Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2008:BD1356

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
08-05-2008
Datum publicatie
09-05-2008
Zaaknummer
106.006.005/01
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBAMS:2006:AY7212, Meerdere afhandelingswijzen
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Persbureau heeft zonder goede grond de suggestie gewekt dat familie van ontvoerde vrouw betrokken was bij drugshandel. Eer en goede naam aangetast. Smartengeld 10 000 euro; materiële schade onvoldoende aannemelijk gemaakt. Onrechtmatig bericht rectificeren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

EERSTE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

ARREST

in de zaak van:

Hans Daniël MELCHERS,

wonend te Vorden, gemeente Bronckhorst,

APPELLANT IN PRINCIPAAL BEROEP,

GEÏNTIMEERDE IN INCIDENTEEL BEROEP,

procureur: mr. H.F. Doeleman,

t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

B.V. ALGEMEEN NEDERLANDS PERSBUREAU ANP,

gevestigd te Rijswijk,

2. Rob DE SPA, wonend te Amsterdam,

3. Sander KUYPERS, wonend te ’s-Gravenhage,

GEÏNTIMEERDEN IN PRINCIPAAL BEROEP,

APPELLANTEN IN INCIDENTEEL BEROEP,

procureur: mr. O.B.M.J. Volgenant.

1. Het geding in hoger beroep

De partijen worden hierna Melchers en ANP c.s. genoemd, en de laatsten ieder voor zich ook ANP, De Spa en Kuypers.

Bij dagvaarding van 29 november 2006 is Melchers in hoger beroep gekomen van een vonnis van de rechtbank te Amsterdam van 30 augustus 2006, in deze zaak onder nummer 336125/HA ZA 06-530 gewezen tussen Melchers als eiser en ANP c.s. als gedaagden. De appeldagvaarding bevat negen grieven, een toelichting daarop en een bewijsaanbod.

Melchers heeft bij memorie bescheiden in het geding gebracht en geconcludeerd, kort gezegd, dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en uitvoerbaar bij voorraad zal beslissen als in de appeldagvaarding omschreven, met veroordeling van ANP c.s. in de kosten van beide instanties.

Daarop hebben ANP c.s. geantwoord, daarbij van hun kant incidenteel beroep ingesteld, één grief geformuleerd, bescheiden in het geding gebracht en bewijs aangeboden, met conclusie – naar het hof begrijpt en samengevat weergegeven - dat het hof het principaal beroep zal verwerpen en in het incidenteel beroep, zonodig met verbetering van gronden, het vonnis zal bekrachtigen, met veroordeling van Melchers - uitvoerbaar bij voorraad - in de kosten van zowel het principaal als het incidenteel beroep.

Vervolgens heeft Melchers geantwoord in het incidenteel beroep en verdere bescheiden overgelegd, met conclusie – kort gezegd - dat het hof het incidenteel beroep zal verwerpen, met veroordeling van ANP c.s. in de kosten van dat beroep.

ANP c.s. hebben daarop een akte uitlating producties, tevens akte overlegging producties genomen, en daarbij verdere bescheiden in het geding gebracht.

Melchers heeft hierna een akte uitlating producties genomen.

Partijen hebben hun zaak op 17 januari 2008 doen bepleiten door hun respectieve procureurs. Zij deden dit aan de hand van pleitnotities die aan het hof zijn overgelegd. Bij die gelegenheid zijn door Melchers bij akte nogmaals bescheiden in het geding gebracht.

Ten slotte hebben partijen arrest gevraagd.

2. De feiten

De rechtbank heeft in het bestreden vonnis onder 2.1 tot en met 2.11 een aantal feiten als in deze zaak vaststaand aangemerkt. Omtrent die feiten bestaat geen geschil, zodat ook het hof daarvan zal uitgaan.

3. De beoordeling

3.1 Samengevat gaat het in deze zaak om het volgende.

(i) ANP is een persbureau dat door middel van de zogenaamde ANP-feed nieuwsberichten levert aan haar abonnees, praktisch alle landelijke en regionale Nederlandse dagbladen en ook andere media. De Spa was ten tijde van de hierna te melden feiten hoofdredacteur van ANP, Kuypers is (althans was toen) als journalist bij ANP in dienst.

(ii) Melchers is een gefortuneerd Nederlands zakenman.

(iii) De dochter van Melchers, Claudia, is op 12 september 2005 rond 22.30 uur ontvoerd uit haar woning in Amsterdam. In de nacht van 14 op 15 september 2005 is zij door haar ontvoerders vrijgelaten.

(iv) Op 15 september 2005, omstreeks 14.00 uur, heeft W. Woelders, chef van de recherche van de politie Amsterdam-Amstelland, op een persconferentie bekend gemaakt dat een claimbrief was gevonden met daarin een eis van 300 kg cocaïne.

(v) C. Huijskens, woordvoerder van de familie Melchers, heeft die dag (15 september 2005) om 15.51 uur op de ANP Pers Support een verklaring namens de familie Melchers doen plaatsen waarin onder meer het volgende is opgenomen:

“ De familie Melchers is dolblij met de gelukkige afloop van de gijzeling. De familie heeft niets toe te voegen aan de verklaringen die tijdens de persconferentie vandaag op het politiebureau in Amsterdam zijn afgelegd. Er is gedurende de gijzeling geen contact geweest tussen de familie en de gijzelnemers. Er zijn door of namens de familie geen goederen of gelden aan de ontvoerders overgedragen.

(..)

Voor vragen uw vragen verwijst de familie naar de politiewoordvoerder.”

De inhoud van de eerste alinea van deze verklaring is diezelfde dag om 15.58 uur op de ANP-feed geplaatst.

(vi) Op 15 september 2005 is om 18.28 uur van de hand van Kuypers op de ANP-feed het volgende bericht (hierna: het Bericht) verschenen:

“’Achtergrond ontvoering moet bijna drugshandel zijn’

(…)

ONTVOERING MELCHERS

RIJSWIJK (ANP) – De ontvoering van Claudia Melchers moet gezien de eis van 300 kilo cocaïne voor haar vrijlating bijna wel zeker te maken hebben met enige betrokkenheid van de familie bij drugshandel. Dat stellen bronnen binnen de politie die zich met de bestrijding van grootschalige drugshandel bezighouden. Ze zijn overigens niet direct betrokken bij het onderzoek naar de ontvoering van Melchers.

“Zo’n eis is niet logisch als het misdrijf niets met drugs te maken heeft”, zegt een van hen. “Zo’n partij moet je voorstellen als driehonderd pakken suiker. Dat is niet praktisch om mee te nemen.” Men wijst er op dat de politie nooit aan zo’n partij kan komen en ook een gewone burger niet. Het is dus geen reële eis. Ook zal de politie hier nooit aan meewerken. Zulke partijen moeten criminelen bestellen in Zuid-Amerika. En daar zit wat de politiemensen betreft ook de essentie van het verhaal. (…) Een andere politiebron benadrukt dat bijna alle ontvoeringen in het criminele milieu plaatsvinden. “Het is zeker niet ongewoon dat er iemand wordt ontvoerd om een partij drugs terug te krijgen als die bijvoorbeeld niet is betaald. Vaak gaat dat buiten het publiek en de politie om. Als dit scenario voor deze zaak zou gelden, is de politie nu wel bij de ontvoering betrokken geraakt. Dat kan de zaak hebben verstoord. Uit de beschrijving van de ontvoerders blijkt dat twee van hen vermoedelijk van Zuid-Amerikaanse afkomst zijn. Ze spraken Engels. Ook dit zijn aanwijzingen voor het geschetste scenario.””

(vii) Op 16 september 2005 zijn om 12.49 uur en 15.18 uur vervolgberichten op de ANP-feed verschenen met onder meer de volzin:

“Bronnen binnen de politie, die niet met dit onderzoek zijn belast, vermoeden dat de omgeving of de familie van Claudia Melchers betrokken is bij drugshandel”.

