Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2006:AX8432

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
01-06-2006
Datum publicatie
13-06-2006
Zaaknummer
31/2006 GDW
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Kosten kunnen niet op grond van artikel 9 Btag aan de schuldenaar in rekening worden gebracht. De kosten zijn immers niet aan enig exploot gerelateerd, worden niet door een derde aan de gerechtsdeurwaarder gefactureerd en ook kan niet worden gecontroleerd of de verschotten aan de voet van het exploot staan vermeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2006, 125

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

Bij vervoeging

Beslissing van 1 juni 2006 in de zaak onder rekestnummer 31/2006 GDW van:

[...],

gerechtsdeurwaarder te [...],

APPELLANT,

t e g e n

[...],

gerechtsdeurwaarder te [...],

GEÏNTIMEERDE.

1. Het geding in hoger beroep

1.1. Ter griffie van het hof alhier is op 5 januari 2006 ingekomen een verzoekschrift van de zijde van appellant, verder te noemen de gerechtsdeurwaarder, waarbij hij tijdig hoger beroep heeft ingesteld tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders te Amsterdam, verder te noemen de kamer, van 29 november 2005, verzonden op 9 december 2005, waarbij de klacht van geïntimeerde, verder te noemen klager, tegen de gerechtsdeurwaarder gegrond is verklaard onder oplegging van de maatregel van een boete van € 1.500, -- aan de gerechtsdeurwaarder en voor het overige ongegrond is verklaard.

1.2. Van de zijde van klager is op 3 januari 2006 een verweerschrift met bijlagen ter griffie van het hof ingekomen. Bij faxbericht van 19 april 2006 heeft klager het hof bericht niet bij de mondelinge behandeling te zullen verschijnen.

1.3. De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 27 april 2006. De gerechtsdeurwaarder is verschenen, hij heeft het woord gevoerd aan de hand van een pleitnotitie.

2. De stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie alsmede van de hiervoor genoemde stukken.

3. De feiten

Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling van de feiten geen bezwaar gemaakt, zodat ook het hof van die feiten uitgaat.

4. Het standpunt van klager

4.1. Klager verwijt de gerechtsdeurwaarder dat hij – ondanks herhaalde verzoeken om zulks na te laten – ten onrechte de debiteuren diverse informatiekosten in rekening brengt, die niet onder de categorie verschotten vallen aangezien hiervoor geen schuldenaarstarief bestaat.

4.2. Voorts wordt de gerechtsdeurwaarder verweten dat hij de afrekeningen niet behoorlijk heeft gespecificeerd. Bovendien laat hij na aan de voet van het exploot de verklaring te vermelden met betrekking tot de verhaalsinformatiekosten.

5. Het standpunt van de gerechtsdeurwaarder

5.1. De gerechtsdeurwaarder heeft in hoger beroep erkend dat de klacht terecht is voorgesteld. De gerechtsdeurwaarder heeft de desbetreffende wettelijke bepaling aanvankelijk foutief geïnterpreteerd.

5.2. De gerechtsdeurwaarder heeft voorts betoogd dat hij in hoger beroep is gekomen omdat de kamer in de bestreden beslissing, bij het opleggen van de maatregel van boete, heeft meegewogen dat aan de gerechtsdeurwaarder in het verleden eerder maatregelen zijn opgelegd, terwijl de klachten die daaraan ten grondslag lagen niet in relatie staan tot de onderhavige klacht. Bovendien is de beslissing van de kamer met betrekking tot de hoogte van de geldboete onvoldoende gemotiveerd.

6. De beoordeling

6.1. Het hof onderschrijft het oordeel van de kamer dat met betrekking tot de op te leggen maatregel rekening wordt gehouden met eerdere tuchtrechtelijke veroordelingen van de gerechtsdeurwaarder. Dat deze er om hem moverende redenen van efficiency voor heeft gekozen om tegen die eerdere maatregelen geen beroep in te stellen, doet daar aan niet af. Die maatregelen zijn onherroepelijk geworden.

