Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2008:BC5072

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
05-02-2008
Datum publicatie
25-02-2008
Zaaknummer
23-007289-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Invoer cocaine in kledingstukken. Strafmotivering ten aanzien van de hoeveelheid c.q. gewicht van de ingevoerde drugs in de kledingstukken.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht
Wetboek van Strafrecht 33
Wetboek van Strafrecht 33a
Opiumwet
Opiumwet 2
Opiumwet 10
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NBSTRAF 2008/123
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

arrestnummer:

parketnummer: 23-007289-07

datum uitspraak: 5 februari 2008

TEGENSPRAAK

VERKORT ARREST VAN HET GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Haarlem van

4 december 2007 in de strafzaak onder parketnummer 15-800984-07 van het openbaar ministerie

tegen

[Verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,

wonende te [adres] [woonplaats],

thans gedetineerd in PI Midden Holland - HvB De Geniepoort te Alphen aan den Rijn.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 22 januari 2008.

Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding. Van die dagvaarding is een kopie in dit arrest gevoegd. De daarin vermelde tenlastelegging wordt hier overgenomen.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, leest het hof deze verbeterd. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd.

Bewezengeachte

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat

hij op 3 september 2007 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezengeachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Strafbaarheid van het bewezengeachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezengeachte uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezengeachte levert op:

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder A, van de Opiumwet gegeven verbod.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straffen

De rechtbank Haarlem heeft de verdachte veroordeeld tot 17 maanden gevangenisstraf met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht en heeft voorts de volgende inbeslaggenomen goederen verbeurd verklaard:

- 1.00 stk claimtag

- 1.00 stk instapkaart Surinam Airways

- 1.00 stk vliegticket Martinair

- 1.00 stk label bagage

- 1.00 stk kaart

- 1.00 stk vliegticket.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straffen als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting bepleit dat niet kan worden vastgesteld dat verdachte een hoeveelheid van 2,4 kilogram cocaïne heeft ingevoerd, maar dat slechts kan worden vastgesteld dat hij 1,6 kilogram cocaïne (zijnde het gewicht dat is voortgekomen uit de door het NFI onderzochte kledingstukken) bij zich had. Van de in totaal 32 kledingstukken die in de koffer van verdachte zijn aangetroffen, zijn door het NFI 16 kledingstukken nader onderzocht. Het resultaat van dit onderzoek was dat de 16 kledingstukken cocaïne bevatten en dat deze kledingstukken samen gemiddeld 1,6 kilogram bevatten. Uit dit resultaat kan echter niet worden geconcludeerd dat de overige kledingstukken ook cocaïne bevatten met een zelfde gemiddelde gehalte bepaling, aldus de raadsman. Bij het bepalen van de strafmaat dient volgens de raadsman 1,6 kilogram als uitgangspunt te worden genomen.

Het hof verwerpt het verweer van de raadsman en overweegt daartoe als volgt. Blijkens het proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen (dossierpagina 1.1.4) zijn in de koffer van verdachte 32 verdachte kledingstukken aangetroffen. De verbalisant heeft de stof uit elk van de aangetroffen 32 kledingstukken getest met een van rijkswege verstrekte en daartoe bestemde testset, waarbij een positieve kleurenreactie optrad, hetgeen duidt op de aanwezigheid van cocaïne. Het NFI heeft vervolgens ook alle kledingstukken onderzocht met een kleurtest voor cocaïne. Bij alle kledingstukken werd een positieve indicatie voor de aanwezigheid van cocaïne verkregen. Vervolgens werd het textiel gesorteerd op soort en is naar het oordeel van de betrokken deskundige het meest relevante deel in onderzoek genomen. Het hof is van oordeel dat onder deze omstandigheden en op grond van het feit dat nader onderzoek in het laboratorium van zestien van de aangetroffen kledingstukken heeft uitgewezen dat deze monsters inderdaad cocaïne bevatten, kan worden vastgesteld dat ook de overige onder verdachte aangetroffen kledingstukken cocaïne bevatten. Uit het gemiddelde gehalte aan cocaïne van de onderzochte kledingstukken kon, onder deze omstandigheden, ook het totale gewicht aan cocaïne voor de gehele partij cocaïne worden bepaald. Derhalve is het hof bij het bepalen van de strafmaat uitgegaan van de invoer van ongeveer 2,4 kilogram cocaïne in Nederland.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de opzettelijke invoer van deze hoeveelheid cocaïne. Dit is een voor de gezondheid van personen schadelijke stof. De ingevoerde hoeveelheid is van dien aard dat deze bestemd moet zijn geweest voor verdere verspreiding en handel. De verspreiding van en handel in cocaïne gaan gepaard met vele andere vormen van criminaliteit, waaronder de door gebruikers gepleegde strafbare feiten ter financiering van hun behoefte aan deze stof.

Geen van de persoonlijke omstandigheden die ter terechtzitting door en namens de verdachte zijn aangevoerd nopen tot afwijking van de straf die door de rechtbank is opgelegd, welke in overeenstemming is met de straf die ten aanzien van dit soort misdrijven in vergelijkbare gevallen pleegt te worden opgelegd.

Blijkens een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 21 januari 2008 is verdachte niet eerder strafrechtelijk veroordeeld.

Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

De hierna als zodanig te melden inbeslaggenomen voorwerpen, die aan verdachte toebehoren, dienen te worden verbeurdverklaard en zijn daarvoor vatbaar aangezien het bewezengeachte met behulp van die voorwerpen is begaan of voorbereid.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 33 en 33a van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezengeachte.

Beslissing

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan zoals hierboven in de rubriek bewezengeachte omschreven.

Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart dat het bewezenverklaarde het hierboven vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en ook de verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 17 (zeventien) maanden.

Beveelt dat de tijd, die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in deze zaak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht.

Verklaart verbeurd de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- 1.00 stk claimtag

- 1.00 stk instapkaart Surinam Airways

- 1.00 stk vliegticket Martinair

- 1.00 stk label bagage

- 1.00 stk kaart

- 1.00 stk vliegticket.

Gelast de teruggave aan verdachte van het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven geldbedrag, te weten: geld Nederlands, waarde 500,00 euro, 5x100 euro .

Gelast de teruggave aan verdachte van het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: 1.00 stk telefoontoestel Panasonic.

Dit arrest is gewezen door de 1e meervoudige strafkamer van het gerechtshof te Amsterdam, waarin zitting hadden mr. E. Mijnsberge, mr. J.A.M. de Wit en mr. A.C.M.P. van Breukelen-van Aarnhem, in tegenwoordigheid van mr. B.R. Koenders, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 5 februari 2008.

Mrs. Mijnsberge en Van Breukelen-van Aarnhem zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.