Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2008:BG9051

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
02-12-2008
Datum publicatie
07-01-2009
Zaaknummer
200.010.736/01 SKG
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering in kort geding tot inzage, afschrift of uittreksel van in gerechtelijke bewaring genomen bescheiden afgewezen. Spoedeisend belang ontbreekt. Voor zover inzage nodig is om haar vordering tot schadevergoeding te staven, kan dat in de bodemprocedure aan de orde komen. Voor zover inzage nodig is om te onderzoeken of er een grondslag voor de vordering is, valt dat als “fishing expedition” aan te merken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2009-0016
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

2 december 2008

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

VIERDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

ARREST

in de zaken van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ALGEMENE LEASEMAATSCHAPPIJ AUTOPLANNING B.V.,

gevestigd te Almere,

APPELLANTE,

vertegenwoordigd door mr. A.M. Verbrugge, advocaat te Haarlem,

t e g e n

Werknemer,

wonende te A,

GEÏNTIMEERDE,

vertegenwoordigd door mr. U. Aloni, advocaat te Amsterdam.

1. Het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna aangeduid als Autoplanning en Werknemer.

Autoplanning is bij dagvaarding van 14 juli 2008 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank te Haarlem, voor zover in deze zaak in kort geding onder zaaknummer/rolnummer 146481/KG ZA 08-294 in conventie gewezen tussen Autoplanning als eiseres en Werknemer als gedaagde en uitgesproken 27 juni 2008. De appeldagvaarding bevat de grieven.

Autoplanning heeft overeenkomstig de appeldagvaarding vier grieven aangevoerd, producties overgelegd en geconcludeerd, kort gezegd, dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en de in de appeldagvaarding verwoorde (gewijzigde) vordering van Autoplanning (alsnog) zal toewijzen, met veroordeling van Werknemer in de kosten van het geding in beide instanties.

Werknemer heeft (bij gelegenheid van de introductie van de zaak ter rolle) een “incidentele conclusie tot nietigheid van de dagvaarding c.q. niet-ontvankelijkheid van appellante” genomen. Deze is door de rolrechter als memorie van antwoord aangemerkt.

Vervolgens hebben partijen hun zaak ter zitting van het hof van 5 november 2008 doen bepleiten, Autoplanning door haar reeds genoemde advocaat en Werknemer door mr. R.S. Jelsma, advocaat te Amsterdam, ieder aan de hand van aan het hof overgelegde pleitnotities.

Bij die gelegenheid heeft Werknemer (nader) op de grieven gereageerd, producties in het geding gebracht en geconcludeerd tot verwerping van het hoger beroep, met veroordeling van Autoplanning in de kosten daarvan. Partijen hebben antwoord gegeven op door het hof gestelde vragen.

Ten slotte hebben partijen arrest gevraagd op de stukken van beide instanties, waarvan de inhoud als hier ingelast geldt.

2. Grieven

Voor de grieven wordt verwezen naar de appeldagvaarding.

3. Feiten

De voorzieningrechter heeft in het vonnis van 27 juni 2008 onder 2.1 tot en met 2.6 de feiten opgesomd die door hem bij de beoordeling van het geschil van partijen tot uitgangspunt zijn genomen. Deze feiten zijn niet in geschil en dienen derhalve ook het hof als uitgangspunt.

4. Beoordeling

4.1. Autoplanning exploiteert een autoleasebedrijf te Almere.

Werknemer is op 24 februari 1997 bij Autoplanning in dienst getreden.

In het door partijen gesloten arbeidscontract is een geheimhoudingsbeding opgenomen.

Autoplanning heeft Werknemer bij brief van 8 mei 2008 op staande voet ontslagen. Als redengeving vermeldt Autoplanning, zeer kort samengevat, dat haar is gebleken dat Werknemer tijdens zijn dienstverband met Autoplanning rechtstreeks betrokken is geweest bij de oprichting van Connect Autolease B.V. te Utrecht, een concurrent van Autoplanning, dat hij de activiteiten van deze vennootschap “actief ontwikkelt” en dat hij rechtstreeks klanten van Autoplanning benadert en (potentiële) klanten van Autoplanning niet naar Autoplanning doorverwijst, daarbij gebruikmakend van van Autoplanning afkomstige bedrijfsinformatie. Dit een en ander alsmede, in het licht daarvan, de houding van Werknemer in een op 18 januari 2008 gevoerd gesprek omtrent zijn functioneren en in een in verband met zijn ziekmelding opgestart mediationtraject, heeft volgens Autoplanning tot een onherstelbare vertrouwensbreuk geleid.

Werknemer heeft bij faxbericht van 13 mei 2008 de nietigheid van dit ontslag ingeroepen.

Autoplanning heeft bij verzoekschrift van 15 mei 2008 aan de voorzieningenrechter in de rechtbank te Haarlem verlof gevraagd om onder Werknemer conservatoir bewijsbeslag te leggen, met name op computergegevens en andere administratieve gegevens. Daarbij heeft zij de voorzieningenrechter verzocht te bepalen dat kopieën van deze gegevens worden gemaakt en in gerechtelijke bewaring worden gegeven. Het verlof daartoe is diezelfde dag verleend.

Op 16 mei 2008 is onder Werknemer aan zijn huisadres op de hierbedoelde zaken conservatoir beslag tot afgifte gelegd. De (kopieën van) de gegevens zijn in gerechtelijke bewaring genomen door Gerechtsdeurwaarderskantoor Schoonebeek B.V. te Zaandam.

Bij beschikking van 10 juli 2008 heeft de kantonrechter te Lelystad beslist op de verzoeken van beide partijen tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Hij heeft, onder een thans niet meer relevante voorwaarde, de arbeidsovereenkomst ontbonden per 31 juli 2008 onder toekenning aan Werknemer ten laste van Autoplanning van een vergoeding van € 100.000,-.

Werknemer is op 3 oktober 2008 in dienst getreden als autoverkoper bij KIA te IJsselstein.

4.2. Voor zover in hoger beroep nog van belang vordert Autoplanning een voorziening die ertoe strekt dat aan haar inzage, afschrift of uittreksel wordt verschaft van de in gerechtelijke bewaring genomen bescheiden, voorzover deze (volgens een daartoe aan te stellen onafhankelijke deskundige) vallen onder een aantal in het petitum van de appeldagvaarding omschreven categorieën.

De voorzieningenrechter achtte de vordering van Autoplanning niet toewijsbaar. Tegen deze - in conventie - genomen beslissing en de daaraan ten grondslag gelegde motivering komt Autoplanning met haar grieven op.

4.3. Het standpunt van Werknemer dat de appeldagvaarding nietig moet worden verklaard, dan wel dat Autoplanning in haar hoger beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat Autoplanning in haar appeldagvaarding geen woorden wijdt aan het ook in hoger beroep vereiste spoedeisend belang, moet worden verworpen. Autoplanning heeft het spoedeisende karakter van de door haar verlangde voorziening in eerste aanleg voldoende toegelicht. Aangenomen moet worden dat zij haar standpunt heeft gehandhaafd. Dat zij daaraan in haar appeldagvaarding niet (nogmaals) aandacht besteedt, brengt niet mee dat de inhoudelijke behandeling van het hoger beroep op de door Werknemer voorgestane wijze (verder) achterwege kan blijven.

4.4. Wel is de door Werknemer in zijn incidentele conclusie/memorie van antwoord opgeworpen vraag of Autoplanning (thans nog) voldoende spoedeisend belang heeft bij de door haar gevraagde voorziening bij voorraad relevant voor de beoordeling van de toewijsbaarheid daarvan in dit stadium van het geding.

Autoplanning heeft in eerste aanleg gesteld dat zij “een spoedeisend belang (heeft) bij inzage nu zij in het bijzonder haar schade zoveel mogelijk wenst te beperken” (inl. dagv. onder 13). Ter gelegenheid van de pleidooien in hoger beroep heeft de advocaat van Autoplanning verklaard dat de vordering van Autoplanning thans niet meer is gericht op het voorkomen of beperken van schade, maar dat het Autoplanning er om te doen is om duidelijkheid te verkrijgen omtrent haar schadeclaim op Werknemer.

4.5. Het hof is van oordeel dat de aldus toegelichte vordering niet toewijsbaar is.

4.6. Immers voor zover Autoplanning inzage of afschrift van bepaalde bescheiden verlangt om haar vordering tot schadevergoeding in de inmiddels door haar aanhangig gemaakte bodemprocedure te staven zal dit in die bodemprocedure aan de orde kunnen komen (blijkens de door Werknemer als productie 27 overgelegde akte heeft Autoplanning haar eis in de bodemzaak inmiddels ook vermeerderd met een vordering ex artikel 843a Rv) en heeft zij onvoldoende spoedeisend belang bij een daartoe strekkende voorziening in kort geding.

4.7. Voor zover de door Autoplanning gevraagde voorziening is bedoeld om na te kunnen gaan of er voldoende feitelijke grondslag is voor een vordering tegen Werknemer op grond van wanprestatie en/of onrechtmatige daad moet de door haar gevraagde voorziening worden aangemerkt als een “fishing expedition”, en kan deze ook daarom niet worden toegewezen, zoals de voorzieningenrechter in zijn vonnis (onder 5.8) terecht oordeelt.

4.8. Naar aanleiding van hetgeen Autoplanning hieromtrent aanvoert (met name in de toelichting op haar vierde grief) merkt het hof het volgende op.

Ook zoals deze in hoger beroep nader zijn gestaafd/toegelicht valt uit de feitelijke stellingen van Autoplanning vooralsnog niet een zodanig vermoeden te putten van een toerekenbaar tekortkomen dan wel een onrechtmatige daad van Werknemer jegens haar dat het bestaan van een rechtsbetrekking en een rechtmatig belang als bedoeld in artikel 843a Rv voldoende aannemelijk is.

Dat Werknemer tijdens zijn dienstverband met Autoplanning betrokken is geweest bij het treffen van voorbereidingen om een concurrerende onderneming te starten en in het kader daarvan (onder meer) heeft deelgenomen aan een gesprek over de financiering van deze onderneming valt op zichzelf niet reeds als tekortkoming en/of onrechtmatige daad aan te merken. Partijen zijn het erover eens dat tussen hen geen concurrentiebeding gold. Derhalve stond het Werknemer in beginsel vrij om na afloop van zijn dienstverband met Autoplanning in een concurrerend bedrijf deel te nemen. Het treffen van (louter) voorbereidingen daartoe terwijl het dienstverband nog voortduurt is op zichzelf niet reeds ontoelaatbaar.

Dat Werknemer daarbij van Autoplanning afkomstige bedrijfsinformatie heeft gebruikt en/of (anderszins) het overeengekomen geheimhoudingsbeding heeft overtreden is door Werknemer bestreden en door Autoplanning in het licht van het verweer van Werknemer voorshands onvoldoende aannemelijk gemaakt. In dit verband, in het bijzonder in verband met de stelling van Autoplanning met betrekking tot contacten van Werknemer met (onder meer) De Bois B.V. en Ciapponi, verwijst het hof naar de uitvoerige beschouwingen hieromtrent in de door Werknemer als productie 28 overgelegde beschikking van 10 juli 2008 van de kantonrechter te Lelystad (vgl. beschikking onder 7).

Waar Autoplanning stelt dat haar vordering betrekking heeft op stukken en/of correspondentie waarbij zij “rechtstreeks partij” is in die zin dat de bescheiden klanten en/of andere relaties van Autoplanning zouden betreffen ziet zij over het hoofd dat het feit dat zij haar vordering aldus inkleedt nog niet meebrengt dat het bestaan van een rechtsbetrekking (met Werknemer) in de in artikel 843a Rv bedoelde zin voldoende aannemelijk is te achten.

4.9. Dit brengt reeds mee dat de grieven van Autoplanning niet tot een andere beslissing kunnen leiden. De verdere behandeling daarvan kan daarom achterwege blijven.

Het vonnis waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, zal worden bekrachtigd. Autoplanning zal als in het ongelijk gestelde partij worden verwezen in de kosten van het geding in hoger beroep.

5. Beslissing

Het hof:

bekrachtigt het vonnis waarvan beroep voor zover in conventie gewezen;

verwijst Autoplanning in de kosten van het geding in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van Werknemer begroot op € 303,- aan verschotten en € 2.682,- voor salaris;

verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. P. Ingelse, N. van Lingen en E.E. van Tuyll van Serooskerken-Röell en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 2 december 2008.