Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2007:BA8224

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
27-06-2007
Datum publicatie
28-06-2007
Zaaknummer
21-002195-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Een drugstransport van Rotterdam naar Amersfoort, vijf jaar gevangenisstraf.

Door verdachte samen met anderen is een zeer grote hoeveelheid amfetamine in Rotterdam opgehaald en vervolgens naar een garagebox in Amersfoort vervoerd.

Namens verdachte is het verweer gevoerd dat in de kern neerkomt op de onbetrouwbaarheid van een zich in het dossier bevindende getuigenverklaring. Het gevoerde bewijs(middel)verweer wordt verworpen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 21-002195-06

Uitspraak d.d.: 27 juni 2007

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te Amsterdam

zitting houdende te

Arnhem

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Utrecht van 8 mei 2006 in de strafzaak tegen

[verdachte 2],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te woonplaats, [adres],

thans verblijvende in P.I. Flevoland, HvB Lelystad te Lelystad.

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 3 november 2006, 18 januari 2007, 22 februari 2007, 9 mei 2007 en 13 juni 2007 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I), na voorlezing aan het hof overgelegd, en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep om proceseconomische redenen vernietigen en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 28 december 2005 te Amersfoort en/of Rotterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 28 kilogram amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

art 2 ahf/ond B Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks de periode van 26 augustus 2005 tot en met 28 december 2005 te Amersfoort, althans in het arrondissement Utrecht en/of te Tilburg, in elk geval in Nederland, opzettelijk een paspoort ten name van [betrokkene 1], in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan De Nederlandse Staat, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk goed verdachte anders dan door misdrijf, te weten door vinding, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

art 321 Wetboek van Strafrecht

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsoverweging

De raadsman heeft ten aanzien van het tenlastegelegde betoogd dat de verklaring van [getuige 1], die als getuige op de zitting van het hof d.d. 13 juni 2007 is gehoord, niet betrouwbaar is, aangezien er discrepanties zitten tussen datgene wat ter zitting is verklaard door deze getuige en datgene wat door de observant is gerelateerd inzake zijn waarnemingen op 28 december 2005.

Verder heeft de verdediging aangevoerd dat de reden van aanwezigheid van verdachte in de garagebox was, dat hij voornemens was de Volkwagen Corrado van [getuige 1] te kopen.

Het hof overweegt hieromtrent het volgende.

Dat er verschillen zijn tussen de verklaring van [getuige 1] en hetgeen door de observant is gerelateerd wordt door het hof onderkend. Echter deze verschillen zijn niet essentieel. Bij hetgeen door de observant wordt gerelateerd, is van belang dat, indien de observant aangeeft dat hij volledig zicht had, dit niet wil zeggen dat hij ook daadwerkelijk alles heeft kunnen en/of moeten zien.

Van belang is, dat door de observant waargenomen is:

- dat [getuige 1] met [verdachte 2]en [verdachte 1] is aangekomen met een bestelwagen bij zijn garagebox;

- dat [getuige 1] en [verdachte 2] de garagebox in gingen en daar enkele minuten later uitkwamen;

- dat een voorwerp of voorwerpen (onduidelijk is gebleven, of het ging om een vuilniszak en/of twee tassen) met een dan niet waarneembare inhoud in de garagebox is of zijn binnengebracht;

- dat [getuige 1] een koelkast heeft gehaald en

- dat uiteindelijk in die garagebox in beslag is genomen een hoeveelheid amfetamine in die koelkast.

Die feiten, gecombineerd met de verklaringen van [getuige 1], waarvan het hof met behoedzaamheid gebruik maakt, doen concluderen, dat het tenlastegelegde bewezen moet worden verklaard.

Ten overvloede overweegt het hof daarbij dat verdachte geen enkele aannemelijke verklaring geeft voor zijn handelen op de ochtend van 28 december 2005.

