Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2007:BB6701

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
25-10-2007
Datum publicatie
30-10-2007
Zaaknummer
1497/06 NOT
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

In een situatie waar sprake is van een verstoorde verstandhouding tussen de erfgenamen wordt van de notaris een strakke regie verwacht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

Beslissing van 25 oktober 2007 in de zaak onder rekestnummer 1497/2006 NOT van:

MR. [naam],

notaris te [plaats],

APPELLANT,

t e g e n

[naam],

wonende te [plaats],

GEÏNTIMEERDE,

gemachtigde: mr. S.J. de Vries.

1. Het geding in hoger beroep

1.1. Van de zijde van appellant, verder te noemen de notaris, is bij een op 29 september 2006 ter griffie ingekomen verzoekschrift tijdig hoger beroep ingesteld tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer van toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen te Groningen, verder te noemen de kamer, van 1 september 2006, waarbij de door geïntimeerde, verder te noemen klaagster, ingediende klacht tegen de notaris gegrond is verklaard onder oplegging van de maatregel van berisping.

1.2. Van de zijde van klaagster is geen verweerschrift ter griffie van het hof ingekomen.

1.3. De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 13 september 2007. De notaris, klaagster en haar gemachtigde zijn verschenen. Allen hebben het woord gevoerd, de notaris aan de hand van een pleitnotitie.

2. De stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie alsmede van de hiervoor genoemde stukken.

3. De feiten

Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling van de feiten geen bezwaar gemaakt, zodat ook het hof van die feiten uitgaat.

4. Het standpunt van klaagster

4.1. Klaagster verwijt de notaris dat hij niet heeft gehandeld zoals een behoorlijk notaris betaamt nu hij de van hem verlangde en de aan hem opgedragen werkzaamheden zonder opgave van een deugdelijke reden niet heeft uitgevoerd en hij door dit nalatig handelen de eer en het aanzien van het notariaat heeft geschaad.

4.2. Door klaagster is aan de notaris een beperkte boedelvolmacht tot afwikkeling van de nalatenschap van haar moeder verstrekt, alsmede een volmacht ten behoeve van de verkoop en levering van de in de nalatenschap vallende ouderlijke woning.

Klaagster verwijt de notaris dat hij nadien geen blijk heeft gegeven van enig handelen teneinde tot verkoop van de woning en tot een voorspoedige afwikkeling van de nalatenschap te komen. De verkoop van de woning werd niet op gang gebracht, ondanks een voorstel van de notaris hiertoe om de drie gegadigden een bod te laten uitbrengen, een en ander zoals blijkt uit de brief van de notaris van 11 januari 2005. Over de stand van zaken met betrekking tot de verkoop werden door de notaris geen mededelingen gedaan. Evenmin is een door klaagster verzocht overzicht van de bestanddelen van de nalatenschap en van de successieaangifte verstrekt. Op brieven en telefoontjes door of namens klaagster werd nagenoeg niet gereageerd.

Klaagster is van mening dat de notaris tekort geschoten is in zijn verplichtingen jegens klaagster, hetgeen heeft geleid tot een mogelijke waardevermindering van de woning, tot eventueel nodeloos oplopende boedelschulden en tot de thans ontstane kosten van rechtsbijstand aan de zijde van klaagster.

5. Het standpunt van de notaris

5.1. De notaris betwist de stellingen van klaagster ten stelligste en verweert zich als volgt.

5.2. De notaris is van mening dat de verstoorde verstandhouding tussen de erfgenamen de afwikkeling van de nalatenschap heeft bemoeilijkt en vertraagd. In verband met deze slechte verstandhouding heeft de notaris de nodige afstand tot de erfgenamen bewaard, mede gelet op zijn onpartijdigheid.

5.3. De notaris stelt dat hij wel degelijk werkzaamheden heeft verricht. Gedurende enige tijd heeft hij ‘ín stilte’gewerkt. Zo heeft hij begin januari 2006 een voorlopige successieaangifte gedaan, waarmee de belastingdienst aanvankelijk niet akkoord ging. Na telefonisch overleg werd met de belastingdienst een regeling getroffen om de voorlopige aangifte als definitief te beschouwen. In verband met ziekte van de notaris heeft hij hiervan geen afschriften aan klaagster kunnen doen toekomen.

De notaris stelt dat de vertraagde voortgang van de verkoop van de woning te wijten viel aan het feit dat de gegadigden zich hebben teruggetrokken na bezichtiging van de woning. Door het intrekken van de volmacht door klaagster kon de notaris evenmin verdere stappen ondernemen.

Tenslotte stelt de notaris dat hij aan klaagster geen rekening en verantwoording behoefde af te leggen, noch andere informatie behoefde te verschaffen, omdat hij dit dan ook aan de andere erfgenaam zou moeten doen en hiervan niet de gevolgen kon overzien. Bovendien is de notaris van mening dat hij pas achteraf rekening en verantwoording diende af te leggen en niet halverwege de afwikkeling van de nalatenschap.

6. De beoordeling

6.1. Het onderzoek in hoger beroep heeft naar het oordeel van het hof niet geleid tot de vaststelling van andere feiten dan wel tot andere beschouwingen en gevolgtrekkingen omtrent de klacht dan die vervat in de beslissing van de kamer, waarmee het hof zich verenigt.

6.2. Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht kan als in het voorgaande reeds behandeld dan wel als thans niet ter zake dienend buiten beschouwing blijven.

6.3. Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing.

7. De beslissing

Het hof:

- verwerpt het beroep.

Deze beslissing is gegeven door mrs. A.L.G.A. Stille, A.MA.Verscheure en P.J.N. van Os en uitgesproken ter openbare terechtzitting van donderdag 25 oktober 2007 door de rolraadsheer.

KAMER VAN TOEZICHT OVER DE NOTARISSEN EN KANDIDAAT-NOTARISSEN

IN HET ARRONDISSEMENT GRONINGEN

Reg.nr.: 84619 KT/RK 06-1

Datum uitspraak: 1 september 2006

BESLISSING in de zaak van:

[naam],

wonende te [adres],

klaagster,

advocaat mr. S.J. de Vries te Zwolle,

tegen

mr. [naam],

notaris te [plaats],

hierna te noemen de notaris.

PROCESVERLOOP

Namens klaagster is op 6 februari 2006 bij de Kamer van Toezicht over notarissen en kandidaat-notarissen te Groningen (hierna: de Kamer) een klacht ingediend tegen de notaris.

Bij faxbericht van 11 april 2006 heeft de notaris verweer gevoerd tegen de klacht.

De klacht is op 8 juni 2006 behandeld, nadat van een eerdere zitting op verzoek van de notaris in verband met ziekte, aanhouding was verleend.

Klaagster is toen verschenen, vergezeld van haar echtgenoot en bijgestaan door haar advocaat. De notaris is eveneens verschenen.

MOTIVERING

1.Vaststaande feiten

a. Op 24 november 2004 is de moeder van klaagster, overleden. Klaagster en haar zuster, zijn de enige erfgenamen.

b. Van de nalatenschap maakt deel uit een woonhuis met erf in [plaats].

c. Op 26 januari 2005 heeft klaagster een beperkte boedelvolmacht ondertekend waarin zij aan de op het Notariskantoor Winsum Netwerk Notarissen, gevestigd te Winsum aan de Praediniussingel 13A werkzame personen, zowel aan hen gezamenlijk als ieder van hen afzonderlijk, volmacht heeft verleend haar te vertegenwoordigen bij de afwikkeling van de nalatenschap van haar ouders.

d. Op dezelfde datum heeft klaagster volmacht verleend aan de hiervoor bij het notariskantoor genoemde werkzame personen, zowel aan hen gezamenlijk als aan ieder van hen afzonderlijk, om voor en namens haar genoemde woning te [plaats] te verkopen en te leveren.

e. Bij brief van 9 augustus 2005 heeft de advocaat van klaagster de notaris verzocht hem informatie te verschaffen over de actuele stand van zaken met betrekking tot de verkoop van de woning en hem een overzicht te verstrekken van de bestanddelen van de nalatenschap.

f. Voorts heeft de advocaat de notaris bij brieven van 17 en 22 augustus 2005 stukken doen toekomen met betrekking tot het bewind over de moeder van klaagster.

