Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2008:BJ2336

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
24-07-2008
Datum publicatie
13-07-2009
Zaaknummer
200.002.756/01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

kinderalimentatie, behoeftebepaling in geval partijen nimmer in gezinsverband hebben samengewoond

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

MEERVOUDIGE FAMILIEKAMER

BESCHIKKING van 24 juli 2008 in de zaak met landelijk zaaknummer 200.002.756/01 van:

[…],

wonende te […],

APPELLANTE in principaal hoger beroep,

GEÏNTIMEERDE in incidenteel hoger beroep,

procureur: mr. J.P.N. de Wit,

t e g e n

[…],

wonende te […],

GEÏNTIMEERDE in principaal hoger beroep,

APPELLANT in incidenteel hoger beroep,

procureur: mr. G.M. Haring.

1. Het geding in hoger beroep

1.1. Appellante in principaal hoger beroep tevens geïntimeerde in incidenteel hoger beroep en geïntimeerde in principaal hoger beroep tevens appellant in incidenteel hoger beroep worden hierna respectievelijk de vrouw en de man genoemd.

1.2. De vrouw is op 20 februari 2008 in hoger beroep gekomen van de beschikking van 20 november 2007 van de rechtbank te Haarlem, met kenmerk 134507/07-1356.

1.3. De man heeft op 23 april 2008 een verweerschrift ingediend en daarbij tevens incidenteel hoger beroep ingesteld.

1.4. De vrouw heeft op 23 mei 2008 een verweerschrift in het incidenteel hoger beroep ingediend.

1.5. De man heeft 23 mei 2008 een brief met aanvullende stukken aan het hof toegezonden.

1.6. De zaak is op 5 juni 2008 ter terechtzitting behandeld.

1.7. Ter terechtzitting zijn verschenen:

- de vrouw bijgestaan door haar advocaat, mr. M.E. Groot uit Heerhugowaard;

- de man bijgestaan door zijn procureur.

2. De feiten

2.1. Het hof heeft, voorzover hierna bedragen zijn genoemd, deze telkens afgerond, tenzij anders vermeld.

2.2. Partijen hebben een affectieve relatie gehad die in februari 2006 is geëindigd. Partijen hebben nimmer een gemeenschappelijke huishouding gehad. Uit hun relatie is geboren [de minderjarige] op […] 1996. De man heeft [de minderjarige] erkend. De vrouw oefent het ouderlijk gezag uit over [de minderjarige]. [De minderjarige] verblijft bij de vrouw.

2.3. Ten aanzien van de vrouw is het volgende gebleken.

Zij is geboren op […] 1963. Zij vormt met [de minderjarige] en [de halfzus van de minderjarige], geboren op […] 1991, een éénoudergezin.

Zij heeft tot augustus 2006 een uitkering ingevolge de Wet Werk en Bijstand ontvangen. Haar fiscaal loon bedroeg volgens de jaaropgave over 2006 € 14.123,-.

Blijkens een brief van 4 oktober 2005 van de gemeente […] is ingevolge de Wet (re)integratie arbeidsgehandicapten (Wet REA) aan haar de REA-status toegekend, die geldt tot 21 september 2010 en op grond waarvan zij blijkens het bijbehorende arbeidskundig advies in staat moet worden geacht maximaal 28 uur per week te werken.

Met ingang van 14 augustus 2006 is zij op basis van een 28-urige werkweek werkzaam geweest bij Mirabeau B.V. te […]. Haar fiscaal loon bedroeg volgens de jaaropgave over 2006 € 3.833,-. Haar salaris bedroeg volgens de specificatie van juli 2007 € 1.240,- bruto per maand exclusief overwerkvergoeding en vakantietoeslag.

Met ingang van 10 april 2008 is zij werkzaam op basis van een 27,75-urige werkweek bij Bakkerij Grutter B.V. te […]. Haar salaris bedraagt volgens de specificatie van april 2008 € 727,- bruto per maand, exclusief ziektekostenvergoeding en vakantietoeslag.

Aan kale huur betaalt zij € 391,- per maand. Zij ontvangt een huurtoeslag van € 176,- per maand.

Zij betaalt € 118,- per maand aan premie voor een ziektekostenverzekering. Zij ontvangt een zorgtoeslag van € 37,- per maand. Zij ontvangt van haar werkgever een belaste bijdrage in deze kosten van € 86,- per maand.

Zij ontvangt met ingang van 1 januari 2008 een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de halfzus van de minderjarige] van € 200,- per maand.

Zij betaalt € 26,- per maand aan premie voor begrafenisverzekeringen voor haarzelf en de kinderen.

2.4. Ten aanzien van de man is het volgende gebleken.

Hij is geboren op […] 1967. Hij is op […] 2006 getrouwd en vormt met zijn echtgenote en hun op […] 2007 geboren zoon, […], een gezin.

De man is werkzaam als kraandrijver bij Rietlanden Stevedores B.V. te […]. Zijn fiscaal loon over 2007 bedroeg volgens de salarisspecificatie van december 2007 € 47.513,-. Zijn salaris bedraagt volgens de specificatie van februari 2008 € 2.772,- bruto per maand, exclusief schema- en vuilwerktoeslag, vergoeding zorgtoeslag en reiskosten- en kilometervergoeding.

Ter zake van de hypotheek op de door hem bewoonde woning betaalt hij € 824,- per maand aan rente. Aan premie voor de levensverzekering die verband houdt met de hypothecaire lening, betaalt hij € 227,- per maand. Hij heeft de gebruikelijke andere eigenaars- en woonlasten. De WOZ-waarde is vastgesteld op € 190.000,-.

Hij betaalt € 221,- per maand aan premie voor een ziektekostenverzekering voor zichzelf en zijn echtgenote. Hij ontvangt van zijn werkgever een belaste bijdrage in deze kosten van € 187,- per maand en een vergoeding zorgtoeslag van € 15,- per maand.

Hij heeft kosten in verband met de omgang met [de minderjarige] die eenmaal per veertien dagen gedurende een weekend plaatsvindt.

Ter zake van een doorlopend krediet bij de Rabobank van € 5.656,- op […] 2007 betaalt hij € 136,- per maand aan rente.

Hij betaalt in totaal € 12,- per maand aan premie voor een tweetal begrafenisverzekeringen.

Hij stort € 23,- per maand op een spaarrekening ten behoeve van [de minderjarige].

Hij betaalt € 88,- per maand aan premie voor een verzekeringspakket.

Hij heeft verwervingskosten.

3. Het geschil in hoger beroep

3.1. Bij de bestreden beschikking is bepaald dat de man met ingang van 18 april 2007 een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige] zal betalen van € 185,- per maand.

Deze beschikking is gegeven op het verzoek van de vrouw te bepalen, dat de man met ingang van 1 maart 2007 een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige] zal betalen van € 320,- per maand.

3.2. De vrouw verzoekt, met vernietiging van de bestreden beschikking, haar inleidende verzoek alsnog toe te wijzen.

3.3. De man verzoekt de vrouw niet-ontvankelijk te verklaren dan wel het door de vrouw verzochte af te wijzen. In incidenteel hoger beroep verzoekt hij, met vernietiging van bestreden beschikking, primair te bepalen dat hij een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige] zal betalen van € 150,- per maand. Subsidiair verzoekt hij de bestreden beschikking te bekrachtigen.

3.4. De vrouw verzoekt het door de man in incidenteel hoger beroep verzochte af te wijzen.

4. Beoordeling van het hoger beroep

4.1. De grieven van de vrouw in principaal hoger beroep en van de man in incidenteel hoger beroep lenen zich, gelet op hun inhoud en onderlinge samenhang, voor een gezamenlijke bespreking.

4.2. De vrouw heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep gerefereerd aan het oordeel van het hof met betrekking tot de wijze van vaststelling van de behoefte van [de minderjarige] aan een bijdrage in kosten van diens verzorging en opvoeding.

4.3. Het hof stelt voorop dat het feit dat partijen nimmer in gezinsverband met [de minderjarige] hebben samengewoond er niet aan in de weg staat dat bij de bepaling van de behoefte van [de minderjarige] de financiële middelen van de man mede in aanmerking worden genomen, zij het dat deze niet bij die van de vrouw moeten worden opgeteld. Het wettelijk uitgangspunt is immers dat zowel de man als de vrouw aan de kosten van [de minderjarige] dienen bij te dragen. Zodoende zal de basisbehoefte van [de minderjarige] worden bepaald door in gelijke mate rekening te houden met de feitelijke situatie van elk der partijen, nu beide ouders onderhoudsplichtig zijn, per datum van indiening van het inleidend verzoekschrift. Het hof zal de behoefte van [de minderjarige] eerst vaststellen aan de hand van het inkomen van de vrouw, uitgaande - gelet op de omstandigheid dat zij tevens de zorg heeft voor [de halfzus van de minderjarige] - van de tabel kosten kinderen bij twee kinderen, en vervolgens aan de hand van het inkomen van de man, uitgaande - gelet op de omstandigheid dat zijn thans 10-maanden oude zoontje op een latere datum is geboren - van de tabel bij één kind. Aan de zijde van de vrouw zal worden uitgegaan van haar huidige netto salaris inclusief vakantietoeslag. Aan de zijde van de man zal worden uitgegaan van zijn huidige netto salaris inclusief schema- en vuilwerktoeslag, vergoeding zorgtoeslag en reiskosten- en kilometervergoeding. Met inachtneming van de tabel eigen aandeel kosten van kinderen dient het resultaat van beide situaties te worden gemiddeld. Deze benadering brengt mee dat het hof in redelijkheid een behoefte van [de minderjarige] aan een bijdrage in de kosten van diens verzorging en opvoeding van € 157,- per maand vaststelt.

4.4. Aangezien het inkomen van de vrouw onder bijstandsniveau ligt, dient de man de volledige lasten van [de minderjarige] te dragen. Gelet op zijn onder 2.4. opgenomen gegevens omtrent inkomen en met betrekking tot de draagkrachtberekening relevante vaste lasten, alsmede zijn aanbod om € 150,- per maand te betalen, is het hof van oordeel dat hij voldoende draagkracht heeft een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige] van € 157,- per maand te betalen, welk bedrag zoals hiervoor overwogen in overeenstemming is met de wettelijke maatstaven.

4.5. De overige grieven van de vrouw en de man behoeven gelet op het voorgaande geen bespreking.

4.6. Het hof zal in navolging van de rechtbank de ingangsdatum van de door de man te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige] bepalen op de datum van indiening van het inleidend verzoekschrift, te weten 18 april 2007.

4.7. Voor zover de man vanaf 18 april 2007 tot heden meer heeft betaald en/of meer op hem is verhaald dan de onder 4.7. vermelde bijdrage, kan van de vrouw, nu een dergelijke bijdrage van maand tot maand pleegt te worden verbruikt, in redelijkheid niet worden gevergd dat zij het meerdere terugbetaalt.

4.8. Dit leidt tot de volgende beslissing.

5. Beslissing

Het hof:

vernietigt de beschikking waarvan beroep en, opnieuw rechtdoende:

bepaalt dat de man met ingang van 18 april 2007 een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige] zal betalen van € 157,- per maand, met dien verstande dat, voor zover de man over de periode vanaf 18 april 2007 tot heden meer heeft betaald en/of op hem is verhaald, de bijdrage tot heden wordt bepaald op hetgeen door de man is betaald en/of op hem is verhaald;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. G.J. Driessen-Poortvliet, M. Wigleven en A. van Haeringen in tegenwoordigheid van

mr. C.M. van Harten als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 24 juli 2008 door de rolraadsheer.