Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2006:AY4997

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
20-07-2006
Datum publicatie
25-07-2006
Zaaknummer
1809/2005 NOT
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De beschikking van de rechtbank heeft er niet toe geleid dat klager en/of mevrouw [A] de notaris daadwerkelijk opdracht hebben gegeven om op te treden als hun boedelnotaris. Het bemiddelen in de boedelscheiding van klager en zijn voormalige echtgenote mevrouw [A], was dus geen taak van de notaris.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

BIJ VERVROEGING

Beslissing van 20 juli 2006 in de zaak onder rekestnummer 1809/2005 NOT van:

[X],

wonende te [plaats],

APPELLANT,

t e g e n

MR. [Y]

notaris te [plaats],

GEÏNTIMEERDE.

1. Het geding in hoger beroep

1.1. Ter griffie van het hof is op 29 november 2005 ingekomen een verzoekschrift van de zijde van appellant, verder te noemen klager, waarbij hij tijdig hoger beroep heeft ingesteld tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer van toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen te Almelo, verder te noemen de kamer, van 9 november 2005, waarbij zijn klacht tegen geïntimeerde, verder te noemen de notaris, ongegrond is verklaard.

1.2. Van de zijde van de notaris is op 6 februari 2006 een brief ter griffie van het hof ingekomen, waarin de notaris verwijst naar zijn verweerschrift zoals ingediend in eerste instantie.

1.3. De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 8 juni 2006. Verschenen zijn klager en de notaris. Zij hebben het woord gevoerd.

2. De stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie als mede van de hiervoor genoemde stukken.

3. De feiten

Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling van de feiten door de kamer geen bezwaar gemaakt, zodat het hof ook van die feiten uitgaat.

4. Het standpunt van klager

Klager verwijt de notaris dat hij hem onjuiste informatie heeft verstrekt tijdens de overdracht van het registergoed met betrekking tot het in depot houden van een deel van de verkoopopbrengst. De notaris en zijn medewerkers hebben klager geen enkele ruimte gelaten om zijn standpunt en zijn claim dienaangaande naar voren te brengen. Derhalve is de verdeling van de boedel niet verlopen naar de wens van klager, waardoor klager benadeeld is voor een bedrag van € 70.000,=.

5. Het standpunt van de notaris

5.1. De notaris betwist de stellingen van klager en voert daartoe het navolgende aan. De notaris heeft allereerst betoogd dat hij nooit opdracht van klager heeft gekregen om een boedelverdeling tot stand te brengen in het kader van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap van klager en zijn ex-echtgenote. Hij was uitsluitend aangezocht om het transport van het registergoed te bewerkstelligen.

5.2. Voorts brengt de notaris naar voren dat hij klager en zijn ex-echtgenote meermalen heeft voorgesteld om de problemen bij hem op kantoor te bespreken teneinde tot een oplossing te geraken. Hierbij is ook het depot ter sprake gekomen en is klager medegedeeld dat de notaris zonder de medewerking van de ex-echtgenote van klager geen geld in depot kon houden, ondanks de vermeende vordering van klager op zijn ex-echtgenote. Voor het zogenaamd onder protest tekenen van de transportakte, zoals door klager voorgesteld, bestond eveneens geen juridische basis.

6. De beoordeling

6.1. Het onderzoek in hoger beroep heeft naar het oordeel van het hof niet geleid tot vaststelling van andere feiten dan wel andere beschouwingen dan die vervat in de beslissing van de kamer, waarmee het hof zich verenigt.

6.2. Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht kan als in het voorgaande reeds behandeld dan wel als in deze procedure niet ter zake dienend, buiten beschouwing blijven.

6.3. Het vorenoverwogene leidt daarom tot de volgende beslissing.

7. De beslissing

Het hof:

- verwerpt het beroep.

Deze beslissing is gegeven door mrs. N.A.M. Schipper, A.L.G.A. Stille en P.J.N. van Os en in het openbaar uitgesproken op donderdag 20 juli 2006 door de rolraadsheer.

KAMER VAN TOEZICHT OVER DE NOTARISSEN EN KANDIDAAT-NOTARISSEN TE ALMELO

Klachtzaak: 03 05 Wna

UITSPRAAK

inzake: [X],

wonende te [plaats],

hierna te noemen klager;

tegen: mr. [Y],

notaris te [plaats],

hierna te noemen de notaris.

1 Verloop van de procedure

1.1 Op 1 maart 2005 heeft klager een klacht tegen de notaris ingediend bij de Kamer van Toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen te Almelo, hierna te noemen de Kamer. Bij brief van 7 april 2005 heeft de notaris zich verweerd. Vervolgens heeft klager bij brief van 4 mei 2005 gerepliceerd is door de notaris gedupliceerd op 9 juni 2005.

1.2 De klachtzaak is ter zitting van 6 oktober 2005 behandeld. Klager is in persoon verschenen. De notaris is eveneens in persoon verschenen.

2 Toetsingskader

2.1 In deze klachtzaak dient te worden beoordeeld of de notaris heeft gehandeld in strijd met het bepaalde in de Wet op het notarisambt (Wna).

3 Feiten

3.1 Op basis van de door klager en door de notaris overgelegde stukken gaat de Kamer uit van de volgende feiten.

- In 2004 is bij beschikking van de rechtbank Almelo van 23 juni 2004 de echtscheiding tussen klager en zijn echtgenote, mevrouw [A], uitgesproken.

- In die beschikking is tevens, voor zover hier van belang, de notaris benoemd tot boedelnotaris ten overstaan van wie de onverdeelde ontbonden huwelijksgoederen-gemeenschap verdeeld diende te worden, tenzij partijen binnen 14 dagen zouden besluiten een andere notaris te kiezen.

- Tot de onverdeelde ontbonden huwelijksgoederengemeenschap behoorde onder andere het woonhuis, [adres] te [plaats], hierna de woning.

- Die woning is door klager en mevrouw [A] verkocht en de geplande eigendomsoverdracht zou plaatsvinden op 29 december 2004.

- Klager had in 2004 voorafgaand aan de verkoop feitelijk al geen toegang meer tot de woning. Eerst op 28 december 2004 heeft klager de woning weer betreden om het hem toekomende deel van de tot de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap behorende inboedel op te halen. Hij heeft toen geconstateerd dat de gehele inboedel verdwenen was en er slechts veel rommel in de woning was achtergebleven.

- De notaris is door de kopers van de woning ingeschakeld voor het passeren van de akte van overdracht op 29 december 2004. Kopers weigerden echter de eigendom van de woning te aanvaarden gelet op de staat waarin de woning zich bevond. Zij claimden dat van de koopsom een borgsom van € 10.000,= in depot zou blijven, zodat daaruit zonodig de schoonmaak- en opruimkosten zouden kunnen worden voldaan.

- Klager stelde op 29 december 2004 bij het passeren van de akte als voorwaarde voor zijn medewerking aan de eigendomsoverdracht dat de notaris een deel van de verkoopopbrengst ten laste van zijn ex-echtgenote in depot zou houden teneinde daar zijn vordering op mevrouw [A] op te kunnen verhalen, welke vordering zou voortkomen uit de door hem geleden schade, veroorzaakt door mevrouw [A] met het verwijderen van de gehele inboedel uit de woning.

- Mevrouw [A] wilde aan dat depot van een deel van de verkoopopbrengst geen medewerking verlenen waarna de notaris “de claim” van klager niet heeft gehonoreerd.

- Klager en mevrouw [A] hebben van kopers tot 3 januari 2005 de tijd gekregen om de woning zelf op te ruimen.

- De woning is door klager opgeruimd.

4 Standpunten

4.1 Klager stelt zich op het standpunt dat de notaris niet correct jegens hem heeft gehandeld. Kort samengevat stelt klager daartoe dat de notaris hem onjuiste informatie heeft verstrekt over de mogelijkheid om gelden in depot te houden. Daarbij heeft de notaris zijn claim om ten tijde van de overdracht van de woning een deel van de verkoop opbrengst in depot te houden, ten onrechte niet gehonoreerd. Bovendien stelt klager dat de notaris en zijn medewerkers aan klager geen enkele ruimte gaven voor zijn standpunt en zijn claim, terwijl dit eerder wel aan klager was toegezegd. Doordat de notaris dit niet heeft uitgevoerd is klager van mening dat sprake is van een niet correct verlopen boedelverdeling en stelt klager dat hij is benadeeld voor een bedrag van ongeveer € 70.000,=.

4.2 De notaris stelt voorop dat hij nimmer opdracht heeft gekregen om als boedelnotaris werkzaamheden te verrichten in de verdeling van de ontbonden huwelijksgoederen-gemeenschap van klager en mevrouw [A]. Dat hij door de rechtbank dienaangaande als boedelnotaris is aangewezen is hem eerst in de onderhavige klachtzaak gebleken. Hij is in deze kwestie uitsluitend in opdracht van de kopers van de onderhavige woning betrokken bij de eigendomsoverdracht daarvan.

De notaris stelt - kort samengevat - dat hij en zijn medewerkers jegens klager correct hebben gehandeld. De notaris geeft daarbij aan dat zijn medewerkers klager bij herhaling hebben voorgesteld om met samen met mevrouw [A] ten kantore van de notaris te komen teneinde oplossingen te bespreken. Ook is klager geadviseerd contact op te nemen met zijn advocaat om toegang tot de woning te krijgen.

Het is juist dat namens de notaris met klager is gesproken over het in depot houden van gelden, echter daarbij is steeds aangegeven dat dit ook met mevrouw [A] moest worden besproken omdat ook zij met het depot moest instemmen.

De notaris geeft aan dat hij om die reden aan klager op 29 december 2004 heeft meegedeeld dat in het geval hij zou vasthouden aan zijn voorwaarde (claim) terwijl mevrouw [A] daaraan niet tegemoet wilde komen, de overdracht (nog) niet zou kunnen plaatsvinden met alle schade (contractuele boete) van dien. Ook heeft de notaris een “onder protest” tekenen van de hand gewezen omdat dit geen duidelijke juridische basis is.

De notaris geeft tot slot aan dat voor hem van belang is geweest dat zowel klager als mevrouw [A] uiteindelijk hebben te kennen gegeven dat zij zonder voorbehoud verder wilden met de overdracht van de woning.

5 Overwegingen

5.1 Ingevolge artikel 98, eerste lid, Wna zijn notarissen en kandidaat-notarissen aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling of een op deze wet berustende verordening, hetzij met de zorg die zij als notarissen of kandidaat-notarissen behoren te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve zij optreden en ter zake van enig handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris of kandidaat-notaris niet betaamt.

5.2 De Kamer stelt bij de inhoudelijke beoordeling van deze klacht voorop dat de notaris in deze kwestie slechts werkzaam is geweest als notaris ten overstaan van wie de akte van levering van de voormalige echtelijke woning van klager op 29 december 2004 is gepasseerd. Hiertoe heeft de notaris opdracht gekregen van de koper.

Voor zover klager in dit verband heeft gewezen op de beschikking van de rechtbank Almelo van 23 juni 2004, waarin de notaris is aangewezen als boedelnotaris, constateert de Kamer echter dat deze beschikking er niet toe heeft geleid dat klager en/of mevrouw [A] de notaris daadwerkelijk opdracht hebben gegeven om op te treden als hun boedelnotaris. Het bemiddelen in de boedelscheiding van klager en zijn voormalige echtgenote mevrouw [A], was dus geen taak van de notaris. Voorzover dienaangaande bij klager een misverstand heeft bestaan, kan dat de notaris, die immers tot deze klachtprocedure onbekend is gebleven met de inhoud van voormelde beschikking van de rechtbank, niet worden verweten. Klager werd in de echtscheidingsprocedure bijgestaan door een advocaat en in die relatie hadden de vragen van klager over de verdere gang van zaken onderwerp van gesprek moeten zijn.

5.3 De enige opdracht die de notaris in december 2004 heeft ontvangen, het passeren van de transportakte van de woning, is door de notaris uitgevoerd. Naar het oordeel van de Kamer is in dat verband niet gebleken dat de notaris niet correct heeft gehandeld. Terecht heeft de notaris klager daarbij voorgehouden dat voor het in depot houden van gelden uit de opbrengst de instemming van alle tot die opbrengst gerechtigde partijen nodig was, en dat niet tijdige levering tot schade (contractuele boete) zou leiden. Voorts is de Kamer van oordeel dat de notaris op goede gronden heeft geweigerd mee te werken aan “onder protest” tekenen van de akte van levering. Juist vanuit de professionaliteit van de notaris mocht worden verwacht dat hij klager heeft voorgehouden dat dit zou leiden tot een onduidelijke juridische basis van het transport.

5.4 Gelet op het voorgaande is de Kamer van oordeel dat de notaris ter zake van de hem gegeven opdracht niet klachtwaardig heeft gehandeld. De klacht is ongegrond.

6 BESLISSING

De kamer van toezicht over de notarissen en de kandidaat-notarissen te Almelo,

- verklaart de klacht ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.R. van der Winkel, voorzitter, mr. H.J. Vos, J.E. Huisman, mr. W. Meijling en mr. H.W.C. Spijkerboer, leden en door de voorzitter in tegenwoordigheid van G.J. Doeleman als secretaris in het openbaar uitgesproken op 9 november 2005.

Tegen deze beslissing van de kamer van toezicht kunnen partijen binnen dertig dagen na de datum van verzending van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Amsterdam.

Postadres, postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

Afschrift verzonden: 9 november 2005