Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2009:BH4193

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
17-02-2009
Datum publicatie
26-02-2009
Zaaknummer
23-006550-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Openbaar ministerie niet ontvankelijk verklaard in strafvervolging.

Sprake van gewijzigd vervolgingsinzicht aan de kant van het openbaar ministerie nu een rederij thans niet meer aan vervolging wordt blootgesteld ter zake van artikel 4 van de Regeling logboek en opgave zeevis 1987 en het belang aan een eerder aangevangen vervolging naar het oordeel van het openbaar ministerie ook is komen te ontvallen.

Wetsverwijzingen
Wet op de economische delicten
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

arrestnummer:

parketnummer: 23-006550-07

datum uitspraak: 17 februari 2009

TEGENSPRAAK (gemachtigde raadsman)

ARREST VAN HET GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Amsterdam van 8 november 2007 in de strafzaak onder parketnummer 13-994725-06 van het openbaar ministerie

tegen

[verdachte].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 17 februari 2009.

Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Ontvankelijkheid openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft verzocht het openbaar ministerie niet ontvankelijk te verklaren in zijn vervolging nu er sprake is van een gewijzigd vervolgingsinzicht aan de kant van het openbaar ministerie. Het eerdere uitgangspunt hield in dat een rederij (mede)verantwoordelijk werd gesteld voor al hetgeen met een schip en de kapitein/bemanning gebeurt in een periode dat het schip door haar wordt geƫxploiteerd. Het gewijzigde inzicht brengt mee dat het openbaar ministerie thans van oordeel is dat op grond van de EG verordening 2807/83, artikel 4 van de Regeling logboek en opgave zeevis 1987 zich alleen richt op de kapitein en derhalve niet op de rederij.

Op grond van het bovenstaande is het hof van oordeel dat het openbaar ministerie desgevorderd niet ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn vervolging nu een rederij thans door het openbaar ministerie niet meer aan vervolging wordt blootgesteld ter zake van artikel 4 van de Regeling logboek en opgave zeevis 1987 en tengevolge van welk gewijzigd inzicht het belang aan een eerder aangevangen vervolging naar het oordeel van het openbaar ministerie ook is komen te ontvallen.

Beslissing

Het hof:

Verklaart het openbaar ministerie niet ontvankelijk in zijn strafvervolging ter zake van het tenlastegelegde.

Dit arrest is gewezen door de tweede meervoudige economische kamer van het gerechtshof te Amsterdam, waarin zitting hadden mr. D.J.M.W. Paridaens - van der Stoel, mr. J.D.L. Nuis en mr. C.N. Dalebout, in tegenwoordigheid van mr. E. Wiersma, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 17 februari 2009.

Mr. C.N. Dalebout is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.