Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ6081

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
26-10-2006
Datum publicatie
18-01-2007
Zaaknummer
2243/05
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Namens een delicatessenhandel zijn spellen besteld en opgehaald bij het kantoor van de leverancier. Enkel doordat de handelaar niet heeft geprotesteerd tegen de facturen (aangenomen dat hij deze zou hebben ontvangen), is niet de schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid gewekt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2007, 54

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

DERDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

ARREST

in de zaak van:

[A], handelend onder de naam [A Delicatessen],

zaakdoende te [woonplaats],

APPELLANT,

procureur: mr. H.W.E. Vermeer,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

999 GAMES B.V.,

gevestigd te Weesp,

GEÏNTIMEERDE,

procureur: mr. R.R.F. van der Mark.

1. Het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna [A] en 999 Games genoemd.

Bij dagvaarding van 29 november 2005 is [A] in hoger beroep gekomen van het vonnis van de kantonrechter te Utrecht, locatie Amersfoort, van 31 augustus 2005, in deze zaak onder rolnr. 397824 cv 05/907 gewezen tussen hem als gedaagde en 999 Games als eiseres.

[A] heeft bij memorie vijf grieven geformuleerd en toegelicht en producties in het geding gebracht, met conclusie, dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en – naar het hof begrijpt - alsnog de eis van 999 Games zal afwijzen, met veroordeling van 999 Games, uitvoerbaar bij voorraad, in de kosten van het geding in beide instanties.

999 Games heeft geantwoord, één productie in het geding gebracht en bewijs aangeboden, met conclusie, dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bekrachtigen en [A] zal veroordelen – uitvoerbaar bij voorraad – in de kosten van het hoger beroep.

Ten slotte hebben partijen arrest gevraagd op de stukken van beide instanties.

2. De beoordeling

2.1. 999 Games heeft [A] in rechte aangesproken tot betaling van aan [A] verzonden facturen van in totaal € 3.893,52 ter zake van door 999 Games geleverde spellen. Aan haar vordering legt 999 Games ten grondslag dat zij in de periode oktober 2003 tot en met januari 2004 spellen heeft geleverd en dat deze goederen namens [A] door een zekere [B] zijn besteld en opgehaald op het kantooradres van 999 Games.

2.2. In eerste aanleg heeft [A] summier verweer gevoerd, dat erop neerkomt dat hij nooit zaken met 999 Games heeft gedaan en dat hij de spellen nimmer heeft ontvangen.

2.3. In het vonnis waarvan beroep heeft de kantonrechter de vordering van 999 Games, bestaande uit hoofdsom plus rente en kosten, toegewezen en [A] veroordeeld – samengevat - tot betaling van een bedrag van € 4.632,27, met rente. Daartoe is onder meer overwogen dat het in algemene termen gevoerde verweer van [A] wordt verworpen, omdat [A] niet heeft ontkend dat [B] bij hem in dienst is geweest en niet is gebleken dat [A] tegen de facturen heeft geprotesteerd.

2.4. De grieven 2 en 4 richten zich tegen de overwegingen van de kantonrechter dat het verweer van [A] dient te worden verworpen en dat voldoende is aangetoond dat de goederen aan [A] zijn geleverd. Voorts heeft [A] in hoger beroep gemotiveerd betwist dat [B] bij hem in dienst was danwel is.

2.5. In dit geding zal moeten worden vastgesteld of [A] contractspartij is ter zake van de overeenkomsten tot levering van de spellen. De stelling van 999 Games dat [B] bevoegd was namens [A] de overeenkomsten aan te gaan, is door [A] gemotiveerd betwist. Nu 999 Games aan haar stelling geen nadere feiten of omstandigheden ten grondslag legt, is bewijslevering op dit punt niet aan de orde en moet ervan worden uitgegaan dat [B] niet bevoegd was om namens [A] te handelen.

2.6. Vervolgens dient dan te worden beoordeeld of [A] niettemin gebonden is aan de overeenkomsten doordat bij 999 Games de schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid is gewekt. Hiervoor is ingevolge art. 3:61, tweede lid BW vereist dat 999 Games op grond van een verklaring of gedraging van [A] heeft aangenomen en onder de gegeven omstandigheden mocht aannemen dat aan [B] een toereikende volmacht was verleend. 999 Games beroept zich er in dit verband op dat [A] heeft nagelaten te reageren op de vijf aan hem verzonden facturen.

2.7. De schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid kan, afhankelijk van de verdere omstandigheden, weliswaar ook door een niet-doen worden gewekt, maar die situatie doet zich hier niet voor. Ook indien veronderstellenderwijs wordt aangenomen dat [A] de facturen heeft ontvangen – hetgeen door hem is betwist – dan is het enkele gegeven dat [A] daartegen niet heeft geprotesteerd, bij gebreke van enige andere omstandigheid die wijst op bevoegdheid, onvoldoende voor het oordeel dat door toedoen van [A] de schijn is gewekt dat [B] in zijn naam de overeenkomsten heeft gesloten. (Tijdige) betaling van de facturen bleef immers uit. [A] is dan ook niet gebonden aan de overeenkomsten.

2.8. Het vorenstaande betekent dat de grieven 2 en 4 slagen. Voor zover dat in het voorgaande niet reeds is overwogen, passeert het hof het bewijsaanbod van 999 Games, aangezien de stelling dat de overeenkomsten door of namens [A] zijn gesloten niet nader feitelijk is onderbouwd en er zodoende geen concrete feiten of omstandigheden te bewijzen zijn aangeboden.

2.9. Nu de grieven 2 en 4 slagen, heeft [A] bij bespreking van de overige grieven geen belang meer.

2.10. De slotsom is dat het vonnis waarvan beroep moet worden vernietigd. 999 Games zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het geding in beide instanties worden veroordeeld.

3. De beslissing

Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep en opnieuw rechtdoende:

wijst de vordering van 999 Games af;

veroordeelt 999 Games in de kosten van het geding in beide instanties, aan de zijde van [A] tot op heden in eerste aanleg begroot op nihil en in hoger beroep begroot op € 632,- aan salaris procureur en € 315,93 aan verschotten;

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.C.W. Rang, A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar en H.M. de Mol van Otterloo en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 26 oktober 2006.