Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2009:BH0995

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
27-01-2009
Datum publicatie
27-01-2009
Zaaknummer
200.020.922-01
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBAMS:2008:BG6941, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Faillissement. Verzet ongegrond verklaard. Toestand opgehouden te betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

ARREST van 27 januari 2009 in de zaak met zaaknummer 200.020.922/01 van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid,

OMNIWORLD TOPVOLLEYBAL B.V.,

statutair gevestigd te Bussum,

APPELLANTE,

mr. A.C. Huisman, advocaat te Enschede,

tegen

1. de vereniging

VOLLEYBALVERENIGING ALSTAVO ’81,

gevestigd te Almere,

mr. E.J.A. Vilé, advocaat te Utrecht,

2. [geïntimeerde 2],

wonende te [woonplaats],

3. [geïntimeerde 3],

wonende te [woonplaats], gemeente [gemeente],

4. [geïntimeerde 4],

wonende te [woonplaats],

5. [geïntimeerde 5],

wonende te [woonplaats],

6. [geïntimeerde 6],

wonende te [woonplaats],

7. [geïntimeerde 7],

wonende te [woonplaats],

8. [geïntimeerde 8],

wonende te [woonplaats],

9. [geïntimeerde 9],

wonende te [woonplaats],

10. [geïntimeerde 10],

wonende te [woonplaats],

11. [geïntimeerde 11],

wonende te [woonplaats],

12. [geïntimeerde 12],

wonende te [woonplaats],

13. [geïntimeerde 13],

wonende te [woonplaats], gemeente [gemeente],

14. [geïntimeerde 14],

wonende te [woonplaats],

15. [geïntimeerde 15],

wonende te [woonplaats],

16. [geïntimeerde 16],

wonende te [woonplaats],

17. [geïntimeerde 17],

wonende te [woonplaats],

18. [geïntimeerde 18],

wonende te [woonplaats],

19. [geïntimeerde 19],

wonende te [woonplaats],

20. [geïntimeerde 20],

wonende te [woonplaats],

mr. M.F. Hilberdink, advocaat te Amsterdam,

GEÏNTIMEERDEN.

Partijen zullen in dit arrest Omniworld, Alstavo en [geïntimeerden c.s.] genoemd worden.

1. Het geding in hoger beroep

1.1 Omniworld is bij per fax van 18 december 2008 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift in hoger beroep gekomen van het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 11 december 2008 met faillissementsnummer 08.583-F, waarbij het verzet van Alstavo en [geïntimeerden c.s] tegen het op 2 december 2008 uitgesproken faillissement van Omniworld gegrond is verklaard en het vonnis van 2 december 2008 is vernietigd.

1.2 Bij brief van 7 januari 2009 heeft mr. Huisman producties aan het hof doen toekomen.

1.3 Bij fax van 14 januari 2009 heeft mr. Hilberdink namens [geïntimeerden c.s] het hof bericht over het standpunt van [geïntimeerden c.s] en hij heeft bij brief van 15 januari 2009 het hof producties doen toekomen.

1.4 Het hoger beroep is behandeld ter terechtzitting van 16 januari 2009. Bij die behandeling is mr. Huisman namens Omniworld verschenen. Namens Alstavo zijn [X] [functie] bij Alstavo, en [Y], [functie] van Alstavo, verschenen, bijgestaan door mr. Vilé. Voorts zijn [geïntimeerde 2], [geïntimeerde 3], [geïntimeerde 4], [geïntimeerde 5], [geïntimeerde 6], [geïntimeerde 7], [geïntimeerde 9], [geïntimeerde 14], [geïntimeerde 15], [geïntimeerde 16], [geïntimeerde 17], [geïntimeerde 18] en [geïntimeerde 20] verschenen, bijgestaan door mr. Hilberdink. Daarnaast is verschenen mr. J.D. Edens, advocaat te Amsterdam, bij vonnis van 2 december 2008 benoemd tot curator in het faillissement van Omniworld, vergezeld van zijn kantoorgenoot, mr. A.R. Jaarsma.

1.5 Mr. Vilé pleit ter terechtzitting aan de hand van de door hem overgelegde pleitaantekeningen.

2. Behandeling van het hoger beroep

2.1 Op grond van de inhoud van de schriftelijke stukken en hetgeen ter terechtzitting naar voren is gekomen, wordt het volgende overwogen.

2.2 Omniworld is op 2 december 2008 op eigen aangifte failliet verklaard. Alstavo en [geïntimeerden c.s] hebben elk, afzonderlijk van elkaar, verzet tegen dit faillissement aangetekend. Bij vonnis van 11 december 2008 heeft de rechtbank dit verzet gegrond verklaard.

2.3 De vraag die beantwoord dient te worden, is of Omniworld in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden te betalen.

2.3.1 Omniworld heeft, kort weergegeven, gesteld dat deze toestand is ingetreden, aangezien zij niet meer over voldoende (liquide) middelen beschikt om aan haar lopende verplichtingen te kunnen voldoen. Ter adstructie van deze stelling geeft Omniworld aan dat de salarissen van de werknemers (spelers) al lange tijd niet zijn voldaan. Ten aanzien van de garantstelling van de [bestuurder gefailleerde] – hierna [bestuurder gefailleerde] - merkt Omniworld op dat, indien deze al succesvol door Omniworld kan worden ingeroepen er een juridisch relevant verweer bestaat en dat er thans onvoldoende overige inkomsten zijn. Een en ander brengt mee dat Omniworld verkeert in de toestand dat zij heeft opgehouden te betalen.

2.3.2 [Geïntimeerden c.s] geeft ter terechtzitting aan dat indien het hof het vonnis waarvan beroep bekrachtigt, hij het faillissement van Omniworld zal aanvragen, omdat Omniworld sinds september 2008 de salarissen van de spelers niet meer heeft betaald.

2.4 Op grond van de overwegingen onder 2.3 komt het hof tot het oordeel dat Omniworld verkeert in de toestand dat zij heeft opgehouden te betalen. Niet in geschil is dat Omniworld het salaris van de spelers al geruime tijd, sinds september 2008, niet meer heeft betaald. Wat er ook zij van de garantstelling van [bestuurder gefailleerde], thans staat vast dat Omniworld vooralsnog geen inkomsten heeft en daarnaast nog schulden ter grootte van € 130.000,-. Hetgeen partijen verder hebben aangevoerd kan gezien het voorgaande niet tot een ander oordeel leiden en behoeft geen verdere bespreking.

3. De beslissing

Het hof:

- vernietigt het vonnis waarvan beroep;

- verklaart het verzet alsnog ongegrond.

Dit arrest is gewezen door mrs. A.D.R.M. Boumans, S. Clement, C.T. Barbas en uitgesproken ter openbare terechtzitting van het hof van 27 januari 2009 in tegenwoordigheid van de griffier.

Van dit arrest kan gedurende acht dagen na die van de uitspraak beroep in cassatie worden ingesteld door middel van een verzoekschrift in te dienen ter griffie van de Hoge Raad.