Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2008:BG6781

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
09-12-2008
Datum publicatie
15-12-2008
Zaaknummer
200.003.039/01 NOT
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof is van oordeel dat de op de notaris rustende informatieplicht niet zover strekt dat hij klaagster had behoren te informeren over de bewuste brief. Gelet op het bepaalde in artikel 43 Wet op het notarisambt dient de notaris de zakelijke inhoud van de akte te bespreken en dient hij daarop een toelichting te geven. Nu de notaris heeft gewezen op de gevolgen van de koopoptie, die voor de partijen uit de inhoud van de akte kunnen voortvloeien, heeft hij voldaan aan de op hem rustende verplichtingen. Opgemerkt wordt dat het feit dat klaagster niet eerder kon beschikken over deze brief meer valt toe te rekenen aan de verstoorde familieverhoudingen, dan aan de notaris, die de brief in een later stadium alsnog aan klaagster heeft doen toekomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

Beslissing van 9 december 2008 in de zaak onder zaaknummer 200.003.039/01 NOT van:

[naam],

wonende te [plaats]

APPELLANTE,

t e g e n

MR. [naam]

notaris te [plaats],

GEÏNTIMEERDE.

1. Het geding in hoger beroep

1.1. Ter griffie van het hof alhier is op 6 maart 2008 ingekomen een verzoekschrift van appellante, verder te noemen klaagster, waarbij zij tijdig hoger beroep heeft ingesteld tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer van toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen te Almelo, verder te noemen de kamer, van 7 februari 2008, waarbij klaagster ten dele niet-ontvankelijk is verklaard in haar klacht tegen geïntimeerde, verder te noemen de notaris, en die klacht voor het overige ongegrond is verklaard. Op 10 april 2008 is ter griffie van het hof een aanvulling op het verzoekschrift binnengekomen, met bijlagen.

Van de zijde van de notaris is een verweerschrift met bijlagen ter griffie van het hof ingekomen op 8 mei 2008.

1.2. De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 25 september 2008. Klaagster en de notaris zijn verschenen en hebben het woord gevoerd, klaagster aan de hand van een pleitnotitie.

2. De stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie alsmede van de hiervoor genoemde stukken.

3. De feiten

Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling van de feiten door de kamer geen bezwaar gemaakt, zodat het hof ook van die feiten uitgaat.

4. Het standpunt van klaagster

4.1. Klaagster verwijt de notaris dat hij jegens haar zijn geheimhoudingsplicht heeft geschonden en inbreuk heeft gemaakt op haar privacy door haar niet in te lichten over het meeluisteren door haar broer, [naam] bij een door haar en de notaris op maandag 23 april 2007 gevoerd telefoongesprek. Klaagster verkeerde in de veronderstelling dat de notaris alleen was toen zij dit gesprek met hem voerde. De toch al moeizaam verlopende familiecontacten kwamen hierdoor verder onder druk te staan, hetgeen een vlotte afwikkeling van de nalatenschap van haar oom, [naam], schaadde. In die nalatenschap waren klaagster en haar twee broers erfgenamen en was notaris mr.[naam] als boedelnotaris benoemd. Klaagster stelt voorts dat zij de notaris in het gevoerde telefoongesprek als zeer dwingend heeft ervaren.

4.2. Verder wordt de notaris verweten dat hij zich in een vervolggesprek met klaagster laatdunkend over boedelnotaris [naam] heeft uitgelaten door hem van nalatigheden te betichten.

4.3. Ook is klaagster van mening dat de notaris in eerstgenoemd telefoongesprek, geheel ten onrechte, de indruk heeft gewekt dat er een tijdsdruk bestond. Achteraf bleek uit een brief van 22 maart 2007 dat daarvan in het geheel geen sprake was. Doordat de notaris klaagster heeft gedwongen zo snel mogelijk over te gaan tot ondertekening van de leveringsvolmacht van tot de nalatenschap van haar oom behorende landbouwgrond, heeft zij niet goed de strekking van de te passeren akte kunnen overzien.

4.4. Ten slotte verwijt klaagster de notaris dat hij zijn ambtsplichten jegens haar heeft verzaakt door na te laten klaagster op de brief van de makelaar van 22 maart 2007 te wijzen, waarin deze, namens koper, een uitstel van de leveringsdatum bespreekbaar noemt. Door deze omissie is klaagster niet in de gelegenheid geweest om nader onderzoek te doen naar de ontgrondingsvergunning als ontbindende voorwaarde in het contract, alsmede naar de actuele grondprijs van het perceel. Klaagster stelt dan ook dat zij door deze overhaaste handelwijze van de notaris schade heeft geleden.

5. Het standpunt van de notaris

5.1. De notaris ontkent de stellingen van klaagster en verweert zich als volgt.

5.2. Ten aanzien van het eerste klachtonderdeel heeft de notaris naar voren gebracht dat in verband met de opdracht tot levering van de landbouwgrond de notaris telefonisch contact heeft gezocht met klaagster om haar medewerking aan het passeren van de leveringsakte te verkrijgen. De notaris heeft in dit telefoongesprek voorgesteld haar een volmacht tot levering ter ondertekening te doen toekomen via haar broer [naam]. De notaris stelt nadrukkelijk te hebben kenbaar gemaakt dat klaagsters broer op dat moment bij hem op kantoor aanwezig was en meeluisterde. Hij had zeker niet de bedoeling om klaagsters privacy te schenden. Slechts het doorbreken van de door het ontbreken van een boedelvolmacht en een verklaring van erfrecht ontstane patstelling heeft de notaris voor ogen gestaan.

5.3. Ten aanzien van het tweede klachtonderdeel heeft de notaris betoogd dat klaagster met haar klacht over laatdunkende uitlatingen over notaris [naam] een onjuiste voorstelling van zaken geeft. Wel erkent de notaris dat hij in het vervolggesprek met klaagster zijn verbazing heeft uitgesproken over de houding van notaris [naam] en ook diens collegialiteit ter discussie heeft gesteld. Tevens heeft hij klaagster ervoor gewaarschuwd dat een weigering medewerking te verlenen aan het passeren van de leveringsakte wanprestatie zou kunnen opleveren.

5.4. De notaris heeft ten aanzien van het klachtonderdeel over de tijdsdruk aangevoerd dat eventuele schade bij niet tijdige levering vergoed zou moeten worden door de verkopers. Aan de notaris is nimmer gebleken dat de verkopers uitstel van de leveringsdatum wensten. Ook heeft hij nooit klaagster willen dwingen tot het snel ondertekenen van de volmacht daartoe.

5.5. Ten aanzien van het laatste klachtonderdeel stelt de notaris dat hij klaagster weliswaar niet op de desbetreffende brief van de makelaar heeft gewezen, maar daarentegen wel op de koopoptie met de daaruit vloeiende verplichtingen voor verkopers. Voor zover klaagster thans nieuwe elementen als de ontgrondingsvergunning, de geleden schade en de geldigheid van de koopoptie aan de orde stelt, voert de notaris aan dat hem deze bezwaren niet eerder bekend waren dan bij de repliek in de klachtprocedure.

6. De beoordeling

6.1. Het hof is van oordeel dat de klacht van klaagster ten aanzien van het schenden van haar privacy door haar niet te waarschuwen voor het meeluisteren van haar broer met het tussen klaagster en notaris gevoerde telefoongesprek ongegrond is. Ook ter gelegenheid van de mondelinge behandeling in hoger beroep is niet komen vast te staan of de notaris klaagster op de hoogte heeft gesteld van het feit dat haar broer meeluisterde, nu zowel klaagster als notaris bij hun eigen lezing ter zake bleven. Voorts kan het hof uit hetgeen met betrekking tot dat telefoongesprek is komen vast te staan niet afleiden dat de notaris zich tegenover klaagster dwingend heeft gedragen.

6.2. Ten aanzien van het zich uit laten over de handelwijze van notaris [naam] is het hof met de kamer van oordeel dat klaagster in dit onderdeel van haar klacht niet-ontvankelijk is nu haar in deze geen klachtrecht toekomt, omdat zij niet in haar eigen belang is geschaad.

6.3. Ten aanzien van de door klaagster ervaren tijdsdruk is ter zitting gebleken dat de brief van de makelaar van 22 maart 2007 met daarin de eventuele mogelijkheid tot uitstel van de levering, haar niet eerder heeft bereikt dan na de ondertekening van de leveringsakte. Het hof acht het door de notaris gestelde namelijk dat er een vordering van de koper bij niet tijdige levering zou kunnen ontstaan, niet onaannemelijk, daar het niet geheel uitgesloten is dat de grond onder de Wet Voorkeursrecht Gemeenten zou gaan vallen, aangezien dit zich al eerder in de omliggende gemeenten had voorgedaan. Zo in dit geval al kan worden gesproken van het uitoefenen van enige druk, wordt deze daarom niet als ongepast beschouwd. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat klaagster de notaris niet kenbaar heeft gemaakt uitstel van de levering te verlangen.

6.4. Het hof is van oordeel dat de op de notaris rustende informatieplicht niet zover strekt dat hij klaagster had behoren te informeren over de bewuste brief. Gelet op het bepaalde in artikel 43 Wet op het notarisambt dient de notaris de zakelijke inhoud van de akte te bespreken en dient hij daarop een toelichting te geven. Nu de notaris heeft gewezen op de gevolgen van de koopoptie, die voor de partijen uit de inhoud van de akte kunnen voortvloeien, heeft hij voldaan aan de op hem rustende verplichtingen. Opgemerkt wordt dat het feit dat klaagster niet eerder kon beschikken over deze brief meer valt toe te rekenen aan de verstoorde familieverhoudingen, dan aan de notaris, die de brief in een later stadium alsnog aan klaagster heeft doen toekomen.

6.5. Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht kan als in het voorgaande reeds behandeld dan wel als in deze procedure niet ter zake dienend, buiten beschouwing blijven.

6.6. Het vorenoverwogene leidt mitsdien tot de volgende beslissing.

7. De beslissing

Het hof:

- bekrachtigt de bestreden beslissing.

Deze beslissing is gegeven door mrs. A.L.G.A. Stille, J.C.W. Rang en A.M.A. Verscheure en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 9 december 2008.

KAMER VAN TOEZICHT OVER DE NOTARISSEN EN KANDIDAAT-NOTARISSEN TE ALMELO

Klachtzaak: 08 07 Wna

[naam],

wonende te [plaats]

klaagster;

tegen: mr.[naam],

notaris te [plaats],

hierna te noemen de notaris,

1 Verloop van de procedure

Op 11 mei 2007 heeft klaagster een klacht (met bijlagen) ingediend bij de Kamer van Toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen in het arrondissement Almelo, hierna te noemen de Kamer.

De notaris heeft zich verweerd bij schrijven van 29 mei 2007. Klaagster heeft gerepliceerd bij schrijven van 9 juli 2007. Door de notaris is gedupliceerd bij brief van 2 augustus 2007.

De klachtzaak is ter zitting van 4 december 2007 behandeld. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden tezamen met de behandeling van de klachtzaak van klaagster tegen notaris mr. [naam], de klachtzaken van de broers van klaagster, [naam] en [naam], tegen notaris mr. [naam] en tegen kandidaat-notaris mr. [naam], de klachtzaken van ki[namen]] en de klachtzaken van de notarissen mrs. [naam], [naam] en [naam] en de kandidaat-notarissen mrs. [naam] en [naam] over en weer. Na de zitting zijn de klachtzaken weer gescheiden. Klaagster en de notaris zijn in persoon verschenen.

2 Toetsingskader

In deze klachtzaak dient te worden beoordeeld of de notaris heeft gehandeld in strijd met het bepaalde in de Wet op het notarisambt (Wna).

3 Feiten

Gelet op hetgeen klaagster en de notaris over en weer hebben verklaard en op basis van door hen overgelegde stukken, alsmede gelet op hetgeen ter zitting is verklaard, gaat de Kamer uit van de volgende feiten.

• De heer [naam], hierna erflater, is overleden op 11 februari 2007 en heeft over zijn nalatenschap beschikt bij testament van 7 maart 2006.

• Ingevolge genoemd testament is mr. [naam], kandidaat-notaris te [plaats], benoemd tot executeur.

• Bij beschikking van de rechtbank Almelo van 20 september 2007 is genoemd executeurschap geëindigd met ingang van 1 oktober 2007.

• In de nalatenschap van erflater is mr.[naam], notaris te [plaats], boedelnotaris geweest tot 29 juni 2007.

• In de nalatenschap van erflater is mr. E.R. Willems, notaris te Almelo, boedelnotaris vanaf 29 juni 2[naam] [naam], de heer [naam] en de heer [naam], alsmede de kinderen van genoemde personen, zijn ingevolge het testament van erflater de enige en gezamenlijke erfgenamen.

• In het testament is bepaald dat binnen zes maanden na het overlijden een boedelbeschrijving wordt opgemaakt en aan de kerk een legaat van € 100.000,- wordt afgegeven.

• De verkoop van onroerende zaken van erflater, heeft onder de erfgenamen geleid tot discussie over de waarde en het al dan niet verstrekken van volmachten.

• Het pand te [plaats], de vroegere woning van erflater, is getaxeerd in opdracht van de executeur. Ook heeft klaagster een taxatie laten verrichten.

• De akte van levering is gepasseerd bij mr. [naam], notaris te [plaats].

• Een perceel landbouwgrond is conform een door erflater afgegeven koop-optie verkocht.

• De akte van levering is conform de wens van koper gepasseerd bij mr. [naam], notaris te [plaats].

• In verschillende stadia van verkoop en onderhandeling is gesproken en gecorrespondeerd met mr. [naam], voornoemd, en met mr.[naam], notaris te [plaats].

• Ter zitting van 4 december 2007 hebben de aanwezige partijen ingestemd met gezamenlijke behandeling. Ook in de zaken, waarin de schriftelijke behandeling nog niet heeft plaatsgevonden tot en met de mogelijkheid om te dupliceren, hebben partijen aangegeven dat zij instemmen met de behandeling ter zitting waarop in beginsel een uitspraak volgt. Ook de niet aanwezige partijen [namen] stemmen hiermee in.

4 Standpunten

Klaagster stelt dat de notaris zich niet heeft gedragen zoals dat van een notaris mag worden verwacht. Samengevat is in dat verband het volgende aangegeven. Klaagster heeft problemen met de wijze waarop haar broers, eerdergenoemde [naam]l en [naam], de onroerende zaken van erflater wilden verkopen. Daarbij is discussie ontstaan over de waarde van de onroerende zaken en over het wel of niet verstrekken van volmachten. In dat verband is door de notaris telefonisch contact opgenomen met klaagster. Klaagster geeft hierover aan dat de notaris zonder haar medeweten haar broer heeft laten meeluisteren. Nadien is zij door haar broer aangesproken op hetgeen zij tijdens dit telefoongesprek heeft gezegd. Naar de mening klaagster heeft de notaris daarmee haar privacy geschonden en ook zijn geheimhoudingsplicht.

Ook heeft de notaris naar de mening van klaagster klachtwaardig gehandeld door in de gesprekken met haar mee te delen dat door notaris mr.[naam] grote fouten zijn gemaakt. Tevens is klaagster van mening dat ten onrechte is aangegeven dat er sprake was van tijdsdruk.

Aanvullend heeft klaagster aangegeven dat door de handelwijze van de notaris onvoldoende tijd is gekregen om informatie te verkrijgen over de ontgronding en de actuele grondprijs.

De notaris geeft aan dat, in verband met de opdracht om voor de levering van het perceel landbouwgrond zorg te dragen, telefonisch contact is opgenomen met klaagster. Daarbij is naar de mening van de notaris door hem op correcte wijze gehandeld. De notaris geeft aan dat hij klaagster heeft meegedeeld dat haar broer zou langskomen met een volmacht en met een ontwerp van de akte van levering. Ook geeft de notaris aan dat hij klaagster ten tijde van het telefoongesprek uitdrukkelijk heeft meegedeeld dat haar broer aanwezig is en meeluistert. Naar de mening van de notaris is er geen sprake van het schenden van privacy. Door hem is slechts besproken wat hij eerder die dag met twee andere erfgenamen heeft besproken, namelijk de patstelling die was ontstaan door het feit dat de notaris niet de beschikking kreeg over een verklaring van erfrecht/executele. Voor zover het gaat om fouten heeft de notaris van belang geacht mee te delen dat hij op vragen die hij aan de executeur heeft gesteld geen antwoord ontvangt. De notaris geeft aan dat hij zijn verbazing heeft uitgesproken over de houding van de notaris [naam] en dat hij zijn collegialiteit ter discussie heeft gesteld. Voor zover het gaat om tijdsdruk stelt de notaris zich op het standpunt dat hij niet anders heeft gedaan dan wijzen op de mogelijkheid dat uitstel ertoe kan leiden dat de koper schade zou kunnen verhalen bij de verkopers. Het is niet de bedoeling geweest klaagster te dwingen iets snel te tekenen.

Voor zover klaagster thans de ontgrondingsvergunning noemt, wordt door de notaris aangegeven dat dit aspect nog niet eerder door klaagster is genoemd. Niet ten tijde van het telefoongesprek op 23 april 2007, noch bij het indienen van haar klacht. Eerst in haar repliek noemt klaagster dit.

5 Overwegingen

Ingevolge artikel 98, eerste lid, Wna zijn notarissen en kandidaat-notarissen aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling of een op deze wet berustende verordening, hetzij met de zorg die zij als notarissen of kandidaat-notarissen behoren te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve zij optreden en ter zake van enig handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris of kandidaat-notaris niet betaamt.

De Kamer stelt voorop dat artikel 98 Wna met name ziet op werkzaamheden van de notaris in het ambt van notaris. Dit brengt echter niet met zich dat gedragingen geheel buiten de beoordeling van de Kamer liggen.

De Kamer stelt vast, zoals klaagster ook ter zitting heeft verduidelijkt, dat het gaat om de wijze waarop de notaris telefonisch contact heeft opgenomen met klaagster in het kader van zijn werkzaamheden. Bovendien stoort het klaagster dat de notaris zich op negatieve wijze heeft uitgelaten over notaris mr. [naam].

Met betrekking tot het telefoongesprek is de Kamer van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de notaris daarmee klachtwaardig heeft gehandeld. Niet onbelangrijk is dat op basis van het over en weer gestelde mag worden aangenomen dat de notaris met klaagster heeft gesproken over dezelfde zaken als de zaken die met de broers van klaagster zijn besproken. Bovendien is niet gebleken dat de notaris er enig belang bij had om klaagster niet te informeren over de aanwezigheid van haar broer bij het telefoongesprek. Het wel informeren van klaagster ligt meer voor de hand nu het immers de bedoeling was dat de broer van klaagster nog die dag bij haar langs zou komen met een te tekenen volmacht. Echter, wat er ook zij van het voorgaande, ook indien dat anders zou zijn, is van belang dat niet kan worden vastgesteld op welke wijze hiermee is omgegaan en dat de notaris klachtwaardig heeft gehandeld.

Gelet op het voorgaande is dit onderdeel van de klacht ongegrond.

Met betrekking tot de vraag of de notaris zich zodanig gedragen heeft uitgelaten over notaris mr. [naam] dat dit in strijd is met de waardigheid van het notarisambt wordt het volgende overwogen.

Door de notaris is aangegeven dat hij tegenover klaagster de collegialiteit van notaris mr. [naam] in twijfel heeft getrokken. Hoewel een dergelijke uitlating niet gepast is, zelfs niet als daarmee - al dan niet terecht- bedoeld is uit te leggen waarom zaken moeizaam verlopen, is de Kamer van oordeel dat de klacht op dit punt niet-ontvankelijk is omdat klaagster geen zelfstandig belang heeft om daarover te klagen.

Voor zover klaagster in een later stadium van de procedure de ontgronding en de grondprijs aan de orde heeft gesteld is de Kamer van oordeel dat niet gebleken is van klachtwaardig handelen door de notaris. Immers, door de notaris is onweersproken gesteld dat dit aspect niet eerder aan de orde is gesteld, terwijl ook overigens niet is gebleken dat het aan de notaris was om de koopoptie ter discussie te stellen nu de erven dat niet deden.

Beslist wordt derhalve als volgt.

6 Beslissing

De kamer van toezicht over de notarissen en de kandidaat-notarissen te Almelo:

- verklaart de klacht niet-ontvankelijk voor zover klaagster heeft aangegeven dat de notaris zich negatief heeft uitgelaten over een collega;

- verklaart de klacht voor het overige ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.R. van der Winkel, voorzitter, mr. H.J. Vos, mr. W. Meijling, mr. F.M.J. Mulder en mr. C.J. Wesseling, leden en door de voorzitter in tegenwoordigheid van G.J. Doeleman als secretaris in het openbaar uitgesproken op 7 februari 2008.

Tegen deze beslissing van de kamer van toezicht kunnen partijen binnen dertig dagen na de datum van verzending van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Amsterdam.

Postadres, postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

Afschrift verzonden: 7 februari 2008.