Om 16.37 uur en 17.22 uur die dag zijn vervolgberichten op de ANP-feed verschenen met onder meer de volzin:

“Diverse deskundigen binnen de politie stelden donderdag dat de ontvoering van Claudia Melchers gezien de eis van 300 kilo cocaïne voor haar vrijlating bijna zeker te maken moet hebben met enige betrokkenheid van de familie bij drugshandel.”

Diezelfde dag om 18.00 uur is een vervolgbericht op de ANP-feed verschenen met onder meer de zojuist geciteerde volzin, zulks met uitzondering van de zinsnede “gezien de eis van 300 kilo cocaïne voor haar vrijlating”.

(viii) In zowel de papieren versie als op de website van het dagblad De Telegraaf zijn, onder meer op 15 en 16 september 2005, berichten verschenen over de ontvoering van Claudia Melchers die mede zijn gebaseerd op het Bericht.

(ix) Politie Amsterdam-Amstelland heeft op 16 september 2005 een persbericht uitgegeven met als kop:

“Politie en OM: geen aanwijzing drugshandel familie Melchers”.

De woordvoerder van de familie Melchers heeft diezelfde dag een persverklaring uitgegeven waarin de familie - kort gezegd - laat weten geschokt te zijn door de vele onjuiste en kwetsende speculaties over een mogelijke betrokkenheid van de familie bij drugshandel. ANP heeft die dag op haar feed, onder andere om 16.28 uur, aandacht besteed aan die persverklaring.

(x) De Raad voor de Journalistiek heeft bij beslissing van 20 december 2005 (RvdJ 2005/71) klachten van Melchers tegen publicaties van De Telegraaf op 15 september 2005 (met als kop “Drugshandel mogelijk achtergrond ontvoering”) en 16 september 2005 (met als kop “Familie Melchers geschokt door berichten”) gegrond bevonden.

(xi) Melchers heeft in deze zaak een aantal vorderingen tegen ANP c.s. ingesteld die alle zijn gebaseerd op het uitgangspunt dat het Bericht en de hiervoor onder (vii) genoemde vervolgberichten onrechtmatig jegens hem zijn.

(xii) De rechtbank heeft overwogen (rechtsoverweging 5.2 juncto 5.1) dat niet in geschil is dat Melchers door het Bericht is aangetast in zijn eer en goede naam, maar zij acht (rechtsoverweging 5.3) die aantasting niet onrechtmatig, omdat het belang van ANP c.s. bij uitingsvrijheid in dit geval – in het licht van een aantal door de rechtbank in haar overwegingen betrokken omstandigheden - zwaarder dient te wegen dan het belang van Melchers bij de bescherming van zijn eer en goede naam.

3.2 De incidentele grief van ANP c.s. is gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat Melchers door het Bericht is aangetast in zijn eer en goede naam. ANP c.s. betwisten dat dit het geval is. Het Bericht bevat volgens hen geen rechtstreekse beschuldiging maar een mening van politiemensen die niet bij het onderzoek betrokken waren. De naam van Melchers wordt in het Bericht niet genoemd. Bovendien hebben ANP c.s. op 16 september 2005 voldoende aandacht besteed aan de boodschap dat de familie Melchers niet betrokken was bij drugshandel. Mocht toch worden geoordeeld dat Melchers in zijn eer en goede naam is aangetast, dan is dat volgens ANP c.s. niet het gevolg van het Bericht. De berichtgeving over de losgeldeis vindt zijn oorzaak in de losgeldeis zelf en de bekendmaking daarvan op de persconferentie van 15 september 2005. Dat de media daar vervolgens over berichtten en daarover – vooral door de radiostilte die de familie en de politie in acht namen - deskundigen aan het woord lieten is het gevolg van die twee feiten, aldus ANP c.s.

3.3 Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

3.4 Het moge zo zijn dat ANP c.s. in het Bericht naar de uiterlijke verschijningsvorm niet de mededeling doen dat de ontvoering van Claudia Melchers, gezien de eis van 300 kilo cocaïne voor haar vrijlating, bijna wel zeker te maken moet hebben met enige betrokkenheid van de familie bij drugshandel en naar de uiterlijke verschijningsvorm slechts de meningen weergeven van twee politiefunctionarissen (dat die functionarissen die meningen daadwerkelijk hebben geuit wordt overigens door Melchers betwist: zie onder 3.8), ANP c.s. hebben die (vermeende) meningen gepubliceerd zonder daarvan ook maar enige afstand te nemen. Dat met “de familie” in het bijzonder wordt gedoeld op Melchers staat buiten kijf. Aldus hebben ANP c.s. naar het oordeel van het hof met het Bericht ten minste de sterke suggestie gewekt dat Melchers betrokken is bij drugshandel, hetgeen niet anders kan worden gezien dan als een aantasting van diens eer en goede naam. Dat het Bericht haar oorzaak vindt in het feit dat de politie de ongebruikelijke losgeldeis na een lek naar Het Parool zonder nadere toelichting bekend heeft gemaakt, doet er niet aan af dat het Bericht - en niet het lekken (dat overigens kennelijk niet op betrokkenheid van Melchers bij drugshandel, maar op de losgeldeis betrekking had) - de eer en goede naam van Melchers heeft aangetast. ANP c.s. hebben weliswaar kort na de publicatie van het Bericht berichten uitgegeven met als inhoud dat de politie geen aanwijzingen heeft voor betrokkenheid van de familie Melchers bij drugshandel, maar dat maakt de reeds plaatsgevonden hebbende aantasting van de eer en goede naam van Melchers niet ongedaan. De grief faalt mitsdien.

3.5. Het hof zal nu eerst grief 3 in het principaal beroep behandelen. Die grief bevat de klacht dat de rechtbank niet is ingegaan op de stelling van Melchers dat de conclusie in de kop van het Bericht niet kan worden gebaseerd op de in het Bericht geciteerde uitlatingen van de twee politiefunctio-narissen. Melchers doelt met die conclusie op de eerste volzin van het Bericht: “De ontvoering van Claudia Melchers moet gezien de eis van 300 kilo cocaïne voor haar vrijlating bijna wel zeker te maken hebben met enige betrokkenheid van de familie bij drugshandel” (hierna: de volzin).

3.6 Het hof overweegt als volgt.

3.7 Het hof is van oordeel dat de volzin inderdaad niet wordt gedragen door de in het Bericht gegeven citaten. De eerste bron [“Zo’n eis (..)” en “Zo’n partij (..)”; zie nader onder 3.1 sub (vi)] zegt slechts iets over de relatie tussen het misdrijf (de ontvoering) en drugshandel. In de geciteerde uitlating van de tweede bron [“Het is zeker niet ongewoon (…)”; zie t.a.p. nader] valt mogelijk een relatie te lezen tussen het slachtoffer van een ontvoering als de onderhavige en drugshandel (gedoeld wordt op de eerste volzin van het bewuste citaat), maar die relatie wordt in die uitlating zelf niet expliciet gelegd. Het gaat bovendien slechts om een mogelijke relatie: als iemand wordt ontvoerd om een partij drugs terug te krijgen (de inhoud van die eerste volzin), kan dat immers betekenen zowel dat de ontvoerde persoon zelf iets met die drugshandel te maken heeft als dat met de ontvoering wordt beoogd geld van of via de ontvoerde persoon los te krijgen, om met dat geld vervolgens de drugs terug te krijgen.

Daar komt nog bij dat deze bron slechts zegt dat het “zeker niet ongewoon” is (dat “er iemand wordt ontvoerd om een partij drugs terug te krijgen”), hetgeen aanmerkelijk minder stellig is dan de formulering in de volzin (“bijna wel zeker”).

