Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ0249

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
05-10-2006
Datum publicatie
17-10-2006
Zaaknummer
68/2006 NOT
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigeren benoeming tot executeur-testamentair.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RN 2007, 2

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

Beslissing van 5 oktober 2006 in de zaak onder rekestnummer 68/2006 NOT van:

[X],

wonende te [plaats],

APPELLANTE,

t e g e n

MR. [Y],

notaris te [plaats],

GEÏNTIMEERDE,

gemachtigde: mr. A.A. den Hollander.

1. Het geding in hoger beroep

1.1. Namens appellante, verder te noemen de klaagster, is bij een op 11 januari 2006 ter griffie ingekomen verzoekschrift tijdig hoger beroep ingesteld tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing aan de kamer van toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen te Rotterdam, verder te noemen de kamer, van 15 december 2005, waarbij de klacht van klaagster tegen de geïntimeerde, verder te noemen de notaris, deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond is verklaard.

1.2. Van de zijde van de notaris is op 17 februari 2006 een verweerschrift - met één bijlage - ter griffie van het hof ingekomen.

1.3. Op 22 augustus 2006 is van de zijde van klaagster nog een faxbericht ter griffie van het hof ingekomen.

1.4. De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 24 augustus 2006. Klaagster, de notaris en zijn gemachtigde zijn verschenen. Zij hebben het woord gevoerd.

2. De stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie alsmede van de hiervoor genoemde stukken.

3. Beoordeling van de bestreden beslissing

Het hof kan zich niet verenigen met de beslissing van de kamer en zal deze beslissing derhalve vernietigen.

4. De feiten

4.1. Op 6 april 2000 heeft de notaris ten behoeve van de vader van klaagster, A.J.J. [X], verder te noemen: de erflater, een testament gepasseerd, waarbij een kantoorgenoot van de notaris, mr. [Z], verder te noemen: mr. [Z], is benoemd tot executeur – testamentair. Op 13 januari 2005 is de erflater overleden.

4.2. Na het overlijden van de erflater heeft mr. [Z] de executeursbenoeming geweigerd. De zus van klaagster heeft het notariskantoor Van Putten Van Apeldoorn te Ede verzocht de nalatenschap af te wikkelen. Klaagster heeft in de week na het overlijden telefonisch contact gezocht met het kantoor van de notaris.

5. Het standpunt van klaagster

5.1. Klaagster verwijt de notaris dat het testament van de erflater niet wordt nageleefd.

5.2. Voorts wordt de notaris verweten dat de notaris na het overlijden van de erflater - ondanks de pogingen van klaagster om in contact met de notaris te komen – geen contact met haar heeft opgenomen.

6. Het standpunt van de notaris

6.1. De notaris betwist de stellingen van klagers en verweert zich als volgt.

6.2. De notaris heeft betoogd dat het mr. [Z] vrij stond om zijn benoeming als executeur-testamentair te weigeren. Dit kan hem als notaris niet als zodanig worden aangerekend. Dit geldt te meer nu de erflater reeds op 24 mei 2004 van het voornemen van mr. [Z] op de hoogte was gesteld.

6.3. Voorts brengt de notaris naar voren dat hij bij terugkomst van een vakantie de brief van kantoor Van Putten Van Apeldoorn te Ede van 17 januari 2005 onder ogen kreeg, waaruit hem bleek dat de erflater was overleden en dat het kantoor Van Putten Van Apeldoorn de afwikkeling van de nalatenschap van de erflater op zich zou nemen. Later hoorde hij dat klaagster en haar zuster kort na het overlijden van de erflater beiden al naar zijn kantoor hadden gebeld over de afwikkeling van de nalatenschap. De notaris meent dat hij onder de gegeven omstandigheden geen contact met klaagster kon opnemen, aangezien hij ervan uitging dat het verzoek aan Van Putten Van Apeldoorn tot afwikkeling van de nalatenschap afkomstig was van alle familieleden/erfgenamen van de erflater.

7. De beoordeling

7.1. Het staat in het algemeen een executeur vrij zijn benoeming te weigeren. In het onderhavige geval was de erflater er reeds sedert 24 mei 2004 mee bekend dat mr. [Z] voornemens was zijn benoeming als zodanig te weigeren. Dit kan de notaris niet worden tegen geworpen. Dit klachtonderdeel is ten onrechte voorgesteld. Het hof acht dit klachtonderdeel ongegrond.

7.2. Dit geldt evenzeer voor het klachtonderdeel met betrekking tot het niet reageren van de notaris op het overlijden van de erflater. De notaris heeft onomstreden aangevoerd dat hij door kantoor Van Putten Van Apeldoorn te Ede is benaderd ter zake van de afwikkeling van de nalatenschap van erflater. De notaris mocht er onder de gegeven omstandigheden vanuit gaan dat het eerder genoemde notariskantoor namens alle familieleden/erfgenamen optrad. Daarvan uitgaande is goed te begrijpen, en niet verwijtbaar, dat de notaris geen contact meer heeft opgenomen met klaagster. Dit klachtonderdeel is ongegrond.

7.3. Nu het hof de klacht in zijn geheel ongegrond heeft bevonden kan de beslissing van de kamer niet in stand blijven. Het hof zal, zoals hiervoor onder 3 reeds overwogen, de beslissing vernietigen.

7.4. Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht kan als in het voorgaande reeds behandeld dan wel als in deze procedure niet ter zake dienend, buiten beschouwing blijven.

7.5. Het vorenoverwogene leidt mitsdien tot de volgende beslissing.

8. De beslissing

Het hof:

- vernietigt de bestreden beslissing en, opnieuw rechtdoende;

- verklaart de klacht ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mrs. N.A.M. Schipper, A.L.G.A. Stille en J.C.W. Rang en uitgesproken ter openbare terechtzitting van donderdag 5 oktober 2006 door de rolraadsheer.

Kamer van Toezicht over de Notarissen en Kandidaat-notarissen te Rotterdam

Reg.nr. 30/05

Beslissing op een klacht als bedoeld in artikel 99 van de Wet op het notarisambt van:

[X],

wonende te [plaats],

hierna te noemen klaagster,

- tegen -

mr. [Y],

notaris te [plaats],

hierna te noemen de notaris.

1. Het verloop van de procedure

1.1

De Kamer heeft kennis genomen van de volgende stukken:

- klaagschrift d.d. 4 augustus 2005, met bijlagen;

- aanvulling op het klaagschrift d.d. 26 augustus 2005;

- verweerschrift d.d. 29 september 2005, met bijlagen;

1.2

De mondelinge behandeling van de klacht heeft plaatsgevonden tijdens de vergadering van de Kamer op 17 november 2005. Daarbij zijn zowel klaagster, als de notaris, bijgestaan door mr. A.A. den Hollander, advocaat te Middelharnis verschenen. Partijen hebben hun standpunten ter mondelinge behandeling nader toegelicht.

2. Inhoud van de klacht

2.1

Op 6 april 2000 heeft de notaris een testament van de vader van klaagster, de heer A.J.J. [X] (hierna: de vader), gepasseerd. In dit testament benoemt de vader een kantoorgenoot van de notaris, notari[Z] (hierna: notaris [Z]), tot executeur testamentair. Op 13 januari 2005 is de vader overleden.

Na het overlijden van de vader heeft notaris [Z] de benoeming tot executeur testamentair geweigerd. Voorts heeft de zus van klaagster notariskantoor Van Putten Van Apeldoorn te Ede benaderd om de nalatenschap af te wikkelen. Klaagster verwijt de notaris dat hij dat het testament van haar vader niet wordt nageleefd.

2.2

Voorts stelt klaagster dat zij in de week na het overlijden van haar vader telefonisch contact heeft gezocht met het notariskantoor. Klaagster verwijt de notaris dat hij, ondanks haar pogingen om contact op te nemen met het notariskantoor, geen contact met haar heeft opgenomen na het overlijden van haar vader.

3. Standpunt van de notaris

3.1

De notaris stelt dat het een persoon vrij staat een testamentaire benoeming tot executeur te weigeren. Het kan de notaris dan ook niet aangerekend worden dat het notariskantoor de benoeming tot executeur heft geweigerd. Temeer daar notaris [Z] de vader op 24 mei 2004 heeft medegedeeld dat hij, om hem moverende redenen, de benoeming tot executeur testamentair niet zou kunnen en willen aanvaarden.

3.2

Na het overlijden van de vader ontving de notaris een brief van Van Putten Van Apeldoorn te Ede, waarin werd medegedeeld dat zij de afwikkeling van de nalatenschap van de vader zouden verzorgen. De notaris stelt dat hij er van uit ging, en er van uit mocht gaan, dat een en ander conform de wens van alle erfgenamen was.

4. De beoordeling

4.1

Ter beoordeling van de Kamer staat of de notaris heeft gehandeld in strijd met de tuchtnorm als geformuleerd in artikel 98 van de WNA. Een notaris is aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling of een op deze wet berustende verordening, hetzij met de zorg die hij als notaris behoort te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve hij optreedt, alsmede ter zake van enig handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris niet betaamt.

4.2

De Kamer is met de notaris van oordeel dat het een persoon vrij staat een testamentaire benoeming te weigeren, temeer daar de vader kennelijk op de hoogte was van de voorgenomen weigering. De Kamer is ook met de notaris van oordeel, dat hem niet te verwijten valt dat een kantoorgenoot de benoeming tot executeur testamentair niet heeft aanvaard en dat er een ander notariskantoor benaderd is om de nalatenschap af te wikkelen. Ten aanzien van dit onderdeel is de klacht niet ontvankelijk.

4.3

Niet betwist wordt dat klaagster in de week na het overlijden van de vader het notariskantoor heeft gebeld en dat hierop geen reactie is gekomen van de notaris. Het had op de weg van de notaris gelegen om na haar telefoontje contact op te doen nemen met klaagster. De Kamer acht een en ander echter niet dermate onzorgvuldig dat het gegrond verklaring van de klacht rechtvaardigt.

5. De beslissing

De Kamer van Toezicht over de Notarissen en Kandidaat-notarissen te Rotterdam,

verklaart de klacht ten aanzien van onderdeel 2.1 niet ontvankelijk en ten aanzien van onderdeel 2.2 ongegrond.

Deze beslissing is gegeven op 15 december 2005 door mrs. F.W.H. van den Emster, mw. A.G. scheele-Mülder, R. van der Galiën en R.G.M. Gores in tegenwoordigheid van de secretaris, W. Blokland.

Uitgesproken ter openbare vergadering op 15 december 2005.

De secretaris, De voorzitter,

W. Blokland F.W.H. van den Emster

Deze beslissing is verzonden op:

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na de dag van verzending hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.