Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2007:BA3079

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
06-03-2007
Datum publicatie
17-04-2007
Zaaknummer
04/4794 DK
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De Douanekamer stelt voorop dat volgens vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen het beslissende criterium voor de indeling in de regel moet worden gezocht in de objectieve kenmerken en eigenschappen van het in te delen product, zoals deze in de tekst van de posten van het GDT en in de aantekeningen op de afdelingen en hoofdstukken zijn omschreven. Gelet op de objectieve eigenschappen van het onderhavige product, als weergegeven in 2.2 en 2.4 en in aanmerking nemende dat het product, naar de Douanekamer gezien het verhandelde ter zitting en eigen waarneming van het monster heeft vastgesteld, in de praktijk uitsluitend in met lucht volgezogen toestand wordt gebruikt, komt de Douanekamer tot het oordeel dat het onderhavige product bestemd is om met lucht te worden gevuld en mitsdien moet worden aangemerkt als luchtbed in de zin van post 6306 van het GDT.

Steun hiervoor vindt de Douanekamer in aantekening 1, aanhef en onderdeel a), op Hoofdstuk 94 en in de bewoordingen van post 9404 van het GDT. Genoemde aantekening verwijst een product als het onderhavige onder meer naar hoofdstuk 63, en in laatstbedoelde post worden – voorzover van belang – ingedeeld “artikelen voor bedden”, voor welk doel het litigieuze goed niet wordt gebruikt, zoals belanghebbende ter zitting heeft erkend. Ook om die reden is post 9404 uitgesloten, en is indeling onder hoofdstuk 63 geboden.

De door belanghebbende overgelegde Duitse BTI doet aan het oordeel van de Douanekamer niet af, nog daargelaten dat belanghebbende daarvan niet de rechthebbende is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

Douanekamer

Uitspraak

in de zaak nr. 04/4794 DK

de dato 6 maart 2007

1.1. Op 7 december 2004 is bij de douanekamer van het Gerechtshof te Amsterdam (hierna: de Douanekamer) een beroepschrift ingekomen van K van het kantoor te R van …, ingediend namens de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid I B.V. te L, belanghebbende. Het beroepschrift is aangevuld bij brief van 23 december 2004.

1.2. Het beroep is gericht tegen de uitspraak van de inspecteur van de Belastingdienst/Douane Rotterdam/kantoor R, de inspecteur, van 29 oktober 2004, kenmerk …. Bij deze uitspraak werd het bezwaar van belanghebbende tegen een op 17 mei 2004 aan haar verstrekte bindende tariefinlichting, nummer …, afgewezen.

1.3. Van belanghebbende is door de griffier een griffierecht geheven van € 273. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

1.4. Belanghebbende heeft met dagtekening 18 maart 2005 een conclusie van repliek ingediend. De inspecteur heeft daarop gereageerd bij conclusie van dupliek, ingekomen op 14 april 2005.

1.5. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden tijdens de zitting van de Douanekamer van 14 november 2006. Namens belanghebbende is verschenen haar gemachtigde K voornoemd, en namens de inspecteur mr. W, tot bijstand vergezeld van mr. J. Partijen hebben elk een pleitnota overgelegd en voorgelezen. Belanghebbende heeft bij haar pleitnota een kopie van een Duitse bindende tariefinlichting, kenmerk DE B/3306-1, gevoegd. De inspecteur heeft zich over deze bijlage kunnen uitlaten. De Douanekamer rekent de pleitnota’s, alsmede de bij de pleitnota van belanghebbende gevoegde Duitse bindende tariefinlichting tot de stukken van het geding.

2. De vaststaande feiten

2.1. Ten behoeve van belanghebbende is op 20 januari 2004 een schriftelijke aanvraag ingediend voor afgifte van een bindende tariefinlichting (verder: BTI) voor een “zichzelf opblaasbaar matras”. In de aanvraag wordt als indeling van het product tariefpost 9404 21 90 van het Gemeenschappelijk douanetarief (hierna: GDT) voorgesteld. Bij de aanvraag is een folder gevoegd met een productomschrijving alsmede een monster.

2.2. Op 17 mei 2004 heeft de inspecteur de onder 1.1 vermelde BTI verstrekt. Daarin is het product ingedeeld onder tariefpost 6306 49 00 van het GDT. In vak 7 van de BTI is het product als volgt omschreven:

“Een oprolbaar matras van – volgens opgave – een weefsel van polyestergarens met een poly-urethane coating. Ter reducering van het volume wordt bij het oprollen de lucht uit de vulling van poly-urethane schuim geperst en wordt de matras met behulp van een ventiel afgesloten. Door het openen van het ventiel zuigt de matras zich weer vol lucht. De matras meet uitgerold 200 x 66 x 3,7 cm. Ten behoeve van het oprollen zijn aan het matras twee snelsluitingen bevestigd. Bij het matras is een overzak van polyester weefsel gevoegd met aan het uiteinde een koordsluiting. De matras wordt hoofdzakelijk gebruikt als kampeerartikel.”

Ter motivering van de indeling is in de BTI aangegeven dat deze is geschied met toepassing van algemene regels 1 en 6 voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur, de tekst van de GN-codes 6306, 6306 49 en 6306 49 00, alsmede Committee Statement 340e vergadering Comité Mechanica, gepubliceerd op 7 mei 2004.

2.3. Tot de stukken van het geding behoort een bladzijde uit een catalogus waarin het onderhavige product is opgenomen. Het gaat om een bladzijde getiteld “Camping”, tabblad “bedden en matjes”. Het product is hierin omschreven als:

“21BT Zichzelf opblaasbare luchtbedden ?3 dikten?

VERBETERDE UITVOERINGEN

Kwaliteit: 182T polyster/PU gecoat met open cel, PU foam binnenin gelijmd

Afmetingen: 21BT: 200 x 66 x 3,7 cm

(…)

Merknaam: Abbey Camp

Kleur: (…)

Verpakking: per stuk strak opgerold gesloten d.m.v. 2 snelsluitingen, voorzien van een reparatiesetje (…)”.

2.4. Blijkens de stukken van het geding, het verhandelde ter zitting en de waarneming door de Douanekamer van een monster, staat omtrent het product vast dat het gaat om een goed van bovenvermelde afmetingen dat is opgevuld met een schuim van polyurethaan en dat is voorzien van een opening met een ventiel. Het goed vult zichzelf met lucht als het wordt uitgerold en het ventiel wordt geopend. Als het goed zich heeft volgezogen met lucht wordt het ventiel gesloten, zodat de lucht niet kan ontsnappen. Het product wordt in met lucht volgezogen toestand gebruikt. Na gebruik kan het ventiel worden geopend, waardoor de lucht kan ontsnappen en het goed kan worden opgerold. Vervolgens kan het goed weer in de overzak worden gedaan.

2.5. Tot de stukken van het geding behoort een verslag van de 340e vergadering van het Customs Code Committee, Tariff and Statistical Nomenclature Section (Mechanical). Daarin is, voor zover van belang, het volgende vermeld:

“3.5. Self-inflatable mattresses (…)

Facts: Divergent BTI’s issued

Question: Is a self-inflatable mattress classifiable as camping goods (heading 6306) or as a mattress support (heading 9404)?

Conclusions: MS agree with the Commission proposal for classification of the product under CN code 6306 49 00 as camping goods as reflected in the Committee statement at Annex II. MS invited tot revoke incorrect BTIs and to inform the Commission whether a legal measure is necessary.”

Het “Committee statement” waarnaar in het verslag wordt verwezen, luidt als volgt:

“The committee concluded that:

A self-inflatable mattress with the following dimensions: 185 cm (L) , 66 cm (W) and 3,8 cm (H) when inflated.

It consists of an outer layer of nylon and an internal layer of foam synthetics. It is fitted with a valve, which allows air in and out.

The layer of nylon has a surface, which increases the friction with other materials (…) and is durable resisting dirt, dampness and punctures.

The mattress is neither stuffed nor fitted with springs.

The intended use is that of camping goods.

The product is classifiable under CN code 6306 49 00 as camping goods being a pneumatic mattress of other textile material (nylon) than cotton (…)”.

2.6. Ter zitting van 14 november 2006 heeft belanghebbende een door de Duitse douaneautoriteiten op 5 januari 2006 aan F te R (Duitsland) afgegeven BTI (verder: Duitse BTI) overgelegd waarin een:

“sog. selbstaufblasbare Matratze (charakterbestimmend in Bezug auf die Verwendung) (…) mit eiem dehnbaren Kern aus Schaumkunststoff (Polsterung) und einem luftdicht beschichteten Überzug aus Gewebe aus Polyamid. (…) mit einem Ventil ausgestattet, das beim öffnen die Matte geringfügig mit Luft befüllt”

wordt ingedeeld onder post 9404 90 90 van het GDT.

3. Geschil

3.1. In geschil is het antwoord op de vraag of de inspecteur voor het in de BTI omschreven product terecht een BTI heeft verstrekt met indeling in post 6306 49 00 van het GDT. De inspecteur beantwoordt deze vraag bevestigend en belanghebbende ontkennend. Belanghebbende bepleit indeling van het product onder tariefpost 9404 21 90 van het GDT.

3.2. De voor de beslechting van het geschil relevante posten luiden als volgt:

“6306 Dekkleden en zonneschermen voor winkelpuien en dergelijke; tenten; zeilen voor schepen, zeilplanken, zeilwagens en zeilsleden; kampeerartikelen:

(…)

- luchtbedden:

(…)

6306 49 00 - - van andere textielstoffen…”

“9404 Springbakken, spiraalmatrassen en dergelijke in een lijst of in een raam gevatte matrassen; artikelen voor bedden en dergelijke (bij voorbeeld matrassen, dekbedden, gewatteerde dekens, kussens, poefs, peluws), met binnenvering of opgevuld met ongeacht welk materiaal, dan wel van rubber of van kunststof, met celstructuur, ook indien overtrokken:

- matrassen:

9404 21 - - van rubber of van kunststof, met celstructuur, ook indien overtrokken:

(…)

9404 21 90 - - - van kunststof…”

3.3. Voor de indeling van het product zijn tevens van belang Aantekening 1 op Afdeling XI, Aantekening 1, letter s, op hoofdstuk 94 en de toelichting van het geharmoniseerd systeem (hierna: GS-toelichting) op de posten 6306 en 9404.

3.31. Aantekening 1 op Afdeling XI luidt, voorzover van belang, als volgt:

“Afdeling XI

1. Deze afdeling omvat niet:

(…)

s) artikelen bedoeld bij hoofdstuk 94 (bijvoorbeeld meubelen, artikelen voor bedden, verlichtingstoestellen;”

3.3.2. Aantekening 1, aanhef en onderdeel a) luidt, voorzover van belang:

“1. Dit hoofdstuk omvat niet:

a) matrassen en kussens, zowel hoofdkussens als andere, bestemd om met lucht of met water te worden gevuld, bedoeld bij de hoofdstukken 39, 40 en 63”

3.3.3. De GS-toelichting op post 6306 luidt, voorzover van belang, als volgt:

“Deze post omvat (…):

(…)

5. Kampeerartikelen. Hiertoe behoren waterzakken en opvouwbare emmers, (…) matten (...), luchtkussens en luchtmatrassen (andere dan bedoeld bij post 40.16), (…).

Van deze post zijn uitgezonderd:

(…)

b. opgevulde artikelen bedoeld bij post 9404, zoals slaapzakken, matrassen, peluws en oorkussens.”.

3.3.4. De GS-toelichting op post 9404 luidt – voorzover van belang – als volgt:

“B. bepaalde artikelen voor bedden, waarvan de essentiële kenmerken zijn dat zij zijn voorzien van binnenvering, dan wel zijn opgevuld met ongeacht welk materiaal (bijvoorbeeld katoen, wol, paardenhaar, dons, synthetische vezels), met inbegrip van die van rubber of van kunststof met celstructuur, al dan niet overtrokken met textiel, kunststof, enzovoort. Hiervan kunnen worden genoemd:

1. matrassen, met inbegrip van matrassen met metalen karkas;

2. dekbedden en (…) ondermatrassen (een soort dunne matras, die tussen de eigenlijke matras en de springbak gelegd wordt) (…);

3. slaapzakken.

(…)

Van post 94.04 zijn daarentegen uitgezonderd:

(…)

b. luchtmatrassen en luchtoorkussens (post 39.26, 40.16 of 63.06) en dergelijke luchtkussens(…);”

4. Het standpunt van belanghebbende

4.1. Het product moet worden ingedeeld onder tariefpost 9404 21 90 van het GDT. Primair op grond van algemene indelingsregel 1, subsidiair met toepassing van algemene indelingsregel 3a, 3b of 3c.

4.2. Het in geschil zijnde product is opgevuld met polyurethaanschuim; dit schuim kan lucht bevatten: open cellen vullen zich door vacuümwerking met lucht. Dat neemt niet weg dat het goed ook zonder lucht als zodanig gebruikt kan worden. Aantekening 1 op hoofdstuk 94 verhindert dan ook niet indeling onder post 9404. Uit de GS-Toelichting op post 6306 volgt voorts dat indeling onder post 6306 niet mogelijk is aangezien het goed is opgevuld met schuim. Anders dan de inspecteur meent, vloeit uit de tekst van de tariefpost 9404, noch uit de relevante toelichtingen dat onder post 9404 uitsluitend matrassen voor bedden voor de dagelijkse nachtrust vallen.

4.3. Indien algemene indelingsregel 1 niet van toepassing is, dient het product met toepassing van algemene indelingsregel 3a te worden ingedeeld onder post 9404, nu deze post een meer specifieke omschrijving geeft dan het algemene “kampeerartikelen” van post 6306. Zou indelingsregel 3a niet van toepassing zijn, dan moet het product met toepassing van algemene indelingsregel 3b worden ingedeeld onder tariefpost 9404. Immers, het product heeft het wezenlijke karakter van een matras en heeft ook de functie daarvan. Zijn algemene indelingsregels 3a noch 3b van toepassing, dan moet het product op grond van algemene indelingsregel 3c onder tariefpost 9404 worden ingedeeld aangezien deze post in volgorde van nummering het laatst geplaatst is. In een soortgelijke zaak heeft de Zweedse douane indelingsregel 3c toegepast en op grond daarvan een matras met een binnenzijde van “cellular plastic” onder tariefpost 9404 21 90 van het GDT ingedeeld.

4.4. De conclusie van het Customs Code Committee is niet bindend voor de indeling van het onderhavige product. Er is immers geen indelingsverordening. Bovendien is het matras waarover het Committee spreekt een ander product. Het advies betreft een matras dat “is neither stuffed nor fitted with springs”, het onderhavige product is wel opgevuld.

4.5. Ter zitting heeft belanghebbende, zakelijk weergegeven, nog het volgende aan haar stellingen toegevoegd:

Steun voor het standpunt dat het onderhavige goed in tariefpost 9404 21 90 moet worden ingedeeld, wordt gevonden in de Duitse BTI. Deze BTI betreft hetzelfde product als het onderhavige. Het kan toch niet zo zijn dat het product bij invoer in Nederland onder een andere post wordt ingedeeld dan wanneer het in Duitsland voor het vrije verkeer wordt aangegeven. Zó worden handelsstromen verlegd.

Het product zal in de praktijk niet gebruikt worden zonder dat het zich met lucht heeft volgezogen. De lucht zit als het ware in het schuim. Een goed als de onderhavige wordt niet op een bed gebruikt.

5. Het standpunt van de inspecteur

5.1. Het product is in de BTI terecht ingedeeld onder tariefpost 6306 40 00 van het GDT. Een product als de onderhavige behoort tot een kampeeruitrusting, naar objectieve maatstaven is het een kampeerartikel. Dergelijke artikelen worden met name genoemd in de kop van post 6306.

5.2. Hoewel het product is opgevuld met polyurethaanschuim, kan het niet onder post 9404 worden ingedeeld. Het schuim op zich is niet geschikt om zelfstandig steun te bieden bij het slapen. Het schuim is daarvoor te slap. Het schuim heeft de eigenschap dat het veel lucht kan opnemen. Als dat door opening van het ventiel gebeurd is en het ventiel weer is gesloten, kan het product pas worden beslapen. Het schuim is bovendien niet bedoeld als vulmateriaal zoals de matrassen van 9404; het is een “inrichting” die de luchtmatras van lucht voorziet. Het in geding zijnde goed is geen “artikel voor bedden” in de zin van tariefpost 9404. Ook daarom is indeling in die tariefpost onjuist.

5.3. Als algemene indelingsregel 1 niet van toepassing is, kan toepassing van algemene indelingsregel 3a belanghebbende niet baten: het product is naar objectieve maatstaven een kampeerartikel. Ook met toepassing van algemene indelingsregel 3b blijft het product een onder tariefpost 6306 in te delen goed. Blijkens de internetsite van belanghebbende wordt de matras als kampeerartikel aangeboden. Dát is het wezenlijk karakter van het product. Aan algemene indelingsregel 3c wordt niet toegekomen. Belanghebbendes beroep op de Zweedse BTI kan geen doel treffen, nu zij niet de rechthebbende op deze BTI is.

5.4. Steun voor het standpunt dat het product onder tariefpost 6306 moet worden ingedeeld, kan worden gevonden in het standpunt dat het Customs Code Committee, Tariff and Statistical Nomenclature Section heeft ingenomen in haar 340e vergadering.

5.5. Ter zitting heeft de inspecteur, zakelijk weergegeven, nog het volgende aan zijn stellingen toegevoegd:

Betwist wordt dat de Duitse BTI hetzelfde product betreft. Als belanghebbende deze BTI eerder had overgelegd, had ik contact opgenomen met de Duitse autoriteiten om hen mede te delen dat de Duitse BTI ons inziens niet correct is en moet worden ingetrokken. Wanneer de Duitse douane bij haar standpunt was gebleven, hadden de Nederlandse autoriteiten de zaak in Brussel bij de Commissie aangebracht. Een BTI als de nu overgelegde Duitse BTI was door de Nederlandse douane niet afgegeven.

6. De rechtsoverwegingen

6.1.1. De Douanekamer stelt voorop dat volgens vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen het beslissende criterium voor de indeling in de regel moet worden gezocht in de objectieve kenmerken en eigenschappen van het in te delen product, zoals deze in de tekst van de posten van het GDT en in de aantekeningen op de afdelingen en hoofdstukken zijn omschreven. Gelet op de objectieve eigenschappen van het onderhavige product, als weergegeven in 2.2 en 2.4 en in aanmerking nemende dat het product, naar de Douanekamer gezien het verhandelde ter zitting en eigen waarneming van het monster heeft vastgesteld, in de praktijk uitsluitend in met lucht volgezogen toestand wordt gebruikt, komt de Douanekamer tot het oordeel dat het onderhavige product bestemd is om met lucht te worden gevuld en mitsdien moet worden aangemerkt als luchtbed in de zin van post 6306 van het GDT.

6.1.2. Steun hiervoor vindt de Douanekamer in aantekening 1, aanhef en onderdeel a), op Hoofdstuk 94 en in de bewoordingen van post 9404 van het GDT. Genoemde aantekening verwijst een product als het onderhavige onder meer naar hoofdstuk 63, en in laatstbedoelde post worden – voorzover van belang – ingedeeld “artikelen voor bedden”, voor welk doel het litigieuze goed niet wordt gebruikt, zoals belanghebbende ter zitting heeft erkend. Ook om die reden is post 9404 uitgesloten, en is indeling onder hoofdstuk 63 geboden.

6.1.3. De door belanghebbende overgelegde Duitse BTI doet aan het oordeel van de Douanekamer niet af, nog daargelaten dat belanghebbende daarvan niet de rechthebbende is.

6.2. Uit het vorenoverwogene volgt dat het litigieuze product met toepassing van algemene indelingsregel 1 moet worden ingedeeld onder post 6306 49 00 van het GDT. Het beroep is mitsdien ongegrond.

7. De proceskosten

De Douanekamer acht geen termen aanwezig voor een veroordeling van een partij in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

8. De beslissing

De Douanekamer verklaart het beroep ongegrond.

De uitspraak is vastgesteld op 6 maart 2007 door mrs. F.H.M. Possen, voorzitter, en M.E. van Hilten en M.J. Kuiper, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.M.C.G. van Aalst als griffier. De beslissing is op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken.

De griffier: De voorzitter:

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.