Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ7806

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
15-12-2006
Datum publicatie
05-02-2007
Zaaknummer
04/975
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Proceskostenveroordeling
Inhoudsindicatie

Indeling van vloermatten/tapijten van zeegras in tariefpost 4601 (belanghebbende) of tariefpost 5702 (de inspecteur).

Uit de uitspraak op bezwaar valt af te leiden dat door de inspecteur reeds in een eerder stadium toezeggingen zijn gedaan dat de door belanghebbende gewenste indeling in de nomenclatuur gevolgd zou worden, zodat er voor de uitnodiging tot betaling geen plaats was. Pas in de litigieuze uitspraak heeft de inspecteur die toezegging gerealiseerd daarbij echter verzuimend de uitnodiging tot betaling te vernietigen en het bezwaar gegrond te verklaren.

De Douanekamer verklaart het bezwaar gegrond, hetgeen met zich brengt dat aan de tariefindeling in deze zaak niet kan worden toegekomen.

Proceskosten voor de bezwaarprocedure in goede justitie vastgesteld op € 15000,- (i.e. voor deze zaak € 1000,-).

Beroep gegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

Douanekamer

Uitspraak

in de zaak nr. 04/975 DK

de dato 15 december 2006

1. De procedure

1.1. Op 19 maart 2004 is bij de Douanekamer van het Gerechtshof te Amsterdam (hierna: de Douanekamer) een beroepschrift ingekomen van A en B van C Belastingadviseurs te D, namens X B.V. te E, belanghebbende.

Het beroep is gericht tegen de uitspraak van de inspecteur van de Belastingdienst/Douane P (hierna: de inspecteur) van 11 februari 2004, kenmerk, xxxx, waarbij het bezwaar van belanghebbende tegen de uitnodiging tot betaling, gedagtekend 7 maart 2003, kenmerk xxxx, ten bedrage van € 8.086,59 aan douanerechten, werd afgewezen.

1.2. Van belanghebbende is door de griffier een griffierecht van € 273 geheven. Belanghebbende heeft haar beroepschrift nader gemotiveerd bij brief van 23 april 2004.

1.3. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend. Op 2 augustus 2004 is van belanghebbende een conclusie van repliek ingekomen. De inspecteur heeft daarop gereageerd bij conclusie van dupliek, ingekomen op 9 september 2004.

1.4. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden tijdens de zitting van de Douanekamer van 18 oktober 2005. Daar zijn gelijktijdig behandeld de verwante, eveneens door belanghebbende ingestelde, beroepen met de nummers 04/976 DK, 04/977 DK, 04/978 DK, 04/979 DK, 04/980 DK, 04/981 DK, 04/982 DK, 04/983 DK, 04/984 DK, 04/985 DK, 04/986 DK, 04/987 DK, 04/988 DK en 04/989 DK.

Ter zitting zijn verschenen namens belanghebbende, A en B voornoemd, en F, administrateur bij G B.V., alsmede namens de inspecteur H, vergezeld van I en J van het Douane Laboratorium te Amsterdam (hierna: het Laboratorium). Tijdens de zitting hebben partijen een pleitnota overgelegd en voorgelezen.

De Douanekamer rekent de pleitnota's tot de gedingstukken.

2. De feiten

2.1. Belanghebbende, douane-expediteur, heeft in opdracht van G B.V. (hierna: G) te D aangiften gedaan voor het vrije verkeer in de periode van 2000 tot en met 2002. De goederen op de aangiften zijn omschreven als 'matten en horden van plantaardig materiaal, andere zijnde matten van zeegras', van oorsprong uit China en zijn door belanghebbende aangegeven onder post 4601 20 90 van het Gemeenschappelijk Douanetarief (hierna: GDT); ter zake daarvan zijn geen douanerechten geheven.

2.2. Tijdens een controle na de invoer bij de importeur G over bovengenoemde periode heeft de douane in maart 2003 vastgesteld dat de aangegeven goederencode niet de juiste is.

De tekst van het opgestelde controlerapport luidt, voorzover van belang:

(...)

'3.2. Bevindingen m.b.t. tarifering

De tarifering van de goederen in de gecontroleerde aangiften is voor een deel van de aangiften onjuist.

- Zeegras China

Door de aangevers K B.V. (A), X B.V. (...), L B.V. (..) M B.V. (...) zijn goederen aangegeven als "matten van zeegras" matten van plantaardig materiaal zijnde zeegras" en als 'zeegrasmatten' en ingedeeld onder goederencode 4601.2010.00 en onder goederencode 4601.2090.00.

Tijdens de CNI zijn diverse monsters bekeken van de goederen welke door diverse aangevers aangegeven zijn. Daarnaast heeft de importeur op verzoek monsters ter beschikking gesteld van alle soorten tapijten die zijn ingevoerd en deze zijn door ons beoordeeld.

Aan de hand van aantekening 1 op Hoofdstuk 57 van de HBI II blijkt dat als "tapijten" worden aangemerkt die vloerbedekking waarvan de bovenzijde uit textielstof bestaat. Verder schrijft aantekening 1 dat artikelen die de kenmerken van tapijten vertonen, doch voor andere doeleinden worden gebruikt eveneens als tapijten worden aangemerkt.

Aantekening 2b op hoofdstuk 46 schrijft dat bindgaren, touw en kabel niet tot dit hoofdstuk behoren ook indien gevlochten. Daarnaast staat in de GS toelichting op post 4601 vermeld dat van post 4601 uitgezonderd zijn matten en vloerbedekking, vervaardigd uit cocosvezels, uit sisal of uit dergelijke artikelen, met een rug of grondweefsel van bindgaren, touw of textielgarens (hoofdstuk 57).

Aantekening 3 A sub e op afdeling XI (textielstoffen en textielwaren) schrijft dat in deze afdeling worden aangemerkt als bindgaren, touw en kabel, de garens van andere plantaardige vezels van meer dan 20.000 decitex. Dit blijkt verder uit de GS-toelichting op afdeling XI en daarbij behorende Synoptische tabel 1.

Hierin staan de voorwaarden vermeld voor een indeling onder garens, bindgaren, touw en kabel, namelijk dat indien deze gemaakt zijn van andere plantaardige vezels met als kenmerk van meer dan 20.000 decitex deze ingedeeld dienen te worden onder 5607.

De hierboven genoemde garens, bindgarens, kabel en touw zijn verwerkt in weefsels waarvan de tapijten volgens dezelfde GS-toelichting letter C uitgezonderd zijn.

De ingevoerde goederen vallen onder geweven tapijten en dienen ingedeeld te worden onder goederencode 5702.5900.90.

Hierdoor zijn te weinig rechten bij invoer afgedragen.".

2.3. De goederen zijn in afwijking van de aangifte ingedeeld onder post 5702 59 00, waarvoor destijds een douanerecht van 6,8% gold. Als gevolg daarvan is de sub 1.1. vermelde uitnodiging tot betaling uitgereikt.

2.4. Na bezwaar is belanghebbende op 29 september 2003 gehoord; daarvan is een verslag opgemaakt. In het kader daarvan is een monster van de goederen onderzocht door het Laboratorium, het verslag van dat onderzoek, gedateerd 30 september 2003 luidt als volgt.

(...)

Onderzocht product: Seagrass matting

"Bij dit onderzoek is bevonden:

Tapijt van weefsel van zeegras, zonder pool, op een rug van rubber, niet geconfectioneerd.

Het onderzocht product is door mij ingedeeld onder goederencode:

5702.5900.90

(..)."

2.5. Belanghebbende heeft een heronderzoek gevraagd.

Naar aanleiding daarvan heeft het Laboratorium bij brief van 15 oktober 2003 - voorzover van belang- het volgende aan de inspecteur medegedeeld:

"Naar aanleiding van het schrijven van C van 6 mei j.l. (= 6 oktober, toevoeging DK) inzake de indeling van zgn. Chinamatten deel ik u het volgende mede.

Het Laboratorium is niet in staat vast te stellen of het onderhavige product vervaardigd is uit zeegras. Gelet op het uiterlijk van de vezels is dit wél aannemelijk. Het begrip Chinamat wordt uitgelegd in de GN toelichting van onderverdeling 4601.2010 en 90. Het onderzochte product voldoet niet aan deze omschrijving. Het artikel bestaat uit een weefsel van ineengedraaide strengen zeegras, aan de onderzijde voorzien van een rubberen laag. Chinagrasmatten bestaan uit een weefsel van vlechten van zeegras. Een rubberen rug is niet toegestaan.

GS toelichting op hoofdstuk 57, 3e alinea, vermeldt dat tapijten waarvan de rugzijde voorzien is van een vel rubber ingedeeld moeten worden in hoofdstuk 57. Tevens staat in de toelichting genoemd dat het gebruiksoppervlak uit textielstof moet bestaan. Helaas is er een verwijzing van zeegras naar hoofdstuk 14, waardoor zeegras geen textielstof van afdeling XI is. Het Laboratorium kan dit niet weerleggen. Dit wordt bevestigd doordat in hoofdstuk 53 (andere plantaardige textielvezels: papiergarens en weefsels daarvan) geen onderverdeling bestaat voor zeegras.

Het weefsel bestaat uit ineengedraaide strengen van zeegras. De GS toelichting op post 1401 vermeldt dat dit soort vezels indien ze gebruikt worden voor vlechten onder post 4601 ingedeeld dienen te worden. Het feit dat er vezels in elkaar gedraaid zijn wil niet zeggen dat het om een textielvezel van afdeling XI handelt.

Voor soortgelijke producten zijn in de EU enkele BTI's afgegeven.

Eén Nederlandse BTI voor post 5702; één Belgische BTI voor post 4601; één Franse BTI in eerste instantie voor post 4601 die naderhand is ingetrokken en vervangen door een gecorrigeerde BTI voor post 5702 en één Engelse voor post 5702.

Deze kwestie is tevens aan N van het BTI-team voorgelegd. Gelet op de complexiteit van de materie is zijn advies dat u nader met hem contact opneemt. Wél zou het Laboratorium nader op de hoogte gehouden willen worden over de (correcte) indeling van dit soort producten.

(...)".

2.6. Bij het beroepschrift heeft belanghebbende een op 20 oktober 2000 door de Belgische douaneautoriteiten verstrekte bindende tariefinlichting (hierna: BTI), met kenmerk BED.T.215.820 overgelegd. In dit document wordt G B.V. te D als verkrijger vermeld. In de BTI worden in vak 7 de volgende goederen omschreven:

"Mat van gedroogd, zeegras, geschikt als vloertapijt. De bovenkant bestaat uit twee parallel naast elkaar gelegde getwijnde vlechtstoffen, plat geweven met behulp van een ander getwijnde vlechtstof (om de 15 milimeter). De onderzijde is bedekt met een laag latex.

Motivering voor de indeling van het goed

- Algemene indelingsregels 1 en 6 voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur

- Aantekening 1 op hoofdstuk 46

- Bewoordingen van post 4601 en van GN-code 4601 20 10.".

De goederen zijn in vermelde BTI ingedeeld in post 4601 20 10.

2.7. Op 11 februari 2004 heeft de inspecteur het bezwaar afgewezen en daarbij ambtshalve teruggaaf verleend van de geheven douanerechten.

De tekst van de uitspraak op bezwaar luidt, voorzover van belang.

"(...)

Al de voor- en tegenargumenten tegen elkaar afwegend ben ik van mening dat de tapijten ingedeeld moeten worden onder goederencode 57.02. Het feit dat er volgens het Laboratorium sprake is van vezels en dus van textielstof is hiervoor het meest doorslaggevende argument.

Beslissing op het bezwaar

Ik wijs uw bezwaar af.

Ambtshalve teruggaaf

Daar ik telefonisch toegezegd heb dat de goederen ingedeeld worden onder goederencode 46.01 ga ik op grond van artikel 65 van de Algemene Wet Rijksbelastingen over tot ambtshalve teruggaaf.

Het volgende bedrag zal aan u worden terugbetaald dan wel kwijtgescholden:

61 Rechten bij invoer € 8086,59

--------------

Totaal € 8086,59".

2.8. Bij brief van 10 juni 2004 heeft het Laboratorium- voorzover van belang- het volgende aan de inspecteur medegedeeld:

" Hierbij deel ik u mede dat de vezels van het matje van zeegras een decitex waarde van meer (dan) 20.000 hebben.

(...)".

2.9. Op 16 juni 2004 is door de inspecteur aan de griffie van de Douanekamer een monster van het product overgelegd.

2.10. Bij zijn onder 1.3. vermelde conclusie van dupliek legde de inspecteur drie BTI's over. De tekst hiervan luidt - voorzover van belang:

BTI-referentie FR-E4-2000-002009

Land van afgifte FR

Datum aanvang 03/07/2000

geldigheid

(..)

Nomenclatuurcode 5702 59 00 30 00J

Motivering voor de RG 1 ET 6 EXCLU DU CHAP 46 PAR NESH PAGE 721

indeling

(...)

Naam en adres DIRECTION GENERALE DES DOUANES ET DROITS INDIRECTS

(..)

Omschrijving van de REVETEMENT DE SOL EN FIBRES DE SISAL TISSEES

goederen COMPORTANT UN PLANCHER (ENDUCTION DE LATEX

SUR UNE DE SES FACES).

Nationale sleutel- VLOERBEDEKKING, VAN SISAL,

woorden GEWEVEN, MET TAPIJTONDERGROND ".

"BTI-referentie FR-E4-2000-002008-A

Land van afgifte FR

Datum aanvang 09/08/2000

geldigheid

(...)

Nomenclatuurcode 5702 59 00 90 00B

Motivering voor de RG 1 ET 6 NESH PAGE 721

Indeling

(...)

Naam en adres DIRECTION GENERALE DES DOUANES ET DROITS INDIRECTS

(..)

Omschrijving van de JONC DE MER TRESSE SE PRESENTANT

goederen SOUS LA FORME DE ROULEAU DONT UNE

FACE EST IMPREGNEE DE LATEX, D'UNE LONGUEUR DE

30 M ENVIRON.

Nationale sleutel- VLOERBEDEKKING, RIET, TAPIJTRUGGEN,

woorden VAN SYNTHETISCHE RUBBERLATEX."

(..).

"BTI-referentie GB109040117

Land van afgifte GB

Datum aanvang 13/05/2002

geldigheid

(...)

Nomenclatuurcode 5702 59 00 30

Motivering voor de Classification is determined by the provision of girs 1

Indeling and 6 as well as the texts of 5702 and 5702 59.

(..)

Naam en adres H.M. Customs & Excise Tariff & Statistical Office (..)

Omschrijving van de A woven floor covering of seagrass. Of twisted strands

goederen Which have been woven into a floor covering. With a

Non-woven backing. Presented on the roll, not "made-up".

Nationale sleutel- geweven".

woorden

2.11. Bij brief van 15 september 2005 legde belanghebbende een controlerapport van de Belastingdienst/Douane P/kantoor p over van 29 juli 2005. In dit rapport wordt - voorzover van belang - vermeld:

"(..)3. Bevindingen van het onderzoek

Tijdens het onderzoek zijn de volgende onregelmatigheden geconstateerd.

3.1. Indeling zeegrasmatten

In de aangiften voor het vrije verkeer, genoemd in tabel 1, werden grasmatten aangegeven onder goederencode 4601 20 10 00 (preferentieel douanerecht 0%) en matten en horden van plantaardig materiaal, andere zijnde matten van zeegras ingedeeld onder goederencode 4601 20 90 00(preferentieel douanerecht 0%).

Als land van oorsprong werd China aangegeven.

Deze aangegeven goederencodes zijn niet juist, dat moet zijn 5702 59 00 90 (preferentieel douanerecht 6,4%).

(...)

De ingevoerde goederen vallen onder geweven tapijten en dienen ingedeeld te worden onder goederencode 5702 59 00 90.

Daardoor werden ten onrechte te weinig douanerechten geheven. (...).

4.2. Uitnodiging tot betaling

Voor de rechten bij invoer zal een boeking achteraf plaatsvinden.

Deze is gebaseerd op artikel 220 CDW. Voor de boeking achteraf zullen 2 uitnodigingen tot betaling worden verzonden naar de aangever X B.V.

(...)".

2.12. Het door de inspecteur op 16 juni 2004 overgelegde zevental voorbeelden van de in het geding zijnde producten kan als volgt worden omschreven: een rechthoekige mat gemaakt van een vlechtwerk van parallel naast elkaar gelegde, ineengedraaide strengen van zeegras. Touw met een dikte van 3 mm is gebruikt als dwarsverbindingen voor de stevigheid en het bijeenhouden van de strengen. De afmetingen varieren van 16 cm bij 25 cm tot 19 cm bij 25 cm. De randen zijn onafgewerkt en de onderzijde is voorzien van een rubberen of latex laag. De voorbeelden zijn behoudens hun afmetingen vergelijkbaar.

3. Het geschil

3.1. Het geschil spitst zich toe op de volgende vragen:

I. Moeten de goederen worden ingedeeld onder post 4601 20 10 van het GDT, zoals belanghebbende voorstaat, dan wel onder post 5702 59 00, hetgeen de inspecteur bepleit?

II. Maakt belanghebbende terecht aanspraak op een volledige proceskostenvergoeding voor de kosten gemaakt in de bezwaar- én beroepsprocedure ?

4. De standpunten van partijen

4.1. Zoals uit sub 5. hierna zal blijken hoeven hier slechts de standpunten met betrekking tot de proceskosten te worden weergegeven.

4.2. Belanghebbende vraagt een redelijke casu quo een volledige vergoeding van de kosten in bezwaar, te weten € 46.630, en van die in beroep die thans reeds begroot worden op € 28.700. Overigens acht belanghebbende toch ook nog belang aanwezig om in casu een uitspraak te doen over de indeling van de goederen in de nomenclatuur, en wel omdat er nog lopende bezwaarprocedures zijn over dezelfde materie.

4.3. De inspecteur ziet geen aanleiding om bij gegrondverklaring van het beroep van de forfaitaire regeling voor de proceskosten af te wijken.

5. De rechtsoverwegingen

5.1. Ten aanzien van de uitnodiging tot betaling

Uit de uitspraak op bezwaar (zie sub 2.7. hiervoor) valt af te leiden dat er door de inspecteur reeds in een eerder stadium toezeggingen zijn gedaan, die hierop neerkomen dat de door belanghebbende gewenste indeling in de nomenclatuur gevolgd zou worden, zodat er voor de uitnodiging tot betaling geen plaats was.

Pas in de litigieuze uitspraak heeft de inspecteur die toezegging gerealiseerd. Hij heeft daarbij evenwel verzuimd de uitnodiging tot betaling te vernietigen, en bijgevolg het bezwaar gegrond te verklaren.

De Douanekamer zal alsnog in laatstgenoemde zin beslissen.

Dit brengt met zich dat in deze zaak aan de tariefindeling niet kan worden toegekomen.

5.2. Ten aanzien van de proceskosten

5.2.1. Voor de bezwaarprocedure

In het bijzondere verloop van de onderhavige bezwaarprocedure ziet de Douanekamer aanleiding af te wijken van het eerste lid van artikel 2 van het Besluit proceskosten bestuursrecht.

Dit in aanmerking genomen stelt de Douanekamer de te vergoeden kosten in verband met de behandeling van het bezwaar op de voet van het derde lid van genoemde bepaling in goede justitie vast op € 15.000, waarvan aan deze zaak 1/15 deel toekomt = € 1.000.

5.2.2. Voor de beroepsprocedure

De Douanekamer acht geen termen aanwezig om voor de beroepsprocedure ook te oordelen dat er sprake is van bijzondere omstandigheden.

Bijgevolg stelt de Douanekamer het bedrag van de kosten voor die fase, overeenkomstig het in de bijlage van het Besluit opgenomen tarief, als volgt vast:

2,5 (beroepschrift, repliek, verschijnen zitting) x 1,5 (gewicht van de zaak) x 1,5 (samenhangende zaken) x € 322 =

€ 1.811,25, waarvan aan deze zaak 1/15 deel toekomt = € 120,75.

5.2.3. Samen

Als geheel komt in deze zaak voor vergoeding van proceskosten in aanmerking € 1000 + € 120,75 = € 1.120,75.

6. De beslissing

De Douanekamer:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak, waarvan beroep;

- verklaart het bezwaar gegrond;

- vernietigt de sub 1.1. genoemde uitnodiging tot betaling;

- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten en wijst de Staat der Nederlanden aan deze kosten, groot € 1.120,75 aan belanghebbende te voldoen;

- wijst de Staat der Nederlanden aan het griffierecht ad € 273 aan belanghebbende te vergoeden.

Aldus vastgesteld op 15 december 2006 door mr. F.H.M. Possen, voorzitter, en mrs. A. Bijlsma en J.J.A.M. Kennis, leden, in tegenwoordigheid van mr. S.K. Grando, griffier. De beslissing is op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken.

De griffier: De voorzitter:

Beroep in cassatie

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. Bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en bevat ten minste:

a) de naam en het adres van de indiener;

b) de dagtekening;

c) een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d) de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de indiener de Hoge Raad verzoeken de wederpartij te veroordelen tot betaling van de proceskosten.