Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2008:BC4160

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
03-01-2008
Datum publicatie
12-02-2008
Zaaknummer
106.003.622 (1742/05 KG)
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Omvang pandrecht. Verschaffen van gegevens waaruit blijkt dat geïntimeerde pandhouder is

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

3 januari 2008

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

VIERDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

ARREST

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VOLUME TRADING B.V.,

gevestigd te Soest,

APPELLANTE IN PRINCIPAAL APPEL,

GEÏNTIMEERDE IN INCIDENTEEL APPEL,

procureur: mr. M. van Weeren,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MAVRAS LEASE B.V.,

gevestigd te Wilnis,

gemeente De Ronde Venen,

GEÏNTIMEERDE IN PRINCIPAAL APPEL,

APPELLANTE IN INCIDENTEEL APPEL,

procureur: mr. J.W. van Rijswijk.

1. Het geding in hoger beroep

De partijen worden hierna respectievelijk Volume Trading en Ma-vras genoemd.

Bij dagvaarding van 22 september 2005 is Volume Trading in hoger beroep gekomen van een kortgedingvonnis van 13 september 2005 van de voorzieningenrechter in de rechtbank te Utrecht, in deze zaak onder rolnummer 198158/KG ZA 05-717 gewezen tussen Mavras als eiseres en Volume Trading als gedaagde.

Volume Trading heeft bij memorie in principaal appel drie grie-ven tegen het vonnis aangevoerd, producties overgelegd en gecon-cludeerd - zakelijk weergegeven - dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, bij arrest, uit-voerbaar bij voorraad, de vordering van Mavras alsnog zal afwij-zen, met veroordeling van Mavras in de kosten van beide instan-ties.

Bij memorie van antwoord in principaal appel tevens memorie van grieven in incidenteel appel heeft Mavras de grieven van Volume Trading bestreden en zelf drie grieven tegen het vonnis aange-voerd. Zij heeft geconcludeerd – zakelijk weergegeven – dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw recht-doende, de vordering van Mavras zoals in het petitum verminderd alsnog geheel zal toewijzen, met veroordeling van Volume Trading in de kosten van beide instanties.

Bij memorie van antwoord in incidenteel appel heeft Volume Tra-ding geconcludeerd dat het hof de grieven in incidenteel appel zal verwerpen met veroordeling van Mavras in de kosten van het incidentele appel.

Ten slotte hebben partijen de stukken overgelegd en aan het hof verzocht arrest te wijzen.

2. Grieven

Voor de inhoud van de grieven verwijst het hof naar de memorie van grieven in principaal appel van Volume Trading en naar de memorie van grieven in incidenteel appel van Mavras.

3. Feiten

De voorzieningenrechter heeft in het bestreden vonnis onder 2, 2.1 tot en met 2.7, een opsomming gegeven van de feiten waarvan in dit geding moet worden uitgegaan. Over de weergave van deze feiten bestaat geen geschil, zodat die feiten ook het hof tot uitgangspunt dienen.

4. Beoordeling

4.1. Bij akte van 22 juli 2003 heeft Edwards Trade Company B.V. (hierna: Edwards) – onder meer – alle vorderingen die zij op derden heeft, verpand aan Mavras. De akte is op 28 juli 2003 ge-registreerd. Bij brief van 25 februari 2005 heeft Mavras van de verpanding mededeling gedaan aan Volume Trading. Op 21 maart 2005 is Edwards failliet verklaard.

4.2. In deze procedure vordert Mavras betaling door Volume Tra-ding van € 127.925,44, vermeerderd met rente en kosten. Het be-drag van € 127.925,44 is het saldo van facturen die Edwards in de periode van 11 oktober 2004 tot en met 11 februari 2005 aan Volume Trading heeft verstuurd wegens de levering van enkele magnetrons (€ 427,06), pannensets (€ 68.984,30), en boormachines (€ 58.548).

