Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2008:BC7530

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
21-03-2008
Datum publicatie
25-03-2008
Zaaknummer
1174/2007
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De Ondernemingskamer oordeelt dat in deze enqueteprocedure, gelet op het vonnis van de Rechtbank te Amsterdam van 31 oktober 2007, voor haar als uitgangspunt heeft te gelden dat OOO Promneftstroy en verzoekster Yukos Finance B.V. niet kwalificeren als bevoegde aandeelhouders in de zin van artikel 2:346 aanhef en onder b BW en dus niet kunnen worden ontvangen in haar verzoek tot het instellen van een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van verweerster Yukos Finance B.V. en Yukos International UK B.V.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 2
Burgerlijk Wetboek Boek 2 345
Burgerlijk Wetboek Boek 2 346
Burgerlijk Wetboek Boek 3
Burgerlijk Wetboek Boek 3 86
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 236
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOR 2008/177 met annotatie van mr. P.M. Veder
RO 2008, 41
ARO 2008, 79
JRV 2008, 331

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

BESCHIKKING van 21 maart 2008 in de zaak met rekestnummer 1174/2007 OK van

1. de vennootschap naar het recht van de Russische Federatie

OOO PROMNEFTSTROY,

gevestigd te Moskou, Russische Federatie,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

YUKOS FINANCE B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

VERZOEKSTERS,

advocaat en procureur: MR. D.J. ORANJE,

t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

YUKOS FINANCE B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

YUKOS INTERNATIONAL UK B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

VERWEERSTERS,

advocaat en procureur: MR. R.J. VAN GALEN,

e n t e g e n

1. de stichting

STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR YUKOS INTERNATIONAL,

gevestigd te Amsterdam,

2. DAVID ANDREW GODFREY,

wonende te Hawaii, Verenigde Staten van Amerika,

3. BRUCE KELVERN MISAMORE,

wonende te Houston, Texas, Verenigde Staten van Amerika,

BELANGHEBBENDEN,

advocaat en procureur: MR. R.J. VAN GALEN,

4. de vennootschap naar het recht van de Russische Federatie

OAO ROSNEFT,

gevestigd te Moskou, Russische Federatie,

BELANGHEBBENDE,

advocaat en procureur: MR. M. DECKERS,

5. de vennootschap naar het recht van Cyprus,

MORAVEL INVESTMENTS LTD.,

gevestigd te Limasol, Cyprus,

BELANGHEBBENDE,

advocaat en procureur: MR. A.A.H.J. HUIZING,

6. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TMF MANAGEMENT B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

7. TIMO JOHANNES VAN RIJN,

wonende te Bleiswijk,

8. JOHANNES JACOBUS SCHELLINGERHOUT,

wonende te Badhoevedorp,

9. MARIA CHRISTINA VAN DER SLUIJS-PLANTZ,

wonende te Leiden,

10. DMITRI GRIGORIEVICH MERINSON,

wonende te Amsterdam,

BELANGHEBBENDEN,

advocaten: MR. J.D. KLEYN, MR. G. TE WINKEL en MR. C.C.J. MULLER,

procureur: MR. W.H. VAN BAREN.

1. Het verloop van het geding

1.1 Verzoekster sub 1 (hierna Promneftstroy te noemen) heeft bij op 24 oktober 2007 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verzoekschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht - zakelijk weergegeven - bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad,

1) een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van Yukos Finance B.V. (hierna Yukos Finance en voor zover in de context gewenst Verweerster Yukos Finance te noemen) gedurende de periode vanaf 1 januari 2005, in het bijzonder met betrekking tot (i) de overdracht door Yukos Finance van haar vermogensbestanddelen aan Yukos International UK B.V. (hierna Yukos International te noemen) en de certificering van de aandelen in Yukos International en (ii) het beschikken over en het beheren van de vermogensbestanddelen van Yukos Finance door haar bestuur nadien;

2) bij wijze van onmiddellijke voorziening voor de duur van het geding B. Misamore (hierna Misamore te noemen) en D. Godfrey (hierna Godfrey te noemen) te schorsen als bestuurders van Yukos Finance en R.J. Reid (hierna Reid te noemen) te Moskou, Russische Federatie, en S.P. Lynch (hierna Lynch te noemen) te Moskou, Russische Federatie, te benoemen tot bestuurders van Yukos Finance.

