Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2008:BC8306

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
28-02-2008
Datum publicatie
01-04-2008
Zaaknummer
106.010.332/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof voegt aan de beschouwingen en gevolgtrekkingen van de kamer evenwel het navolgende toe.

Bij brief van 28 december 2005 heeft de ABN AMRO Bank klagers toestemming verleend om de specificatie van de nota bij de kandidaat-notaris op te vragen. Hierop is door de kandidaat-notaris afwijzend gereageerd onder verwijzing naar de rechtsverhouding tussen [naam] en de kandidaat-notaris.

Het standpunt van de kandidaat-notaris, dat alleen zijn opdrachtgeefster – [naam] – gerechtigd is tot – en kan disponeren over – de specificatie, is op zich juist.

Aangezien het voor de kandidaat-notaris duidelijk was dat klagers in deze kwestie “niet verder kwamen”, zou het hem uit een oogpunt van klantvriendelijkheid niet hebben misstaan als hij bij [naam] had geïnformeerd of – gelet op de aan hem bekende relatie tussen [naam] en de ABN AMRO Bank ([naam] is een dochtermaatschappij van de ABN AMRO) - [naam] zich bij de door de ABN.AMRO gegeven toestemming aansloot. In dat geval zou hij een jaar eerder tot afgifte van de specificatie hebben kunnen overgaan. Dit geldt te meer nu de uit de eerder vermelde brief blijkt dat er overleg is geweest tussen [naam] en de ABN AMRO Bank.

Maar door dit achterwege te laten heeft de kandidaat-notaris zich niet schuldig gemaakt aan een handelen of nalaten in strijd met het bepaalde in artikel 98 Wet op het notarisambt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

Zaaknummer 106.010.332/01

Beslissing van 28 februari 2008 in de zaak onder rekestnummer 1764/06 NOT van:

1. [naam],

2. [naam],

beiden wonende te [plaats],

APPELLANTEN,

t e g e n

MR. [naam],

kandidaat-notaris te [plaats],

GEÏNTIMEERDE.

1. Het geding in hoger beroep

1.1. Ter griffie van het hof alhier is op 27 november 2006 ingekomen een verzoekschrift – met één bijlage – van de zijde van appellanten, verder te noemen klagers, waarbij zij tijdig hoger beroep hebben ingesteld tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer van toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen te Groningen, verder te noemen de kamer, van 31 oktober 2006, waarbij de klacht van klagers tegen geïntimeerde verder te noemen de kandidaat-notaris, ongegrond is verklaard.

1.2. Van de zijde van de kandidaat-notaris is op 29 juni 2007 een verweerschrift ter griffie van het hof ingekomen.

1.3. De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 10 januari 2008. Klager sub 1 en de kandidaat-notaris zijn verschenen. Zij hebben het woord gevoerd.

2. De stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie alsmede van de hiervoor genoemde stukken.

3. De feiten

3.1. Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling van de feiten geen bezwaar gemaakt, behoudens het navolgende.

3.2. De kandidaat-notaris heeft naar voren gebracht dat in de beslissing van de kamer onder kopje vaststaande feiten onder b. vermeld staat dat [naam] op 18 september op 2003 opdracht heeft verstrekt om over te gaan tot openbare verkoop van de woning van klagers. Dit is onjuist. Op onderscheidenlijk 1 augustus 2002, op 14 januari 2003 en op 12 september 2003 heeft [naam] de kandidaat-notaris verzocht de openbare verkoop in gang te zetten.

Bovendien staat onder e. vermeld dat [naam] genoemd bedrag verhaald zou hebben op klagers. Ook dit is onjuist. De ABN AMRO Bank heeft de kosten op klagers verhaald.

Ten slotte staat onder f. vermeld dat klager zich vanaf oktober 2003 voor een specificatie ook zou hebben gewend tot [naam]. Dit is niet juist; klager heeft zich uitsluitend tot de kandidaat-notaris en ABN AMRO gewend.

Deze wijziging van en aanvulling op de feiten is door klagers niet bestreden.

