Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2008:BD2228

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
25-04-2008
Datum publicatie
21-05-2008
Zaaknummer
23-005300-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het geen gevolg geven aan de in artikel 378, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering neergelegde verplichting is geen omstandigheid die noopt tot terugwijzing van de zaak. Wél terugwijzing naar de rechtbank, omdat één van de personen die een kernrol vervullen bij het onderzoek ter terechtzitting aldaar niet aanwezig was.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafvordering
Wetboek van Strafvordering 378
Wetboek van Strafvordering 423
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NS 2008, 217
NBSTRAF 2008/217

Uitspraak

parketnummer: 23-005300-05

datum uitspraak: 25 april 2008

TEGENSPRAAK

ARREST VAN HET GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Haarlem van 19 september 2005 in de strafzaak onder parketnummer 15-030511-04 van het openbaar ministerie

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1982],

ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens op het adres

[adres], [woonplaats],

en aldaar feitelijk verblijvende.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 25 april 2008.

Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding. Van die dagvaarding is een kopie in dit arrest gevoegd. De daarin vermelde tenlastelegging wordt hier overgenomen.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, leest het hof deze verbeterd. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Door de raadsvrouw is ter terechtzitting in hoger beroep betoogd dat de zaak dient te worden teruggewezen naar de rechtbank, omdat gelet op het ontbreken van het proces-verbaal niet kan worden nagegaan of de terechtzitting in eerste aanleg heeft plaatsgevonden met naleving van de procedurele voorschriften. In haar pleitnotities heeft de raadsvrouw uiteengezet waarom volgens haar niet aan de procedurele voorschriften is voldaan. Zij heeft hierbij onder meer opgemerkt dat zij door omstandigheden gedwongen was ter terechtzitting in eerste aanleg de verdediging van de verdachte neer te leggen. Volgens de raadsvrouw heeft de verdachte, na het vertrek van zijn raadsvrouw uit de zittingszaal, de politierechter verzocht om rechtsbijstand (door middel van een last tot toevoeging). Dit verzoek is door de politierechter niet gehonoreerd en het onderzoek ter terechtzitting is voortgezet zonder dat de verdachte werd bijgestaan door een raadsman/raadsvrouw. Na sluiting van het onderzoek is de verdachte vervolgens veroordeeld voor het onder 2, 3, 4 en 6 tenlastegelegde.

Het hof overweegt dat het geen gevolg geven aan de in artikel 378, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering neergelegde verplichting geen omstandigheid is die noopt tot terugwijzing van de zaak in de zin van artikel 423, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Vanwege het ontbreken van het proces-verbaal gaat het hof bij de beoordeling van het verweer af op hetgeen door de raadsvrouw is aangevoerd ten aanzien van de behandeling van de strafzaak van de verdachte in eerste aanleg. Door de advocaat-generaal is niet weersproken dat de verdachte in eerste aanleg vanaf een zeker moment is berecht zonder bijstand van een raadsman/raadsvrouw. Op grond hiervan concludeert het hof dat de behandeling van de zaak van de verdachte zonder bijstand van een raadsman/raadsvrouw is voortgezet door de politierechter, ook al had de verdachte na het neerleggen van de verdediging door de raadsvrouw aan de politierechter om (nieuwe) rechtsbijstand verzocht. Gelet op deze omstandigheid is het hof van oordeel dat de politierechter nadat de verdachte om (nieuwe) rechtsbijstand had verzocht, de behandeling ten gronde niet had mogen voortzetten, omdat één van de personen die een kernrol vervullen bij het onderzoek ter terechtzitting aldaar niet aanwezig was.

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en de zaak zal worden teruggewezen naar de rechtbank te Haarlem.

Beslissing

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep.

Verwijst de zaak naar de rechtbank te Haarlem, om deze opnieuw te berechten met inachtneming van deze uitspraak.

Dit arrest is gewezen door de 3e meervoudige strafkamer van het gerechtshof te Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R. Veldhuisen, mr. J.M.J. Chorus en mr. M.J. Borgers, in tegenwoordigheid van mr. B.R. Koenders, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 25 april 2008.

Mr. Borgers is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.