1.2 Verzoekster sub 2 (hierna in die hoedanigheid voor zover in de context vereist Verzoekster Yukos Finance te noemen) heeft bij het in 1.1 genoemde verzoekschrift de Ondernemingskamer verzocht - zakelijk weergegeven - bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad,

1) een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van Yukos International gedurende de periode vanaf 1 januari 2005, in het bijzonder met betrekking tot (i) de overdracht door Yukos Finance van haar vermogensbestanddelen aan Yukos International en de certificering van de aandelen in Yukos International en (ii) het beschikken over en het beheren van de vermogensbestanddelen van Yukos International door haar bestuur nadien;

2) bij wijze van onmiddellijke voorziening voor de duur van het geding Misamore en Godfrey te schorsen als bestuurders van Yukos International en Reid en A. Pavlichenkov te benoemen tot bestuurders van Yukos International.

1.3 Verweerster Yukos Finance, Yukos International, belanghebbende sub 1 (hierna de Stichting te noemen), Godfrey en Misamore hebben bij op 21 november 2007 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift met producties, voor zover het de ontvankelijkheid van verzoeksters betreft, de Ondernemingskamer verzocht Promneftstroy en Verzoekster Yukos Finance in haar verzoek niet ontvankelijk te verklaren.

1.4 Belanghebbende sub 5 (hierna Moravel te noemen) heeft bij eveneens op 21 november 2007 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift met producties, voor zover het de ontvankelijkheid van verzoeksters betreft, de Ondernemingskamer verzocht Promneftstroy en Verzoekster Yukos Finance in haar verzoek niet ontvankelijk te verklaren.

1.5 Belanghebbenden sub 6 tot en met 10 (hierna respectievelijk TMF, Van Rijn, Schellingerhout, Van der Sluijs en Merinson te noemen) hebben bij op 21 november 2007 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht hen als belanghebbenden in de procedure toe te laten en, voor zover het de ontvankelijkheid van verzoeksters betreft, Promneftstroy en Verzoekster Yukos Finance in haar verzoek niet ontvankelijk te verklaren.

1.6 De verzoeken zijn voorzover het de ontvankelijkheid ervan betreft behandeld ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 29 november 2007, alwaar de advocaten de standpunten van partijen aan de hand van - aan de Ondernemingskamer overgelegde - pleitaantekeningen nader hebben toegelicht, wat betreft mr. Oranje en mr. Van Galen onder overlegging van (een) - op voorhand aan de Ondernemingskamer en de wederpartijen gezonden - nadere productie(s). Bij die gelegenheid heeft Promneftstroy haar verzoek voorwaardelijk aangevuld in dier voege dat, mocht Verzoekster Yukos Finance niet in haar verzoek worden ontvangen, Promneftstroy de Ondernemingskamer heeft verzocht

3) het onderzoek te doen uitbreiden tot het beleid en de gang van zaken van Yukos International (en voor zover nodig haar dochtervennootschappen);

4) de door Verzoekster Yukos Finance verzochte onmiddellijke voorziening te treffen.

2. De vaststaande feiten

2.1 De aandelen in Yukos Finance werden tot 10 september 2007 alle gehouden door de vennootschap naar het recht van de Russische Federatie OAO Yukos Oil Company (hierna Yukos Oil te noemen), de houdstervennootschap van het Yukos concern. Yukos Finance fungeerde als internationale houdstervennootschap en hield de deelnemingen in de buitenlandse vennootschappen van het Yukos concern, onder welke Yukos International en een olieraffinaderij in Litouwen, alsmede een 49% deelneming in de Slowaakse vennootschap Transpetrol. De in Yukos Finance ondergebrachte vermogensbestanddelen vertegenwoordigden een waarde van omstreeks US$ 2 miljard.

2.2 In 2004 is Yukos Oil in financiële problemen geraakt, (mede) als gevolg van eind 2003 door de Russische belastingdienst aan haar opgelegde belastingaanslagen. Yukos Oil heeft vervolgens aanzienlijke schulden onbetaald gelaten, onder meer die uit hoofde van leningen van een bankenconsortium ten bedrage van ongeveer US$ 427 miljoen, van Moravel ten bedrage van ongeveer US$ 655 miljoen en van OAO Yuganskneftegas ten bedrage van ongeveer € 400 miljoen.

2.3 Op 14 april 2005 hebben S.M. Theede (hierna Theede te noemen), toen Chief Executive Officer en voorzitter van de raad van bestuur van Yukos Oil, en Godfrey, toen hoofd juridische zaken van Yukos Oil, de Stichting doen oprichten. Zij zijn bij de oprichting ook tot bestuurders van de Stichting benoemd.

2.4 Op 19 april 2005 heeft Yukos Finance haar deelnemingen in de buitenlandse vennootschappen overgedragen aan (haar dochtervennootschap) Yukos International en vervolgens haar aandelen in Yukos International overgedragen aan de Stichting tegen uitgifte door de Stichting van certificaten van aandelen Yukos International.

2.5 Naast Theede en Godfrey maakte in april 2005 ook Misamore, als Chief Financial Offier, deel uit van het hoogste management van Yukos Oil. Het bestuur van Yukos Finance werd tot 11 februari 2005 gevormd door - alleen - Misamore; gedurende de periode vanaf 11 februari tot 13 juni 2005 heeft het bestuur van Yukos Finance bestaan uit Van Rijn, Schellingerhout en Merinson. Het bestuur van Yukos International bestond op 19 april 2005 uit Misamore, Schellingerhout, Merinson en Van der Sluijs.

2.6 Op 13 juni 2005 is het trustkantoor TMF tot enig bestuurder van Yukos Finance benoemd. Met ingang van 21 november 2005 is zij als zodanig afgetreden en vormden Godfrey en Misamore het bestuur van Yukos Finance. Dezen (Godfrey en Misamore) vormden per 21 november 2005 ook het bestuur van Yukos International nadat daarvóór, op onderscheiden tijdstippen in de loop van 2005, Schellingerhout, Merinson en Van der Sluijs als bestuurders waren afgetreden.

2.7 Bij vonnis van 4 augustus 2006 van de ???????? Rechtbank van de ????? Moskou is Yukos Oil in staat van faillissement verklaard, met aanstelling van E.K. Rebgun (hierna Rebgun te noemen) tot curator. In die hoedanigheid heeft hij, namens Yukos Oil als aandeelhouder van Yukos Finance, op 11 augustus 2006 Godfrey en Misamore ontslagen als bestuurders van Yukos Finance en S.S. Shmelkov (hierna Shmelkov te noemen) en L.J. Hogerbrugge (hierna Hogerbrugge te noemen) tot bestuurders benoemd. Over de bevoegdheid van Rebgun als Russische curator zijn in Nederland diverse kort gedingen gevoerd alsmede een bodemprocedure welke - voorlopig - is geëindigd met het (hierna in 2.10 deels aangehaalde) vonnis van de Rechtbank te Amsterdam van 31 oktober 2007.

2.8 Op 13 juli 2007 heeft Rebgun, als curator van Yukos Oil, aangekondigd de aandelen in Yukos Finance te zullen veilen. Deze executoriale veiling heeft op 15 augustus 2007 plaatsgevonden; de aandelen zijn door Yukos Oil (Rebgun) verkocht aan Promneftstroy. Op 10 september 2007 heeft de levering van de aandelen in Yukos Finance aan Promneftstroy plaatsgevonden, nadat Rebgun als curator van Yukos Oil eerder op die dag Shmelkov en Hogerbrugge als bestuurders van Yukos Finance had vervangen door Lynch en Reid.

2.9 Bij indiening van het in 1.2 vermelde verzoek is Verzoekster Yukos Finance vertegenwoordigd door Lynch onderscheidenlijk Reid.