g. Bij brief van 20 december 2005 heeft de advocaat zijn verzoeken herhaald nadat de notaris hem op 3 november 2005 telefonisch had medegedeeld dat hij in de week daarop volgend klaagster een kopie van de successieaangifte zou doen toesturen. Ook heeft de advocaat in die brief medegedeeld dat klaagster overweegt haar boedelvolmacht in te trekken en een klacht tegen de notaris in te dienen omdat klaagster tot 20 december 2005 nog steeds niets van de notaris had vernomen.

h. Bij faxbericht van 22 december 2005 heeft de notaris de advocaat bericht dat uiterlijk 9 januari 2006 de successieaangifte moet worden ingediend en dat deze, zodra gereed, aan klaagster en de advocaat zal worden toegezonden.

i. Bij brief van 18 januari 2006 heeft de advocaat de notaris er wederom op gewezen dat hij noch klaagster enig bericht van de notaris heeft ontvangen. Namens klaagster heeft de advocaat de notaris aansprakelijk gesteld voor alle geleden en nog te lijden schade vanwege het toerekenbaar tekortschieten van de notaris in de op hem rustende verplichtingen, voortvloeiende uit de volmachten.

2. Standpunt van klaagster

De notaris handelt niet zoals een behoorlijk notaris betaamt nu hij de van hem verlangde en de aan hem opgedragen werkzaamheden zonder opgave van een deugdelijke reden niet uitvoert en hij door dit nalatig handelen de eer en het aanzien van het notariaat schaadt.

Voor zover klaagster bekend hebben beide erfgenamen de nalatenschap zuiver aanvaard en is door beiden aan de notaris een volmacht verstrekt voor de afwikkeling van de nalatenschap en de verkoop van de woning.

Sedert het verstrekken van de volmacht heeft de notaris geen blijk gegeven van enige activiteiten teneinde tot verkoop van de woning en tot afwikkeling van de nalatenschap te komen. De woning –waarvoor blijkens de brief van de notaris van 11 januari 2005

3 gegadigden waren- is nog steeds niet verkocht. Over de huidige stand van zaken met betrekking tot de verkoop wordt door de notaris geen informatie verstrekt. Evenmin is een overzicht verstrekt van de bestanddelen van de nalatenschap en van de successieaangifte. Op brieven en telefoontjes door of namens klaagster wordt niet tot nauwelijks door de notaris gereageerd.

Een en ander heeft geleid tot een mogelijke waardevermindering van de woning, tot eventueel verder oplopende boedelschulden en tot de thans ontstane kosten van rechtsbijstand aan de zijde van klaagster.

3. Standpunt van de notaris

De notaris is van mening dat de slechte verstandhouding tussen de erfgenamen de afwikkeling van de nalatenschap bemoeilijkt en vertraagt. In verband met deze slechte verstandhouding bewaart de notaris enige afstand tot de erfgenamen.

De notaris heeft begin januari 2006 een voorlopige successieaangifte gedaan waarmee de belastingdienst geen genoegen nam. Na telefonisch onderhoud is met de belastingdienst afgesproken dat de voorlopige aangifte als een definitieve kan worden beschouwd.

In verband met ziekte heeft de notaris geen afschriften daarvan aan klaagster doen toekomen.

De verkoop van de woning ligt reeds geruime tijd stil. Wel is er een lijst met belangstellenden. Nu klaagster echter haar volmacht heeft ingetrokken, kan de notaris niets meer doen.

De notaris heeft klaagster geen rekening en verantwoording afgelegd noch andere informatie verschaft omdat hij dat dan ook aan de andere erfgenaam moet doen en hij niet weet wat de gevolgen hiervan zijn.

Bovendien is hij van mening dat hij pas aan “het eind van de rit” rekening en verantwoording hoeft af te leggen en niet halverwege.

4.Beoordeling

De klachten betreffen het verwijt dat de notaris onvoldoende voortvarend heeft gehandeld bij de afwikkeling van de nalatenschap en de verkoop en levering van de woning, alsmede dat hij klaagster niet van relevante informatie heeft voorzien. De Kamer is van oordeel dat deze klachten terecht door klaagster zijn voorgesteld en overweegt daartoe het volgende.