Het hof verwerpt de stelling van de verdediging dat verdachte enkel aanwezig was wegens een mogelijke aankoop van de auto van [getuige 1], welke in Amersfoort in de garage stond.

Dat verdachte vanuit Soest via Rotterdam naar Amersfoort zou zijn gereden voor de aankoop van een auto en daarover tevoren telefonisch overleg had gehad met zijn werkgever of de medeverdachte [verdachte 1], is in ieder geval op grond van de afgeluisterde telefoongesprekken of anderszins niet aannemelijk geworden.

De werkgever van verdachte, [getuige 2], van Auto Plaza, verklaart ter zitting van het hof d.d. 13 juni 2007 in eerste instantie nadrukkelijk dat hij mogelijk een telefoontje van verdachte heeft gehad op 28 december 2005, omstreeks 17:00 uur, welke mededeling hij ook al eerder schriftelijk aan de raadsman van verdachte had doen toekomen, en welk telefoontje ging over de eventuele aankoop van een Volkswagen Corrado. Later geconfronteerd met het feit dat verdachte op 28 december 2005 om 17:00 uur reeds was aangehouden door de politie, verklaart [getuige 2] dat dit telefoongesprek ook al op 27 december 2005 kon zijn geweest.

Het hof laat in het midden of verdachte inderdaad met zijn werkgever telefonisch overleg gehad heeft over de aankoop van de auto van [getuige 1]. Mogelijk heeft verdachte gebeld over een aan te kopen Volkswagen Corrado, maar die mogelijkheid is geenszins strijdig met de bewezenverklaring.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1.

hij op ¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬ 28 december 2005 te Amersfoort en¬¬¬ Rotterdam, ¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬, tezamen en in vereniging met ¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬ anderen, ¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬, opzettelijk heeft vervoerd, ¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬, ongeveer 28 kilogram amfetamine, ¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬, zijnde amfetamine een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬

2.

hij in ¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬ de periode van 26 augustus 2005 tot en met 28 december 2005 ¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬ in Nederland, opzettelijk een paspoort ten name van [betrokkene 1], ¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬ toebehorende aan De Nederlandse Staat, ¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬, welk goed verdachte anders dan door misdrijf, te weten door vinding, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven

ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde:

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod.

ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde:

Verduistering.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

Het hof acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Het hof heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen -en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur leiden- dat verdachte samen met anderen een zeer grote hoeveelheid amfetamine in Rotterdam heeft opgehaald en vervolgens naar een garagebox in Amersfoort heeft vervoerd. Verdachte heeft een aanmerkelijke rol gehad in dit transport.

In het algemeen geldt voor verdovende middelen als amfetamine dat zij in hoge mate verslavend zijn, met alle nadelige gevolgen van dien voor de gebruikers zelf en voor de samenleving als geheel. Bovenstaande vormt een ernstige inbreuk op de rechtsorde.

Verdachte heeft zich tevens schuldig gemaakt aan verduistering van een paspoort.

Voorts houdt het hof rekening met het feit dat verdachte eerder, laatstelijk op 11 december 2003, door de rechter tot gevangenisstraf van 5 jaar is veroordeeld wegens, onder meer, opiumwetdelicten. Verdachte bevond zich ten tijde van de thans bewezenverklaarde feiten nog in de laatste fase van zijn detentie op grond van laatstgenoemd vonnis in de vorm van elektronisch toezicht.

Het hof heeft bij het bepalen van de duur van de vrijheidstraf in aanmerking genomen dat de ernst van het feit een dergelijke gevangenisstraf, mede vanuit een oogpunt van generale preventie, rechtvaardigt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 2 (oud) en 10 (oud) van de Opiumwet en de artikelen 47, 57 en 321 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen, dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) jaren.

Bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Aldus gewezen door

mr R. de Groot, voorzitter,

mr J.M.J. Denie en mr W.R. Rosingh, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr K.J.F. Roelofs, griffier,

en op 27 juni 2007 ter openbare terechtzitting uitgesproken.