4.3. Volume Trading heeft de vordering van Mavras betwist. In de eerste plaats heeft zij bestreden dat het pandrecht van Mavras ook betrekking heeft op de vorderingen van Edwards wegens de le-vering van de magnetrons, pannensets en boormachines, nu het pandrecht is gevestigd in juli 2003 en de vorderingen die in de-ze procedure aan de orde zijn, pas daarna zijn ontstaan. In de tweede plaats heeft Volume Trading gesteld dat zij met Edwards is overeengekomen dat de pannensets een waarde hebben van € 58.063 en dat zij dit bedrag niet hoeft te betalen omdat het wegvalt tegen de levering door Volume Trading aan Edwards van 170.000 baseballcaps ter waarde van € 59.500, althans omdat zij schade heeft geleden doordat Edwards de baseballcaps niet heeft afgenomen en deze schade met haar schuld uit hoofde van de leve-ring van de pannensets kan worden verrekend. In de derde plaats heeft Volume Trading gesteld dat zij de vordering van Edwards à € 58.548 wegens de levering van boormachines niet hoeft te vol-doen omdat zij schade heeft geleden doordat de boormachines op last van de Duitse overheid uit de handel zijn genomen.

4.4. De voorzieningenrechter heeft voldoende aannemelijk geoor-deeld dat de vorderingen die Edwards op Volume Trading heeft, onder het pandrecht vallen. Vervolgens heeft hij beslist dat on-voldoende aannemelijk is geworden dat Edwards en Volume Trading ter zake van de pannensets en baseballcaps een ruilovereenkomst hebben gesloten, en voorts dat de omvang van de schade die Volu-me Trading zou hebben geleden doordat Edwards de baseballcaps niet heeft afgenomen, niet vaststaat. Het beroep van Volume Tra-ding op verrekening heeft hij daarom niet gehonoreerd. Verder heeft de voorzieningenrechter overwogen dat er voldoende aanwij-zingen zijn dat de Duitse overheid de boormachines uit de handel heeft genomen en dat niet valt uit te sluiten dat Volume Trading de schade die zij daardoor heeft geleden, op Edwards kan afwen-telen. Voortbouwend op deze overwegingen heeft de voorzieningen-rechter de vordering van Mavras toewijsbaar geacht tot een be-drag van € 69.377,44, vermeerderd met buitengerechtelijke kosten en rente. De vordering met betrekking tot de boormachines à € 58.548 heeft hij niet toewijsbaar geoordeeld. Daarom heeft hij de proceskosten in eerste aanleg gecompenseerd.

4.5. De voorzieningenrechter is ervan uitgegaan dat de algemene voorwaarden van Edwards van toepassing zijn op de relatie tussen Edwards en Volume Trading. Tegen dit oordeel is niet gegriefd.

4.6. In het principaal appel heeft Volume Trading in de eerste plaats gegriefd tegen de beslissing van de voorzieningenrechter dat voldoende aannemelijk is dat de vorderingen van Edwards op Volume Trading onder het pandrecht vallen. Volume Trading stelt gemotiveerd dat elk bewijs van de verpanding van deze vordering ontbreekt. In hoger beroep heeft Mavras volhard in haar weige-ring om de geregistreerde pandlijsten in het geding te brengen waarop de door Edwards aan Volume Trading verzonden facturen zouden voorkomen. Mavras vindt dat zij kan volstaan met het doen van de mededeling van artikel 3:239 lid 3 BW, en dat Volume Tra-ding geen onvoorwaardelijk recht heeft op controle van de ver-panding. Mavras heeft zich niettemin bereid verklaard om de be-wuste pandlijsten en het bewijs van registratie daarvan in het geding te brengen.

4.7. Het hof is, mede gelet op artikel 6:37 BW, voorshands van oordeel dat Volume Trading terecht verlangt dat Mavras, die im-mers pretendeert bevoegd te zijn om voor zichzelf vorderingen van een derde te innen, gegevens verschaft waaruit blijkt dat zij de pandhouder is van die vorderingen. Het hof zal Mavras daarom, met toepassing van artikel 22 Rv, bevelen om bescheiden in het geding te brengen waaruit blijkt dat zij pandhouder is van de vorderingen waarvan zij in deze procedure voldoening eist. Indien Mavras inderdaad pandhouder van de bewuste vorde-ringen blijkt te zijn, brengt de toepasselijkheid van artikel 6:37 BW overigens mee dat Volume Trading niet eerder vertra-gingsrente verschuldigd kan zijn dan vanaf het moment waarop Ma-vras haar inningsbevoegdheid aan Volume Trading heeft doen blij-ken.

4.8. Door middel van haar tweede grief in principaal appel komt Volume Trading op tegen de beslissing van de voorzieningenrech-ter dat voorshands niet kan worden aangenomen dat tussen partij-en een ruilovereenkomst tot stand is gekomen. Volume Trading wijst daartoe op de brief van 22 september 2006 van de curator in het faillissement van Edwards, waarin de koop – op 28 decem-ber 2004 – door Edwards van baseballcaps ter waarde van

€ 59.500 voorlopig wordt erkend. Aan Volume Trading kan worden toegegeven dat inmiddels aannemelijk is dat zij met Edwards is overeengekomen dat Edwards voor een bedrag van € 59.500 basebal-lcaps van Volume Trading zou afnemen. Of deze overeenkomst naar de bedoeling van partijen tevens inhield dat de vordering tot betaling van de door Edwards geleverd pannensets tegen de vorde-ring tot betaling van de baseballcaps zou wegvallen, kan echter in het midden blijven. In dit hoger beroep stelt Volume Trading immers alleen nog dat zij de schade die zij heeft geleden door-dat zij de partij baseballcaps noodgedwongen aan een derde heeft verkocht voor € 28.728, heeft verrekend met de vordering van Edwards. Artikel 7.6 van de algemene voorwaarden van Edwards sluit die verrekening evenwel uit, zodat voorshands niet kan worden aangenomen dat de vordering tot betaling van de pannen-sets langs de weg van verrekening is tenietgegaan. Veronderstel-lenderwijs aannemende dat Mavras haar inningsbevoegdheid ter za-ke van deze vordering zal aantonen, is een bedrag van € 69.377,44 naar het voorlopig oordeel van het hof dan ook toe-wijsbaar.

4.9. Door middel van haar derde grief in principaal appel komt Volume Trading op tegen de beslissing van de voorzieningenrech-ter dat de proceskosten moeten worden gecompenseerd. Het hof be-grijpt uit de toelichting op deze grief dat Volume Trading vindt dat de voorzieningenrechter Mavras had moeten veroordelen in de kosten van de procedure in eerste aanleg. Deze grief faalt als Mavras bescheiden in het geding brengt waaruit blijkt dat zij pandhouder is van de vorderingen waarvan zij in deze procedure betaling vordert. Uit het voorgaande volgt immers dat in dat ge-val de veroordeling van Volume Trading tot betaling van € 69.377,44 zal worden bekrachtigd. De grief slaagt als Mavras haar pandhouderschap niet kan aantonen, omdat in dat geval de vorderingen van Mavras zullen worden afgewezen. Het hof zal zijn oordeel over deze grief derhalve reserveren.

4.10. In incidenteel appel heeft Mavras grieven gericht tegen de afwijzing van de vordering van Mavras wegens de verkoop en leve-ring door Edwards van boormachines. Door middel van haar eerste grief komt Mavras op tegen de beslissing van de voorzieningen-rechter dat aannemelijk is dat de boormachines die in Duitsland uit de handel zijn genomen, de door Edwards geleverde boormachi-nes zijn. Door middel van haar tweede grief verwijt Mavras de voorzieningenrechter niet te hebben geoordeeld over haar verweer dat de boormachines, ook als zij in Duitsland uit de handel zijn genomen, aan de koopovereenkomst hebben beantwoord, en door mid-del van haar derde grief verwijt Mavras de voorzieningenrechter dat hij het beroep van Volume Trading op verrekening heeft geho-noreerd.

4.11. De eerste grief van Mavras faalt. Naar het oordeel van het hof heeft Volume Trading in deze procedure voldoende aannemelijk gemaakt dat de boormachines die zij in Duitsland heeft moeten terugroepen, door Edwards aan haar zijn geleverd, waarbij aante-kening verdient dat Mavras de stellingen van Volume Trading in feite slechts in algemene bewoordingen ontkent. Ook de tweede grief faalt. Niet als juist kan worden aanvaard dat Volume Tra-ding in de hoogte van de overeengekomen koopsom aanleiding had moeten vinden om na te gaan of de boormachines wel aan de wette-lijke of technische eisen voldeden, bij gebreke waarvan zij moet worden geacht de onveiligheid van de boormachines en de daaraan inherente risico’s te hebben geaccepteerd. Ook overigens is, zonder nadere motivering – die ontbreekt –, weinig aannemelijk dat Volume Trading een overeenkomst zou hebben gesloten met be-trekking tot producten die niet verhandeld mogen worden. Naar het oordeel van het hof moet voorshands worden aangenomen dat de boormachines niet aan de koopovereenkomst hebben beantwoord. Om-dat deze tekortkoming tot op het tegenbewijs aan Edwards wordt toegerekend, kan voorshands ook worden aangenomen dat Edwards jegens Volume Trading schadeplichtig is geworden.

4.12. De derde grief in incidenteel appel slaagt in zoverre, dat Mavras terecht aanvoert dat de algemene voorwaarden van Edwards er ook aan in de weg staan dat Volume Trading haar betalingsver-plichting verrekent met de schade die zij als gevolg van de te-kortkoming van Edwards heeft geleden. Dat neemt evenwel niet weg dat Volume Trading van haar betalingsverplichting is ontslagen indien de koopovereenkomst betrekkelijk de boormachines is ont-bonden. De memorie van antwoord in incidenteel appel bevat een ontbindingsverklaring. Op die ontbindingsverklaring heeft Mavras niet meer gereageerd. Het hof zal Mavras daartoe in de gelegen-heid stellen. Indien Mavras haar inningsbevoegdheid ter zake van de vorderingen van Edwards op Volume Trading aantoont, is haar reactie op de ontbindingsverklaring voor een beoordeling van het geschil immers van belang.

4.13. Gelet op de eindbeslissingen die in dit tussenarrest be-sloten liggen, ziet het hof aanleiding om te bepalen dat tegen dit tussenarrest beroep in cassatie kan worden ingesteld.

5. Slotsom

Het hof zal de zaak verwijzen naar de rol voor een nadere memo-rie van Mavras. Bij die memorie dient Mavras bescheiden in het geding te brengen waaruit blijkt dat zij pandhouder is van de vorderingen waarvan zij in deze procedure voldoening vordert. Zij kan dan tevens reageren op de ontbindingsverklaring in de memorie van antwoord in incidenteel appel, sub 4. Volume Trading zal bij antwoordmemorie op de nadere memorie van Mavras kunnen reageren. Elke verdere beslissing zal worden aangehouden.

6. Beslissing

Het hof:

beveelt Mavras bescheiden in het geding te brengen waaruit blijkt dat zij pandhouder is van de vorderingen waarvan zij in deze procedure voldoening vordert;

stelt Mavras in de gelegenheid om te reageren op de ontbindings-verklaring in de memorie van antwoord in incidenteel appel, sub 4;

verwijst de zaak naar de rol van … voor een nadere memorie door Mavras;

bepaalt dat van dit tussenarrest beroep in cassatie kan worden ingesteld;

houdt elke verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. M. Coeterier, E.E. van Tuyll van Serooskerken-Röell en A.C. van Schaick en in het openbaar uitge-sproken door de rolraadsheer op 3 januari 2008.