Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2008:BG9168

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
04-12-2008
Datum publicatie
08-01-2009
Zaaknummer
23-000962-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verweer beperking van appèl van de raadsman gehonoreerd voor wat betreft de delictsomschrijving waarop de tenlastelegging was geënt telkens zag op slechts één slachtoffer. Nu sprake was van een impliciet cumulatieve tenlastelegging en de verdachte ten aanzien van het cumulatief tenlastegelegde in eerste aanleg was vrijgesproken slaagde het verweer van de raadsman. Voorzover de delictsomschrijving waarop de tenlastelegging was geënt een meervoudsvorm behelst en niet ziet op slechts één slachtoffer, is beperking van het appèl niet toegestaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

arrestnummer:

parketnummer: […]

datum uitspraak: 4 december 2008

TEGENSPRAAK

VERKORT ARREST VAN HET GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 25 januari 2007 in de strafzaak onder de parketnummers […] en […] (TUL) van het openbaar ministerie tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats, geboortedatum]

ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens op het adres

[woonplaats].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg van 25 januari 2007 en op de terechtzittingen in hoger beroep van 12 december 2007 en 20 november 2008.

Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Omvang van het hoger beroep

De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep medegedeeld zijn hoger beroep te willen beperken tot die onderdelen waarvoor de verdachte is veroordeeld, te weten feit 1, subsidiair, voor zover ziende op de mishandeling van [slachtoffer 1], en feit 2, voor zover ziende op de bedreiging van [slachtoffer 1].

Voorzover de raadsman heeft bedoeld dat feit 1, primair in appèl in het geheel niet meer aan de orde behoort te komen, ook niet voorzover betreffende de openlijke geweldpleging tegen [slachtoffer 1], doch dat hij het hoger beroep ter zake van feit 1 wenst te beperken tot het subsidiair tenlastegelegde is het hof van oordeel dat het wettelijk systeem, zoals neergelegd in het Wetboek van Strafvordering, een dergelijke beperking niet toelaat.

Het standpunt van de raadsman, ter zake van de feiten 1, primair en subsidiair en 2, dat de openlijke geweldpleging tegen, subsidiair de mishandeling van [slachtoffer 2] en de bedreiging van [slachtoffer 2] waarvan de verdachte is vrijgesproken, impliciet cumulatief naast de openlijke geweldpleging tegen, subsidiair de mishandeling van en naast de bedreiging van [slachtoffer 1] ten laste zijn gelegd en dientengevolge zijn uitgesloten van het hoger beroep, slaagt niet, voorzover betreffende de onder 1, primair, tenlastegelegde openlijke geweldpleging jegens [slachtoffer 2], nu de delictsomschrijving in het toepasselijke artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht een meervoudsvorm (“tegen personen”) behelst.

Feit 1, primair, is derhalve integraal aan de orde.

Dit is anders voor wat betreft de onder feit 1, subsidiair, onder 2 tenlastegelegde feiten nu de delictsomschrijving waarop de tenlastelegging is geënt, artikel 300 (bedoeld is kennelijk, zie ook de tekst van artikel 302 van het Wetboek van Strafrecht: “een ander”) en artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht (“bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling”, bedoeld is telkens kennelijk: “van een ander”) telkens ziet op slechts één slachtoffer. In zoverre slaagt het verweer van de raadsman.

Gelet op het bovenstaande is de omvang van het hoger beroep beperkt in die zin dat deze niet ziet op het oordeel van de politierechter inhoudende de vrijspraak ter zake van de onder 1, subsidiair, en onder 2 tenlastegelegde feiten voorzover gericht tegen [slachtoffer 2].

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding.

Deze tenlastelegging luidt als volgt:

1.

hij op of omstreeks 5 september 2005 te [plaatsnaam] met een ander of anderen, op

of aan de openbare weg, de [straatnaam], in elk geval op of aan een

openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], welk geweld bestond uit

- het slaan en/of schoppen en/of stompen tegen/in het gezicht en/of de buik,

in elk geval tegen het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]

en/of

- het (met kracht) gooien van een fiets tegen de (rechter)zij, in elk geval

tegen het lichaam van die [slachtoffer 1];

Artikel 141 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair:

hij op of omstreeks 5 september 2005 te [plaatsnaam] tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend

(een perso(o)n(en), te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2])

- [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] tegen/in hun/zijn/haar gezicht en/of buik, in

elk geval tegen/in hun/zijn/haar hoofd en/of hun/zijn/haar lichaam heeft

geschopt en/of gestompt en/of geslagen en/of

- [slachtoffer 1] (met kracht) een fiets tegen zijn/haar (rechter)zij heeft

gegooid,

waardoor voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] letsel heeft/hebben bekomen en/of

pijn heeft ondervonden;

Artikel 300 jo 47 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 5 september 2005 te [plaatsnaam] [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]

heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware

mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 1] en/of

[slachtoffer 2] dreigend de woorden toegevoegd :"Waarom kijk je naar me, ik sla je

straks op je bek" en/of "Ik kom terug en ik schiet jullie in je kop als ik

jullie weer tegenkom" en/of "Ik maak je dood, man!", althans woorden van

gelijke dreigende aard of strekking;

Artikel 285 Wetboek van Strafrecht

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, leest het hof deze verbeterd. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep -voorzover aan het oordeel van het hof onderworpen- kan niet in stand blijven, omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder feit 1, primair, en subsidiair, is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

Bewezenverklaarde

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat

hij op 5 september 2005 te Amsterdam [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 1] dreigend de woorden toegevoegd “Ik kom terug en ik schiet in je kop”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Hetgeen onder feit 2 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Verwerping van een bewijsverweer

De stelling van de raadsman dat er onvoldoende bewijsmiddelen voorhanden zijn voor het wettig bewijs van het onder 2 tenlastegelegde feit vindt haar weerlegging in de bewijsmiddelen.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert op:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf en/of maatregel

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte vrijgesproken van het hem onder 1 primair tenlastegelegde en hem ter zake van het onder 1, subsidiair, en onder 2 tenlastegelegde veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis met aftrek. Voorts heeft de politierechter de tenuitvoerlegging bevolen van de bij arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 16 november 2004 in de zaak met parketnummer […] opgelegde niet tenuitvoergelegde straf, zijnde 6 maanden gevangenisstraf, voor een gedeelte van 2 maanden, welke vrijheidsstraf is vervangen door een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het hem onder 1, subsidiar en onder 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van 60 uren subsidiair 30 dagen hechtenis en gedeeltelijke tenuitvoerlegging van de bij arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 16 november 2004 in de zaak met parketnummer […] opgelegde vrijheidsstraf van 6 maanden voor de duur van 2 maanden, welke vrijheidsstraf zal worden vervangen door een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van 100 uren subsidiair 50 dagen.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon en de draagkracht van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft de verdachte tegen [slachtoffer 1] gezegd dat hij, wanneer hij [slachtoffer 1] weer tegen zou komen, haar in haar hoofd zou schieten. Het slachtoffer heeft zich, onder de omstandigheden waaronder deze uitlating van de verdachte is gedaan, ernstig bedreigd gevoeld.

Blijkens een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 6 november 2008 is verdachte eerder veroordeeld.

Het hof acht, alles afwegende, de na te melden straf passend en geboden.

Vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke veroordeling

Het hof is ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging van het vonnis van de Meervoudige kamer te Amsterdam van 16 november 2004, parketnummer […], van oordeel dat, gelet op de omstandigheden die zich sedert het plegen van het feit hebben voorgedaan, termen aanwezig zijn de vordering niet toe te wijzen, gelet op reclasseringsperspectief, maar zal de bij dat vonnis vastgestelde proeftijd verlengen met één jaar.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 23, 24c en 285 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezenverklaarde

Beslissing

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep, voorzover aan het oordeel van het hof onderworpen, en doet in zoverre opnieuw recht.

Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 1, primair, en subsidiair, tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 2 tenlastegelegde heeft begaan zoals hierboven in de rubriek bewezenverklaarde omschreven.

Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder feit 2 meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart dat het bewezenverklaarde het hierboven vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en ook de verdachte daarvoor strafbaar.

ten aanzien van het onder onder feit 2 bewezenverklaarde:

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van EUR 250,00 (tweehonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 5 (vijf) dagen.

Verlengt de proeftijd van de voorwaardelijk niet ten uitvoergelegde gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden zoals vermeld in het vonnis van de meervoudige kamer te Amsterdam van 16 november 2004 met parketnummer […] met een termijn van 1 (één) jaar.

Dit arrest is gewezen door de enkelvoudige strafkamer van het gerechtshof te Amsterdam, waarin zitting had mr. F.W.J. den Ottolander, in tegenwoordigheid van mw. mr. S.A.M. Borg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 4 december 2008.