Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2007:BB1411

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
04-06-2007
Datum publicatie
16-08-2007
Zaaknummer
03/02814
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2010:BL4321, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Beroep niet ontvankelijk op grond van het ontbreken van enige heldere machtiging.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht 8:1
Algemene wet bestuursrecht 8:24
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

Eerste Meervoudige Belastingkamer

UITSPRAAK

op het beroep inzake Gama Trading & Shipping SA, met statutaire zetel in Panama.

1. Loop van het geding

Op 1 juli 2003 heeft K (KK Belastingadviseurs), naar hij verklaarde namens belanghebbende, bij afzonderlijke geschriften beroep ingesteld inzake vier uitspraken gedagtekend 21 mei 2003 van de Belastingdienst Utrecht-Gooi, betreffende belastingaanslagen in de vennootschapsbelasting over de jaren 1993, 1995, 1996 en 1997. Blijkens de beroepschriften had belanghebbende verzocht "om uitstel van motivering te verlenen tot 13 augustus 2003, waarbij cliënt voor het einde van deze periode het Hof de bewijzen zal kunnen overleggen waaruit zal resulteren dat deze zaak geen enkele connectie heeft met onze cliënt.".

Op 18 juli 2003 heeft de griffier K verzocht de beroepschriften aan te vullen. Op 22 juli 2003 heeft K verklaard dat de motivering van het beroep van (onder meer) belanghebbende vertaald diende te worden en heeft hij verzocht om uitstel voor het motiveren van de beroepen en het daarbij tegelijk toezenden van een volmacht. Desgevraagd heeft de griffier K een nadere termijn gegeven voor het aanvullen van de beroepen tot 12 september 2003 en aangegeven dat nader uitstel niet vanzelfsprekend zou worden verleend.

Op 8 augustus 2003 heeft C. A (onder vermelding van kenmerknummers) de griffier bedankt voor het verleende uitstel en melding gemaakt van een aanklacht tegen medewerkers van de Belastingdienst.

Op verzoek van K heeft het Hof de behandeling van de vier zaken van belanghebbende op 29 augustus 2003 gevoegd, samen met die van C. A, B-A (hierna: B) en D BV (hierna: D), hierna tezamen ook: de drie andere belanghebbenden.

Op 5 en 9 september 2003 heeft K verzocht de "beoordeling" van (onder meer) de zaken van belanghebbende aan te houden.

Op 10 september 2003 heeft C. A aanvullende stukken toegezonden (een blauwe ordner) en daarin onder meer verklaard dat hij belanghebbende niet vertegenwoordigde. (Op 9 oktober 2003 heeft C. A van deze stukken digitale kopieën op cd-rom toegezonden en aangegeven dat deze ook betrekking hadden op de zaken van belanghebbende.)

Op 11 september 2003 heeft K machtigingen overgelegd, getekend door C. A en met vermelding van de kenmerknummers van de zaken van belanghebbende; bij deze machtiging was geen stuk gevoegd waaruit enige bevoegdheid van C. A met betrekking tot de zaken van belanghebbende zou kunnen blijken.

De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend en daarin concludeert hij tot ongegrondverklaring van de beroepen. De griffier heeft op 27 juli 2004 een afschrift van dit verweerschrift aan K verzonden.

Uiteindelijk, blijkens de latere pleitnota's, concludeert de inspecteur tot (naar het Hof verstaat) niet-ontvankelijkheid van de beroepen omdat die onbevoegd zouden zijn ingesteld.

Op 4 oktober 2004 heeft K verzocht de op 4 november 2004 geplande zitting uit te stellen. Ook de inspecteur heeft om uitstel verzocht. Het Hof heeft het verzoek gehonoreerd.

Op 3 maart 2005 heeft de griffier nadere stukken van de inspecteur aan K toegezonden.

Op 26 juli 2005 heeft mr. L (L Belastingadviseurs) namens de drie andere belanghebbenden verzocht de op 18 augustus 2005 geplande zitting uit te stellen. Dit uitstel is verleend.

Op 16 oktober 2005 heeft L gemeld dat hij de zaken had overgenomen van KK Belastingadviseurs (K) en verzocht hij om kopieën van de verweerschriften van onder meer belanghebbende. Hij heeft die afschriften gekregen.

Het Hof heeft (onder meer) de in het hoofd van deze uitspraak vermelde zaken van belanghebbende behandeld op de zitting van 24 november 2005. Daar zijn (onder meer) verschenen de genoemde C. A, B, L en mr. M, alsmede de inspecteur. Het Hof heeft daarbij meegedeeld dat de zaken van iedere belanghebbende gesplitst worden van die van de andere belanghebbenden.

Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat aan L en de inspecteur is verzonden.

Na de zitting heeft de Meervoudige Belastingkamer de behandeling van de zaken van (onder meer) belanghebbende verwezen naar een enkelvoudige belastingkamer.

Op 30 januari 2006 heeft de inspecteur nadere stukken ingediend.

Op 27 maart 2006 heeft (onder meer) C. A gereageerd op het proces-verbaal van de zitting van 24 november 2005. Afschriften van deze stukken zijn aan de wederpartij verzonden.

Op 29 maart heeft 2006 heeft mr. N (N & Partners) namens D een stuk verzonden in de zaak van die vennootschap. In dat stuk ging hij in op de relatie tussen D en belanghebbende.

Op 24 april 2006 heeft de griffier de uitnodiging inzake belanghebbende voor de zitting van 22 juni 2006 verzonden aan K. Op 28 april 2006 heeft de griffier deze uitnodiging tevens verzonden "t.a.v. mw B-A" en deze is met de aanduiding "onbekend" geretourneerd.

Op 15 juni 2006 heeft de griffier de (vooraf toegezonden) pleitnota van de inspecteur na telefonisch overleg met mr. O (N & Partners), aan deze persoon verzonden.

De Vijfde Enkelvoudige Belastingkamer heeft (onder meer) de zaken van belanghebbende behandeld op de zitting van 22 juni 2006. Daarop zijn onder meer verschenen C. A, B, mr. N als "beperkt gemachtigde" van belanghebbende, mr. O en mr. P, alsmede de inspecteur.

Ter zitting heeft N een "Volmacht" overgelegd, gedateerd 21 juni 2006 en getekend door C. A. Dit stuk vermeldt dat C. A belanghebbende tot 31 december 1995 rechtsgeldig vertegenwoordigde. Het stuk vermeldt dat N en O namens belanghebbende beroep konden instellen voor de jaren 1993, 1994 en 1995.

Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat op 10 oktober 2006 is verzonden aan O en de inspecteur.

De enkelvoudige kamer heeft de zaak vervolgens verwezen naar een meervoudige belastingkamer.

Op 25 juli 2006 heeft de griffier de uitnodiging inzake belanghebbende voor de zitting van 18 oktober 2006 verzonden aan mr. N (N & Partners).

Op 20 september 2006 heeft de inspecteur met het oog op de zitting van 18 oktober 2006 een pleitnotitie toegezonden aan de griffier. De griffier heeft deze notitie op 10 oktober 2006 toegezonden aan D/B.

Op 28 augustus 2006 heeft A. A verklaard dat zijn zoon hem had geïnformeerd over de lopende procedures, dat hij, A. A, de "rechtmatige vertegenwoordiger" van belanghebbende was, dat de "firma KK ... mijn firma Gama nimmer heeft vertegenwoordigd" en dat "mijn zoon, C. A" noch "mijn schoondochter, mevrouw G. B" recht hadden belanghebbende te vertegenwoordigen.

Op 6 oktober 2006 heeft C. A "op uitdrukkelijk verzoek van mijn vader, dhr. A. A," stukken verzonden in de zaak van belanghebbende. Daarbij zat een stuk van 11 juni 2002 waarin C. A zijn vader aanduidt als "the known owner of the company".

Het Hof heeft (onder meer) de zaken van belanghebbende behandeld op de zitting van 18 oktober 2006. Daar zijn onder meer verschenen C. A, B, A. A, mr. P, mr. N, mr. O, alsmede de inspecteur. Desgevraagd door de voorzitter heeft niemand verklaard dat hij of zij optreedt namens belanghebbende.

In verband met een daags eerder binnengekomen wrakingsverzoek van één van de andere belanghebbenden heeft de voorzitter meegedeeld dat de behandeling niet doorgaat en zal plaatsvinden op 6 december 2006.

Op 24 oktober 2006 heeft de griffier de uitnodiging voor de zitting van 6 december 2006 verzonden aan mr. N. Op 8 november 2006 heeft N de griffier verzocht "de heer A. A in zijn hoedanigheid van directeur van Gama ... te Panama uit te nodigen" met vermelding van zijn adres. Op 14 november 2006 heeft de griffier de uitnodiging eveneens aangetekend verzonden aan het uit de stukken blijkende adres van A. A in B-land met de vraag eventueel aan te geven of een andere persoon zou moeten worden uitgenodigd. A. A heeft hierop gereageerd door middel van een in het B-lands gesteld stuk gedateerd 27 november 2006. Ter zitting van 6 december 2006 heeft B desgevraagd verklaard dat de brief van 27 november 2006 van A. A aan het Hof erop neerkomt dat A. A het Hof om een Nederlandse vertaling van de brief van 14 november 2006 van de griffier aan A. A verzoekt.

Het Hof heeft (onder meer) de onderhavige zaken behandeld op de zitting van 6 december 2006. Daarop zijn onder meer verschenen B, A. A, mr. N, mr. O en P, alsmede de inspecteur. De pleitnotitie van B vermeldt dat A. A de "toenmalige directeur" van belanghebbende was. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat aan deze uitspraak is gehecht.

2. De feiten zoals deze naar voren komen uit de gedingstukken

2.1. Belanghebbende is opgericht op 27 februari 1987, registratienummer 188062/20856/3266. Blijkens de inschrijving was destijds C. A "president" en B "secretary". Per 1 april 1989 is deze vennootschap ambtshalve ingeschreven op een Nederlands adres.

Mw. B heeft bij het Handelsregister bevestigd dat belanghebbende activiteiten uitoefende op een adres in Nederland.

Op 11 november 1993 is de heer A. A enig aandeelhouder van belanghebbende geworden en per 16 december 1993 is hij bestuurder geworden.

2.2. Tot de stukken behoren voorts:

- een aangifte vennootschapsbelasting 1993, getekend te Zoetermeer met een handtekening die sterke gelijkenis vertoont met de handtekening op het hierna genoemde aangiftebiljet over 1997 met als opgegeven adres N.Z. Voorburgwal ** te Amsterdam, ingevuld door N & Partners; een bijlage vermeldt "C. A" als bestuurder; de bijgevoegde jaarstukken vermelden de heer C. A en A. A als "managing directors";

- op 20 februari 1997 gedateerde en in het Engels opgestelde jaarstukken over het jaar 1995 inzake Gama Trading & Shipping SA te Amsterdam, opgesteld door N & Partners; de heren C. A en A. A stonden vermeld "als managing directors" en de onderneming zou haar activiteiten beëindigd hebben per 1 januari 1996;

- een aangifte vennootschapsbelasting 1996 met als opgegeven adres voor belanghebbende A-straat 1 te Q, voorzien van een handtekening die sterke gelijkenis vertoont met de handtekening op het hierna vermelde aangiftebiljet over 1997, ingevuld door N & Partners en vergezeld van op 28 april 1998 gedateerde in het Engels opgestelde jaarstukken over dat jaar, opgesteld door N & Partners; de bijgevoegde jaarstukken vermelden de heren C. A en A. A als "managing directors";

- een aangifte vennootschapsbelasting 1997, getekend door de heer C. A te Q met als opgegeven adres voor belanghebbende A-straat 1 te Q, ingevuld door N & Partners, vergezeld van op 28 april 1998 gedateerde in het Engels opgestelde jaarstukken over dat jaar, opgesteld door N & Partners; deze jaarstukken vermelden een rekening courant schuld aan C. A, "director";

- een voorblad van een aangiftebiljet 1998 voor buitenlandse belastingplichtigen, op 19 april 2000 gedateerd en getekend door C. A te Q met als opgegeven adres B-straat 2 te Q;

- bezwaarschriften tegen de navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting 1993, 1995, ingediend door mr. K (KK), met als opgegeven adres voor belanghebbende A-straat 1 te Q;

- een bezwaarschrift tegen de aanslag vennootschapsbelasting 1996, ingediend door de genoemde K, met een cc aan belanghebbende;

- een bezwaarschrift tegen de aanslag vennootschapsbelasting 1997, ingediend door de genoemde K, met een cc aan C. A en aanduiding van directie in B-land;

- een op 21 juni 2002 gedateerd rapport van een boekenonderzoek door de Belastingdienst Ondernemingen te Amersfoort over de aanvaardbaarheid van de aangiften vennootschapsbelasting over de jaren 1993 tot en met 1997 van belanghebbende en de afdracht van omzetbelasting over deze jaren door belanghebbende;

- uitspraken op bezwaar, gedateerd 21 mei 2003, tegen de belastingaanslagen in de vennootschapsbelasting over de jaren 1993, 1995, 1996 en 1997, gericht aan de genoemde heer K;

- een uittreksel uit het Handelsregister, waarin staat dat Gama Trading and Shipping S.A., met statutaire zetel in Panama, sinds 25 februari 1987 C. A (geboren in 195*) en B (geboren in 195*) als directeuren heeft, op 24 januari 1990 gevestigd is aan de Nieuwezijds Voorburgwal ** te Amsterdam, terwijl op 16 december 1993 A. A (geboren in 192*) directeur is geworden met uittreden van B als zodanig;

- C. A heeft als bestuurder van belanghebbende op 4 maart 1996 aan het Handelsregister opgegeven dat de onderneming per 1 januari 1996 was opgeheven en hij heeft belanghebbende laten uitschrijven bij het Handelsregister;

- een verklaring van R (namens D BV en op briefpapier van belanghebbende) van 24 maart 1997 dat belanghebbende gevestigd was op A-straat 1 te Q;

- met ondertekening door B, A. A en C. A is een conventie gesloten tussen de "verkoopster van de firma" (belanghebbende, als eerste ondertekenaar) en de koper (de tweede ondertekenaar) met een looptijd van vijf jaar;

alle betrokkenen hebben de pagina's van deze conventie op 20 oktober 2006 opnieuw van handtekeningen voorzien;

- op 18 september 2006 hebben N & Partners contact gezocht met de inspecteur om te spreken over (onder meer) belanghebbende.

3. Geschil

In geschil is of

- de ingestelde beroepen ontvankelijk zijn en

- de inspecteur terecht aan belanghebbende aanslagen in de vennootschapsbelasting heeft opgelegd over de genoemde jaren dan wel, voor 1997, terecht verliesbeschikkingen heeft genomen.

4. Standpunten van partijen

Voor de beoordeling van het standpunt van de inspecteur zij verwezen naar de gedingstukken.

Ter zitting van 24 november 2005 heeft mr. L verklaard niet op te treden namens belanghebbende en evenmin mr. M. Hij heeft voorts verklaard dat hij splitsing per belanghebbende toejuicht.

B heeft nog verklaard dat zij sinds 1993 geen directeur meer is van Gama.

M heeft in tweede termijn verklaard dat belanghebbende niet wordt vertegenwoordigd, dat hij slechts voorwaardelijk namens belanghebbende spreekt en C. A in elk geval niet optreedt namens belanghebbende.

De inspecteur heeft nog verklaard dat belanghebbende niet bekend is bij de B-landse of de Engelse fiscale autoriteiten.

Desgevraagd heeft ter zitting van 22 juni en 6 december 2006 niemand verklaard dat hij of zij optreedt namens belanghebbende.

Ter zitting van 6 december 2006 heeft B desgevraagd verklaard dat de betekenis van de in het B-lands gestelde brief van 27 november 2006 is dat A. A het Hof heeft verzocht om een Nederlandse vertaling van de brief van 14 november 2006 van de griffier aan A. A.

5. Beoordeling van het geschil

5.1. De heer K heeft beroep ingesteld en verwezen naar een nog toe te zenden machtiging waaruit zou kunnen blijken dat belanghebbende zich ten tijde van het instellen daadwerkelijk door hem liet vertegenwoordigen. Het Hof heeft een dergelijke machtiging, ondanks het verzoek daartoe, nimmer ontvangen. Uit de wel overgelegde stukken blijkt niet dat een van de ondertekenaars van enig document bevoegd was namens deze belanghebbende te handelen.

Ook nadien is geen stuk gepresenteerd waaruit zou kunnen blijken van bekrachtiging van de door K ingestelde beroepen.

5.2. De verklaring van 28 augustus 2006 van A. A, waarin deze verklaart bekend te zijn met de procedures en zich aanduidt als rechtmatige eigenaar, houdt in dat geen van de in die verklaring genoemde personen op enig moment bevoegd was belanghebbende te vertegenwoordigen ter zake van het instellen van beroep.

De ter zitting van 22 juni 2006 overgelegde volmacht, getekend door C. A, valt niet aan te merken als een van belang zijnde machtiging nu C. A ten tijde van het instellen van beroep en ten tijde van het verlenen van die volmacht niet meer bevoegd was belanghebbende te vertegenwoordigen, te minder nu de volmacht nadrukkelijk in tegenspraak is met de verklaring van 28 augustus 2006 van A. A.

Ten overvloede merkt het Hof nog op dat A. A als getuige ter zitting van 6 december 2006 aanwezig is geweest en niet heeft verklaard dat hij namens belanghebbende ter zitting aanwezig was.

Onder deze omstandigheden ziet het Hof geen reden aan te nemen dat er sprake is van een namens belanghebbende ingesteld beroep en daarom kan belanghebbende niet in het beroep worden ontvangen.

6. Beslissing

Het Hof verklaart belanghebbende niet ontvankelijk in haar beroepen.

De uitspraak is vastgesteld op 4 juni 2007 door mrs. J.P.A. Boersma, voorzitter, P.M.F. van Loon en J. van de Merwe, leden, in tegenwoordigheid van mr. L.B.M. van Bakel als griffier. De beslissing is op dezelfde dag ter openbare zitting uitgesproken.

Het Hof heeft geen bezwaar tegen afgifte door de griffier van een afschrift van de uitspraak met vermelding van de naamgegevens van belanghebbende, dit met het oog op problemen bij de toezending van de uitspraak en de gewenste kenbaarheid van de uitspraak voor belanghebbende. De andere persoonlijke gegevens zal het Hof bij publicatie anonimiseren.

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.