Onweersproken is door klaagster gesteld dat beide erfgenamen de nalatenschap zuiver hebben aanvaard en dat zij de notaris volmachten hebben verstrekt tot afwikkeling van de nalatenschap en tot verkoop en levering van de woning in [plaats]. Evenmin is door de notaris weersproken dat sprake is van een eenvoudige en overzichtelijke boedel.

Voorts is de Kamer van oordeel dat niet is gebleken dat de verstoorde verstandhouding tussen de erfgenamen een vlotte afhandeling van de nalatenschap heeft bemoeilijkt of vertraagd nu door de notaris niet is gesteld op welke punten de erfgenamen hem voor problemen hebben gesteld.

Ten tijde van de behandeling van de klacht in juni 2006 –zijnde ruim anderhalf jaar na het overlijden van de moeder van klaagster- is noch de boedel beschreven noch de woning verkocht noch de nalatenschap afgewikkeld. Wat er in die anderhalf jaar wel aan activiteiten door de notaris is ondernomen, is de Kamer onduidelijk. Weliswaar heeft de notaris ter zitting medegedeeld dat hij in januari 2006 de successieaangifte heeft ingediend doch hiervan heeft hij klaagster geen afschrift verstrekt zodat deze handeling niet is aangetoond.

Onduidelijk is voorts waarom de woning –waarvoor in 2005 drie gegadigden waren- niet is verkocht.

Ook de brieven van de advocaat van klaagster hebben de notaris niet tot enige actie aangezet noch is daarop door de notaris adequaat en binnen redelijke termijn gereageerd.

Dat de notaris klaagster niet van informatie zou kunnen voorzien omdat hij dan ook de andere erfgenaam dezelfde informatie zou moeten verschaffen, hetgeen de notaris niet wenselijk achtte gelet op de slechte verstandhouding tussen de erfgenamen, acht de Kamer niet relevant. Immers, in een situatie waar sprake is van een verstoorde verstandhouding tussen de erfgenamen wordt van de notaris een strakke regie verwacht. Die kan zich kenmerken door het regelmatig versturen van een overzicht aan alle erven van de verrichte en nog te verrichten handelingen, door het voorstellen van een bepaalde wijze van afhandeling en door de verantwoordelijkheid expliciet bij de erfgenamen neer te leggen in het geval die niet meewerken. Tot op heden heeft het daaraan ontbroken.

Het verweer van de notaris dat hij thans niets meer kan doen omdat klaagster haar volmachten zou hebben ingetrokken, faalt nu deze (voorwaardelijke) intrekking juist werd ingegeven door het feit dat de notaris onvoldoende voortvarend handelde. Bovendien dateert de brief waarin de intrekking werd aangekondigd eerst van 20 december 2005.

Gezien de aard van de gegrond bevonden klachten, in onderling verband en samenhang beschouwd, is de Kamer van oordeel dat deze van zo ernstige aard zijn dat de notaris daarvan tuchtrechtelijk een verwijt kan worden gemaakt. Met het oog hierop acht de Kamer dan ook de maatregel van berisping op zijn plaats.

Hieraan doet niet af dat klaagster ter zitting de bereidheid heeft getoond haar volmachten tot 1 oktober 2006 te handhaven teneinde de notaris in de gelegenheid te stellen de afwikkeling van de nalatenschap wederom ter hand te nemen en met voortvarendheid af te handelen en de notaris heeft toegezegd daaraan te zullen voldoen.

BESLISSING

De Kamer van Toezicht:

verklaart de klacht gegrond.

legt aan notaris mr. [naam] de maatregel van berisping op.

Deze beslissing is gegeven te Groningen op 1 september 2006 door mr. W. Duitemeijer, voorzitter, mrs. M.M. Overes-Hulst, F. Bergman, A.J.M. Jansen en J. Kuipers, leden, bijgestaan door W.J. Vos, secretaris, en uitgesproken ter openbare vergadering van de Kamer.

Binnen dertig dagen na de dagtekening van de aangetekende brief waarin van bovenstaande beslissing wordt kennisgegeven, kan hoger beroep tegen deze beslissing worden ingesteld. Dit dient te geschieden door middel van een verzoekschrift bij de griffie van het Gerechtshof te Amsterdam, Prinsengracht 436, correspondentieadres: Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam