Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2008:BD2200

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
10-04-2008
Datum publicatie
21-05-2008
Zaaknummer
05/495
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Europees bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

6.1. Het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen moet volgens vaste jurisprudentie worden gezocht in hun objectieve kenmerken en eigenschappen, zoals deze in de GN zijn omschreven en zoals deze aan de hand van die omschrijving in concreto bij de litigieuze goederen kunnen worden vastgesteld. Verder vormen de toelichtingen waardevolle hulpmiddelen bij de uitlegging van de draagwijdte van de verschillende tariefposten.

6.2. Voor wat betreft de samenstelling van de onderhavige goederen kan worden onderscheiden in:

1. een gedeelte bestaande uit een aluminium koelelement;

2. een gedeelte bestaande uit een axiale ventilator met een elektromotor voor het regelen van de omwentelingssnelheid van de ventilator.

Beide elementen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en bestemd om gezamenlijk te functioneren. De functie is het koelen van een CPU in een computer.

6.3. De Douanekamer is van oordeel dat de ingevoerde toestellen, als sub 6.2. weergegeven, qua objectieve kenmerken en eigenschappen een meer uitgebreide functie hebben dan de bij post 8414 bedoelde ventilatoren, zodat zij niet op één lijn kunnen worden gesteld met de in de toelichting op deze post genoemde ventilatoren en die post derhalve toepassing mist. Hierbij is van belang dat voor de ingevoerde toestellen essentieel is dat zij warmte opvangen en afvoeren, welke functie een ventilator als zodanig mist. Hieruit volgt dat in casu aantekening 2, aanhef en onderdeel a, (sub 3.3. hiervoor) geen toepassing kan vinden.

6.4. In aantekening 2, aanhef en onderdeel b, op Afdeling XVI van de GN is bepaald dat delen en onderdelen, welke niet met name zijn genoemd en waarvan kan worden onderkend dat zij uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd zijn voor een bepaalde machine, worden ingedeeld onder de post, waaronder die machine valt.

6.5. Nu niet in geschil is dat de toestellen speciaal zijn vervaardigd voor computers (“automatische gegevensverwerkende machines” van post 8471), en dat voor het goed functioneren van computers, koeling van de CPU onmisbaar is, moeten zij met toepassing van algemene regels 1 en 6, en met inachtneming van de sub 6.4. vermelde aantekening, worden ingedeeld onder post 8473 30 90 van de GN.

6.6. Het arrest van het Hof van Justitie in de zaak Peacock, reeds aangehaald sub 5.1. hiervoor, noopt niet tot de door de inspecteur voorgestane indeling.

6.7. De inspecteur heeft een beroep gedaan op de sub 3.4. weergegeven tekst van de bijlage, punt 2, van Verordening nr. 384/2004.

6.8. Partijen gaan er, aldus is ter zitting komen vast te staan, vanuit dat de onderhavige toestellen exact dezelfde kenmerken hebben als de door de Commissie van de EU in punt 2 van de bijlage bij de onderhavige Verordening beschreven toestellen. De Douanekamer heeft geen reden partijen daarin niet te volgen. Wel heeft de Douanekamer alsdan, gelet op het 6.1. tot en met 6.6. overwogene, ernstige twijfel over de vraag of deze tariefindeling wel in overeenstemming is met de bewoordingen van het GN en derhalve gerede twijfel over de geldigheid van de Verordening.

6.9. In het vorenoverwogene ziet de Douanekamer aanleiding het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen op de voet van artikel 234 EG om een prejudiciële beslissing te verzoeken zoals hierna weergegeven.

7.1. De Douanekamer verzoekt het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen uitspraak te doen over de volgende vragen:

1. Is Verordening (EG) nr. 384/2004 van de Commissie van 1 maart 2004, tot indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur, geldig, voorzover volgens die verordening post 8414 59 30 van de gecombineerde nomenclatuur de onder punt 2.7. omschreven goederen omvat?

2. Indien de Verordening ongeldig is, kan het gemeenschappelijk douanetarief dan zo worden uitgelegd dat deze goederen moeten worden ingedeeld als “delen en toebehoren van de machines bedoeld bij post 8471” van postonderverdeling 8473 30 90 van de GN?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2009, 1272
FutD 2008-1141

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

Douanekamer

Uitspraak

in de zaak nr. 05/495 DK

de dato 10 april 2008

1. De procedure

1.1. Op 8 februari 2005 is bij de Douanekamer van het Gerechtshof te Amsterdam (hierna: de Douanekamer) een beroepschrift ingekomen van mr. M, ingediend namens A B.V. te R, belanghebbende.

Het beroepschrift is gericht tegen de uitspraak van het hoofd van de Belastingdienst, (hierna: de inspecteur), van 30 december 2004, kenmerk …, waarin het bezwaar van belanghebbende tegen de afwijzende beschikking op een verzoek tot terugbetaling van douanerechten van 9 september 2004, kenmerk …, werd afgewezen.

1.2. Van belanghebbende is een griffierecht geheven van € 276,--.

De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

1.3. Belanghebbende heeft op 13 februari 2008 een nader stuk ingediend, ingekomen op 15 februari 2008. De griffier heeft een afschrift van dit stuk aan de inspecteur gezonden.

1.4. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van 20 februari 2008. Daar zijn verschenen mr. M en J namens belanghebbende en namens de inspecteur mr. A, vergezeld van mr. ing. M. Partijen hebben ter zitting ieder een pleitnota overgelegd en voorgelezen. De Douanekamer rekent deze pleitnota’s tot de stukken van het geding.

Tijdens de mondelinge behandeling van de zaak heeft belanghebbende een computerkast getoond, met daarin onder meer een vergelijkbaar product als de hierna sub 2.7. omschreven producten. Door de inspecteur is erkend dat dit product als een representatief monster van de ingevoerde goederen kan worden aangemerkt.

1.5. Het dossier bevat de volgende stukken, welke als bijlagen bij deze uitspraak worden gevoegd:

A. Het beroepschrift van 8 februari 2005 met de daarbij horende volgende bijlagen:

A1. Uitspraak op bezwaar van 30 december 2004, kenmerk 03/379/7791/143;

A2. Machtiging van A B.V. van 8 februari 2004 aan B B.V.;

A3. Formulier “toestemming tot wegvoering” van 7 januari 2004;

A4. Uitnodiging tot betaling van 7 januari 2004;

A5. Verzoek tot terugbetaling van douanerechten van 21 juli 2004;

A6. Uitspraak op het verzoek tot terugbetaling van 9 september 2004, kenmerk …;

A7. Bezwaarschrift tegen de uitspraak op het verzoek tot terugbetaling van 27 september 2004;

A8. Uitspraak op het bezwaarschrift van 30 december 2004;

A9. Productinformatie van C B.V., met betrekking tot het product “… .

B. Het verweerschrift van de Belastingdienst, met aanbiedingsbrief van 23 mei 2005, kenmerk …, met de volgende bijlagen:

B1. Uitspraak op het verzoek tot terugbetaling van 9 september 2004, kenmerk …;

B2. Bezwaarschrift tegen de uitspraak op het verzoek tot terugbetaling van 27 september 2004;

B3. Uitspraak op het bezwaarschrift van 30 december 2004;

B4. Voornemen tot afwijzen bezwaarschrift en uitnodiging tot horen van 9 november 2004;

B5. Uitnodiging tot betaling van 7 januari 2004.

C. Conclusie van repliek van 24 juni 2005.

D. Conclusie van dupliek van 16 augustus 2005, met de volgende bijlage:

D1. Overzicht van de aangifte- en artikelgegevens met betrekking tot de aangifte IM 4, met nummer … .

E. Nader stuk van belanghebbende van 13 februari 2008, met de volgende bijlagen:

E1. Brief aan de inspecteur van 13 februari 2008;

E2. Factuur van … Limited, met nummer 3-17 12002, gericht aan C B.V. van 8 december 2003;

E3. Productinformatie (“tom’s hardware guide”) van internet met betrekking tot de producten “…” en “…”;

E4. Productinformatie van C B.V. van internet in de Poolse taal met betrekking tot het product “…”;

E5. Productinformatie van C B.V. van internet met betrekking tot het product “…;

E6. Productinformatie van internet met betrekking tot het product “C B.V.”;

E7. Productinformatie van C B.V. van internet met betrekking tot het product “…”;