2.10 De hiervoor genoemde bodemprocedure is door Verweerster Yukos Finance (vertegenwoordigd door Godfrey onderscheidenlijk Misamore), Godfrey en Misamore aangespannen tegen Rebgun en de door hem destijds benoemde bestuurders van Yukos Finance, Shmelkov en Hogerbrugge. In die procedure heeft de Rechtbank te Amsterdam op 31 oktober 2007 vonnis gewezen. In rechtsoverweging 3.21 van dat vonnis heeft zij als volgt overwogen:

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat het Russische faillissementsvonnis waarbij Rebgun tot curator in het faillissement van Yukos Oil is benoemd tot stand is gekomen op een wijze die niet in overeenstemming is met de Nederlandse beginselen van een behoorlijke procesorde en aldus strijdig is met de Nederlandse openbare orde. Het faillissementsvonnis kan om die reden niet worden erkend en de daaruit naar Russisch recht voortvloeiende bevoegdheden van de curator kunnen door Rebgun in Nederland niet worden uitgeoefend. Dit brengt mee dat Rebgun niet bevoegd was Yukos Oil in Nederland te vertegenwoordigen ter zake van de uitoefening van het stemrecht op de door haar gehouden aandelen in Yukos Finance. De door Rebgun namens Yukos Oil genomen aandeelhoudersbesluiten, waaronder het besluit tot ontslag van Godfrey en Misamore van 11 augustus 2006 en de besluiten tot benoeming van Shmelkov en Hogerbrugge als bestuurders van Yukos Finance, zijn dan ook niet genomen door het daartoe door de wet aangewezen orgaan van de vennootschap en derhalve nietig.

Dit brengt voorts mee dat Shmelkov en Hogerbrugge nooit tot bestuurders van Yukos Finance zijn benoemd, zodat ook alle door hen in die hoedanigheid genomen besluiten nietig zijn.

De beslissing van de Rechtbank luidt, voor zover hier van belang, als volgt:

De rechtbank:

- verklaart voor recht dat alle aandeelhoudersbesluiten met betrekking tot Yukos Finance, voor zover genomen door Rebgun in zijn hoedanigheid van curator van Yukos Oil, daaronder begrepen doch niet beperkt tot het besluit tot ontslag van Godfrey en Misamore als bestuurder van Yukos Finance (..) d.d. 11 augustus 2006 alsmede de beweerdelijke besluiten tot benoeming van Shmelkov en Hogerbrugge als bestuurder van Yukos Finance, nietig zijn;

- verklaart voor recht dat alle besluiten genomen door Shmelkov en/of Hogerbrugge in hun vermeende hoedanigheid van bestuurder van Yukos Finance (..) nietig zijn;

(…)

- verbiedt Rebgun enig recht met betrekking tot de aandelen Yukos Finance uit te oefenen of te doen uitoefenen zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom (…);

(…)

- verbiedt Shmelkov en Hogerbrugge enig recht met betrekking tot hun vermeende vertegenwoordigingsbevoegdheid in Yukos Finance uit te oefenen of te doen uitoefenen zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom (…);

(…)

- verklaart voornoemde ge- en verboden (…) uitvoerbaar bij voorraad;

(…).

2.11 Bij indiening van het in 1.3 vermelde verweerschrift van Verweerster Yukos Finance is deze vennootschap vertegenwoordigd door Godfrey onderscheidenlijk Misamore.

2.12 Het vonnis van de Rechtbank te Amsterdam is op 31 oktober 2007 aan alle gedaagden betekend. Rebgun heeft tegen het vonnis op 2 november 2007 hoger beroep ingesteld; Shmelkov heeft dat op 15 november 2007 gedaan.

3. De gronden van de beslissing

3.1 Ter zake van de ontvankelijkheid van de onderhavige verzoeken hebben Verweerster Yukos Finance en Yukos International (hierna gezamenlijk ook Yukos International c.s. te noemen) primair aangevoerd dat ingevolge het bepaalde in artikel 2:346 BW Promneftstroy niet bevoegd is tot het doen van het onderhavige enquêteverzoek nu zij, gelet op het vonnis van 31 oktober 2007 van de Rechtbank te Amsterdam (hierna ook respectievelijk het vonnis en de Rechtbank te noemen), geen aandeelhouder van Verzoekster Yukos Finance is geworden. Promneftstroy is derhalve niet ontvankelijk in haar verzoek, aldus Yukos International c.s. Uit het vonnis van de Rechtbank volgt voorts, naar zij stellen, dat ook Verzoekster Yukos Finance in het door haar gedane verzoek niet ontvankelijk dient te worden verklaard, omdat Verzoekster Yukos Finance bij het doen van dat verzoek door Lynch onderscheidenlijk Reid niet rechtsgeldig is vertegenwoordigd, nu Rebgun bij de benoeming van Lynch en Reid tot bestuurder van Verzoekster Yukos Finance handelde in zijn hoedanigheid van curator van Yukos Oil.

3.2 Verzoekster Yukos Finance en Promneftstroy (hierna gezamenlijk ook Promneftstroy c.s. te noemen) hebben de stellingen van Yukos International c.s. gemotiveerd bestreden en gesteld, kort gezegd, dat Promneftstroy c.s. geen partij waren bij de procedure die tot het vonnis van de Rechtbank - dat zij hoe dan ook onjuist achten - heeft geleid, dat het vonnis niet in kracht van gewijsde is gegaan, dat het ook geen beslissingen bevat omtrent geschilpunten die in deze enquêteprocedure aan de orde zijn, dat Promneftstroy te goeder trouw op de veiling de aandelen in Verzoekster Yukos Finance heeft verworven en dat in deze enquêteprocedure ook niet anderszins is komen vaststaan dat Promneftstroy geen aandeelhouder van Verzoekster Yukos Finance is geworden. Voorts hebben zij aangevoerd niet bekend te zijn met de feiten die aan het vonnis van de Rechtbank ten grondslag hebben gelegen doch dat zij hebben begrepen dat het aan de Rechtbank geschetste beeld van de gang van zaken rondom het faillissement van Yukos Oil feitelijk onjuist althans hoogst onvolledig is en dat het ook overigens onbegrijpelijk is hoe de Rechtbank tot haar oordeel heeft kunnen komen. Onder de voorgaande omstandigheden achten Promneftstroy c.s. het onaanvaardbaar indien aan Promneftstroy in Nederland het houderschap van de aandelen in Verzoekster Yukos Finance zou worden ontnomen. Tot slot hebben zij erop gewezen dat, nu Yukos Oil inmiddels heeft opgehouden te bestaan, in de visie van Yukos International c.s. Verweerster Yukos Finance geen aandeelhouder meer heeft en dat klaarblijkelijk "de aandelen in Yukos Finance als res derelicta onberedderd in Nederland zijn achtergelaten".

3.3 Tussen partijen staat vast dat op 15 augustus 2007 een executoriale veiling van de aandelen in Yukos Finance heeft plaatsgevonden, dat in dat kader die aandelen aan Promneftstroy zijn verkocht, dat op 10 september 2007 een notariële akte van levering van die aandelen in Nederland door een Nederlandse notaris is opgemaakt, dat aan het opmaken van die akte van levering op 10 september 2007 de benoeming van Lynch en Reid tot bestuurder van Yukos Finance is voorafgegaan en dat Rebgun al deze (en daarmee samenhangende) rechtshandelingen heeft verricht uit hoofde van de door hem aangenomen bevoegdheid als en in zijn hoedanigheid van curator van Yukos Oil. Indien het vonnis van de Rechtbank moet worden gevolgd kan naar het oordeel van de Ondernemingskamer de conclusie geen andere zijn - en Promneftstroy c.s. hebben dit, voor dat geval, ook beaamd - dan dat Lynch en Reid (nu niet is voldaan aan hetgeen in artikel 2:242 lid 1 BW is bepaald) niet bevoegd waren om het onderhavige verzoek namens Verzoekster Yukos Finance in te dienen en dat (nu niet is voldaan aan de daaraan in artikel 3:84 lid 1 BW gestelde vereisten) Promneftstroy de aandelen in Verzoekster Yukos Finance niet rechtsgeldig geleverd heeft gekregen. Dit een en ander zou inhouden dat Yukos International c.s. terecht hebben betoogd dat noch Promneftstroy noch Verzoekster Yukos Finance in haar onderhavige verzoek kan worden ontvangen.

3.4 Mitsdien dient in de eerste plaats te worden onderzocht of, kort gezegd, de Ondernemingskamer in casu het vonnis van de Rechtbank - zonder meer - heeft te volgen. Eerst zo dat niet het geval zou zijn, valt te bezien of overigens sprake is van gronden als gevolg waarvan tot niet-ontvankelijkheid van Promnefstroy c.s. zou moeten worden beslist, zoals Yukos International c.s. subsidiair hebben betoogd.

3.5 De Ondernemingskamer stelt voorop dat niet de Ondernemingskamer maar de gewone civiele rechter - absoluut - bevoegd is de (rechts)vraag wie heeft te gelden als aandeelhouder van een naamloze vennootschap of een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid indien daarover geschil bestaat rechtens bindend te beslissen, nu immers een zodanige beslissing op zichzelf van puur vermogensrechtelijke aard is. Dat wordt niet anders door de omstandigheid dat indien in het kader van - bijvoorbeeld - een enquêteprocedure tussen partijen in geschil is of een partij - bijvoorbeeld als verzoeker of als belanghebbende - aandeelhouder is, de Ondernemingskamer in het geval dat dienaangaande een beslissing van de bevoegde rechter niet voorhanden is, zich over die (rechts)vraag een oordeel dient te vormen, welk oordeel alsdan in die procedure verder als uitgangspunt heeft te gelden. Daarmee is echter niet een bindende, voor kracht van gewijsde vatbare beslissing over die (rechts)vraag gegeven die ook in andere gedingen rechtskracht heeft jegens de bij die procedure betrokken partijen en haar rechtsopvolgers onder algemene of bijzondere titel, een en ander zoals bedoeld in artikel 236 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

3.6 Over de beoordeling van de rechtsgeldigheid van de door Rebgun in Nederland als curator van Yukos Oil uit te oefenen bevoegdheden (waaronder diens vertegenwoordiging van Yukos Oil bij de uitoefening van het stemrecht op de door haar gehouden aandelen in Yukos Finance, alsmede het (doen) uitoefenen van enig recht met betrekking tot de aandelen in Yukos Finance) is inmiddels de gewone, absoluut bevoegde civiele rechter geadieerd. Nu die rechter - op 31 oktober 2007 - daaromtrent in de bodemprocedure in eerste aanleg heeft beslist, dient die beslissing in de onderhavige enquêteprocedure waarin de Ondernemingskamer oordeelt, te worden gevolgd.

3.7 Voor de Ondernemingskamer dient dus uitgangspunt te zijn dat het door de Rechtbank beoordeelde Russische faillissementsvonnis niet kan worden erkend, dat de daaruit naar Russisch recht voortvloeiende bevoegdheden van Rebgun in zijn hoedanigheid van curator van Yukos Oil in Nederland niet kunnen worden uitgeoefend, dat Rebgun - mitsdien - niet bevoegd was Yukos Oil in Nederland te vertegenwoordigen ter zake van de uitoefening van het stemrecht op de door haar gehouden aandelen in Yukos Finance, dat de door Rebgun namens Yukos Oil genomen aandeelhoudersbesluiten met betrekking tot Yukos Finance, waaronder het besluit tot ontslag van Godfrey en Misamore van 11 augustus 2006 en de besluiten tot benoeming van Shmelkov en Hogerbrugge als bestuurders van Yukos Finance, dan ook niet zijn genomen door het daartoe door de wet aangewezen orgaan van Yukos Finance en derhalve nietig zijn, zodat Shmelkov en Hogerbrugge nimmer tot bestuurders van Yukos Finance zijn benoemd, en dat ook alle door hen in die - vermeende - hoedanigheid genomen besluiten nietig zijn.

3.8 De omstandigheid dat het vonnis van de Rechtbank nog geen kracht van gewijsde heeft, doet dat een en ander niet anders zijn. Immers, zolang en voor zover het vonnis niet in hoger beroep is vernietigd, is het van kracht tussen de partijen daarbij en heeft de rechtstoestand met betrekking tot de rechtsbetrekking in geschil te gelden zoals in het vonnis is beslist.

3.9 Wat betreft het - op zichzelf juiste - betoog van Promneftstroy dat zij - evenals een aantal andere partijen in deze zaak - geen partij is (geweest) in de zaak die heeft geleid tot het meergenoemde vonnis van de Rechtbank en dat haar de daarin neergelegde beslissing dus niet kan worden tegengeworpen, overweegt de Ondernemingskamer het volgende. In de eerste plaats brengt, hoezeer het vonnis van de Rechtbank - nog - geen kracht van gewijsde heeft, het aan artikel 236 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering ten grondslag liggende beginsel met zich dat indien en zolang het vonnis van de Rechtbank niet is vernietigd, ook Promneftstroy het vonnis tegen zich dient te laten gelden en dat de Ondernemingskamer ook jegens haar dat vonnis als uitgangspunt heeft te nemen.

