Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2006:AY6569

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
28-07-2006
Datum publicatie
22-08-2006
Zaaknummer
24-000733-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De behandeling van de zaak in hoger beroep is voor het gerechtshof te Amsterdam, nevenzittingsplaats Leeuwarden [..] aangevangen op 24 februari 2005, waarna dat hof op 10 maart 2005 arrest heeft gewezen. Tegen dit arrest heeft verdachte op 24 mei 2005 beroep in cassatie ingesteld, op welk beroep de Hoge Raad op 28 februari 2006 bij arrest heeft beslist.

De Hoge Raad heeft bij voormeld arrest van 28 februari 2006 voormeld arrest van het gerechtshof te Amsterdam, nevenzittingsplaats Leeuwarden, van 10 maart 2005 vernietigd en de zaak teruggewezen naar dat hof, teneinde de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw te berechten en af te doen.

Uit de hiervoor geschetste gang van zaken leidt het hof af, dat een geheel nieuwe behandeling op het hoger beroep van verdachte door dit hof dient plaats te vinden en dat de procedure in hoger beroep, waarvan de behandeling is geëindigd met het arrest van 10 maart 2005, gelet op de beslissing van de Hoge Raad, dient te worden aangemerkt als niet te hebben plaatsgevonden.

De verdachte heeft op 13 juli 2006 het hoger beroep ingetrokken, terwijl behandeling ervan was voorzien op 14 juli 2006. Het hof heeft na het wijzen van voormeld arrest van de Hoge Raad in de zaak geen enkel onderzoek ten gronde gedaan.

Het hof leidt uit die intrekking af, dat de verdachte geen belang meer heeft bij een onderzoek op het hoger beroep. Nu evenmin enig belang van de strafvordering het onderzoek in hoger beroep vordert, zal het hof de verdachte in het hoger beroep niet ontvangen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-000733-06

Arrest van 28 juli 2006 van het gerechtshof te Amsterdam, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, na terugwijzing door de Hoge Raad der Nederlanden, in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1964] te [geboorteplaats],

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,

niet ter terechtzitting verschenen.

De Hoge Raad der Nederlanden heeft bij arrest van 28 februari 2006 het arrest van het gerechtshof te Amsterdam, nevenzittingsplaats Leeuwarden, van 10 maart 2005 vernietigd. Het arrest van het hof was gewezen in hoger beroep van een vonnis van de politierechter in de rechtbank te Amsterdam van 17 mei 2002. De Hoge Raad heeft de zaak naar genoemd hof teruggewezen om, met inachtneming van zijn arrest, op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank te Amsterdam heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Het hof heeft verstek verleend tegen de niet verschenen verdachte.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

De behandeling van de zaak in hoger beroep is voor het gerechtshof te Amsterdam, nevenzittingsplaats Leeuwarden, onder parketnummer 24-001409-04, aangevangen op 24 februari 2005, waarna dat hof op 10 maart 2005 arrest heeft gewezen. Tegen dit arrest heeft verdachte op 24 mei 2005 beroep in cassatie ingesteld, op welk beroep de Hoge Raad op 28 februari 2006 bij arrest heeft beslist.

De Hoge Raad heeft bij voormeld arrest van 28 februari 2006 voormeld arrest van het gerechtshof te Amsterdam, nevenzittingsplaats Leeuwarden, van 10 maart 2005 vernietigd en de zaak teruggewezen naar dat hof, teneinde de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw te berechten en af te doen.

Uit de hiervoor geschetste gang van zaken leidt het hof af, dat een geheel nieuwe behandeling op het hoger beroep van verdachte door dit hof dient plaats te vinden en dat de procedure in hoger beroep, waarvan de behandeling is geëindigd met het arrest van 10 maart 2005, gelet op de beslissing van de Hoge Raad, dient te worden aangemerkt als niet te hebben plaatsgevonden.

De verdachte heeft op 13 juli 2006 het hoger beroep ingetrokken, terwijl behandeling ervan was voorzien op 14 juli 2006. Het hof heeft na het wijzen van voormeld arrest van de Hoge Raad in de zaak geen enkel onderzoek ten gronde gedaan.

Het hof leidt uit die intrekking af, dat de verdachte geen belang meer heeft bij een onderzoek op het hoger beroep. Nu evenmin enig belang van de strafvordering het onderzoek in hoger beroep vordert, zal het hof de verdachte in het hoger beroep niet ontvangen.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP bij verstek:

verklaart verdachte niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. Deuring, voorzitter, mr. Aalders en mr. Laméris-Tebbenhoff Rijnenberg, in tegenwoordigheid van Boersma als griffier, zijnde mrs. Aalders en Laméris-Tebbenhoff Rijnenberg voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.