Het hof zal bij de beoordeling met deze aanvullingen – voor zover van belang – rekening houden.

4. Het standpunt van klagers

Klagers verwijten de kandidaat-notaris dat hij jegens hen niet behoorlijk heeft gehandeld door geen specificatie te willen verstrekken aan klagers van de door hem verrichte voorbereidende werkzaamheden ten behoeve van de openbare verkoop van de echtelijke woning van klagers, zelfs niet nadat de ABN AMRO Bank als opdrachtgever van de openbare verkoop toestemming had verleend aan de kandidaat-notaris om de gegevens aan klagers te verstrekken. Het belang van klagers om inzicht te verkrijgen in een gespecificeerde nota is hierin gelegen dat de kosten van deze werkzaamheden door de bank op klagers zijn verhaald.

5. Het standpunt van de kandidaat-notaris

5.1. De kandidaat-notaris betwist ten stelligste de stellingen van klagers en verweert zich als volgt.

5.2. De kandidaat-notaris stelt zich op het standpunt dat hij aan klagers geen rekening en verantwoording is verschuldigd aangezien zij niet zijn opdrachtgevers tot de openbare verkoop zijn, maar [naam] B.V., hierna te noemen [naam]. De nota is door [naam] betaald en nooit betwist. De kandidaat-notaris heeft klagers ter zake van hun verzoek naar [naam] verwezen. Uiteindelijk heeft de kandidaat-notaris zelf contact gezocht met [naam], hetgeen ertoe heeft geleid dat klagers bij brief van 30 november 2006 in het bezit zijn gesteld van de specificatie van de nota.

6. De beoordeling

6.1. Het onderzoek in hoger beroep heeft niet geleid tot de vaststelling van andere beschouwingen en gevolgtrekkingen dan die vervat in de beslissing van de kamer, waarmee het hof zich verenigt.

6.2. Het hof voegt aan de beschouwingen en gevolgtrekkingen van de kamer evenwel het navolgende toe.

Bij brief van 28 december 2005 heeft de ABN AMRO Bank klagers toestemming verleend om de specificatie van de nota bij de kandidaat-notaris op te vragen. Hierop is door de kandidaat-notaris afwijzend gereageerd onder verwijzing naar de rechtsverhouding tussen [naam] en de kandidaat-notaris.

Het standpunt van de kandidaat-notaris, dat alleen zijn opdrachtgeefster – [naam] – gerechtigd is tot – en kan disponeren over – de specificatie, is op zich juist.

Aangezien het voor de kandidaat-notaris duidelijk was dat klagers in deze kwestie “niet verder kwamen”, zou het hem uit een oogpunt van klantvriendelijkheid niet hebben misstaan als hij bij [naam] had geïnformeerd of – gelet op de aan hem bekende relatie tussen [naam] en de ABN AMRO Bank ([naam] is een dochtermaatschappij van de ABN AMRO) - [naam] zich bij de door de ABN.AMRO gegeven toestemming aansloot. In dat geval zou hij een jaar eerder tot afgifte van de specificatie hebben kunnen overgaan. Dit geldt te meer nu de uit de eerder vermelde brief blijkt dat er overleg is geweest tussen [naam] en de ABN AMRO Bank.

Maar door dit achterwege te laten heeft de kandidaat-notaris zich niet schuldig gemaakt aan een handelen of nalaten in strijd met het bepaalde in artikel 98 Wet op het notarisambt.

6.3. Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht kan als in het voorgaande reeds behandeld dan wel als in deze procedure niet ter zake dienend, buiten beschouwing blijven.

6.4. Het vorenoverwogene leidt mitsdien tot de volgende beslissing.

7. De beslissing

Het hof:

- verwerpt het beroep.

Deze beslissing is gegeven door mrs. A.L.G.A Stille, J.C.W. Rang en P. Blokland en in het openbaar uitgesproken op donderdag 28 februari 2008 door de rolraadsheer.

De beslissing van de kamer is niet voorhanden.

________________________________________