Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2008:BG1069

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
21-10-2008
Datum publicatie
21-10-2008
Zaaknummer
200.012.288-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing omzettingsverzoek ex artikel 15b Fw op grond van artikel 288 lid 2 sub d Fw.

Artikel 288 Fw bevat naast de cumulatieve toelatingsvoorwaarden (eerste lid) ook een viertal imperatieve weigeringgronden (tweede lid).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Rechtsbijstand en schuldhulpverlening 2008/237
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

fGERECHTSHOF TE AMSTERDAM

TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

ARREST van 21 oktober 2008 in de zaak met zaaknummer 200.012.288/01 van:

[APPELLANT],

wonende te [woonplaats]

APPELLANT,

mr. J.C.R. de Lyon, advocaat te Amsterdam.

1. Het geding in hoger beroep

1.1 Appellant – hierna [appellant] – is bij per fax op 26 augustus 2008 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift in hoger beroep gekomen van het vonnis van de rechtbank te Amsterdam van 18 augustus 2008 met [zaaknummer], waarbij het verzoek van [appellant] tot opheffing van het op 26 februari 2008 uitgesproken faillissement onder gelijktijdig uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling is afgewezen.

1.2 Bij fax van 24 september 2008 heeft mr. De Lyon producties aan het hof doen toekomen.

De curator, mr. M. Rikken, advocaat te Amsterdam, heeft bij fax van 22 september 2008 het tweede openbare verslag aan het hof doen toekomen.

1.3 Het hoger beroep is behandeld ter terechtzitting van 30 september 2008. Ter terechtzitting is [appellant], bijgestaan door zijn advocaat, verschenen. Voorts is de curator verschenen.

2. De gronden van de beslissing

2.1 De rechtbank is van oordeel dat nu ten aanzien van [appellant] in de afgelopen tien jaar voorafgaande aan het verzoekschrift de schuldsaneringsregeling van toepassing is geweest en deze niet is beëindigd op grond van artikel 350 derde lid sub a of b Fw, dan wel op grond van artikel 350 derde lid sub d Fw, om redenen die [appellant] niet aan te rekenen waren, het verzoek op grond van artikel 288 lid twee sub d Fw. dient te worden afgewezen.

2.2 Op [appellant] is vanaf 18 mei 1999 tot

18 september 2001 de schuldsaneringsregeling van toepassing geweest. De toepassing van de schuldsaneringsregeling is tussentijds beëindigd zonder een schone lei te verlenen. De rechtbank Haarlem heeft daartoe bij overgelegd vonnis van 18 september 2001 onder meer overwogen dat [appellant] de informatieverplichting heeft geschonden, alsmede nieuwe schulden en een boedelachterstand heeft laten ontstaan.

2.3 [appellant] heeft dienaangaande het volgende aangevoerd. Hij stelt zich op het standpunt dat bij een omzettingsverzoek overeenkomstig artikel 15 b Fw niet onverkort alle bepalingen uit titel III van de Faillissementswet (Wet Schuldsaneringsregeling Natuurlijke Personen, hierna WSNP) van toepassing zijn. Daarnaast voert [Appellant] aan dat de nieuwe schulden, die genoemd worden in het vonnis van de rechtbank Haarlem van 18 september 2001, reeds bestonden vóór de aanvang van de schuldsaneringsregeling. Op grond hiervan kan [appellant] – naar hij stelt – van die schulden geen verwijt meer worden gemaakt.

2.4. Het hof overweegt als volgt.

2.5 Artikel 15 b Fw biedt de schuldenaar de mogelijkheid opheffing van zijn faillissement te verzoeken onder het gelijktijdig uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling. Het verzoek dient beoordeeld te worden aan de hand van de bepalingen van de WSNP.

2.5 De stelling van [appellant] dat niet alle bepalingen van de WSNP onverkort van toepassing zijn op een omzettingsverzoek ex artikel 15 b Fw heeft hij niet onderbouwd. Er is geen steun in het systeem van de Faillissementswet te vinden om bij de beoordeling van een verzoek ex artikel 15 b Fw een andere maatstaf te hanteren dan bij de beoordeling van een verzoek ex artikel 284 Fw. Op grond hiervan gaat het hof aan deze stelling voorbij.

2.6 Artikel 288 Fw bevat naast de cumulatieve toelatingsvoorwaarden (eerste lid) ook een viertal imperatieve weigeringgronden (tweede lid). De imperatieve weigeringgrond onder d van het tweede lid van artikel 288 Fw houdt in dat de schuldenaar op wie in de tien jaar voorafgaande aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend de schuldsaneringsregeling van toepassing is geweest, in beginsel de toegang tot de schuldsaneringsregeling wordt ontzegd. Een uitzondering wordt gemaakt indien de toepassing van de schuldsaneringsregeling is beëindigd op grond van artikel 350 derde lid

sub a of b Fw of op grond van artikel 350 derde lid

sub d Fw, om redenen die de schuldenaar niet waren toe te rekenen.

2.7 Van een grond voor het maken van een uitzondering als hiervoor bedoeld is, gelet op het navolgende, in het onderhavige geval niet gebleken.

Niet is immers gebleken dat de schuldsaneringsregeling destijds bij de – onherroepelijk geworden – beslissing van 18 september 2001 is beëindigd omdat de vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsanering werkte waren voldaan of [Appellant] toen in staat was zijn betalingen te hervatten. Evenmin is gebleken dat de schuldsanering toen uitsluitend is beëindigd omdat [appellant] bovenmatige schulden had doen of laten ontstaan om redenen die [appellant] niet waren aan te rekenen. De beëindiging van de schuldsanering is toen immers onder meer gegrond op het niet volledig voldoen door [appellant] aan de informatieverplichting en het laten ontstaan en voortduren van een boedelachterstand. Reeds daarom dient het onderhavige verzoek – gelet op het bij de wet bepaalde - te worden afgewezen en de beslissing van de rechtbank te worden bekrachtigd.

3. De beslissing

Het hof:

- bekrachtigt het vonnis waarvan beroep.

Dit arrest is gewezen door mrs. A. Bockwinkel, S. Clement en R.J.Q. Klomp en uitgesproken ter openbare terechtzitting van het hof van

21 oktober 2008 in tegenwoordigheid van de griffier.

Van dit arrest kan gedurende acht dagen na die van de uitspraak beroep in cassatie worden ingesteld door middel van een verzoekschrift in te dienen ter griffie van de Hoge Raad.