3.10 Afgezien daarvan geldt dat de Ondernemingskamer dient te oordelen op de wijze en met (rechts)effect zoals hiervoor in 3.5 is beschreven, nu immers voor dat geval ten aanzien van Promneftstroy - en de bedoelde andere partijen - een beslissing van de absoluut bevoegde rechter niet voorhanden is. Dat betekent dat, gelet op de verdeling van de absolute competentie zoals in 3.5 beschreven, de Ondernemingskamer in dat geval tot de beslissing dient te komen waartoe naar haar oordeel de absoluut bevoegde rechter zou komen, zou hem het geschil worden voorgelegd.

3.11 Naar het oordeel van de Ondernemingskamer valt niet in te zien dat de absoluut bevoegde rechter met betrekking tot - kort gezegd - de bevoegdheid van Rebgun als curator van Yukos Oil en de geldigheid van de overdracht van de aandelen van Yukos Oil in Yukos Finance in een geding waarin Promneftstroy - en de bedoelde andere partijen - partij zou(den) zijn, tot een ander oordeel zou komen dan dat waartoe de Rechtbank in het meergenoemde vonnis is gekomen. Daarover zou wellicht anders moeten worden geoordeeld indien het vonnis van de Rechtbank onmiskenbaar op een misslag zou berusten of overigens onmiskenbaar onjuist zou zijn, doch dat en waarom sprake is van een zo vergaande onjuistheid is - onvoldoende - gesteld en in ieder geval acht de Ondernemingskamer geen (goede) grond aanwezig om daarvan in dit geding uit te gaan. Dat brengt mee dat ook afgezien van de vraag of het meergenoemde vonnis van de Rechtbank Promneftstroy - rechtstreeks - bindt, in dit geding de Ondernemingkamer ook ten aanzien van Promneftstroy - en de meergenoemde andere partijen - er van dient uit te gaan dat een civielrechtelijk geldige overdracht door Rebgun als curator van Yukos Oil van de aandelen van Yukos Oil in Yukos Finance niet heeft plaats gevonden.

3.12 De - op zichzelf eveneens juiste - stelling van Promneftstroy c.s. dat het vonnis van de Rechtbank geen beslissingen bevat omtrent geschilpunten die in deze enquêteprocedure aan de orde zijn, kan Promneftstroy c.s. evenmin baten, nu aan enige enquêterechtelijke beslissing voorafgaat de - zoals overwogen ten hoogste indirect aan de bevoegdheid van de Ondernemingskamer onderworpen maar ten principale aan de competentie van de gewone civiele rechter voorbehouden - vraag of de verzoeker die een enquêterechtelijk oordeel wenst uit te lokken, daartoe bevoegd is omdat hij aandeelhouder is.

3.13 Dat Promneftstroy ondanks onbevoegdheid van Rebgun niettemin de eigendom van de aandelen in Yukos Finance heeft verkregen, zoals Promneftstroy c.s. hebben betoogd, omdat zij deze te goeder trouw en op de veiling hebben verkregen, kan niet worden aanvaard. Ingevolge het

- waar het gaat om de beweerde, ten overstaan van een Nederlandse notaris in een Nederlandse notariële akte neergelegde overdracht van aandelen op naam in een Nederlandse besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid naar Nederlands internationaal privaatrecht toepasselijke - Nederlandse recht en meer in het bijzonder ingevolge artikel 3:86 lid 1 BW wordt een verkrijger van aandelen op naam immers in beginsel juist niet beschermd tegen beschikkingsonbevoegdheid van de vervreemder.