F. Pleitnota van de inspecteur van 20 februari 2008.

G. Pleitnota van belanghebbende van 20 februari 2008.

H. Een kopie van Verordening (EG) nr. 384/2004 van de Commissie van 1 maart 2004, PB L 64 van 2 maart 2004, blz. 21.

2. De feiten

2.1. Belanghebbende, douane-expediteur, heeft op 6 januari 2004 bij de douane te Rotterdam onder nummer … aangifte voor het vrije verkeer gedaan van onder meer “computer ventilatoren” (artikel 2 van de aangifte). Het betrof drie verschillende modellen, met de typenummers 1, 2 en 3. De goederen waren van oorsprong uit China. Aangegeven werd post 8414 51 90 van de Gecombineerde Nomenclatuur van het Gemeenschappelijk douanetarief (hierna: GN). De aangegeven douanewaarde bedroeg € 211.449,--. Ten tijde van de aangifte voor het vrije verkeer gold voor goederen van post 8414 51 90 een tarief van 3,2%.

Importeur van de goederen was C B.V. te G.

2.2. Op 7 januari 2004 is de verificatie beëindigd en heeft de inspecteur de onderhavige goederen - overeenkomstig de op de aangifte vermelde

gegevens - ingedeeld onder post 8414 51 90 van de GN. Op dezelfde dag heeft de inspecteur een uitnodiging tot betaling (hierna: UTB) vastgesteld met nummer …, ter grootte van € 6.766,37.

2.3. Bij de aangifte was een factuur gevoegd van de fabrikant van de goederen, … Limited te China, gericht aan de importeur. De factuur, genummerd …, draagt als dagtekening 8 december 2003 en geeft als omschrijving van de in geschil zijnde goederen:

“Item Discription

(…)

2. A computer parts for processor

3. B computer parts for processor

4. C computer parts for processor”.

2.4. Belanghebbende heeft op 21 juli 2004 een verzoek om terugbetaling ingediend voor de betaalde rechten vermeld in de sub 2.2. genoemde UTB. In het verzoek is onder meer het volgende vermeld:

“De goederen genoemd bij artikel 2 (computer parts for processor) zijn ingedeeld onder goederencode 8414 51 90 00. Het betreft hier ventilatoren met een koelelement bestemd voor computer processoren. Volgens het Gerechtshof te Amsterdam Douanekamer mogen deze goederen worden ingedeeld onder goederencode

8473 30 90 00 (delen en toebehoren van de machines bedoeld bij post 8471) volgens hun uitspraak in zaak 01/90255.”

Voor goederen van post 8473 30 90 waren ten tijde van de invoer geen douanerechten verschuldigd.

2.5. Het verzoek is door de inspecteur bij beschikking van 9 september 2004, kenmerk …, afgewezen. In de beschikking is onder meer het volgende vermeld:

“Beoordeling van het verzoek om terugbetaling

Na onderzoek is gebleken dat de commissie op 1 maart 2004 een verordening met nummer 384/2004 heeft gemaakt. Deze verordening geeft aan dat de ventilatoren ingedeeld dienen te worden onder goederencode 8414 59 30 00. De ventilator verleent het product zijn wezenlijke karakter, omdat dit het belangrijkste deel vormt voor het afvoeren van een teveel aan warmte. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen.”

2.6. Op 27 september 2004 heeft belanghebbende bezwaar aangetekend tegen de beschikking van 9 september 2004. Op 30 december 2004 heeft de inspecteur het bezwaar afgewezen.

2.7. Op grond van de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting, is over de producten het volgende komen vast te staan.

2.7.1. De producten bestaan uit twee elementen: een zogenoemde heatsink (warmtewisselaar) en een ventilator, welke duurzaam aan elkaar bevestigd zijn en als zodanig een geheel vormen. De heatsink bestaat uit een metalen voet met bevestigingselementen. Op deze voet zijn in ringvorm of in vierkant (afhankelijk van het model) lamellen van aluminium aangebracht. Deze lamellen zijn op hun beurt aangebracht in een ringvormig of vierkant (afhankelijk van het model) element van kunststof, waaraan de (axiale) ventilator is bevestigd. De ventilator is bevestigd in een vierkante of ronde behuizing (afhankelijk van het model) De ventilator wordt aangedreven met een elektromotor die werkt met een gelijkstroomspanning van 12 volt.

2.7.2. De producten worden door middel van een speciale klikpassing aan het moederbord tegen de bodem van de centrale processor unit (hierna: CPU) gemonteerd. Om te voorkomen dat er tussen de oppervlakte van de CPU en die van de voet van de producten een (isolerende) luchtlaag ontstaat, wordt de voet van de producten voorzien van een hittegeleidende pasta.

2.7.3. De warmte die de CPU afgeeft, wordt geabsorbeerd door de lamellen van de heatsink. De werking van de ventilator, die een luchtstroom veroorzaakt, zorgt er vervolgens voor dat de warmte die in de lamellen is opgenomen wordt afgevoerd.

2.7.4. Het product is uitsluitend bestemd om te worden gebruikt in een computer ter koeling van de CPU.

3. Het geschil

3.1. In geding is of het verzoek om teruggaaf terecht is afgewezen. De inspecteur heeft ter zitting het nadere standpunt ingenomen dat de goederen onder post 8414 59 30 van de GN moeten worden ingedeeld.

Belanghebbende bepleit indeling van de goederen in post 8473 30 90 van de GN.

3.2. Voormelde posten luiden als volgt:

Post 8414 59 30

“8414 Luchtpompen, vacuümpompen, compressoren voor lucht of voor andere gassen, alsmede ventilatoren; damp- of wasemafzuigkappen met ingebouwde ventilator, ook indien met filter:

(…)

- ventilatoren:

8414 51 - - tafel-, vloer-, wand-, plafond- en dakventilatoren, met

ingebouwde elektromotor met een vermogen van niet

meer dan 125 W:

(…)

8414 59 - - andere:

8414 59 10 - - - bestemd voor burgerluchtvaartuigen (1)

- - - andere:

8414 59 30 - - - - axiale”

Post 8473 30 90

“8473 Delen en toebehoren (andere dan koffers, hoezen en dergelijke) waarvan kan worden onderkend dat zij uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd zijn voor machines en toestellen bedoeld bij de posten 8469 tot en met 8472:

(…)

8473 30 - delen en toebehoren van de machines bedoeld bij post

8471:

8473 30 10 - - elektronische assemblages

8473 30 90 - - andere”

3.3. De Douanekamer heeft de volgende aantekening en toelichting in de beschouwingen betrokken:

Aantekening 2 op Afdeling XVI

“2. Behoudens het bepaalde in aantekening 1 op deze afdeling en in de aantekeningen 1 op de hoofdstukken 84 en 85, worden delen van machines (andere dan delen van artikelen bedoeld bij post 8484, 8544, 8545, 8546 of 8547) ingedeeld met inachtneming van de volgende regels:

a) delen die als zodanig onder een van de posten van hoofdstuk 84 of 85 (andere dan de posten 8409, 8431, 8448, 8466, 8473, 8485, 8503, 8522, 8529, 8538 en 8548) kunnen worden ingedeeld, blijven onder die posten ingedeeld, ongeacht de machine waarvoor zij bestemd zijn;

b) delen, andere dan die bedoeld onder a) hiervoor, waarvan kan worden onderkend dat zij uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd zijn voor een bepaalde machine of voor verschillende onder een zelfde post vallende machines (met inbegrip van die bedoeld bij post 8479 of 8543), worden ingedeeld onder de post waaronder die machine valt of die machines vallen of onder een der posten 8409, 8431, 8448, 8466, 8473, 8503, 8522, 8529 of 8538, naar gelang van het geval; delen die hoofdzakelijk worden gebruikt zowel voor de goederen bedoeld bij post 8517 als voor die bedoeld bij de posten 8525 tot en met 8528, worden echter ingedeeld onder post 8517;

c) andere delen worden ingedeeld onder post 8409, 8431, 8448, 8466, 8473, 8503, 8522, 8529 of 8538, naar gelang van het geval, of, indien dit niet mogelijk is, onder post 8485 of 8548.”

GS-Toelichting op post 8414

“B. Ventilatoren

Deze toestellen, al dan niet voorzien van een ingebouwde motor, dienen hetzij om een regelmatige lucht- of gasstroom onder betrekkelijk geringe overdruk op te wekken, hetzij voor het in beweging brengen van de lucht in lokalen.

De ventilatoren van de eerste groep bestaan uit een waaier (met schoepen of schroeven), die in een huis (carter) rond zijn as wentelt. Zij werken op dezelfde wijze als bepaalde roterende compressoren of centrifugaal compressoren, doch zij kunnen

zowel blazen (bijvoorbeeld industriële blazers voor de uitrusting van windtunnels) als aanzuigen.

De toestellen van de tweede groep zijn eenvoudiger gebouwd en bestaan slechts uit een door een motor aangedreven schroef.

Ventilatoren worden onder meer gebruikt voor de luchtverversing in mijnen, het ventileren van lokalen, schepen en silo’s, het wegzuigen van stof, stoom, rook, warme gassen, enzovoort, het drogen van verschillende stoffen (leder, papier, weefsels, verf, enzovoort), van vuurhaarden met geforceerde trek (door aanzuigen of door blazen).

Deze groep omvat eveneens kamerventilatoren, al dan niet voorzien van een zwenk- of tuimelmechanisme. Hieronder zijn begrepen plafond-, tafel- en muurventilatoren op voetstuk, ventilatoren voor inbouw in muren, ruiten.

Van deze post zijn uitgezonderd, ventilatoren die van andere organen dan de motor en het huis zijn voorzien (zoals keerdeuren, filters, koel- of verwarmingselementen, warmtewisselaars, enzovoort), en die aan de toestellen het karakter verlenen van tot andere posten behorende, meer complexe machines, bijvoorbeeld luchtverhitters met andere dan elektrische warmtebron (post 7322), aggregaten voor de regeling van het klimaat in besloten ruimten (post 8415), toestellen voor het afzuigen van stof (post 8421), luchtkoelingsapparatuur voor de industriële behandeling van stoffen (post 8419), of voor het koelen van ruimten (post 8479), elektrische toestellen voor het verwarmen van woonruimten, met ingebouwde ventilator (post 8516).”

3.4. In casu is ook van belang Verordening (EG) nr. 384/2004 van de Commissie van 1 maart 2004, PB L 64 van 2 maart 2004, blz. 21. Punt 2 van de bijlage bij deze verordening luidt als volgt:

Omschrijving

(1) Indeling

GN-code

(2) Motivering

(3)

2. Toestel bestaande uit:

- een axiale ventilator met een

elektromotor en een

elektronische assemblage voor

het regelen van de

omwentelingssnelheid van de

ventilator;

- een aluminium koellichaam.

De functie van het toestel is het afvoeren van een teveel aan warmte van een centrale verwerkingseenheid in een automatische gegevensverwerkende machine. 8414 59 30 De indeling is vastgesteld op basis van de algemene regels 1, 3, onder b), en 6 voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur en de tekst van de GN-codes 8414, 8414 59 en 8414 59 30.

De ventilator verleent het product zijn wezenlijke karakter, omdat dit het belangrijkste deel vormt voor het afvoeren van een teveel aan warmte.

4. Het standpunt van belanghebbende

4.1. Het product is bestemd te worden gebruikt als deel van een computer. Het wordt bevestigd op de CPU van de computer en dient voor het koelen daarvan. Een computer functioneert niet zonder een koeltoestel als het onderhavige product; zonder dit product raakt de CPU binnen korte tijd oververhit en raakt de computer hierdoor defect.

De warmte die de processor uitstoot wordt door de lamellen in de heatsink opgenomen. Hierbij geldt dat hoe groter de oppervlakte van de lamellen, des te meer warmte deze kunnen opnemen. Het probleem hierbij is dat de heatsink altijd maar een bepaalde grootte kan krijgen, omdat die in de computer en op de processor moet passen. Dit speelt met name bij nieuwere generaties computers. Dit probleem kan worden ondervangen door het plaatsen van een kleine ventilator op de heatsink. Hierdoor neemt het koelend vermogen toe zonder dat de lamellen behoeven te worden vergroot.

Het apparaat in zijn geheel betreft dus niet alleen een ventilator, maar dit vormt samen met de heatsink een meer complexe machine. De heatsink is echter als hoofdzaak aan te merken en geeft aan de producten hun wezenlijk karakter, namelijk dat van koeltoestel. Het toestel moet dan ook ingedeeld worden onder post 8473 en niet onder post 8414.

4.2. Verordening nr. 384/2004 is in strijd met de toepassing van de algemene regels voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur vastgesteld. De Commissie heeft hiermee de grenzen van haar bevoegdheid overschreden. De Verordening is dan ook onverbindend. Belanghebbende geeft de Douanekamer subsidiair in overweging prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie.

