Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2008:BC7411

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
31-01-2008
Datum publicatie
25-03-2008
Zaaknummer
104.007.921
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling door rechtbank. Hof oordeelt dat hoger beroep geen doel treft, maar vernietigt het vonnis in verband met het sinds 1 januari 2008 gewijzigde artikel 350 lid 4 Fw. en een te laag boedelsaldo voor een faillissement van rechtswege (art. 350 lid 4 nieuw). Het hof beëindigt de toepassing met ingang van een maand na het onherroepelijk worden van het arrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

31 januari 2008

eerste civiele kamer

zaaknummer 104.007.921

G E R E C H T S H O F T E A M S T E R D A M

nevenzittingsplaats Arnhem

Arrest

in de zaak van:

[appellant],

wonende te [woonplaats],

appellant,

procureur: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer.

1 Het geding in eerste aanleg

1.1 Bij vonnis van de rechtbank Utrecht van 8 november 2006 is ten aanzien van appellant (hierna te noemen: [appellant]) de definitieve toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uitgesproken. Hierbij is tot rechter-commissaris benoemd mr. T. Pavicevic en tot bewindvoerder E.V.M. van Vliet.

1.2 Bij vonnis van de rechtbank Utrecht van 12 november 2007 is de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling ten aanzien van [appellant] op verzoek van de bewindvoerder tussentijds beëindigd.

1.3 Het hof verwijst naar laatstgenoemd vonnis, dat in fotokopie aan dit arrest is gehecht.

2 Het geding in hoger beroep

2.1 Bij ter griffie van het hof op 20 november 2007 ingekomen verzoekschrift is [appellant] in hoger beroep gekomen van voornoemd vonnis en heeft hij het hof verzocht dat vonnis te vernietigen, kosten rechtens.

2.2 Het hof heeft kennisgenomen van het verzoekschrift en de daarbij behorende stukken, alsmede van de brief van de procureur van 17 december 2007 met bijlagen en van de brief van 17 december 2007 van de bewindvoerder.

2.3 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 24 januari 2008, waarbij [appellant] is verschenen in persoon, bijgestaan door mr. J. Jonk, advocaat te Nieuwegein. Voorts is [...] namens de bewindvoerder verschenen.

3 De motivering van de beslissing in hoger beroep

3.1 De rechtbank heeft de schuldsaneringsregeling ten aanzien van [appellant] tussentijds beëindigd omdat [appellant], kort gezegd, niet heeft voldaan aan de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende inspanningsverplichting om inkomen uit arbeid te genereren en informatieplicht jegens de bewindvoerder en een nieuwe schuld van ongeveer € 1.656,- heeft laten ontstaan.

3.2 [appellant] kan zich met het oordeel van de rechtbank niet verenigen. Hij stelt dat hij altijd gewerkt heeft. Maandelijks wordt er geld naar Turkije gestuurd voor het levensonderhoud van een kind. Hij beseft dat hij geen nieuwe schuld mocht laten ontstaan, maar hij stelt nu wat meer financiële ruimte te hebben om deze nieuwe schuld snel af te betalen.

3.3 Het hof is van oordeel dat [appellant] gedurende langere tijd niet heeft voldaan aan de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende inspanningsverplichting om inkomen uit arbeid te genereren en informatieplicht. [appellant] heeft in hoger beroep onvoldoende weersproken dat hij de bewindvoerder onvoldoende heeft geïnformeerd. Bovendien is er een nieuwe schuld ontstaan doordat hij en zijn echtgenote een hogere fiscale toeslag ontvingen dan waar zij recht op hadden. Ondanks het advies van een jaar geleden van de bewindvoerder de teveel ontvangen toeslag te reserveren, omdat deze te zijner tijd terugbetaald zal moeten worden, hebben [appellant] en zijn echtgenote dit niet gedaan. De nieuwe schuld is zodanig hoog dat [appellant] naar het oordeel van het hof niet in staat zal zijn deze gedurende de looptijd van de schuldsaneringsregeling af te lossen.

3.4 De in hoger beroep aangevoerde gronden treffen dan ook geen doel en van omstandigheden, op grond waarvan de schuldsaneringsregeling desondanks zou moeten voortduren, is onvoldoende gebleken. In verband met de sinds 1 januari 2008 gewijzigde bepalingen van de Faillissementswet zal het hof echter niet uitspreken dat [appellant] van rechtswege in staat van faillissement zal verkeren. Daarvoor is het boedelsaldo van € 1.052,23 te laag (artikel 350, vierde lid, Faillissementswet). In verband met de uitdeling van gelden van de boedel, waaronder het salaris van de bewindvoerder, zal de schuldsaneringsregeling worden beëindigd met ingang van één maand na het onherroepelijk worden van dit arrest. Het hof acht het van belang dat zijn beslissing is opgenomen in een duidelijk dictum. Om die reden zal het vonnis waarvan beroep worden vernietigd en zullen de hiervóór aangekondigde beslissingen worden gegeven.

4 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

vernietigt het vonnis van de rechtbank Utrecht van 12 november 2007 en opnieuw recht doende:

beëindigt de toepassing van de schuldsaneringsregeling van [appellant] met ingang van één maand na het onherroepelijk worden van dit arrest.

Dit arrest is gewezen door mrs. Meijer, Smeeïng-van Hees en Knottnerus en in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 januari 2008.