Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2008:BF1796

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
18-09-2008
Datum publicatie
24-09-2008
Zaaknummer
08/00956
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het op maandag ontvangen hoger beroepschrift is drie dagen te laat ingediend, nu de beroepstermijn afliep op vrijdag.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht 6:7
Algemene wet bestuursrecht 6:9
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Kenmerk 08/0956

uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (de Wet) van de tiende enkelvoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

X te Z,

belanghebbende,

tegen de uitspraak in de zaak no. 06/6872 van de rechtbank Haarlem van 15 juli 2008 in het geding tussen

belanghebbende

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Holland-Noord/kantoor Hoorn,

de verweerder.

1. Van belanghebbende is ter griffie van het gerechtshof een per post verzonden, op 31 augustus 2008 gedateerd, beroepschrift ontvangen op 1 september 2008, gericht tegen de uitspraak van de Sector bestuursrecht van de rechtbank Haarlem, gedagtekend 15 juli 2008 en verzonden op 18 juli 2008, nummer AWB 06/6872.

2. De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken (art. 6:7 van de Wet). Die termijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop de uitspraak van de rechtbank is bekendgemaakt. Een beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen (art. 6:9 van de Wet).

Omdat de uitspraak van de rechtbank op vrijdag 18 juli 2008 is verzonden en belanghebbendes hoger beroepschrift op maandag 1 september 2008 door het Hof is ontvangen, is het hoger beroepschrift drie dagen te laat ingediend. De poststempel heeft op de envelop, waarin het hoger beroepschrift is verzonden, 31 augustus 2008 (zondag) als datum afgedrukt. Het hoger beroepschrift heeft ook als dagtekening 31 augustus 2008. Hieruit leidt het Hof af dat het hoger beroepschrift na het einde van de termijn ter post is bezorgd, zodat artikel 6.9, tweede lid, van de Wet geen toepassing vindt.

3. Het vorenoverwogene brengt mee dat het hoger beroep wegens overschrijding van de daarvoor gestelde indieningstermijn niet-ontvankelijk is.

4. Voor het op de voet van artikel 6:11 van de Wet achterwege laten van de niet-ontvankelijkverklaring omdat redelijkerwijs niet geoordeeld kan worden dat de indiener in verzuim is geweest, heeft het Hof geen reden.

5. Het Hof acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling op de voet van artikel 8:75 van de Wet.

6. Voor het aanwenden van het in artikel 8:55 van de Wet bedoelde rechtsmiddel van verzet tegen de onderhavige uitspraak verwijst het Hof naar de mededelingen daaromtrent aan de voet van de uitspraak.

7. Beslissing

Het Hof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. P.F. Goes, lid van de belastingkamer, in tegenwoordigheid van R.J. Wessel als griffier. De beslissing is op 18 september 2008 in het openbaar uitgesproken.

Verzet

Als u bezwaren hebt tegen deze uitspraak kunt u binnen zes weken na de verzenddatum van deze uitspraak een verzetschrift indienen bij dit gerechtshof. Daarbij kunt u vragen op het verzet te worden gehoord. Een kopie van de bestreden uitspraak moet bij het verzetschrift worden overgelegd.

Het verzetschrift moet zijn ondertekend en ten minste bevatten:

• de naam en het adres van de indiener;

• de dagtekening;

• de vermelding van de uitspraak waartegen het verzet is gericht en

• de gronden van het verzet, waarbij de bezwaren tegen de uitspraak duidelijk zijn omschreven.

Bij de behandeling van het verzet beoordeelt het gerechtshof uitsluitend of er gronden zijn voor vernietiging van de onderhavige uitspraak.