Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2007:BA5936

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
25-01-2007
Datum publicatie
01-06-2007
Zaaknummer
0472/03
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Factoring-overeenkomst. Mededeling van pandrecht op factuur is voldoende duidelijk voor de (normaal oplettende) debiteur. Gaat vooraf aan de naam-, adres- en rekeninggegevens die standaard op het factuurpapier staan vermeld. Contrast in lettertype, kleur en lettergrootte.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

VIJFDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

ARREST

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EURO SALES FINANCE B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

APPELLANTE,

procureur: mr. A. van Hees,

t e g e n

[debiteur],

handelende onder de naam Aannemersbedrijf […]

wonende te […],

GEÏNTIMEERDE,

niet verschenen.

1. Het geding in hoger beroep

1.1 Partijen worden hierna wederom aangeduid als Euro Sales en [debiteur].

1.2 Op 22 januari 2004 heeft het hof in deze zaak een tussenarrest gewezen. Voor het verloop van de procedure tot genoemde datum wordt verwezen naar dat arrest.

1.3 Euro Sales heeft een akte genomen en daarbij produkties in het geding gebracht.

1.4 Vervolgens heeft Euro Sales het hof wederom gevraagd arrest te wijzen.

2. De verdere beoordeling in hoger beroep

2.1 Bij het tussenarrest is Euro Sales onder meer in de gelegenheid gesteld om bij akte de originele facturen over te leggen teneinde het hof in staat te stellen te beoordelen of de mededeling op de facturen voldoet aan het vereiste dat de mededeling van het openbaar pandrecht zodanig is dat deze voldoende duidelijk is voor de (normaal oplettende) debiteur.

2.2 Bij akte heeft Euro Sales een originele factuur van Carpol in het geding gebracht. Die factuur betreft niet een aan [debiteur] gericht exemplaar, maar Euro Sales heeft – onbestreden – en onder verwijzing naar een eveneens door haar in het geding gebrachte kopie van een factuur aan [debiteur] gesteld dat de originele factuur identiek is aan de facturen die Carpol aan [debiteur] heeft verzonden. Dit strekt het hof tot uitgangspunt.

2.3 De aan de onderzijde van de factuur van Carpol voorgedrukte tekst ziet er zo uit:

‘Betalingstermijn: 14 dagen na factuurdatum

Deze factuur is wegens verpanding en overdracht uitsluitend betaalbaar op rek.nr. 3691.18.863 t.n.v. Euro Sales Finance plc bij de RABOBANK Nederland te WESTBROEK.’

[Volgt vermelding van de diverse vestigingen van Carpol, met telefoon-, fax- en bankrekeningnummers.]

Naar het oordeel van het hof is de mededeling op de factuur voldoende duidelijk voor de (normaal oplettende) debiteur.

De getypte of geprinte mededeling onderscheidt zich in de eerste plaats door het gebruikte lettertype van de naam-, adres- en rekeninggegevens die standaard op het factuurpapier staan vermeld. Van belang is voorts dat de mededeling aan die standaard gegevens voorafgaat. Daarnaast bestaat er contrast tussen de enigszins donker gekleurde letters van de mededeling en de rode en lichtgrijze kleur van naam-, adres- en rekeninggegevens, waarbij nog kan worden vastgesteld dat het contrast wordt geaccentueerd door de afwijkende lettergrootte van de in rood weergegeven bedrijfsnamen. Het levert alles bijeen genomen een beeld op waarbij de mededeling grafisch meer op de voorgrond treedt dan de standaard gegevens onderaan de factuur. De mededeling had [debiteur] redelijkerwijs dan ook moeten opvallen.

2.4 Het vooroverwogene voert tot de conclusie dat [debiteur] na ontvangst van de aan haar verzonden facturen waarop de hiervoor besproken mededeling was vermeld niet meer bevrijdend kon betalen aan Carpol. Vanaf de (telkens) gedane mededeling van het pandrecht diende hij aan Euro Sales te betalen, nu in de onderhavige procedure op zichzelf niet is betwist dat Carpol haar vorderingen aan Euro Sales heeft verpand. Nu ook anderszins blijkens de door Euro Sales gegeven toelichting niets aan haar vordering in de weg kan staan is [debiteur] dan ook (nog steeds) gehouden de verschuldigde bedragen aan Euro Sales te voldoen.

2.5 Tegen de verschuldigdheid van de gevorderde wettelijke rente heeft [debiteur] geen – zelfstandig - verweer gevoerd. De vordering is ook in zoverre toewijsbaar.

2.6 Euro Sales heeft ter toelichting van de door haar gevorderde buitengerechtelijke kosten gewezen op een brief van haar raadsman van 10 juni 2002 en een uittreksel uit het handelsregister d.d. 3 juni 2002. Een enkele aanmaning zoals de brief van 10 juni 2002 is evenwel onvoldoende. Niet gebleken is dat het gaat om verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning of het inwinnen van eenvoudige inlichtingen, waarvan de kosten dienen te worden aangemerkt als betrekking hebbend op de voorbereiding van de gedingstukken en instructie van de zaak. Euro Sales heeft dan ook onvoldoende gesteld om toewijzing van het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke kosten te rechtvaardigen. De vordering zal in zoverre worden afgewezen.

3. Slotsom en kosten

De grief slaagt goeddeels. Het bestreden vonnis zal worden vernietigd en de vordering van Euro Sales zal worden toegewezen als hierna vermeld, met veroordeling van [debiteur] in de kosten van het geding in beide instanties.

4. Beslissing

Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep, en opnieuw rechtdoende:

veroordeelt [debiteur] tot betaling aan Euro Sales van € 4.030,82 te vermeerderen met de wettelijke rente over € 3.630,23 vanaf 7 augustus 2002 tot aan de voldoening;

veroordeelt [debiteur] in de kosten van de beide instanties en begroot die kosten aan de zijde van Euro Sales voor de eerste aanleg op € 217,18 aan verschotten en op € 544,-- voor salaris procureur en voor het hoger beroep tot heden op € 273,20 aan verschotten en op € 948,-- voor salaris procureur;

verklaart dit arrest tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit arrest is gewezen door mrs. A. van Haeringen, G.B.C.M. van der Reep en A.N. van de Beek, en door de rolraadsheer uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 januari 2007.