzoeker die hem vergezelden op zijn reis bleken falsificaten. Verzoeker is van de hem tenlastegelegde feiten, overtreding van artikel 197a van het Wetboek van Strafrecht (Sr.) en 231 Sr., vrijgesproken. De ten name van de kinderen gestelde paspoorten zijn op grond van de valsheid daarvan door de politierechter onttrokken aan het verkeer.

Het hof is van oordeel dat bij deze stand van zaken het gegeven dat in de strafzaak tegen verzoeker de onttrekking aan het verkeer van deze paspoorten is uitgesproken niet aan de ontvankelijkheid van het verzoek in de weg staat.

Daartoe overweegt het hof dat de gegeven vrijspraak ziet op de ten laste gelegde wetenschap (weten of redelijkerwijs moeten vermoeden) aan de zijde van de verzoeker van die valsheid. Daarbij komt, dat uit de zich in het dossier bevindende kennisgeving van inbeslagneming zou kunnen worden afgeleid dat de verzoeker reeds tijdens het opsporingsonderzoek van de vervalste paspoorten afstand heeft gedaan althans dat het in de rede zou hebben gelegen dat aan hem die gelegenheid zou zijn geboden.

Op verzoek van de advocaat van verzoeker en gehoord de advocaat-generaal zal het hof de zaak niet terugwijzen naar de rechtbank maar zal het hof de zaak zelf afdoen.

De verzoeker is op 19 juli 2006 in verzekering gesteld. Op 21 juli 2006 is zijn bewaring bevolen. Vervolgens is de verzoeker op 15 oktober 2006 in vrijheid gesteld.

Het hof is van oordeel dat gronden van billijkheid aanwezig zijn voor toekenning van een vergoeding ter zake van de door de verzoeker ondergane verzekering in de strafzaak met voormelde parketnummer overeenkomstig de forfaitaire bedragen, dat wil zeggen voor de dagen doorgebracht in een politiebureau (2 x € 95,00 =) € 180,= en voor de dagen doorgebracht in een huis van bewaring (17 x € 70,00 =) € 1.190,=.

De verzoeker heeft eveneens de vergoeding van vliegtickets en een hotelovernachting verzocht. Daartoe is gesteld dat de vliegtickets van hem en zijn kinderen vergoed dienen te worden omdat als gevolg van zijn detentie zijn vakantie, verzoeker was op doorreis naar Polen, in het water is gevallen.

Het hof overweegt naar aanleiding van dit onderdeel van het verzoek dat eventuele schade die in verband kan worden gebracht met een misgelopen vakantie niet kan worden aangemerkt als schade die tengevolge van ondergane verzekering en voorlopige hechtenis is geleden. De met een hotelovernachting gemoeide kosten treft hetzelfde oordeel.

Het hof wijst er nog op dat – ook zonder de vrijheidsbeneming van verzoeker – die vakantie niet kon doorgaan omdat de paspoorten van de kinderen vals waren en daarom in beslag waren genomen

Een en ander leidt tot de navolgende beslissingen.

6. Beslissing

Het hof:

Vernietigt de beschikking waarvan beroep.

Kent ten laste van de Staat aan de verzoeker een vergoeding toe van

€ 1.380,00 ( dertienhonderd en tachtig euro).

Wijst het anders of meer verzochte af.

Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan de verzoeker.

Deze beschikking is gegeven door de vijfde meervoudige strafkamer van het gerechtshof te Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. R. Veldhuisen, H.W.J. de Groot en R.P.P. Hoekstra, in tegenwoordigheid van A.J. Bekker-van der Molen als griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 23 februari 2009.

De voorzitter van het hof beveelt de tenuitvoerlegging van deze beschikking voor het bedrag van € 1.380,00 ( dertienhonderd en tachtig euro).

over te maken naar geldenderdenrekening van Nagtegaal & Jong Advocaten, rekeningnummer 1249.59.660, ten behoeve van de verzoeker.

Amsterdam,

De voorzitter