3.8 ANP c.s hebben aangevoerd dat uit de tweede volzin van het Bericht (“Dat stellen bronnen binnen de politie die zich met de bestrijding van grootschalige drugshandel bezighouden”) blijkt dat de volzin geen conclusie is die door ANP c.s. is getrokken, maar dat het gaat om een mening van hun informanten. Zij betogen dat hun bronnen het Bericht hebben “gezien c.q. de citaten (hebben) teruggehoord en geaccordeerd voordat het bericht is geplaatst” (memorie van antwoord sub 61 en 196). Voorzover uit dit betoog al kan worden opgemaakt dat ANP c.s. aanvoeren dat hun beide bronnen het Bericht voorafgaand aan de plaatsing ervan hebben goedgekeurd (vanwege het gebruik van “c.q.” kan dat betoog immers heel wel ook aldus worden verstaan dat die bronnen enkel de citaten hebben geaccordeerd) geldt dat Melchers heeft betwist dat die bronnen het Bericht hebben goedgekeurd. Het hof verwijst naar “de aantekeningen comparitie” zijdens Melchers sub 25 en de memorie van antwoord in incidenteel appel sub 20. Nu de juistheid van bedoelde stelling niet uit de stukken blijkt en ANP c.s. op dit punt geen concreet bewijsaanbod hebben gedaan, verwerpt het hof die stelling. Voor de goede orde voegt het hof hieraan toe dat heel wel denkbaar is dat een dergelijk bewijs ook zonder het prijsgeven van bronnen te leveren valt.

3.9 Uit het vorenoverwogene volgt dat niet is komen vast te staan dat de volzin is gebaseerd op uitingen van de twee door het ANP c.s. geraadpleegde bronnen (waarmee in het midden kan blijven wat zou hebben te gelden indien dat wèl zou zijn komen vast te staan). Een andere grond voor (de inhoud van) de volzin hebben ANP c.s. niet aangevoerd. De grief slaagt derhalve.

3.10 Dit betekent dat ANP c.s. geen goede grond hadden de volzin in het Bericht op te nemen. Hetzelfde geldt voor de opname van de qua inhoud nagenoeg zelfde volzin in de hiervoor onder 3.1 sub (vii) bedoelde vervolgberichten van 16.37 uur, 17.22 uur en 18.00 uur. Onder 3.4 heeft het hof al overwogen dat ANP c.s. daarmee de sterke suggestie hebben gewekt dat Melchers betrokken is bij drugshandel en daarmee zijn eer en goede naam hebben aangetast. Een en ander leidt tot de conclusie dat ANP c.s. jegens Melchers onrechtmatig hebben gehandeld. Geen van de de door ANP c.s. in hun memorie van antwoord sub 135 genoemde omstandigheden, zo al feitelijk juist, leidt tot een ander oordeel. Dit geldt evenzo voor het recht van ANP c.s. op vrijheid van meningsuiting en haar taak het publiek zo goed en volledig mogelijk voor te lichten.

3.11 De vervolgberichten die op 16 september 2005 om 12.49 en 15.18 uur op de ANP-feed zijn verschenen acht het hof, vanwege de daarin gebruikte meer genuanceerde bewoordingen (“vermoeden” en “de omgeving of de familie van Claudia Melchers”), niet zòdanig dat ook hier van een sterke suggestie als onder 3.4 bedoeld, en als gevolg daarvan van onrechtmatig handelen van ANP c.s., kan worden gesproken.

3.12 Het vorenstaande betekent dat de overige grieven onbehandeld kunnen blijven.

3.13 Melchers heeft een viertal vorderingen geformuleerd die het hof hierna zal bespreken.

3.14 Vordering 1 betreft een verklaring voor recht dat – kort gezegd - ANP c.s. onrechtmatig jegens Melchers hebben gehandeld. Die vordering zal als na te noemen worden toegewezen.

3.15 Vordering 2 strekt tot veroordeling van ANP c.s. tot betaling van € 100.000,-- als vergoeding voor de immateriële schade die Melchers als gevolg van het onrechtmatig handelen van ANP c.s. stelt te hebben geleden. ANP c.s. hebben Melchers ten onrechte negatief in verband gebracht met drugshandel. Daardoor is hij in zijn eer en goede naam aangetast. ANP c.s. hebben de schade echter enigermate beperkt door op 16 september 2005, onder andere om 16.28 uur, melding te maken van het die dag door de politie Amsterdam-Amstelland uitgegeven persbericht (zie hiervoor onder 3.1 sub (ix)). Voorts is niet gebleken dat anderen dan De Telegraaf en De Twensche Courant Tubantia (hierna: Tubantia) van het Bericht gebruik hebben gemaakt. Verder is van belang dat ANP c.s. niet de enige waren die zich destijds over de “losgeldkwestie” hebben geuit; het Bericht en de hiervoor bedoelde drie vervolgberichten vormen slechts een klein onderdeel van de algehele publiciteit over die kwestie. Tegen die achtergrond acht het hof een bedrag van € 10.000,- aan smartengeld in overeenstemming met de ernst van het onrechtmatig handelen van ANP c.s.. Dat bedrag zal dan ook worden toegewezen.

3.16 Vordering 3 betreft vergoeding van materiële schade, op te maken bij staat. Wil een vordering tot verwijzing naar de schadestaatprocedure toewijsbaar zijn dan dient aannemelijk te zijn dat Melchers ter zake enige schade kan hebben geleden. Melchers wijst in dat verband op de (advocaat)kosten die hij heeft moeten maken in verband met de behandeling van zijn klacht tegen De Telegraaf door de Raad voor de Journalistiek. Het hof is echter van oordeel dat deze kosten in een te ver verwijderd verband staan met het onrechtmatig handelen van ANP c.s.: De Telegraaf heeft een eigen verantwoordelijk ten aanzien van de berichtgeving die zij van de ANP-feed overneemt en Melchers heeft De Telegraaf in de bewuste procedure ook op die (eigen) verantwoordelijkheid aangesproken. Bedoelde kosten komen daarom niet voor vergoeding door ANP c.s. in aanmerking. Melchers heeft met betrekking tot zijn (gestelde) materiële schade voorts gewezen op de kosten die hij heeft gemaakt door het marktonderzoekbureau Millward Brown/Centrum B.V. in december 2005 een publieksonderzoek te laten doen naar de vraag (aldus valt in de inleiding van het onderzoeksrapport te lezen): “In hoeverre denkt het Nederlandse publiek dat de familie Melchers betrokken is bij drughandel”. Dat rapport is echter voor de vraag in hoeverre vorenbedoeld onrechtmatig handelen van ANP c.s. Melchers schade heeft berokkend onbruikbaar, al was het al omdat de vraagstelling zich beperkt tot de invloed van “de berichtgeving” over de ontvoering van Claudia Melchers in het algemeen. Waar het rapport onbruikbaar is, komen de desbetreffende kosten niet voor vergoeding in aanmerking.

Melchers heeft voor het overige geen feiten of omstandigheden gesteld die aannemelijk maken dat hij enige materiële schade kan hebben geleden of zal lijden als gevolg van de publicatie van het Bericht en de drie meerbedoelde vervolgberichten, zodat vordering 3 moet worden afgewezen.

3.17 Vordering 4 strekt tot rectificatie van het Bericht door middel van plaatsing van advertenties in alle op de ANP-feed aangesloten gedrukte media (dagbladen).

Nu het Bericht onrechtmatig was, dient dit op passende wijze te worden gerectificeerd. In deze procedure is niet meer vast komen te staan dan dat het Bericht zijn weerslag heeft gevonden in zowel de papieren als de elektronische versie van De Telegraaf en dat ook Tubantia daarvan gebruik heeft gemaakt. De publicatie in laatstgenoemd dagblad is echter onderbelicht gebleven (de bewuste publicatie is zelfs niet overgelegd). Ten einde het publiek over de onjuistheid van het Bericht te informeren, kan van ANP c.s. dan niet meer worden verlangd dan dat zij in de papieren versie van De Telegraaf een advertentie plaatsen als hierna te bepalen. Aan die veroordeling zal een dwangsom worden verbonden.

3.18 Het hof passeert het bewijsaanbod van zowel Melchers als ANP c.s. als niet ter zake doend, omdat daarin geen feiten te bewijzen worden aangeboden die tot een andere uitkomst van het geding kunnen leiden.

4. Slotsom

4.1 Grief 3 in principaal beroep slaagt. De andere grieven in dat beroep behoeven geen behandeling. De incidentele grief faalt. Het bestreden vonnis zal worden vernietigd, de vorderingen van Melchers zullen als na te noemen worden toegewezen en voor het overige worden afgewezen.

4.2 ANP c.s. zullen, als de goeddeels in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van beide instanties, wat het hoger beroep betreft zowel in die van het principaal als in die van het incidenteel beroep.

5. Beslissing

Het hof:

in het incidenteel beroep:

verwerpt het beroep;

verwijst ANP c.s. in de kosten van het incidenteel beroep, aan de zijde van Melchers tot op heden begroot op € 2.632,- voor salaris procureur;

verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

in het principaal beroep:

vernietigt het vonnis waarvan beroep en, opnieuw rechtdoende:

verklaart voor recht dat ANP c.s. onrechtmatig jegens Melchers hebben gehandeld door de plaatsing en het geplaatst houden op de ANP-feed van het Bericht en de in 3.10 bedoelde vervolgberichten;

veroordeelt ANP c.s. hoofdelijk tot betaling aan Melchers van € 10.000,- (TIENDUIZEND EURO) ten titel van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 15 september 2005 tot de dag der algehele voldoening;

veroordeelt ANP om binnen twee weken na betekening van dit arrest de volgende advertentie te plaatsen in het dagblad De Telegraaf, op een redactionele pagina binnenlands nieuws en in een formaat van 10 cm bij 10 cm met een zwart kader:

RECTIFICATIE BERICHTGEVING OVER HANS MELCHERS

In september 2005 is Claudia Melchers, dochter van Hans Melchers, enige dagen ontvoerd geweest. Zonder dat de politie de ontvoerders op het spoor was, is Claudia Melchers vrijgelaten. Dit is bekend gemaakt op 15 september 2005 rond 14.00 uur door W. Woelders, chef van de recherche van de politie Amsterdam-Amstelland. Dezelfde dag nog hebben wij om 18.28 uur een bericht geplaatst op ons elektronisch berichtennet dat slechts toegankelijk is voor onze abonnees. In dat bericht schreven wij onder meer:

“De ontvoering van Claudia Melchers moet gezien de eis van 300 kilo cocaïne voor haar vrijlating bijna wel zeker te maken hebben met enige betrokkenheid van de familie bij drugshandel.”

Deze krant heeft dit overgenomen. Het gerechtshof te Amsterdam heeft in zijn arrest van 8 mei 2008 geoordeeld dat wij met de plaatsing van bedoeld bericht onrechtmatig jegens Hans Melchers hebben gehandeld, omdat wij daarmee de sterke suggestie hebben gewekt dat hij betrokken is bij drugshandel. Wij zijn door het hof veroordeeld deze rectificatie als advertentie te plaatsen in deze krant, waaraan hiermee uitvoering is gegeven.

ALGEMEEN NEDERLANDS PERSBUREAU ANP

bepaalt dat ANP een dwangsom van € 1.000,- verbeurt voor iedere dag dat De Telegraaf verschijnt na de hiervoor bedoelde termijn en zij niet aan de veroordeling tot plaatsing van deze advertentie voldoet, tot een maximum van € 100.000,-;

verwijst ANP c.s. in de proceskosten van de eerste aanleg, aan de zijde van Melchers begroot op € 2.284,87 voor verschotten en € 2.842,- voor salaris procureur;

verwijst ANP c.s. in de kosten van het principaal beroep, tot op heden aan de zijde van Melchers begroot op € 380,87 voor verschotten en € 9.212,00 voor salaris procureur;

verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af hetgeen Melchers meer of anders heeft gevorderd.

Dit arrest is gewezen door mr. M.A. Goslings, mr. R.J.M. Smit en mr. J.H. Huijzer en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2008.