6.2. Ten aanzien van de hoogte door de kamer opgelegde boete overweegt het hof dat deze op zijn plaats is, gelet op de veelvuldigheid van de door de gerechtsdeurwaarder gemaakte financiële overtredingen.

6.3. Het onderzoek in hoger beroep heeft naar het oordeel van het hof niet geleid tot vaststelling van andere feiten dan wel andere beschouwingen en gevolgtrekkingen dan die vervat in de beslissing van de kamer, waarmee het hof zich verenigt.

6.3. Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht kan als in het voorgaande reeds behandeld dan wel als in deze procedure niet ter zake dienend, buiten beschouwing blijven.

6.4. Het vorenoverwogene leidt mitsdien tot de volgende beslissing.

7. De beslissing

Het hof:

- bekrachtigt de beslissing van de kamer.

Deze beslissing is gegeven door mrs. A.D.R.M. Boumans, P.J.N. van Os en L.J. Saarloos en uitgesproken ter openbare terechtzitting van donderdag 1 juni 2006 door de rolraadsheer.

Kamer voor Gerechtsdeurwaarders te Amsterdam

Beschikking van 29 november 2005 als bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet in de zaak met nummer 413.2004 van:

[ ],

gerechtsdeurwaarder te [ ],

klager,

tegen:

[ ],

gerechtsdeurwaarder te [ ],

beklaagde.

Verloop van de procedure

Bij brief met bijlagen van 9 december 2004 heeft klager een klacht ingediend tegen beklaagde.

Bij aangehechte brief met bijlagen van 18 januari 2005 heeft beklaagde op de klacht gereageerd.

De klacht is behandeld ter zitting van 18 oktober 2005, alwaar de gerechtsdeurwaarder is verschenen.

Van de behandeling ter zitting is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.

De uitspraak is bepaald op 29 november 2005

1. De feiten

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden.

a) In opdracht van klager heeft beklaagde diverse ambtshandelingen verricht en daarbij kosten van verhaalsinformatie als verschotten berekend.

b) Bij brief van 16 augustus 2004 heeft de gerechtsdeurwaarder klager onder meer medegedeeld:"...... Onderstaand treft u een overzicht van de informatiekosten aan:

22 januari 2002 : verhaalsinformatie ad € 32,40

07 oktober 2003 : verhaalsinformatie ad € 32,40

17 oktober 2003 : info soza ad € 21,79

22 oktober 2003 : info soza ad € 21,79

22 april 2004 : verhaalsinformatie ad € 39,27

27 april 2004 : info werkgever ad € 21,79"

c) Bij brief van 17 augustus 2004 heeft klager de gerechtsdeurwaarder ten aanzien van de informatiekosten verzocht mede te delen op grond waarvan de gerechtsdeurwaarder meent dat die kosten op de debiteur verhaald kunnen worden.

d) Bij brief van 19 augustus 2004 heeft (een medewerker van) de gerechtsdeurwaarder klager onder meer geschreven:”Naar aanleiding van ons telefonisch onderhoud van gisterenochtend heb ik overleg gepleegd met de deurwaarder. Gaarne verneem ik van u op grond van welke wettelijke bepaling u meent dat de kosten van info werkgever niet op de debiteur verhaald kunnen worden.”

e) Bij brief van 8 september 2004 heeft klager de gerechtsdeurwaarder onder meer geschreven:”Bij terugkomst van vakantie heb ik met ongeloof kennisgenomen van Uw schrijven van 19 augustus 2004. Kennelijk bent U de mening toegedaan dat al hetgeen niet expliciet verboden is, toegestaan is. Het moet U toch ook bekend zijn dat het Btag een gesloten (limitatief) systeem kent.....”.

f) Bij brief van 9 september 2004 heeft de gerechtsdeurwaarder klager onder meer geschreven: “Met referte aan uw schrijven de dato 8 september jl. kan ik u als volgt informeren. Ik ben mij ervan bewust dat het beantwoorden van een vraag met een wedervraag niet gepast is. Doch bij deze noodzaakt u mij toch een uitzondering te maken op de regel. Bijgaand doe ik u toekomen een aantal van uw opgave in verdeeldossier. Ik vraag mij dan ook af, gezien de inhoud van diverse schrijven, op welke basis u deze kosten in rekening brengt. Ik ga er dan ook vanuit dat u er niets op tegen hebt dat ik deze, niet binnen het gesloten systeem vallende kosten, uit het dossier kan verwijderen.....”.

g) Bij brief van 13 september 2004 heeft klager de gerechtsdeurwaarder onder meer geschreven dat het hem bekend moet zijn dat de kosten van ambtshandelingen kunnen worden verhoogd met de door de gerechtsdeurwaarder gedane verschotten. Ter zake van de door hem gemaakte verschotten heeft klager uitdrukkelijk hiernaar verwezen. tevens heeft klager geschreven:”Ten aanzien van de door U opgenomen informatiekosten (dit zijn geen verschotten !) “info soza”(2x) en “info werkgever”vraag ik U derhalve nogmaals op grond waarvan U deze kosten meent te vorderen. Tevens verzoek ik U wederom met uitdrukkelijke verwijzing naar mijn schrijven van 5 augustus j.l. een behoorlijke gespecificeerde afrekening te verstrekken, zoals nader omschreven in laatstgenoemd schrijven.....”.

h) Bij brief van 12 november 2004 heeft klager nogmaals bezwaar gemaakt tegen de door de gerechtsdeurwaarder opgevoerde informatiekosten.

2. De klacht

Klager verwijt beklaagde dat hij, ondanks herhaaldelijk verzoek om het in rekening brengen van die kosten te staken, volhardt in zijn praktijken om debiteuren te belasten met diverse informatiekosten, niet zijnde verschotten, waarvoor naar klagers mening geen schuldenaarstarief bestaat.

Voorts verwijt klager beklaagde dat hij geen behoorlijk gespecificeerde afrekeningen verstrekt en dat hij met betrekking tot de verhaalsinformatiekosten geen verklaring doet aan de voet van het exploot.

3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder

De gerechtsdeurwaarder heeft de klacht gemotiveerd bestreden. Voor zover nodig wordt hierna op dat verweer ingegaan.

4. Beoordeling van de klacht

4.1 Bij de beoordeling van de klacht geldt als uitgangspunt dat bij de inwerkingtreding van de Gerechtsdeurwaarderswet op 15 juli 2001, met behoud van waarborgen van de schuldenaar, de prijsafspraken tussen een opdrachtgever en een gerechtsdeurwaarder zijn vrijgelaten.

Een van de waarborgen is dat de schuldenaarstarieven zijn vastgelegd in het Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarder (hierna: het Btag).

Ingevolge het bepaalde in artikel 9 van het Btag is het mogelijk de aan de schuldenaar in rekening te brengen kosten te verhogen met de verschotten onder de in onderdeel a en c van dat artikel gestelde voorwaarden. De toelichting bij artikel 9 van het Btag vermeldt dat dit artikel ziet op kosten die de gerechtsdeurwaarder bij de verrichting van een ambtshandeling bij voorraad betaalt en nadien in rekening brengt. Dat de kosten afzonderlijk aan de voet van het exploot moeten worden vermeld dient ter verificatie daarvan Als voorbeelden worden genoemd, kosten van een slotenmaker bij de executie tot ontruiming, het voor inschrijving verschuldigde kadastrale recht bij beslag op een onroerende zaak, kosten van informatie uit de gemeentelijke basisadministratie bijvoorbeeld voor het uitbrengen van een dagvaarding, kosten voor uittreksels uit het handelsregister en kosten voor inschrijving in openbare registers. Uit de bepaling van artikel 9 alsmede de toelichting daarop volgt dat het telkens gaat om kosten van externen welke door de gerechtsdeurwaarder worden voorgeschoten en die (achteraf) door deze externen aan de gerechtsdeurwaarder worden gefactureerd.

4.2 De gerechtsdeurwaarder heeft aangevoerd dat de kosten waarop de klacht betrekking heeft kosten betreffen die zijn gemoeid met derdenbeslag dan wel loonbeslag. In het kader daarvan is het, indien de debiteur na de betekening en bevel van het vonnis niet reageert op de toegezonden brief met het verzoek informatie te verschaffen, noodzakelijk om allerlei informatie in te (laten) winnen. De gerechtsdeurwaarder noemt in dit verband onder meer: het inschakelen van een extern bureau ten einde onderzoek te doen naar verhaalsmogelijkheden en bronnen van inkomsten, een controle bij de Kamer van Koophandel of de werkgever wel bestaat en dat er een juiste opgave is gedaan van de werkgever en het opvragen van het sofi nummer als blijkt dat betrokken een uitkering geniet. Voor wat betreft de hoogte van de kosten is door hem aansluiting gezocht bij het destijds door de Koninklijke Vereniging van Gerechtsdeurwaarders vastgesteld tarief danwel de kosten als door het Landelijk Overleg van de Kantonrechters bepaald en voor de overige kosten wordt een berekening gemaakt overeenkomstig de wijze zoals destijds toegepast bij het tot stand komen van het Btag.

Volgens de gerechtsdeurwaarder is hij overigens aan klager geen verantwoording verschuldigd. De kosten/verschotten zijn opgenomen in het proces-verbaal en worden dus wel meegenomen in de verdeling.

4.3 Naar het oordeel van de Kamer volgt reeds uit het door de gerechtsdeurwaarder gevoerde verweer dat de door hem in de brief van 16 augustus 2004 vermelde kosten niet op grond van artikel 9 Btag aan de schuldenaar in rekening kunnen worden gebracht. De kosten zijn immers niet aan enig exploot gerelateerd, worden niet door een derde aan de gerechtsdeurwaarder gefactureerd en ook kan niet worden gecontroleerd of de verschotten aan de voet van het exploot staan vermeld. De Kamer merkt tevens op dat de wijze waarop door de gerechtsdeurwaarder op een terechte vraag van een collega wordt gereageerd, niet kan worden gekwalificeerd als handelen dat een goed gerechtsdeurwaarder betaamt. Deze gerechtsdeurwaarder was immers belast met de verdeling en had dan ook recht op verificatie van deze kosten. De klachten zijn derhalve terecht voorgesteld.

5. Op grond van het voorgaande dient de klacht dan ook gegrond te worden verklaard. De Kamer is van oordeel dat na te melden maatregel op zijn plaats is. De Kamer neemt daarbij mede in aanmerking dat de gerechtsdeurwaarder reeds eerder een maatregel als bedoeld in artikel 43 lid 2 onder b van de Gerechtsdeurwaarderswet is opgelegd. Een en ander is de gerechtsdeurwaarder ter zitting voorgehouden. Op grond hiervan wordt beslist als volgt

BESLISSING

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

? verklaart de klacht gegrond;

? legt de gerechtsdeurwaarder de maatregel op tot betaling van een boete van € 1500,00 waarbij de in artikel 43 lid 5 van de gerechtsdeurwaarderswet bepaalde termijn door de Kamer na het onherroepelijk worden van de beslissing per aangetekende brief aan de gerechtsdeurwaarder wordt medegedeeld.

Aldus gegeven door mr. S.G. Ellerbroek, voorzitter, mr. H.C. Hoogeveen en M.J-M.J.

Baudoin, (plaatsvervangend) leden, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 november 2005 in tegenwoordigheid van de secretaris.

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.