4.3. Ter zitting heeft belanghebbende daaraan het volgende toegevoegd.

In elke computerkast zitten standaard drie verschillende toestellen die zich bezighouden met ventileren en/of koelen. Er is altijd een ventilator, die alleen maar zorgt voor de luchtcirculatie in de kast, en een gecombineerd toestel (heatsink), dat ervoor zorgt dat de grafische processor wordt gekoeld. Ook in het moederbord bevindt zich een gecombineerd toestel. De eerste twee toestellen draaien altijd, het laatste gaat pas draaien als de temperatuur naar 65° oploopt. Een ventilator voor luchtcirculatie in de kast is geen deel van een computer; een ventilator met koelelement (heatsink) is dat wel.

De onderhavige toestellen zijn identiek aan het product genoemd in de verordening.

Het ter zitting ingenomen standpunt van de inspecteur dat de in geding zijnde toestellen onder post 8414 59 30 van de GN moeten worden ingedeeld heeft een lager tarief, namelijk 2,3%, tot gevolg. Er wordt mee ingestemd dat dit lagere tarief tot een teruggaaf van € 1.903,-- leidt.

Geaccepteerd wordt dat de controlepanelen (regel 5 van de factuur) onder post 8537 10 99 van de GN worden ingedeeld. Hierdoor is een lager tarief van toepassing. Er wordt mee ingestemd dat dit lagere tarief tot een teruggaaf van € 300,-- leidt. Overigens is thans het geschil beperkt tot de producten op de regels 2, 3 en 4 van de factuur en tot de vraag of 2,3% verschuldigd is of nihil.

5. Het standpunt van de inspecteur

5.1. Het product is naar objectieve kenmerken en eigenschappen een ventilator. De ventilator verleent het product zijn wezenlijke karakter omdat dit onderdeel de belangrijkste rol speelt bij het afvoeren van een teveel aan warmte.

Niet in geschil is dat deze ventilator uitsluitend gebruikt zal worden als onderdeel van een computer. Uit aantekening 2, aanhef en onderdeel a, op Afdeling XVI volgt dat delen van machines (in casu computerdelen) die als zodanig onder een van de posten van hoofdstuk 84 kunnen worden ingedeeld, dienen te worden ingedeeld onder die post, ongeacht de machine waarvoor zij zijn bestemd. Post 8414 omvat onder andere “ventilatoren”. De onderhavige ventilatoren moeten dan ook, ondanks dat deze onmiskenbaar zijn bedoeld als deel van een computer, met gebruikmaking van algemene regels 1, 3b en 6, onder post 8414 worden ingedeeld als ventilatoren. Steun voor deze opvatting wordt gevonden in de Verordening nr. 384/2004. Het arrest van het Hof van Justitie van 4 maart 2004, Krings GmbH, C-130/2, Jurispr. blz. I-2121 en Douanerechtspraak 2004/47*, biedt de mogelijkheid deze verordening naar analogie toe te passen.

Het Hof van Justitie heeft in het arrest van 19 oktober 2000, Peacock,

C-339/98, Jurispr. blz. I-8947 en Douanerechtspraak 2003/33*, aanwijzingen gegeven wanneer een product als “deel van een geheel” dient te worden aangemerkt. Aan de in dit arrest genoemde criteria moet altijd worden getoetst.

5.2. Verordening nr. 384/2004 is niet strijd met de algemene regels voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur vastgesteld. De Commissie is uitgegaan van een juiste rechtsopvatting en heeft de grenzen van haar bevoegdheid niet overschreden. Indien de Douanekamer daar anders over denkt, dan geeft de inspecteur in overweging prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie.

5.3. Ter zitting heeft de inspecteur daaraan het volgende toegevoegd.

De inspecteur betwist niet dat de onderhavige toestellen als delen van een computer moeten worden aangemerkt.

De ingevoerde toestellen zijn allemaal gelijk aan elkaar.

Indeling van de goederen onder post 8414 59 30 van de GN betekent dat belanghebbende recht heeft op een teruggaaf van € 1.903,--.

Indeling van de controlepanelen onder post 8537 10 99 van de GN betekent dat belanghebbende recht heeft op een teruggaaf van € 300,--.

6. De rechtsoverwegingen

6.1. Het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen moet volgens vaste jurisprudentie worden gezocht in hun objectieve kenmerken en eigenschappen, zoals deze in de GN zijn omschreven en zoals deze aan de hand van die omschrijving in concreto bij de litigieuze goederen kunnen worden vastgesteld. Verder vormen de toelichtingen waardevolle hulpmiddelen bij de uitlegging van de draagwijdte van de verschillende tariefposten.

6.2. Voor wat betreft de samenstelling van de onderhavige goederen kan worden onderscheiden in:

1. een gedeelte bestaande uit een aluminium koelelement;

2. een gedeelte bestaande uit een axiale ventilator met een elektromotor voor het regelen van de omwentelingssnelheid van de ventilator.

Beide elementen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en bestemd om gezamenlijk te functioneren. De functie is het koelen van een CPU in een computer.

6.3. De Douanekamer is van oordeel dat de ingevoerde toestellen, als sub 6.2. weergegeven, qua objectieve kenmerken en eigenschappen een meer uitgebreide functie hebben dan de bij post 8414 bedoelde ventilatoren, zodat zij niet op één lijn kunnen worden gesteld met de in de toelichting op deze post genoemde ventilatoren en die post derhalve toepassing mist. Hierbij is van belang dat voor de ingevoerde toestellen essentieel is dat zij warmte opvangen en afvoeren, welke functie een ventilator als zodanig mist. Hieruit volgt dat in casu aantekening 2, aanhef en onderdeel a, (sub 3.3. hiervoor) geen toepassing kan vinden.

6.4. In aantekening 2, aanhef en onderdeel b, op Afdeling XVI van de GN is bepaald dat delen en onderdelen, welke niet met name zijn genoemd en waarvan kan worden onderkend dat zij uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd zijn voor een bepaalde machine, worden ingedeeld onder de post, waaronder die machine valt.

6.5. Nu niet in geschil is dat de toestellen speciaal zijn vervaardigd voor computers (“automatische gegevensverwerkende machines” van post 8471), en dat voor het goed functioneren van computers, koeling van de CPU onmisbaar is, moeten zij met toepassing van algemene regels 1 en 6, en met inachtneming van de sub 6.4. vermelde aantekening, worden ingedeeld onder post 8473 30 90 van de GN.

6.6. Het arrest van het Hof van Justitie in de zaak Peacock, reeds aangehaald sub 5.1. hiervoor, noopt niet tot de door de inspecteur voorgestane indeling.

6.7. De inspecteur heeft een beroep gedaan op de sub 3.4. weergegeven tekst van de bijlage, punt 2, van Verordening nr. 384/2004.

6.8. Partijen gaan er, aldus is ter zitting komen vast te staan, vanuit dat de onderhavige toestellen exact dezelfde kenmerken hebben als de door de Commissie van de EU in punt 2 van de bijlage bij de onderhavige Verordening beschreven toestellen. De Douanekamer heeft geen reden partijen daarin niet te volgen. Wel heeft de Douanekamer alsdan, gelet op het 6.1. tot en met 6.6. overwogene, ernstige twijfel over de vraag of deze tariefindeling wel in overeenstemming is met de bewoordingen van het GN en derhalve gerede twijfel over de geldigheid van de Verordening.

6.9. In het vorenoverwogene ziet de Douanekamer aanleiding het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen op de voet van artikel 234 EG om een prejudiciële beslissing te verzoeken zoals hierna weergegeven.

7. De beslissing

7.1. De Douanekamer verzoekt het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen uitspraak te doen over de volgende vragen:

1. Is Verordening (EG) nr. 384/2004 van de Commissie van 1 maart 2004, tot indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur, geldig, voorzover volgens die verordening post 8414 59 30 van de gecombineerde nomenclatuur de onder punt 2.7. omschreven goederen omvat?

2. Indien de Verordening ongeldig is, kan het gemeenschappelijk douanetarief dan zo worden uitgelegd dat deze goederen moeten worden ingedeeld als “delen en toebehoren van de machines bedoeld bij post 8471” van postonderverdeling 8473 30 90 van de GN?

7.2. De Douanekamer houdt iedere verdere beslissing aan en schorst het geding totdat het Hof van Justitie uitspraak zal hebben gedaan over deze vragen.

De uitspraak is vastgesteld op 10 april 2008 door mrs. E.M. Vrouwenvelder, voorzitter, en H.J. Bronkhorst en D.B. Bijl, leden, in tegenwoordigheid van de griffier.

De beslissing is op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken.

De griffier: De voorzitter: