Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2006:BA2999

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
19-12-2006
Datum publicatie
20-04-2007
Zaaknummer
06/1572
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verblijfsvergunning vanwege medische noodsituatie staat verzoeker niet toe te werken. Zal de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen niet (kunnen) nakomen. Geen persoonlijke omstandigheden die toelating desondanks rechtvaardigen.

Wetsverwijzingen
Faillissementswet 285
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

ARREST van 19 december 2006 in de zaak met rekestnummer 06/1572 van:

X,

APPELLANT,

procureur: mr. J.L. Muller.

1. Het geding in hoger beroep

1.1. Appellant – X – is bij per fax op 17 oktober 2006 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift in hoger beroep gekomen van het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 9 oktober 2006 met rekestnummer 347580/FT-RK 06.1406, waarbij het verzoek van X tot van toepassing verklaring van de wettelijke schuldsaneringsregeling is afgewezen.

1.2. Het hoger beroep is behandeld ter terechtzitting van 21 november 2006. Ter zitting is X verschenen, bijgestaan door zijn procureur voornoemd.

2. De gronden van de beslissing

2.1. De rechtbank is bij de beslissing waarvan beroep tot het oordeel gekomen dat het verzoek van X om toegelaten te worden tot de schuldsaneringsregeling moet worden afgewezen, daar hij niet in het bezit is van een verblijfsvergunning op grond waarvan hij onbeperkt toegang tot de arbeidsmarkt heeft, zodat er onvoldoende vooruitzichten bestaan dat hij uitvoering zal kunnen geven aan de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende inspanningsverplichting.

2.2. In hoger beroep is het volgende gebleken.

2.2.1 X is in 1992 naar Nederland gekomen. In augustus 1995 is hij vertrokken naar Zuid-Afrika en in 2000 is hij teruggekeerd naar Nederland met een geldige machtiging tot voorlopig verblijf. Vervolgens heeft hij een verblijfsvergunning gehad onder de beperking verblijf bij echtgenote, welke vergunning laatstelijk is verlengd tot 22 februari 2008. Deze vergunning is bij beschikking van 24 juni 2004 ingetrokken met ingang van 2 april 2003. Tevens is bij beschikking van 24 juni 2004 zijn aanvraag met als doel voortgezet verblijf afgewezen. Tegen deze beslissingen heeft X op 22 juli 2004 bezwaar aangetekend. Op 2 augustus 2004 heeft X een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning met als doel medische behandeling. Deze vergunning onder de beperking verblijf vanwege medische noodsituatie is hem verleend bij beschikking van de IND van 21 juli 2005 met ingang van 2 augustus 2004 tot 2 augustus 2006. Gelet op de beperkingen van deze vergunning is arbeid niet toegestaan. X heeft thans verlenging aangevraagd van deze vergunning. Hierop is nog geen beslissing genomen door de IND.

X is HIV geïnfecteerd en wordt sinds juli 2004 behandeld met medicijnen. Deze behandeling is levenslang nodig. De afweer van X is sterk gedaald, waardoor al gesproken kan worden van de ziekte Aids. In Swaziland zijn geen adequate medische behandelingsmogelijkheden.

2.2.2 De totale schuldenlast van X bedroeg blijkens de verklaring ex artikel 285 lid 1 sub e van de Faillissementswet (Fw.) op 17 mei 2005 € 4.982,62.

X heeft gesteld dat zijn schulden zijn ontstaan in de periode waarin hij geen verblijfsvergunning had en hij ook geen inkomen had. Nu de schulden hem boven het hoofd zijn gegroeid, heeft hij een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling gedaan om zo zijn financiële situatie weer op orde te krijgen en zichzelf daarmee ook de rust te geven die noodzakelijk is voor zijn gezondheid.

X heeft gesteld dat enerzijds zijn medische situatie hem belet te werken. Hij is hiervoor onder behandeling in het Slotervaart ziekenhuis. Anderzijds is het zo dat hij op grond van de beperkingen van zijn verblijfsvergunning niet mag werken. De rechtbank stelt naar de mening van X derhalve een onterechte eis. X heeft gesteld dat aan iemand die wegens zijn gezondheid niet kan en mag werken niet de verplichting kan worden opgelegd om zijn inkomen te vergroten door het verrichten van betaald werk. De schuldsaneringsregeling is niet alleen ontworpen voor gezonde mensen, aldus X.

2.3. De doelstelling en strekking van de schuldsaneringsregeling komt hierop neer dat natuurlijke personen die in een uitzichtloze financiële positie zijn gekomen de kans moet worden geboden weer met een “schone lei” verder te gaan, waar tegenover staat dat van de schuldenaar een actieve medewerking aan een doeltreffende uitvoering van de schuldsaneringsregeling wordt gevergd.

Met de rechtbank is het hof van oordeel dat X thans – zolang hij niet in het bezit is van een verblijfsvergunning waarmee hij onbeperkt toegang heeft tot de arbeidsmarkt – niet aan zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen zal kunnen voldoen. Hij kan met deze (tot februari 2007 geldende) verblijfsvergunning, die hem niet toestaat te werken, immers geen reguliere betaalde arbeid verrichten. De vrees is daarom gerechtvaardigd dat X zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen niet zal (kunnen) nakomen. Nu ook overigens niet is gebleken van het bestaan van X persoonlijk betreffende omstandigheden, die desondanks toelating tot de schuldsaneringsregeling rechtvaardigen, dient de uitspraak waarvan beroep te worden bekrachtigd.

2.4 Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing.

3. De beslissing

Het hof:

bekrachtigt de beslissing waarvan beroep.

Dit arrest is gewezen door mrs. A.D.R.M. Boumans, A. Bockwinkel en J.E. Molenaar en uitgesproken ter openbare terechtzitting van het hof van 19 december 2006 in tegenwoordigheid van de griffier.

Van dit arrest kan gedurende acht dagen na die van de uitspraak beroep in cassatie worden ingesteld door middel van een verzoekschrift in te dienen ter griffie van de Hoge Raad.