Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ6690

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
21-12-2006
Datum publicatie
22-01-2007
Zaaknummer
42/06 NOT
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof is van oordeel dat de notaris de akte van verdeling niet had mogen passeren buiten aanwezigheid of zonder volmacht van klaagster. Het hof acht het onjuist dat de notaris zelfs niet is nagegaan of klaagster kennis had genomen van de uitnodiging en de conceptakte, zeker gezien het feit dat deze stukken zo kort voor de afgesproken uiterste passeerdatum van 1 juli 2005 bij klaagster waren bezorgd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

Beslissing van 21 december 2006 in de zaak onder rekestnummer 42/06 NOT van:

MR. [X],

notaris te [plaats],

APPELLANT,

t e g e n

[Y],

wonende te [plaats],

GEÏNTIMEERDE,

gemachtigde: mr. J.M. van Duursen.

1. Het geding in hoger beroep

1.1. Van de zijde van appellant, verder te noemen de notaris, is bij een op 9 januari 2006 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift - met bijlagen - tijdig hoger beroep ingesteld tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer van toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen te Groningen, verder te noemen de kamer, van 29 november 2005, verzonden op 12 december 2005, waarbij de klacht van geïntimeerde, hierna te noemen klaagster, gegrond is verklaard en aan de notaris de maatregel van berisping is opgelegd.

1.2. Van de zijde van de notaris is het hoger beroep aangevuld bij brief - met bijlagen – ingekomen op 17 maart 2006.

1.3. Van de zijde van klaagster is een verweerschrift - met bijlagen - ter griffie van het hof ingekomen op 12 april 2006.

1.4. De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 9 november 2006. Klaagster, haar gemachtigde en de notaris zijn verschenen en hebben het woord gevoerd. De notaris heeft dit gedaan aan de hand van een pleitnotitie.

2. De stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3. De feiten

Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling van de feiten door de kamer geen bezwaar gemaakt, zodat het hof ook van die feiten uitgaat.

4. Het standpunt van klaagster

4.1. Klaagster stelt dat de afwikkeling door de notaris die belast was met de verdeling van de tussen klaagster en haar exechtgenoot bestaan hebbende huwelijksgemeenschap zeer traag is geweest: het heeft de notaris vier maanden gekost om de notariële akte van verdeling te passeren, terwijl de conceptakte slechts op een enkel punt behoefde te worden aangepast.

4.2. Voorts klaagt klaagster erover dat de notaris genoemde akte niet had mogen passeren nu zij daarbij niet aanwezig was en hij niet over een door haar afgegeven volmacht beschikte. De uitnodiging om op 30 juni 2005 ten kantore van de notaris te verschijnen om de akte te tekenen, heeft klaagster pas diezelfde dag aangetroffen. Toen zij op 29 juni 2005 van huis ging was genoemde uitnodiging nog niet bezorgd. Dit geldt ook voor de conceptakte. Klaagster was dan ook niet op de hoogte van de inhoud van de akte, laat staan van de uiteindelijke verdeling.

4.3. Ook heeft de notaris geweigerd om vervolgens rekening en verantwoording van zijn werkzaamheden af te leggen aan klaagster .

4.4. Tenslotte stelt klaagster dat de notaris haar gemachtigden niet serieus heeft genomen. Zo weigert de notaris onder meer om haar kopieën van bankafschriften te verstrekken.

5. Het standpunt van de notaris

5.1. De notaris stelt dat begin maart 2005 de toenmalige gemachtigde van klaagster, de heer R.A. Hazelhoff Heeres, hierna: Hazelhoff, hem mededeelde dat er vonnis was gewezen door de rechtbank en dat de notaris kon overgaan tot verdeling van de gemeenschap. Op 19 april 2005 ontving de notaris het (gecorrigeerde) vonnis. Hazelhoff vroeg de notaris de zaak met spoed en persoonlijk af te wikkelen. De notaris heeft toen aangegeven dat hij het wel erg druk had. Hazelhoff heeft de notaris vervolgens een aantal faxen gezonden en hem telefonisch benaderd. Begin juni 2005 nam de voorzitter van de ring Groningen, mr. Nielsen, contact met de notaris op vanwege het feit dat Hazelhoff zijn beklag over de notaris had gedaan. In overleg met de voorzitter van de ring, klaagster en haar gemachtigde is begin juni 2005 afgesproken dat de verdeling zou plaatsvinden vóór 1 juli 2005. Op 28 juni 2005 heeft de notaris een brief met de uitnodiging voor het passeren van de akte op 30 juni 2005 en de conceptakte persoonlijk bij klaagster en haar ex-echtgenoot [Z], hierna: [Z], bezorgd. [Z] was aanwezig op 30 juni 2005, klaagster echter niet.

5.2. De notaris stelt voorts dat hij, in overeenstemming met de bepaling opgenomen in het vonnis, te weten dat het vonnis in de plaats zou kunnen treden voor de notariële akte of een deel daarvan, indien [Z] niet zou meewerken, de akte dezelfde middag, op 30 juni 2005, heeft gepasseerd. Daar [Z] niet meewerkte kon het vonnis, zo stelt de notaris, in plaats van een gedeelte van de notariële akte komen en was het niet nodig dat [Z] en klaagster de akte zelf ondertekenden. Als klaagster het niet eens was met het vonnis had zij hoger beroep moeten aantekenen en had zij aan [Z] het vonnis niet moeten laten betekenen. In de haast is in de akte blijven staan dat een van de medewerkers van de notaris namens klaagster optrad, terwijl daar had moeten staan dat er ter uitvoering van het vonnis getekend werd. Dat klaagster het ontwerp van de akte en de uitnodiging om aanwezig te zijn bij de ondertekening niet heeft ontvangen is spijtig, aldus de notaris, doch klaagster wist dat de akte vóór 1 juli 2005 getekend zou worden en zij heeft de notaris niet op de hoogte gesteld van haar afwezigheid.

5.3. Ten aanzien van de bejegening van de gemachtigden van klaagster stelt de notaris dat Hazelhoff voor hem had afgedaan nadat de notaris met de voorzitter van de ring had afgesproken geen contact meer te zullen hebben met Hazelhoff, nu deze ongegronde beschuldigingen jegens de notaris had geuit. De andere gemachtigde van klaagster, mr. Van Duursen, hierna: Van Duursen, beschikte niet over de nodige dossierkennis, aldus de notaris. Van Duursen verzocht de notaris om vele stukken uit het jarenlange dossier te vestrekken, voorzien van een toelichting. De notaris heeft daarom bij brieven van 1 en 4 juli 2005 aan klaagster gevraagd of hij deze informatie mocht verschaffen en heeft tevens gemeld dat hij de daarvoor benodigde tijd – nodig om de achterstand in dossierkennis van Van Duursen aan te zuiveren – bij klaagster in rekening zou brengen. De notaris heeft vervolgens geen antwoord van klaagster ontvangen.

5.4. Ten aanzien van het afleggen van verantwoording stelt de notaris dat indien klaagster wil dat hij over de verrichte werkzaamheden verantwoording aflegt, klaagster hem hiertoe opdracht moet geven en er in moet bewilligen dat hij de daarvoor benodigde tijd aan klaagster in rekening brengt. Voor het overige stelt de notaris dat hij slechts uitvoerder van het vonnis is, en dat het onnodig vertragend werkt indien klaagster hem aanspreekt op de inhoud van dit vonnis.

6. De beoordeling

6.1. Evenals de kamer is het hof van oordeel dat het eerste onderdeel van de klacht, waarin klaagster stelt dat de afwikkeling door de notaris zeer traag is geweest, ongegrond is. De notaris heeft onweersproken betoogd dat het vonnis nog niet in kracht van gewijsde was gegaan, dat hij – zoals hij ook Hazelhoff had laten weten – op vakantie is gegaan en pas daarna met zijn werkzaamheden zou kunnen aanvangen, dat hij het druk had en uiteindelijk op 19 april 2005 het gecorrigeerde vonnis van Hazelhoff ontving. De notaris heeft dan ook effectief twee en een halve maand aan de akte van verdeling kunnen werken. Het hof is van oordeel dat, mede gezien de complexiteit van de akte en de daaraan ten grondslag liggende berekeningen, de termijn niet als onredelijk lang kan worden aangemerkt.

6.2. Voorts is het hof van oordeel dat de notaris de akte van verdeling niet had mogen passeren buiten aanwezigheid of zonder volmacht van klaagster. Het hof acht het onjuist dat de notaris zelfs niet is nagegaan of klaagster kennis had genomen van de uitnodiging en de conceptakte, zeker gezien het feit dat deze stukken zo kort voor de afgesproken uiterste passerdatum van 1 juli 2005 bij klaagster waren bezorgd. De notaris had er goed aan gedaan telefonisch contact met klaagster, dan wel haar gemachtigde op te nemen. Dit had ertoe kunnen leiden dat alsnog een volmacht van klaagster was verkregen vóór 1 juli 2005, waarbij het hof aantekent dat deze datum niet als fataal kon worden beschouwd. Evenals de kamer is het hof van oordeel dat de stelling van de notaris dat hij slechts uitvoering gaf aan het vonnis van de rechtbank van 9 maart 2005 hier niet opgaat, nu dit vonnis zich uitdrukkelijk tegen [Z] richt en niet ziet op de omstandigheid dat klaagster niet zou willen meewerken aan het passeren van de akte. De vermelding in de akte dat een medewerker van de notaris namens klaagster optreedt acht het hof een ernstige onzorgvuldigheid nu er geen sprake was van een van klaagster verkregen volmacht. Dit onderdeel van de klacht is mitsdien terecht voorgesteld.

6.3. Ten aanzien van het klachtonderdeel dat zich richt op het weigeren van het afleggen van rekening en verantwoording door de notaris, dan wel dat de notaris dit uitsluitend tegen vergoeding van kosten zal doen, overweegt het hof het volgende. Het beantwoorden van vragen van cliënten, inclusief hun gemachtigden, inzake verrichte notariële werkzaamheden, moet worden aangemerkt als voortvloeiend uit die verrichte werkzaamheden en kan niet worden beschouwd als een separate opdracht waarvoor ook separaat kosten in rekening kunnen worden gebracht. De notaris had dan ook niet mogen eisen dat eerst duidelijkheid zou ontstaan over de betaling van de met deze werkzaamheden gemoeide kosten alvorens hij tot het afleggen van rekening en verantwoording zou overgaan. Het hof acht dit onderdeel van de klacht eveneens gegrond.

6.4. Tenslotte overweegt het hof ten aanzien van de wijze waarop de notaris de gemachtigden van klaagster heeft bejegend dat hij de verzoeken van deze gemachtigden als gedaan namens klaagster had moeten kwalificeren en daarop had behoren in te gaan. Ook dit onderdeel van de klacht is derhalve gegrond.

6.5. Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht kan als in het voorgaande reeds behandeld dan wel als thans niet ter zake dienend buiten beschouwing blijven.

6.6. Het vorenoverwogene leidt mitsdien tot de conclusie dat de klacht gegrond is en dat de door de kamer opgelegde maatregel van een berisping passend is, zodat het beroep moet worden verworpen.

7. De beslissing

Het hof:

- Verwerpt het beroep.

Deze beslissing is gegeven door mrs. A.L.G.A.. Stille, A.M.A. Verscheure en P.J.N. van Os uitgesproken ter openbare terechtzitting van donderdag 21 december 2006.

KAMER VAN TOEZICHT OVER DE NOTARISSEN EN KANDIDAAT-NOTARISSEN

IN HET ARRONDISSEMENT GRONINGEN

Reg.nr. 81353 KT/RK 05-7

Datum uitspraak: 29 november 2005

In de zaak van:

[Y],

wonende te [plaats],

klaagster,

mr. J.M. van Duursen, advocaat en procureur te Groningen,

tegen

MR. [X],

notaris te [plaats],

de notaris.

PROCESVERLOOP

Klaagster heeft bij brief van 23 augustus 2005, voorzien van bijlagen, bij de Kamer van Toezicht een klacht tegen de notaris ingediend.

De notaris heeft bij brief van 9 september 2005 op de klacht gereageerd.

De klacht is op 25 oktober 2005 door de Kamer behandeld.

Klaagster, vergezeld van haar advocaat mr. J.M. van Duursen en R.A. Heeres, zijn toen verschenen. De notaris is eveneens verschenen.

MOTIVERING

1. Vaststaande feiten

Op grond van de overlegde stukken en op grond van de onweersproken mededelingen van partijen staat voor zover van belang -zakelijk weergegeven- het volgende vast.

a. In 1999 is mr. [A] door de rechtbank benoemd tot boedelnotaris inzake de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap van klaagster en haar ex-echtgenoot (hierna: [Z]). De notaris is de opvolger van mr. [A].

b. Op 23 november 2001 zijn klaagster en [Z] een boedelverdeling overeengekomen.

Aan de hand daarvan is op 23 mei 2002 een concept-akte van verdeling tot stand gekomen. [Z] heeft zich na de totstandkoming van de akte tegen deze verdeling verzet. Bij vonnis van 9 maart 2005 heeft de rechtbank de bezwaren van [Z] tegen de overeenkomst verworpen. In het dictum is onder meer opgenomen dat het vonnis in de plaats treedt van de notariële akte of een deel daarvan indien [Z] niet meewerkt aan het passeren van de akte van scheiding en deling. Het vonnis is op 13 april 2005 gevolgd door een herstelvonnis wegens kennelijke verschrijvingen in het vonnis van 9 maart 2005.

c. Klaagster heeft de notaris verzocht om zich persoonlijk bezig te houden met de afwikkeling van de verdeling.

d. Op zeker moment zijn er problemen ontstaan in de relatie tussen klaagster en de notaris, waarbij de bemiddeling van mr. Nielsen van de Ring is ingeroepen. De bemiddeling heeft geleid tot de afspraak dat de akte van verdeling zou worden gepasseerd voor 1 juli 2005.

e. Bij brief van 28 juni 2005 heeft de notaris klaagster uitgenodigd om op 30 juni 2005 op zijn kantoor de akte van verdeling te bespreken en deze te passeren. Klaagster is niet verschenen.

f. De notaris heeft vervolgens op 30 juni 2005 buiten aanwezigheid van klaagster de akte gepasseerd.

g. Klaagsters advocaat heeft vervolgens verzocht om informatie met betrekking tot de akte en de door de notaris verrichte werkzaamheden. De notaris heeft geweigerd deze informatie te verschaffen.

2. Standpunt van klaagster

Het standpunt van klaagster komt -zakelijk weergegeven- op het volgende neer:

De afwikkeling door de notaris is zeer traag geweest: het heeft de notaris vier maanden gekost om de akte te passeren, terwijl het slechts ging om een aanpassing van een concept-akte en de verwerking van mutaties.

Daarnaast heeft de notaris de akte gepasseerd zonder dat klaagster daarbij aanwezig was en zonder te beschikken over een volmacht van klaagster. Klaagster was niet eens op de hoogte van de inhoud van de akte.

De notaris heeft voorts geweigerd rekening en verantwoording af te leggen over zijn werkzaamheden en de inhoud van de akte.

Ook heeft de notaris klaagsters gemachtigden niet serieus genomen, terwijl hij hen in een eerder stadium wel als gemachtigden heeft geaccepteerd.

3. Standpunt van de notaris

Het standpunt van de notaris komt -zakelijk weergegeven- op het volgende neer:

Begin maart 2005 heeft klaagster de notaris verzocht persoonlijk de verdeling van de boedel van klaagster en [Z] op zich te nemen. De notaris heeft hiermee ingestemd maar heeft duidelijk gemaakt dat, gezien de werkdruk en de complexiteit van de verdeling, hier wel enige tijd mee zou zijn gemoeid. De akte is uiteindelijk gepasseerd op 30 juni 2005, enkele maanden nadat het vonnis is gewezen. Gezien de omstandigheden is hier geen sprake van een onredelijke vertraging in de afwikkeling.

De notaris heeft op 28 juni 2005 persoonlijk bij klaagster de uitnodiging voor 30 juni 2005 in de brievenbus bezorgd. De notaris heeft niet geverifieerd of klaagster daadwerkelijk de brief had ontvangen. Toen klaagster op 30 juni 2005 niet verscheen, en [Z], na in eerste instantie te zijn verschenen, vertrokken was, is de notaris overgegaan tot het passeren van de akte, derhalve buiten aanwezigheid van partijen. Uit het feit dat klaagster geen hoger beroep had ingesteld tegen het vonnis en het vonnis was betekend aan [Z], heeft de notaris geconcludeerd dat klaagster wenste dat het vonnis ten uitvoer zou worden gelegd. De notaris is dan ook overgegaan tot het passeren van de akte. De notaris stelt zich op het standpunt dat hij hiermee heeft gedaan wat hij hoorde te doen. De notaris realiseert zich wel dat de formulering in de akte dat zijn kantoorgenoot namens klaagster is optreden, niet helemaal juist is nu klaagster geen volmacht heeft overgelegd.

De notaris stelt voorts dat hij voldoende toeschietelijk is geweest met betrekking tot het afleggen van rekening en verantwoording over (zijn werkzaamheden inzake) de verdeling. Uitsluitend indien de opdracht tot het verschaffen van informatie afkomstig is van klaagster persoonlijk, wil hij klaagsters advocaat informatie geven en alleen als hij de tijd die hiermee gemoeid is, in rekening kan brengen. Nu klaagster niet heeft gereageerd op zijn verzoeken om te bevestigen dat de gevraagde informatie tegen betaling aan haar advocaat kon worden toegezonden, is de notaris dan ook niet overgegaan tot het verstrekken van gegevens.

4. Beoordeling

4.1 Klaagster heeft voorop gesteld dat de notaris traag heeft gehandeld. De Kamer is van oordeel dat dit onderdeel van de klacht ongegrond is.

Hoewel het begrijpelijk is dat klaagster de verdeling van de boedel op zo kort mogelijke termijn afgehandeld wilde zien, acht de Kamer, mede gezien de complexiteit van de werkzaamheden, de periode die de notaris nodig had om de verdeling tot stand te brengen, niet onredelijk.

4.2 Klaagster klaagt verder over de wijze waarop de notaris de akte heeft gepasseerd en over het handelen van de notaris voorafgaande aan het passeren van de akte. De Kamer is van oordeel dat dit onderdeel van de klacht gegrond is.

De Kamer constateert dat het handelen van de notaris voorafgaande aan het passeren van de akte zich laat kenmerken door een hoge mate van haast. Gezien de omstandigheid dat de notaris met zijn uitnodiging zo kort voor de datum van passeren klaagster niet of nauwelijks ruimte heeft gelaten om overleg te voeren met haar advocaat, en het feit dat hij de advocaat van klaagster niet had geïnformeerd over de passeerdatum, had de notaris naar het oordeel van de Kamer -toen klaagster op 30 juni 2005 niet op zijn kantoor verscheen- moeten verifiëren of klaagster zijn bericht persoonlijk had bereikt.

De notaris is vervolgens overgegaan tot het passeren van de akte zonder dat klaagster daarbij aanwezig was en zonder dat hij over een volmacht van haar beschikte. De Kamer is van oordeel dat de notaris onder die omstandigheden hiertoe niet had mogen overgaan. De stelling van de notaris dat hij slechts uitvoering heeft gegeven aan een rechterlijke uitspraak en dat klaagster impliciet opdracht had gegeven om tot uitvoering van het vonnis over te gaan door daartegen geen hoger beroep in te stellen en door het vonnis te laten betekenen, snijdt geen hout. Immers het vonnis van de rechtbank van 9 maart 2005 was niet gericht tegen klaagster doch tegen [Z]. De Kamer acht het dan ook kwalijk dat de notaris in de akte heeft opgenomen dat een kantoorgenoot namens klaagster optreedt.

4.3 Tot slot klaagt klaagster over het feit dat de notaris heeft geweigerd om op verzoek van klaagsters advocaat verantwoording af te leggen inzake de verdeling en dat hij klaagsters gemachtigde niet serieus heeft genomen. Ook deze klachtenonderdelen zijn naar het oordeel van de Kamer gegrond.

Het beantwoorden van concrete vragen inzake notariële werkzaamheden behoort in beginsel bij die werkzaamheden: de notaris had de vragen die er leefden bij klaagster derhalve dienen te beantwoorden als onderdeel van de aan hem opgedragen werkzaamheden. Het is dan ook onjuist dat de notaris zich op het standpunt stelt dat er eerst duidelijkheid diende te komen over de betaling van de tijd die gemoeid was met het beantwoorden van vragen, alvorens hij tot beantwoording kon overgaan.

Daarnaast acht de Kamer het onbegrijpelijk dat de notaris als voorwaarde stelde dat de opdracht tot het verschaffen van informatie afkomstig moest zijn van klaagster en niet van haar advocaat. De notaris had immers gedurende de afwikkeling regelmatig contact gehad met klaagsters advocaat: het lag derhalve in de lijn dat de notaris ook in dit geval een opdracht zou aanvaarden die afkomstig was van klaagsters advocaat.

Gezien de aard van de gegrond bevonden klachten tilt de Kamer zwaar aan dit tuchtrechtelijk laakbaar handelen van de notaris. Met het oog hierop acht de Kamer dan ook de maatregel van berisping op zijn plaats.

BESLISSING

De Kamer van Toezicht voormeld:

1. verklaart de klacht tegen de notaris gegrond;

2. legt aan notaris mr. [X] de maatregel van berisping op;

3. bepaalt dat de berisping zal worden uitgesproken op een nader te bepalen zitting van de Kamer, nadat is vastgesteld dat tegen de onderhavige beslissing geen rechtsmiddel meer openstaat. De notaris zal hiervoor bij aangetekende brief worden opgeroepen.

Deze beslissing is gegeven door mrs. W. Duitemeijer, voorzitter, M.M. Overes-Hulst, A.J.M. Jansen en J. Kuipers, leden en mr. P.J. van Veen, plaatsvervangend lid, in tegenwoordigheid van

mr. S. Dijkstra, griffier, en door de voorzitter in het openbaar uitgesproken op 29 november 2005.

Binnen dertig dagen na de dagtekening van de aangetekende brief waarin van bovenstaande beslissing wordt kennisgegeven, kan hoger beroep tegen deze beslissing worden ingesteld. Dit dient te geschieden door middel van een verzoekschrift bij de griffie van het Gerechtshof te Amsterdam, Prinsengracht 436, correspondentieadres: Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam