Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2007:BA3097

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
27-03-2007
Datum publicatie
17-04-2007
Zaaknummer
04/3973 DK
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2008:BC6562, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De goederen bestaan uit een metalen huis, voorzien van reflecterend aluminium aan de binnenkant, en een halogeenlamp van 150 W, aan de voorzijde afgeschermd met glas. Onderaan de behuizing is een infrarood sensor aangebracht. Door combinatie van de halogeenlamp en het reflecterend aluminium wordt een geconcentreerde lichtbundel verkregen, welke op een bepaald punt kan worden gericht.

Uit hetgeen hiervoor is overwogen, alsmede uit waarneming van het monster ter zitting, leidt de Douanekamer af dat de goederen, die gedurende de door een sensor en een timer mechanisme bepaalde periode constant branden, generlei signaalfunctie hebben, maar dienen om een object te verlichten, dus een verlichtingsmiddel zijn. De in post 8531 van het GDT omschreven hoorbare of zichtbare signalen ontbreken; die post is derhalve niet van toepassing. De goederen voldoen aan de omschrijving van post 9405, waarvan onderverdeling 40 10 van toepassing is.

Het beroep van belanghebbende op de BTI verwerpt de Douanekamer. Deze BTI ziet op een ander product met wezenlijk andere kenmerken, nog daargelaten dat belanghebbende daarvan niet de rechthebbende is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

Douanekamer

Uitspraak

in de zaak nr. 04/3973 DK

de dato 27 maart 2007

1. De procedure

1.1. Op 12 oktober 2004 is bij de Douanekamer van het Gerechtshof te Amsterdam (hierna: de Douanekamer) een beroepschrift ingekomen van C van …, …, te …, namens de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid R B.V. te G, belanghebbende.

Het beroep is gericht tegen de uitspraak van de inspecteur van de Belastingdienst Douane R, …, (hierna: de inspecteur) van 3 september 2004, kenmerk …, waarbij het bezwaar van belanghebbende tegen de op 7 mei 2004 ten aanzien van haar genomen beschikking houdende een bindende tariefinlichting (hierna: BTI), nummer …, werd afgewezen.

1.2. Van belanghebbende is een griffierecht van € 273,-- geheven. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

1.3. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden tijdens de zitting van de Douanekamer op 13 juni 2006. Daar zijn verschenen namens belanghebbende C en B van …, vergezeld van V van R B.V.; en namens de inspecteur drs. H, vergezeld van mr. J en J van de Belastingdienst Douane R. Partijen hebben ieder een pleitnota voorgelezen en overgelegd aan de Douanekamer. De pleitnota van belanghebbende is voorzien van een vijftal bijlagen. De inspecteur heeft van deze bijlagen kennis kunnen nemen en zich erover kunnen uitlaten. De Douanekamer rekent deze pleitnota’s en de bijlagen tot de stukken van het geding.

1.4. Met deze zaak zijn ter zitting gelijktijdig behandeld de zaken met de nummers 05/446 DK en 05/447 DK.

2. De vaststaande feiten

2.1. Op 15 april 2004 heeft belanghebbende schriftelijk een verzoek ingediend voor verstrekking van een BTI voor een in de aanvraag als als volgt omschreven product:

“Alarmlamp met bewegingsmelder ES65E

Een buitenlamp voorzien van een bewegingsmelder, tijdsklok en dimmer, bestaande uit een richtbare spot die is voorzien van een halogeenlampje van 150 Watt, dat is aangebracht in een fitting achter veiligheidsglas.

De lamp wordt aangeboden als buitenlamp die in het bijzonder geschikt is om ongewenste bezoekers af te schrikken. De ongewenste bezoeker komt immers volledig in “het spotlight” te staan wanneer hij zich begeeft in het detectiegebied van de bewegingsmelder. Hierdoor gaat de lamp een vooraf ingestelde tijd branden, waardoor de bewoner/beheerder van het pand waarop de buitenlamp is aangebracht wordt geattendeerd op ongewenste bezoekers. Ter voorkoming van de ontdekking/ herkenning zal de ongewenste bezoeker zijn geplande illegale werkzaamheden uitstellen of afbreken.”

In de aanvraag is voor de indeling post 8531 10 30 van het Gemeenschappelijk douanetarief (hierna: GDT) voorgesteld. Bij de aanvraag is een monster overgelegd met bijbehorende handleiding.

2.2. Op 7 mei 2004 heeft de inspecteur een BTI met het nummer … verstrekt. Daarin is het goed als volgt omschreven:

“Halogeenschijnwerper met bewegingsmelder en schemerschakelaar voor wandbevestiging. De lamp bestaat uit een behuizing van onedel metaal, waarin achter een rechthoekige glasplaat een halogeenlamp is aangebracht. De behuizing is voorzien van een scharnierende bevestigingsbeugel van onedel metaal. Aan de behuizing is een wartel aangebracht voor het aansluiten van een elektriciteitskabel. Verder is onder de behuizing van de lamp een scharnierende en draaibare infrarood sensor aangebracht., die voorzien is van een tijdschakelaar en een schakelaar voor het instellen van de lichtintensiteit. Het geheel heeft een hoogte, breedte en diepte van ongeveer 22, 14 en 11 centimeter en is te samen met een gebruiksaanwijzing in een bedrukte kartonnen doos verpakt.

Het goed is in de BTI ingedeeld onder post 9405 40 10 van het GDT. Ter motivering voor de indeling van het goed heeft de inspecteur vermeld:

“De indeling is vastgesteld op basis van de algemene regels 1 en 6 voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur en de tekst van de G.N.-codes 9405, 9405 40 en 9405 40 10”

2.3. Belanghebbende heeft op 10 juni 2004 bezwaar gemaakt tegen de BTI. Op 3 september 2004 heeft de inspecteur de bezwaren van belanghebbende afgewezen.

2.4. Het onderhavige goed betreft een halogeenlamp, type ES 65, voor wandbevestiging buiten met een infrarood sensor. De lamp bestaat uit een behuizing van metaal, aan de binnenzijde voorzien van reflecterend aluminium, waarin achter een rechthoekige glasplaat een halogeenlamp van maximaal 150 Watt kan worden aangebracht. Aan de behuizing is een scharnierende bevestigingsbeugel van metaal aangebracht zodat de lichtbundeling op een doel kan worden gericht. De infrarood sensor, die is voorzien van een tijdschakelaar en een schakelaar voor het instellen van de lichtintensiteit, bevindt zich onder de behuizing van de lamp en kan scharnieren en draaien. De lamp heeft een reikwijdte van ongeveer 10 meter. De hoogte, breedte en diepte van de lamp bedraagt ongeveer 22, 14 en 11 centimeter. De lamp is tezamen met een bijsluiter in een bedrukte kartonnen doos verpakt en wordt geleverd met een halogeenlamp van 150 Watt.

In de bijsluiter is onder meer het volgende vermeld:

“De ES 65 begroet niet alleen uw familie en vrienden maar schakelt ook in als ongenode gasten uw huis naderen en zetten deze dan onverwacht in het licht.

(...)

- de tijdregelaar

De tijdsduur is instelbaar van ca. 5 seconden (regelbaar naar rechts) tot maximaal 12 minuten (regelaar naar links).

Let op: komt er iemand in de detectie-zone als de lamp brandt, dan begint het aftellen van de ingestelde tijd opnieuw.”

2.5. Tot de gedingstukken behoort een door de douaneautoriteiten van het Verenigd Koninkrijk op 9 oktober 1998 verstrekte bindende tariefinlichting (hierna: de BTI), nummer UK 102654994. De BTI heeft betrekking op een product omschreven als:

“An alarm light system of which the tungsten floodlights designed to be attached to an outside wall and an alarm unit which is placed indoor (...). PIR (Passive Infra Red) will sense move ment around to a range of 10 m. During the day the alam will activate the siren or doorbell (via a user selection). At night the lamp will light up the area.”

Het product is ingedeeld in post 8531 10 30 van het GDT.

3. Het geschil

3.1. In geschil is het antwoord op de vraag of de inspecteur terecht een BTI heeft afgegeven met indeling van het onderhavige goed onder post

9405 40 10 van het GDT, welke vraag belanghebbende ontkennend en de inspecteur bevestigend beantwoordt.

Belanghebbende verdedigt de opvatting dat de goederen moeten worden ingedeeld in post 8531 10 30 van het GDT.

3.2. Voormelde posten luiden als volgt:

Post 8531 10 30

“8531 Elektrische toestellen voor hoorbare of voor zichtbare signalen (bijvoorbeeld bellen, sirenes, signaalborden, alarmtoestellen tegen diefstal of brand), andere dan die bedoeld bij de posten 8512 en 8530:

8531 10 - alarmtoestellen tegen diefstal, brandalarmtoestellen

en dergelijke toestellen:

(...)

- - andere:

(...)

8531 10 30 - - - van de soort gebruikt voor gebouwen”.

Posten 9405 40 10

“9405 Verlichtingstoestellen (zoeklichten en schijnwerpers daaronder begrepen) en delen daarvan, elders genoemd noch elders onder

begrepen; lichtreclames, verlichte aanwijzingsborden en dergelijke artikelen, voorzien van een vast aangebrachte lichtbron, alsmede elders genoemde noch elders onder begrepen delen daarvan:

(...)

9405 40 - andere elektrische verlichtingstoestellen:

9405 40 10 - - zoeklichten en schijnwerpers”.

3.3. Voorts acht de Douanekamer van belang de GS-Toelichtingen op de posten 8531 en 9405 van het GDT, waarvan de relevante bepalingen als volgt luiden:

GS-Toelichting op post 8531

“E. alarmtoestellen tegen diefstal. Deze toestellen hebben een detectieorgaan en een alarminrichting (bijvoorbeeld zoemer, bel, zichtbaar signaal). Door het detectieorgaan wordt het alarmwerk automatisch in werking gesteld. Er bestaan verscheidene soorten van deze toestellen, waarvan kunnen worden genoemd:

1. (...)

2. (...)

3. toestellen met foto-elektrische cel, waarbij een stralenbundel (meestal infrarode stralen) op de cel wordt gericht. Het verbreken van deze straal veroorzaakt wijzigingen in de stroomkring van de cel, waardoor het alarmsignaal in werking wordt gesteld;”.

GS-Toelichting op post 9405

“Verlichtingstoestellen, elders genoemd noch elders onder begrepen

De verlichtingstoestellen van deze groep mogen zijn vervaardigd uit ongeacht welke stof (met uitzondering van de stoffen vermeld in aantekening 1 op hoofdstuk 71) en mogen om het even welke lichtbron gebruiken (kaars, olie, benzine, petroleum, gas, acetyleen, elektriciteit, enzovoort). Elektrische apparaten mogen zijn uitgerust met fittings, schakelaars, elektrische draden met stekker, transformatoren, enzovoort, of, zoals in het geval van armaturen voor fluorescentielampen, van een starter en van een ballast.

De voornaamste soorten van bij deze post bedoelde lampen zijn:

(…)

Deze groep omvat eveneens zoeklichten en schijnwerpers. Dit zijn apparaten waarmede het licht van een, veelal regelbare, lichtbron kan worden geconcentreerd tot een lichtbundel die op een bepaald punt of op een bepaald oppervlak kan worden gericht, op min of meer grote afstand, door middel van een reflector en lens of alleen een reflector.”

4. Het standpunt van belanghebbende

4.1. De lamp is uitgerust met een bewegingsmelder en een schemerschakelaar. De bewegingsmelder bevat een infrarood-detector, die bewegingen kan waarnemen in het detectiegebied. Binnen het bereik van het detectiegebied springt de lamp automatisch aan. De lamp heeft zodoende een waarschuwingsfunctie. De hoofdfunctie van de lamp is dan ook het geven van een zichtbaar signaal. Daarnaast is de lamp zeer geschikt om ongewenste bezoekers in het detectiegebied af te schrikken. De lamp wordt hiervoor speciaal aanbevolen door de politie en de consumentenbond. De combinatie van felle halogeenlamp met bewegingsmelder is vergelijkbaar met een deurbel voor bijvoorbeeld woningen. Er is wel dit verschil dat de alarmlamp een zichtbaar signaal afgeeft en de deurbel een hoorbaar signaal. Overigens kan de lamp ook worden uitgerust met een bel. Doorgaans zal een koper de lamp niet aanschaffen met de bedoeling die als een gewoon verlichtingstoestel te gebruiken. Een halogeenlamp zonder bewegingsmelder is namelijk veel goedkoper en kan onbeperkt branden.

4.2. De douane heeft erop gewezen dat de lamp ook een engergiebesparing kan opleveren en dat dit ook een motief kan zijn om de lamp aan te schaffen. Het komt inderdaad veel voor dat consumenten producten gaan gebruiken voor andere doeleinden dan die waarvoor zij oorspronkelijk waren ontwikkeld. Bij de indeling gaat het echter om de objectieve kenmerken en eigenschappen van een product. Dit betekent dat het oorspronkelijke gebruiksdoel van het product, het doel wat de fabrikant/importeur bij de ontwikkeling van het product voor ogen stond, als doorslaggevend moet worden aangemerkt. Belanghebbende verwijst in dit verband naar de uitspraak van 17 februari 2004,

nr. 01/90133 DK, Douanerechtspraak 2004/33.

4.3. Voor een soortgelijk product hebben de douaneautoriteiten van het Verenigd Koninkrijk een BTI afgegeven voor post 8531.

4.4. De gemachtigde van belanghebbende heeft ter zitting het volgende opgemerkt.

Er is geen vergoeding van proceskosten gevraagd in bezwaar. Hiervan wordt dan ook afgezien.

De heer V heeft verschillende exemplaren van de in geding zijnde goederen getoond, waaronder model ES 49, en met een aantal daarvan een demonstratie gegeven. Naar aanleiding hiervan heeft hij nog het volgende opgemerkt. Model ES 49 is een lamp in de vorm van een witte bol van kunststof, die met dezelfde techniek is uitgerust als model ES65. De lampen hebben dus allemaal een infrarood sensor en zijn standaard zo ingesteld dat zij na ongeveer tien seconden vanzelf weer uitgaan. Het model ES65 kan zo worden ingesteld dat de stralenbundel op een bepaald doel kan worden gericht. Speciaal hiervoor is dit model uitgevoerd met een halogeenlamp van 150 Watt. Deze halogeenlamp geeft een fel licht en veel hitte af en kan daarom niet continu branden.

5. Het standpunt van de inspecteur

5.1. Het betreft elektrische verlichtingstoestellen met een ingebouwde bewegingsmelder die ervoor zorgt dat de lamp gaat branden als er binnen het detectiegebied een beweging wordt waargenomen. Dit licht is niet het “zichtbaar signaal” uit de tekst van de Toelichting op post 8531. Onder “zichtbaar signaal” verstaat de Toelichting bijvoorbeeld een fel helder knipperend lichtsignaal. Dit signaal moet de omgeving erop wijzen dat het alarmtoestel tegen diefstal is afgegaan. De lamp kan dan ook niet worden aangemerkt als een toestel voor zichtbare signalen als bedoeld in post 8531 zodat indeling onder deze post niet mogelijk is. Bovendien wijkt het detectiesysteem van de lamp af van het detectiesysteem dat is beschreven in onderdeel E. onder 3. van de Toelichting op post 8531. De bewegingsmelder werkt namelijk volgens het principe van plotselinge temperatuursveranderingen. Bij producten bedoeld onder post 8531 wordt een stralenbundel op een cel gericht. Het verbreken van deze straal veroorzaakt wijzigingen in de stroomkring waardoor het alarmsignaal (bel, zoemer, knipperlicht, stilalarm) wordt geactiveerd.

5.2. Ook uit de gebruiksaanwijzing blijkt dat de lamp bedoeld is om te verlichten. Voorts blijkt daaruit dat de lamp wel degelijk langer dan twaalf minuten aaneengesloten kan branden. Zolang zich iemand in de detectiezone bevindt zal de lamp blijven branden.

5.3. Het goed waarvoor de douaneautoriteiten van het Verenigd Koninkrijk een BTI voor post 8531 hebben afgegeven is niet hetzelfde als de lamp die in deze zaak onderwerp van geschil is. Het betreft in deze BTI een lamp met bewegingsmelder samen met een in huis te plaatsen alarmunit.

5.4. Ter zitting heeft de inspecteur nog aan zijn stellingen toegevoegd dat de lamp een besparing van energiekosten geeft doordat hij automatisch weer uitgaat.

6. De rechtsoverwegingen

6.1. De goederen bestaan uit een metalen huis, voorzien van reflecterend aluminium aan de binnenkant, en een halogeenlamp van 150 W, aan de voorzijde afgeschermd met glas. Onderaan de behuizing is een infrarood sensor aangebracht. Door combinatie van de halogeenlamp en het reflecterend aluminium wordt een geconcentreerde lichtbundel verkregen, welke op een bepaald punt kan worden gericht.

6.2. Uit hetgeen sub 6.1. is overwogen, alsmede uit waarneming van het monster ter zitting, leidt de Douanekamer af dat de goederen, die gedurende de door een sensor en een timer mechanisme bepaalde periode constant branden, generlei signaalfunctie hebben, maar dienen om een object te verlichten, dus een verlichtingsmiddel zijn. De in post 8531 van het GDT omschreven hoorbare of zichtbare signalen ontbreken; die post is derhalve niet van toepassing. De goederen voldoen aan de omschrijving van post 9405, waarvan onderverdeling 40 10 van toepassing is.

6.3. Het beroep van belanghebbende op de sub 2.5. vermelde BTI verwerpt de Douanekamer. Deze BTI ziet op een ander product met wezenlijk andere kenmerken, nog daargelaten dat belanghebbende daarvan niet de rechthebbende is.

6.4. Gelet op het vorenstaande heeft de inspecteur de goederen in de sub 1.1. bedoelde BTI terecht onder 9405 40 10 van het GDT ingedeeld, zodat het beroep ongegrond moet worden verklaard.

7. De proceskosten

De Douanekamer acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten op de voet van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

8. De beslissing

De Douanekamer verklaart het beroep ongegrond.

De uitspraak is vastgesteld op 27 maart 2007 door mr. A. Bijlsma, voorzitter, en mrs. J.J.A.M. Kennis en K. Kooijman, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.M.C.G. van Aalst, griffier.

De beslissing is op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken.

De griffier: De voorzitter:

Beroep in cassatie

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het

instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht

van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.