3.14 Bovendien dient in aanmerking te worden genomen dat, zeker nu namens Yukos International c.s. zowel Rebgun (bij brief van 27 juli 2007) en aan diens kant betrokken derden als Promneftstroy (bij brief van 23 augustus 2007) en aan dier kant betrokken derden uitdrukkelijk op de mogelijke consequenties van een mogelijk onbevoegde vertegenwoordiging van Yukos Oil door Rebgun zijn gewezen (zo schreef de advocaat van Yukos International c.s. in zijn brief van 23 augustus 2007 aan Promneftstroy: "The transfer of legal ownership of the shares of Yukos Finance (..) to you, or anyone else, is therefore not possible if (..) Rebgun (…) acts as representative of Yukos Oil. It should be noted that (..) Rebgun is aware of this situation."), er geen aanleiding is om aan te nemen dat Promneftstroy in deze als verkrijger te goeder trouw van de aandelen in Yukos Finance zou moeten worden aangemerkt.

3.15 Ten slotte kan Promneftstroy c.s. niet baten de stelling dat de visie van Yukos International c.s. er toe leidt dat de aandelen in Yukos Finance als rei derelictae hebben te gelden. Wat daar immers van zij, die constatering kan niet althans niet zonder toelichting - die ontbreekt - tot de vaststelling leiden dat de eigendom van die aandelen door middel van occupatio of anderszins bij Promneftstroy is komen te liggen.

3.16 Op grond van al hetgeen hiervoor is overwogen komt de Ondernemingskamer tot de slotsom dat in deze enquêteprocedure, gelet op het vonnis van de Rechtbank, voor haar als uitgangspunt heeft te gelden dat Promneftstroy en Verzoekster Yukos Finance niet kwalificeren als bevoegde aandeelhouders in de zin van artikel 2:346 aanhef en onder b BW en dus niet kunnen worden ontvangen in haar verzoek tot het instellen van een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van respectievelijk Verweerster Yukos Finance en Yukos International. De Ondernemingskamer komt dan ook niet toe aan een materiële behandeling van die verzoeken.

3.17 Bij deze stand van zaken behoeven de door Yukos International c.s. overigens aangevoerde stellingen evenmin beoordeling. Evenmin behoeft bij deze stand van zaken beoordeling het verzoek van Yukos International c.s. om te beslissen dat OAO Rosneft niet als belanghebbende in deze procedure dient te worden toegelaten, nu zij bij een zodanige beslissing geen - redelijk - belang hebben.

3.18 Promneftstroy zal als de in het ongelijk te stellen partij worden verwezen in de kosten van het geding voor zover gevallen aan de zijde van Verweerster Yukos Finance. Verzoekster Yukos Finance zal als de in het ongelijk te stellen partij worden verwezen in de kosten van het geding voor zover gevallen aan de zijde van Yukos International. Promneftstroy en Verzoekster Yukos Finance zullen, ten slotte, als de in het ongelijk te stellen partijen hoofdelijk worden verwezen in de kosten van het geding voor zover gevallen aan de zijde van belanghebbenden, met uitzondering van OAO Rosneft, die zich wat haar standpunt betreft immers heeft gevoegd aan de zijde van Promneftstroy c.s.

4. De beslissing

De Ondernemingskamer:

verklaart het verzoek van OOO Promneftstroy, gevestigd te Moskou, Russische Federatie, niet ontvankelijk in haar verzoek;

verklaart Yukos Finance B.V., gevestigd te Amsterdam, niet ontvankelijk in haar verzoek;

veroordeelt OOO Promneftstroy in de kosten van het geding, voor zover gevallen aan de zijde van Yukos Finance B.V. als verweerster, aan die zijde tot op heden begroot op € 1.641;

veroordeelt Yukos Finance B.V. in de kosten van het geding, voor zover gevallen aan de zijde van Yukos International B.V., aan die zijde tot op heden begroot op € 1.341;

veroordeelt OOO Promneftstroy en Yukos Finance B.V. hoofdelijk in de kosten van het geding, voor zover gevallen aan de zijde van belanghebbenden met uitzondering van OAO Rosneft, tot op heden wat belanghebbende onder 1 tot en met 3 betreft tezamen begroot op € 1.341, wat belanghebbende onder 5 betreft begroot op € 2.982 en wat belanghebbenden onder 6 tot en met 10 betreft tezamen begroot op € 2.982;

verklaart deze beschikking wat de kostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. Willems, voorzitter, mr. Faase en mr. Van Loon, raadsheren, mr. Van Maanen en mr. Westdijk, raden, in tegenwoordigheid van mr. Van Hassel, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 21 maart 2008.

coll.: